De rusland-watchers zaten er weer naast

Toen Sovjetleider Tsjernenko in maart 1985 overleed, kwam het Politburo overhaast en in onvolledige samenstelling bijeen om zijn opvolger aan te wijzen. De aanwezigen konden kiezen tussen de hervormer Gorbatsjov en de burgemeester van Moskou, Grisjin, een apparatsjik uit de stalinistische school. Op dat absolute dieptepunt in de Oost-Westbetrekkingen (de Verenigde Staten schermden met hun star wars, de Sovjets leden grote verliezen in Afghanistan, de communicatie tussen Moskou en Washington lag stil) betekende de verkiezing van Grisjin zeer waarschijnlijk oorlog. Het werd, zoals bekend, Gorbatsjov. Minder bekend is dat hij met een verschil van een stem werd gekozen.

Een stem in een uiterst select orgaan, dat in naam slechts tien procent van de burgers en in werkelijkheid alleen de top van de nomenklatoera vertegenwoordigde, besliste over oorlog en vrede.
Ook vandaag is Rusland nog geen volwaardige democratie. Maar ondanks alle bezwaren die er tegen het democratisch gehalte van het huidige stelsel zijn in te brengen, betekent de eerste ronde van de presidentsverkiezing van afgelopen zondag een zevenmijlsstap op de goede weg. De Russen konden al tweemaal eerder in vrijheid een nieuw parlement kiezen, maar in het Russische staatsbestel is de parlementaire controle minimaal. Afgelopen zondag ging het om de echte macht. Welnu, de stemming is niet uitgesteld, de telling niet vervalst en de uitslag niet aangevochten door de voorlopige verliezers. Volgens de internationale waarnemers, die op hun beurt op de vingers werden gekeken door Russische waarnemers, verliep de eerste ronde ‘in het algemeen vrij en eerlijk’.
Het wellustige pessimisme waarmee talloze experts verkondigden dat democratie in Rusland niet gedijt, is voorlopig gelogenstraft. Wat dat betreft is er sinds de Koude Oorlog nog weinig veranderd. 'There are no experts on the Sovjet Union, only varying degrees of ignorance’, schreef een voormalige Amerikaanse ambassadeur in Moskou, Walter Bedell Smith, in zijn memoires. Die opmerking geldt a fortiori voor het huidige Rusland, waar verkiezingen worden beslist in afgelegen dorpen en uitgestrekte gebieden waar zelden een kandidaat of journalist een voet heeft gezet.
De grootste groep Russische kiezers heeft gekozen voor de minste van alle kwaden, Jeltsin, en niet voor de stalinist Zjoeganov, de granieten generaal Lebed of de pathologische schreeuwlelijk Zjirinovski, van wie menigeen een jaar geleden nog dacht dat hij Jeltsin electoraal zou verpletteren. Hopelijk zal Jeltsin ook de tweede ronde winnen. Hij is een potentaat, net als zijn rivalen, maar hij vertegenwoordigt als enige de hoop op een consolidatie van de kwetsbare Russische vrijheid. 'Jeltsin heeft autoritaire neigingen, maar hij zal geen intellectuelen opsluiten en niet het prive-bezit liquideren, de grenzen sluiten en oorlog voeren met de Baltische landen zoals de anderen’, aldus de liberaal Jegor Gajdar. De kleine, machteloze democratische oppositie zal daarom in de slotronde met opgewekte tegenzin Jeltsin steunen. Veel meer dan dat kan de rest van de wereld ook niet doen.