KUNST

De Russen komen

Landsknechten

Een detail: in de filmmuziek van Prokofiev voor Alexander Nevsky (Eisenstein, 1938) zijn ergens in het donderend strijdgewoel, als de Russen de Teutoonse ridders in de pan hakken tijdens de slag op het ijs van het Peipus Meer, snelle felle kleine trommeltjes te horen, paukjes, eigenlijk. Dat is een historisch element: de Russische ruiterij droeg zulke keteltjes aan het zadel, om de troepen tijdens de strijd te motiveren. Eisenstein en Prokofiev wisten dat kennelijk, en dat is interessant, want er is maar bar weinig documentatie van dat soort dingen. Dat komt doordat er maar heel weinig beeldmateriaal is dat als bron kan dienen, en dat komt dan weer doordat Rusland tot ver in de zeventiende eeuw geen grafici of schilders kende die zich met dat soort dingen bezighielden. De Russen hadden die traditie niet, en ze stonden argwanend tegenover het afbeelden van contemporaine scènes, uit religieuze motieven en uit angst voor spionage.
De eerste afbeeldingen van Russen worden dan ook vervaardigd buiten hun land. Ze maken hun entree in het visueel bewustzijn van de Europeaan rond 1500, in dezelfde tijd als waarin de Mexicaanse en Braziliaanse indianen, de Chinezen en de Japanners, et cetera, voor het eerst in druk worden afgebeeld. Russen maken bijvoorbeeld hun opwachting in het boek Der Weisskunig, een groot allegorisch werk met honderden houtsneden, over de opvoeding en regering van Maximiliaan van Habsburg. Hij ontvangt een gezantschap met daarin de grootvorst van Moskou Wassili III (1479-1533). In 1514 sloten de twee vorsten een verbond. Maximiliaan was een van de eerste vorsten die de grote propagandawaarde van goede prenten inzag; in Der Weisskunig laat hij zich afbeelden als waardig nazaat van romantische en ridderlijke helden, in een hoogculturele context van architectuur, mode, wapenkunst en dergelijke.
Het museum Boijmans toont dezer dagen een serie uitzonderlijk zeldzame prenten uit ongeveer dezelfde tijd. Het betreft 38 ingekleurde bladen, gemaakt rond 1530 door vooraanstaande kunstenaars uit Neurenberg: Sebald Beham, Erhard Schön, Niklas Stoer en Peter Flötner. Ze tonen krijgsvolk: Duitse en Zwitserse huurlingen en Turkse soldaten en hun leiders. Die huurlingen, ‘landsknechten’, waren opmerkelijke jongens; ze trokken van veldslag naar veldslag in extravagante kleurige kleren, met grote hoeden, geprononceerde kruisstukken en wijde mouwen. Ze waren gevreesd (als ze niet betaald werden sloegen ze aan het plunderen) maar ook populair, om hun vrijgevochten gedrag, en dus deden dit soort prenten het goed aan de muur.
De Turken zijn ook erg interessant. De serie van Beham c.s. verscheen een jaar na het beleg van Wenen, dat een einde maakte aan de Turkse opmars door Europa. Met ontzag en ook wel gezonde nieuwsgierigheid tonen de kunstenaars de grootvizier Ibrahim Pasja en zijn moslimstrijders op hun paarden (en een dromedaris).
Het zijn niet allemaal Turken, overigens. De belegering van Wenen werd een fiasco, voor de Sultan; de Habsburgers redden het vege lijf dankzij grote contingenten landsknechten, Spaanse musketiers én een zekere hoeveelheid Russische troepen die de nieuwe relaties tussen Moskou en Wenen kwamen onderstrepen. Een portret van grootvorst Wassili is in de serie opgenomen, én een afbeelding van een Russische ruiter, met een veer op zijn muts en een lange mantel. En een trommeltje aan zijn zadel.

Landsknechten en Turken: Een teruggevonden schat uit de Duitse renaissance. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, t/m 7 maart. Het museum wil de reeks graag aankopen en is een fondsenwervingsactie begonnen. www.boijmans.nl