Moskou ontkent bewapening Irak

De Russische dubbelloop

Volgens Washington wordt de Amerikaanse luchtmacht in Irak bestreden met modern Russisch luchtafweergeschut dat buiten het VN-embargo aan Bagdad is geleverd. Moskou ontkent in subtiele toonaarden. Want Rusland denkt op langere termijn aan zijn belangen.

De Russische ambassade in Bagdad draait op volle toeren. Het gezantschap wordt vooral bevolkt door «grenstroepen» van de staats veiligheidsdienst fsb en agenten van de militaire inlichtingendienst SVR. De gewone bewakers hebben kort na het begin van de oorlog het ambassadegebouw schietend moeten verdedigen tegen een plunderende meute voor de deur. Omdat ze op grond van een noodverordening werken, was dat geen probleem. De militaire (contra)spionage in Bagdad heeft een ingewikkelder taak. Kort voor het begin van Operation Iraqi Freedom is de ambassade versterkt met mannen van de speciale inlichtingengroep Zaslon. Ze hebben de speciale opdracht om alle lijnen open te houden en tijdig de archieven veilig te stellen.

Volgens het Russische «onafhankelijke» dagblad Nezavisimaja Gazeta heeft niemand minder dan Jevgeni Primakov (voormalig inlichtingenchef, minister van Buitenlandse Zaken en premier) kwartier gemaakt. Op 23 februari was Primakov in Bagdad. Officieel bezocht hij de stad om Saddam Hoessein, die hij al kent sinds zijn periode als Iraaks correspondent voor de partijkrant Pravda, op het hart te binden toch vooral resolutie 1441 uit te voeren. Maar dat was volgens de krant een verklaring achteraf voor dit «geheime» bezoek van Primakov.

Om welke archieven het gaat, is niet bekend gemaakt. Maar de Nezavisimaja Gazeta opperde op 28 maart wel een vermoeden. Volgens de krant gaat het onder meer om documenten die een licht werpen op de wijze waarop Rusland «invloed» wil krijgen op «de nieuwe politieke en militaire elite die bij een Amerikaanse bezetting zal opkomen» en het «omdraaien van Iraakse inlichtingendiensten» ten gunste van Rusland.

Rusland (voorheen Sovjet-Unie) en Irak hebben nauwe banden. Vanaf de staatsgreep van de Baath-partij in 1958 tot 1990 heeft Moskou voor ruim dertig miljard dollar aan militair materieel aan Bagdad geleverd, exclusief één miljard aan onderhoudsbeurten. In de steden Joesoefia en Kadisia zijn in die decennia bovendien fabrieken neergezet die onder licentie Russisch en Joegoslavisch wapentuig mochten produceren. Tot de invasie van Koeweit in 1990 had Irak twee derde (22,5 miljard) van deze contracten afbetaald, waarvan ruim acht miljard in natura (olie). Door de sancties na de Golfoorlog van 1991 is hieraan officieel een einde gekomen. Het VN-embargo heeft veel geld gekost. Volgens het staatsoliebedrijf Rosneft zijn Russische energieconcerns er in het afgelopen decennium voor 35 miljard dollar bij ingeschoten. Met name Loekoil, dat een meerderheidsbelang heeft in de olievelden van West-Qurna (met een reserve van twintig miljard vaten) ten noordwesten van Umm Qasr, is hiervan de dupe.

Het zoveel mogelijk veiligstellen van deze belangen is derhalve een vanzelfsprekende prioriteit. De Amerikaanse regering is zich daarvan bewust. State Departement en Pentagon hebben in ieder geval voor de tegenaanval gekozen. Volgens Washington hebben enkele Russische bedrijven buiten het embargo wapens geleverd aan Saddam. In oktober vorig jaar had de Amerikaanse regering via de binnenlijn al aan de bel getrokken. Moskou ontkende. In de tweede week van Operation Iraqi Freedom traden de Amerikaanse ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie ermee naar buiten. Met naam en toenaam. De subversieve exporteurs zouden enkele bedrijfjes zijn die zijn gespecialiseerd in moderne radiografische antitankwapens. Eén van de beschuldigden heet Arkadi Sjipoenov.

Arkadi Sjipoenov is naar Russische maatstaven een oude man met een hoog en bijna cynisch ontwikkeld gevoel voor understatement. Hij is 75 jaar oud, een leeftijd die de meerderheid van de mannen in Rusland niet weet te halen, en kan nog steeds een superieure toon aanslaan. Hoewel eigenlijk met pensioen leidt hij nog steeds het Constructiebureau Instrumentenbouw (KBP) in Toela, een garnizoenstadje ten zuiden van Moskou dat van oudsher drijft op zijn paratroepers, de wapen industrie en een fabriek voor klassieke waterkokers (samovar).

Zonder Sjipoenov zou Toela zo goed als failliet zijn en zou districtsgouverneur Vasili Starodoebtsjev, in 1991 een van de putschisten tegen sovjetpresident en partijleider Michail Gorbatsjov, een armzalig kopje thee drinken op de veranda van zijn boerenhoeve. KBP Toela is namelijk de derde wapenexporteur van Rusland. Het bedrijf is voor ruim 95 procent afhankelijk van de verkoop van zijn spullen aan het buitenland. In het jaar 2000 bedroeg de omzet, althans officieel, ruim driehonderd miljoen dollar. Dat is veel in Toela.

Met name het nieuwe antitankwapen Kornet (niet te verwarren met de gelijknamige champagne) en de luchtdoelraket Pantsir zijn de trots van Toela. De belangstelling ervoor is groot op de internationale wapenbeurzen, die Sjipoenov en verkoopmanagers van KBP Toela frequenteren. In juni 2002 was hij zelf nog te gast op de internationale wapenbeurs Eurosatory nabij Parijs. «Onze producten doen niet alleen niet onder voor analoge producten uit het buitenland, maar overtreffen ze op specifieke parameters zelfs nadrukkelijk», aldus Sjipoenov.

Sjipoenoev is in talloze opzichten een voorbeeld van het doorzettingsvermogen van de sovjetmens, die zich niet uit het veld laat slaan door ideologische of politieke tegenvallers. Ex act tien jaar na de Oktoberrevolutie van 1917 werd Arkadi Sjipoenov geboren in de buurt van de provincieplaats Orjol. Zijn hele leven heeft hij als werktuigbouwkundige doorgebracht in het militair industrieel complex van de Sovjet-Unie. Het leverde hem veel lintjes op. In 1979 werd hij gelauwerd als «Held van de socialistische arbeid». Drie jaar later ontving hij ook nog eens de Leninprijs. Dat de Sovjet-Unie in 1991 door de knieën ging, deerde hem amper. Integendeel. Sjipoenov — tussen de bedrijven door ook nog hoogleraar aan de universiteit van Toela — werd in 1991 toegelaten tot de Academie der Wetenschappen, het hoogste orgaan voor de intelligentsia toen en nu.

Dat lijkt raar, maar is het niet. Rusland werd in die dagen immers overgeleverd aan de globale wetten van de mondiale markten. Voor de oude garde in de consumptieve industrie was dat een ramp. Om Lada’s zat de wereld niet te springen. De ingenieurs in de wapenindustrie hadden daarvan minder last. Na olie, gas en andere grondstoffen zijn wapens het belangrijkste exportproduct van Rusland. De verhouding tussen prijs en kwaliteit is voor minder rijk bedeelde staten, die het zich niet kunnen veroorloven om in de VS te winkelen, steeds aantrekkelijker geworden.

Een paar maanden geleden werd Sjipoenov, inmiddels gepromoveerd tot wetenschappelijk adviseur van de nationale Veiligheidsraad van Rusland, wederom geëerd met een lintje. Samen met schlagerzanger en «volksartiest» Nikolaj Rastorgoejev van de militante popgroep Ljoebe (enigszins vergelijkbaar met André Hazes in goeden doen) werd hij in het Kremlin door president Poetin benoemd in de Orde wegens Verdiensten voor het Vaderland.

Het is deze gerespecteerde en bejaarde ingenieur die volgens State Department en Pentagon medeverantwoordelijk is voor de problemen die de Amerikanen nu in het zuiden van Irak ondervinden. De tegenslagen zouden onder meer te wijten zijn aan twee Russische wapens: de radiografische storingsapparatuur van Aviakonversia uit Moskou en de Kornet van Sjipoenov. De spullen zouden een paar maanden voor de oorlog in Irak zijn gearriveerd.

Sjipoenov reageerde onmiddellijk en wel zoals een Russische technicus betaamt. Van enige leverantie aan Irak was en is geen sprake. In een persbericht verklaarde Sjipoenov dat zijn bedrijf «geen enkel contract» had afgesloten «met Irak noch met andere landen die onder toezicht staan van internationale sancties vanwege de Verenigde Naties» en dat er evenmin «onderhandelingen» waren gevoerd. De aantijgingen van State Department en Pentagon hadden volgens hem slechts tot doel om de marktpositie van KBP Toela te ondermijnen. «Het enige waarover we het eens kunnen zijn, is dat de Kornet succesvol is tegen welke tanks of cavalerie dan ook. Als deze hoogst effectieve complexen in Irak aanwezig zouden zijn geweest, in welke hoeveelheid dan ook, dan zou de Amerikaanse infanterie aanzienlijk hogere verliezen hebben geleden dan nu», aldus Sjipoenov. Zijn adjunct herhaalde dat tegen-over het Russische dagblad Izvestija: «Het is absoluut uitgesloten. Irak staat niet op de lijst van landen aan wie wij wapens kunnen verkopen.»

Spreekt Sjipoenov de waarheid? Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken wel. «Rusland komt al zijn internationale verplichtingen strikt na», aldus minister Igor Ivanov. Maar mocht het embargo toch zijn geschonden, dan zal dat worden onderzocht en mogelijk leiden tot strafrechtelijke vervolging, voegde de Russische collega van Colin Powell er aan toe.

Izvestija, nog altijd een van de beste kranten van Rusland, heeft niettemin wat twijfels. Diplomaten van de Amerikaanse ambassade in Moskou onthulden aan Izvestija dat ze al voor het losbarsten van Operation Iraqi Freedom aan de bel hebben getrokken. Bovendien sprak de tweede man van KBP Toela in de krant in subtiel juridische termen. «Om toevallige fouten te vermijden, moet elk contract worden geratificeerd door het parlement. Als een van onze goederen in Iraakse handen is terechtgekomen, is dat dus zonder onze deelname gebeurd», zei hij.

Directeur Oleg Antonov van Aviakonversia in Moskou, het andere bedrijf dat door State Department en Pentagon op de korrel is genomen, heeft zich in vergelijkbare bewoordingen uitgelaten. Aviakonversia verkoopt storing- en navigatiesystemen die via satellieten werken en niet onder het sanctieregime van de VN vallen. Naar eigen zeggen zijn firma’s in de VS de voornaamste klanten. Maar ook Antonov ontkende met de achterdeur op een kier. De afgelopen vier jaar is het bij zijn bedrijf in Moskou een komen en gaan van Irakezen geweest. «Maar elke keer als het uitdraaide op financiële vragen werden de Irakezen zuinig», tekende Izvestija uit zijn mond op.

Tot nu toe heeft de Amerikaanse regering ervan afgezien — dan wel is ze niet in staat — de Russische autoriteiten te overtroeven. Van eerdere aantijgingen dat KBP Toela wel aan Libië, Soedan en Iran zou hebben geleverd, is afgelopen week niets meer vernomen. Mogelijk is de Iraakse krijgsmacht erin geslaagd zelf het voor 1991 geleverde luchtafweergeschut te updaten. In de ogen van Russische experts is dat goed denkbaar, omdat radiografische raketsystemen technisch niet zo ingewikkeld in elkaar steken. Verschillende aspecten van deze technologie zouden bovendien binnen de richtlijnen van het embargo legaal aan Irak kunnen zijn verkocht. Volgens Izvestija hebben Russische ingenieurs uit het militair-industrieel complex enkele weken voor het begin van de oorlog aan westerse attachees een nieuw laptopcomputertje getoond waarmee radioactieve straling kan worden gemeten. Een neveneffect van het werken met deze laptop is een elektromagnetische interferentie van een tiental kilometers. Van deze notebooks zijn volgens Izvestija een paar dozijn in Irak terechtgekomen.

Meer feiten zijn niet voorhanden. De orderportefeuille van KBP Toela, waarin India en Griekenland als voorname klanten figureren, levert wel indirecte vragen op. Zo is koning Abdalla Ben Hoessein van Jordanië in augustus 2001 op bezoek geweest in Toela, normaal gesproken niet de eerste toeristische attractie voor buitenlandse gasten. Hij maakte toen een tussenstop in Toela omdat hij volgens hoge Russische functionarissen niet alleen belangstelling had voor transporthelikopters en lichte pantservoertuigen, maar ook voor het afweergeschut van KBP Toela. Met een totaal defensiebudget van 570 miljoen dollar was Jordanië in de ogen van deze topambtenaar op het eerste gezicht niet bijster interessant.

Op het tweede en wat meer geopolitieke gezicht liggen de verhoudingen net een slag anders. Sjipoenov had eerder dat jaar namelijk een veel grotere vis aan de haak geslagen. Volgens het min of meer aan de regering gelieerde persbureau Strana.ru had KBP Toela in april 2001 een heus contract gesloten met de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) voor de levering van vijftig luchtdoelraketten van het type Pantsir. Totaal bedrag van de deal: 734 miljoen dollar, ruim twee keer meer dan de totale omzet in 2000 en bijna de helft van het jaarlijkse defensiebudget van de VAE. Volgens de CIA zijn de Verenigde Arabische Emiraten een eldorado voor handelaars in contrabande (drugs) en witwassers van zwart geld. Maar eerlijk is eerlijk, wat er daar aan de Perzische Golf met de Pantsir-systemen is gebeurd, is onduidelijk.

Minder onhelder is wat Rusland momenteel beoogt. De oorlog om Irak is een groot gevaar voor Moskou maar biedt paradoxaal genoeg ook kansen. Nu de Amerikanen en Britten er grotendeels alleen op uit zijn getrokken en daarmee veel coalitiepartners in de «oorlog tegen het terrorisme» van zich dreigen te vervreemden, is de geopolitieke doctrine van de Russische regering actueler geworden dan die ooit was. Tien jaar geleden, na het einde van de Koude Oorlog en de Golfoorlog, stelde de onverwoestbare Jevgeni Primakov al vast dat de «nieuwe wereldorde» van George Bush senior een multipolair karakter zou krijgen. Juist door het overwicht van de enig overgebleven supermacht Amerika zouden de kleinere grote mogendheden een relatief sterke rol kunnen opeisen.

Wat er aan de vooravond van Operation Iraqi Freedom aan de onderhandelingstafel ook is gebeurd, het vacuüm in de internationale betrekkingen is zich sindsdien in razend tempo aan het ontwikkelen. In dit diplomatieke niemandsland heeft Rusland opmerkelijk openhartige posities ingenomen. «Deze oorlog is op geen enkele wijze gerechtvaardigd. De militaire actie tegen Irak is een grote politieke fout», was de eerste reactie van president Vladimir Poetin na het uitbreken van de oorlog. Een half jaar geleden liet hij zich nog voorstaan op zijn verregaande zielsverwantschap met collega Bush junior. In de staatscourant Rossiskaja Gazeta heeft minister Igor Ivanov van Buitenlandse Zaken vorige week de kern van de nu gerevitaliseerde Primakov-doctrine nog eens uiteengezet: «Een multilaterale samenwerking in de strijd tegen nieuwe bedreigingen en uitdagingen: dat is het hart van onze buitenlands politieke conceptie.»

Zijn naamgenoot Sergej Ivanov van Defensie heeft nog geen dag later een klein voorbeeld gegeven van wat daarmee ook wordt bedoeld. Op bezoek bij een van Ruslands belangrijkste onderzoekscentra voor nucleaire bewapening in Saratov draaide hij de eerdere beschuldigingen over wapenleveranties aan Irak om. Rusland heeft er nooit een echt geheim van gemaakt dat het technologie voor kernenergie aan Iran levert. Dat is immers een vreedzaam product. Mits nucleaire centrales alleen voor energie worden aangewend. Dat nu is volgens de minister van Defensie geen wet van Meden en Perzen meer omdat er mogelijk een ultra centrifuge aan Teheran wordt verkocht waarmee uranium kan worden opgewerkt. Door wie? Door Urenco, aldus Sergej Ivanov, het Brits-Nederlandse consortium dat hierin is gespecialiseerd.

Hoe hij dat weet, vertelt het verhaal niet. Mogelijk heeft de militaire inlichtingendienst hem dat ingefluisterd. De speciale eenheid Zaslon is afgelopen maand namelijk niet alleen naar Irak afgereisd, maar ook naar Iran.