Buitenland: Rusland

De Russische James Bond

MOSKOU – ‘Op maandag 13 mei 1876 vond op een lentefrisse en zomers warme voorjaarsdag tussen twee en drie uur in de Alexan dertuin, voor de ogen van talrijke getuigen, een afschuwelijk voorval plaats dat alle perken te buiten ging.’

Wie in Nederland op deze manier een roman – laat staan een heel oeuvre – wil beginnen, zal al snel door zijn redacteur tot de orde worden geroepen. ‘Lentefris’ en ‘zomers warm’, is dat niet een beetje dubbelop in combinatie met die ‘voorjaarsdag’? Denk om de verkoopcijfers! En vooral: denk om de critici! Die houden grosso modo van kaal!

We hebben het hier dan ook niet over de beginzin van een Nederlandse schrijver, maar van een mateloos populaire Rus. En wel van Grigori Tsjkhartisjvili, alias Boris Akoenin, een japanoloog die met zijn Russische literaire antwoord op James Bond in een paar jaar tijd miljoenenoplages heeft bereikt. Iemand die juist om zijn bonte, van de adjectieven en uitwijdingen vergeven stijl wordt geprezen.

‘Zijn populariteit heeft het punt van hysterie bereikt’, schrijft de glossy Pulse. ‘Het is een massa psychose’, meent de Komsomolskaja Pravda , zeg maar de Russische Telegraaf. Intussen wil de staatszender ORT al het werk van Akoenin verfilmen en heeft ook de cineast Nikita Michailkov zijn oog op hem laten vallen, alsmede onze eigen Paul Verhoeven. De verovering van de wereld door Akoenins onzekere, enigszins droefgeestige, maar uiterst innemende negentiende-eeuwse held lijkt slechts een kwestie van tijd.

En terecht. Akoenin (het woord betekent in het Japans zoiets als ‘slechterik’) schrijft niet alleen bijna sneller dan de persen kunnen bijhouden, maar tevens op een manier die bewondering afdwingt. De stijl is beeldend en zit vol literaire allusies. Zo is de hierboven geciteerde zin voor de literair ingewijde natuurlijk een pastiche op het beroemde begin van Michail Boelgakovs De meester en Margarita.

Akoenin: ‘Ik wil goede én populaire boeken schrijven, maar zonder Amerikaanse platheid. Intellectuelen die Tsjechov, Toergenjev en Gogol hebben gelezen, kunnen van de verwijzingen extra genieten. Maar de “gewone” lezer zal die extra laag absoluut niet missen.’

Anders dan bijvoorbeeld James Bond of Sherlock Holmes is Fan dorin niet een statisch karakter, maar iemand die zich ontwikkelt. Met opvattingen – ook over maatschappij, moraal en politiek.

De auteur van Georgische afkomst had zich tot dusver met vertalingen uit het Japans beziggehouden en schreef onder andere het boek Schrijver en zelfmoord – het Russische pendant van Jeroen Brouwers’ De laatste deur . Voorts was hij adjunct- hoofdredacteur van het prestigieuze tijdschrift Inostrannaja Literatoera (Buitenlandse Literatuur) in welke hoedanigheid hij onder anderen Mulisch en Nooteboom in Rusland introduceerde.

‘Maar met deze activiteiten ben ik gestopt’, zegt Akoenin, wiens succes door zijn vroegere collega’s uit de Russische literaire highbrow scene met veel gefrons is ontvangen. Ooit verscheen in een Russische krant een recensie met de volgende in azijn gedoopte zin: ‘Als je vandaag de dag op een krantenredactie binnenloopt, ligt er altijd wel ergens een boek van Akoenin in de prullenbak.’

Tegenwoordig kijken Russische intellectuelen reikhalzend uit naar de nieuwe Akoenin, net als destijds in Nederland naar de nieuwe Reve of Hermans. In die zin heeft hij zich in de moderne Russische literatuur nu al een revolutionair betoond, zoals we van iemand die zich tooit met het anarchistische pseudoniem B. Akoenin natuurlijk mochten verwachten.