De russische kleptocratie de rode tsaar

Het Russische volk lijkt historisch voorbestemd om in tirannie te leven, of de machthebber zich nu tsaar, secretaris-generaal of democratisch gekozen president noemt. Een analyse van de Russische kwalen: de verknoping van bestuur en bezit, de hang naar consensus en stabiliteit. En naar drank
VOOR HET EERST IN duizend jaar kunnen de Russen deze maand hun leider naar huis sturen en een ander in zijn plaats kiezen. Dat is een mijlpaal in de Russische geschiedenis. De heerschappij van Russische leiders is geeindigd in revolutie, moord, paleisintrige of natuurlijke dood. Maar nog nooit in de wettige en ordelijke overdracht van de macht na verkiezingen. Het is een wonder dat Rusland nu eindelijk rijp is voor dit kroonstuk van de democratie.

Toch is het te vroeg om het einde van de Russische geschiedenis aan te kondigen. Een meerderheid van de kiezers gelooft niet eens dat ze een werkelijke keuze heeft. Het vermoeden heerst dat president Jeltsin door vervalsing van de uitslag of opschorting van de verkiezingen hoe dan ook aan de macht blijft. Mochten ze daarin ongelijk krijgen, dan is de keuze waartoe de Russen zich beperkt lijken te hebben, nog steeds weinig bemoedigend: of een voortzetting van de Grote Criminele Revolutie, zoals het Jeltsin-tijdperk door een tegenstander is gedoopt, of een afschaffing van economische en maatschappelijke vrijheden, inclusief wellicht de presidentsverkiezingen zelf, door de communisten.
De democratie verliest in alle drie de gevallen. Wat is er misgegaan? In Rusland is in plaats van democratie kleptocratie ontstaan. Het Russische volk lijkt voorbestemd om in tirannie te leven, of de machthebber zich nu tsaar, secretaris-generaal of democratisch gekozen president noemt. Zijn de Russen soms niet geschikt voor de vrijheid die ze vijf jaar geleden zomaar kregen aangereikt? Vrijheid is in Rusland tenslotte altijd een schaars goed geweest. Toen het eenmaal kwam, gingen de Russen ermee om als een kind dat een voor zijn leeftijd te ingewikkeld speeltje heeft gekregen en het nog dezelfde dag kapot maakt. De last van het verleden maakte de snelle vorming van een maatschappij met burgerzin onmogelijk. In een land waaraan Renaissance, Reformatie en Verlichting voorbij waren gegaan, bestond geen concept van individuele vrijheid. Terwijl in Europa de stedelijke bourgeoisie de laatste eeuwen een geleidelijke democratisering afdwong, werd het regime in Rusland, waar vrijwel geen middenklasse bestond, alleen maar conservatiever en tirannieker.
TOEN BORIS JELTSIN IN 1991 op de tank voor het Witte Huis klom, zou aan duizend jaar Russische onvrijheid een einde komen. Hij beloofde dat hij van Rusland in een klap een democratische rechtsstaat zou maken. Op het dak van het Witte Huis liet hij onder luid applaus de wit-blauw-rode vlag van voor de revolutie hijsen. Zeventig jaar communistische dictatuur kon worden uitgewist door terug te grijpen op de ontwikkelingen uit het pre-revolutionaire Rusland, dachten de idealisten die Jeltsin omringden. Zoals Russen graag het Mongoolse juk in de middeleeuwen de schuld geven van de trage ontwikkeling van hun maatschappij, zo werd het communisme bijna afgedaan als een buitenlandse bezetting. Maar in werkelijkheid was Rusland natuurlijk niet het slachtoffer van een opgelegd systeem, zoals Tsjechoslowakije. Het stalinisme was een typisch produkt van de Russische geschiedenis, een moderne en perverse voortzetting van eeuwen autocratie.
Hoe voortvarend Jeltsin ook aan zijn grote experiment begon, hij heeft Rusland ook in de afgelopen vijf jaar niet kunnen genezen van de kwalen die het land al een millennium lang teisteren. Sterker nog, een van die kwalen is nu juist de illusie dat Rusland in een klap van haar achterlijkheid ontdaan kan worden als het land maar radicaal op zijn kop wordt gezet.
De intellectuelen die de hervormingen van Jeltsin bedachten, opereerden binnen de utopische traditie van hun radicale voorgangers uit de negentiende eeuw. Russische denkers, toen en nu, zijn opgewonden standjes die geloven in absolute waarden en radicale oplossingen. Van de nihilist Bazarov uit Toergenjevs Vaders en zonen tot de terroristen die tsaar Aleksandr ll vermoordden, van bolsjeviekenleider Lenin tot Jeltsins adviseur Boerboelis - met geleidelijke verandering nam geen zichzelf respecterend visionair genoegen.
Jeltsin beweerde bij zijn sprong naar het Westen inspiratie te putten uit de voortvarende aanpak van zijn idool Peter de Grote, die drie eeuwen geleden een soortgelijke taak op zich nam. Dat was een twijfelachtig voorbeeld. Peter schoor weliswaar de Russische baarden af en stampte een moderne Europese stad uit de moerasgrond aan de Finse Golf, maar de tirannie en slavernij in Rusland werden onder zijn bewind alleen maar erger. Hij opende een venster op Europa, maar het fundament van het land bleef stevig verankerd in Azie.
Jeltsins grote knal, de ‘schoktherapie’, strandde al na een paar maanden op de onbeweeglijkheid van de Russische maatschappij. Wie niet bereid of bij machte is veranderingen in Rusland met geweld af te dwingen, zal geduld moeten hebben. Jeltsin was niet in de positie om de belangen van de staatsindustrie, lokale machthebbers en de collectieve landbouw te veronachtzamen, en moest water bij de wijn doen. De theoretici rond de president waarschuwden de wereld dat een 'rode revanche’ op handen was, en riepen op de communistische draak desnoods met ondemocratische middelen te doden. Jeltsin bezweek al gauw voor de autoritaire verleiding.
ZO WERD DE TANK van een vrolijk symbool van zijn 'Tweede Russische Revolutie’ tot een instrument van Jeltsins autocratische optreden. Twee jaar na zijn triomf zette hij tanks in om op zijn politieke tegenstanders uit hetzelfde Witte Huis te schieten. Van zijn kortstondige alleenheerschappij daarna maakte de president gebruik om alle macht in het Kremlin te concentreren. In de nieuwe grondwet die hij doordrukte, was het parlement eerder een veiligheidsklep dan de motor van de democratie: een podium voor radicale en oppositionele ideeen, maar geenszins een belichaming van de volksmacht. Het was treffend dat het nieuwe parlement dezelfde naam kreeg als het orgaan dat door de laatste tsaar placht te worden gesloten zodra de parlementariers iets van zijn macht probeerden af te snoepen. De onmacht van de nieuwe Doema bleek duidelijk toen Jeltsin tegen de wil van het Russische volk en het parlement in zijn tanks naar Tsjetsjenie stuurde.
De meer dan dertigduizend doden die daar zijn gevallen, vormen het bewijs dat een bekende Russische kwaal onder Jeltsin opnieuw de kop op stak: de wreedheid van de staat jegens onderdanen die niets te vertellen hebben. Voor het Tsjetsjeense volk loopt er in ieder geval een rechte lijn tussen drie generaties van de Russische vijand: van het brandschattende veroveringsleger van de tsaar via de rode soldaten van Stalin die het hele volk naar Centraal-Azie deporteerden tot de dienstplichtige van nu, die te bang is om te vechten en dus maar zware artillerie inzet tegen de burgerbevolking. De invalide soldaat die terug in Moskou een rekening van het ministerie van Defensie kreeg voor het verlies van zijn tank, doet denken aan het absurde onrecht onder Stalin. De luizen en de honger waar de Russische recruten mee moeten leven in de Tsjetsjeense loopgraven, herinneren aan de erbarmelijke toestand van de Russische legers in Oorlog en vrede.
DE MISLUKKING VAN DE parlementaire democratie onder Jeltsin was een gevolg van een van de belangrijkste Russische kwalen: de hang naar consensus. Zelfs in de voorzichtige basisdemocratie die in de vorige eeuw in de Russische dorpsgemeenschap ontstond, besloot de vergadering van gezinshoofden altijd unaniem, nooit bij meerderheid van stemmen. De honderden opgestoken handen op de latere partijcongressen en de verkiezingsoverwinningen van 99 procent waren niet zomaar goedkope propaganda van een dictatoriaal regime, maar de uitdrukking van een diepgewortelde, Aziatische traditie. Westerse democratieen zijn gebouwd op het idee dat uit een permanent conflict tussen meningen, ideologieen en belangen de beste oplossing voortkomt. Een strijdbare oppositie wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor een goede regering. De Russen beschouwen een afwijkende opinie als een zonde tegen de eenheid van het volk.
In Rusland gelooft men dat het een puinhoop wordt als iedereen er maar zijn eigen mening op na houdt. Het wantrouwen bleek gerechtvaardigd toen Jeltsin en het parlement elkaar in 1992 en 1993 in de haren vlogen. Gedeelde macht bleek gelijk te staan aan anarchie. De zoektocht naar compromis en machtsbalans die elders de basis van de democratie vormt, ontaardde in Rusland in een vechtpartij. De kleinste beslissingen werden onmiddellijk inzet van een nietsontziende machtsstrijd. In de politieke strijd gold het principe van 'kto kogo’, oftewel 'wie overwint wie’. En Jeltsin bleek de sterkste.
DE PRESIDENTSVERKIEZINGEN van deze maand zijn op het eerste gezicht dan ook een radicale breuk met de Russische traditie: een leider die zijn tegenstanders aan de macht laat komen. Maar in Rusland zijn maar weinig mensen die geloven dat het echt zo ver komt. Volgens een recent onderzoek denkt twee derde dat de verkiezingsuitslag vervalst zal worden. Anders zijn er altijd nog de corrupte generaals in Jeltsins entourage die af en toe laten weten dat uitstel van de verkiezingen de stabiliteit in het land zou bevorderen. Volgens de gangbare denktrant in Rusland zijn types als Jeltsins lijfwacht Aleksandr Korzjakov als de dood dat ze in de gevangenis belanden wanneer hun diefstal van de afgelopen jaren aan het licht komt. Ze moeten een machtsovername door de communistische vijand koste wat kost voorkomen. De inzet van deze verkiezingen is niet alleen de koers die Rusland de komende jaren gaat varen. Er zijn ook enorme hoeveelheden geld in het geding.
Want de hardnekkigste van de Russische kwalen blijkt onder Jeltsin nog beter te floreren dan onder zijn voorgangers. Corruptie groeide in de relatieve vrijheid van de laatste jaren uit van bijverschijnsel tot een manier van leven. Het hele Russische volk is elke dag van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig om te voldoen aan de korte omschrijving die de schrijver Gogol al in de vorige eeuw van de Russen schijnt te hebben gegeven: 'voroejoet’, ze stelen. Er is maar een regel waar iedereen zich aan houdt, van de legergeneraal die in oost-Duitsland zijn wapens verkoopt tot de arbeider die onderdelen steelt op de fabriek: alleen een idioot houdt zich aan de regels. Een verkeersagent die slechts zijn officiele loon thuisbrengt, heeft aan zijn vrouw heel wat uit te leggen. Wie voor de gemeente vergunningen afgeeft en daar geen smeergeld voor ontvangt, handelt oneconomisch. Rechters, parlementariers, belastinginspecteurs en hoge politiefunctionarissen, ze maken allemaal de specifieke voordelen van hun machtspositie te gelde, met funeste gevolgen voor de slagvaardigheid van de Russische bureaucratie.
Anders dan Gogol ziet de Harvard-historicus Richard Pipes in de permanente diefstal geen uitdrukking van het Russische volkskarakter. Corruptie van het ambtelijk apparaat is in Rusland volgens hem inherent aan het systeem. Eeuwenlang betaalde de overheid haar dienaren nauwelijks, en was het expliciet de bedoeling dat ze zich zouden 'kormjatsja ot djel’, 'voeden van de zaken’. Er bestond een gereguleerd stelsel van wat in het Westen omkoping of afpersing genoemd zou worden. Een officieuze prijslijst zorgde er zelfs voor dat ambtenaren wisselgeld gaven bij ontvangst van een steekpenning. Iedereen in het huidige Rusland die de hoogte van de ambtenarensalarissen kent en wel eens de verplichte autokeuring heeft doorlopen, om een willekeurig voorbeeld te noemen, begrijpt dat er sindsdien weinig is veranderd.
Maar hoe traditioneel corruptie ook is, nog nooit hebben bestuurders zo openlijk en onbeschaamd hun zakken gevuld als in het Rusland van Jeltsin. De fortuinen die worden verdiend met de illegale export van Ruslands bodemschatten verdwijnen naar Zwitserse banken of worden belegd in onroerend goed in Marbella. Het Kremlin zelf doet enthousiast mee met de roof van de Russische rijkdommen. Managers in de olie- en gasindustrie strijken fantastische winsten op, omdat ze door hun connecties met de regering nauwelijks belasting betalen.
Je hoeft maar Jeltsins tennisleraar te zijn om de staatskas een miljard dollar lichter te maken. Dat is althans het bedrag dat volgens experts verloren is gegaan doordat het Nationale Sportfonds van Jeltsins tennispartner en Kremlin-adviseur Sjamil Tarpisjtsjev het recht kreeg sterke drank en sigaretten zonder accijns te importeren. Het privilege was formeel bestemd om de vaderlandse sport te helpen, maar groeide al snel uit tot een miljoenenbusiness. De vaderlandse wodka-industrie, die we`l belasting moet betalen, is inmiddels bijna failliet. Hoe de regering in een dergelijk klimaat een grootscheeps privatiseringsprogramma doorvoert, behoeft weinig uitleg.
Terwijl bestuurders en ondernemers Rusland hand in hand lichter maken, heeft de overheid geen geld om leraren te betalen, atoomonderzeers behoorlijk te onderhouden, of soldaten te eten te geven. Zelfs Jeffrey Sachs, de econoom die in 1991 zijn heilige geloof in schoktherapie had weten over te brengen op Jeltsins eerste regering, vindt inmiddels dat de Russische hervormingen zijn ontaard in grootscheepse diefstal.
SACHS HAD GEEN REKENING gehouden met een andere belangrijke Russische kwaal. In zijn klassieke studie Russia Under the Old Regime laat de historicus Pipes zien hoe de politieke ontwikkeling van Rusland vanaf het prille begin bepaald is door het geringe onderscheid tussen bestuurder en bezitter. Door de zware klimatologische omstandigheden ontstond in Rusland een 'patrimonische staat’, waarin het hele land gezien werd als het persoonlijke bezit van de tsaar. Koningen in West-Europa waren gedwongen om het bezit van hun onderdanen te respecteren, maar de Russische tsaar was zowel heerser als eigenaar. De rol van de staat in de economie is in Rusland tot op de dag van vandaag essentieel gebleven. De grote industriele groei van voor de Eerste Wereldoorlog was grotendeels te danken aan staatsinterventie.
De communistische planeconomie van na de revolutie was een complete synthese van bestuur en bezit. Het is gezien deze lange traditie niet verwonderlijk dat ook Ruslands huidige leiders ondanks hun officieel beleden ideologie maar met moeite afstand doen van het staatsbezit. Jeltsin spreekt graag kwaad van de sovchoze- voorzitter die zijn land niet wil afstaan aan nieuwe prive- boeren. Maar de regering blijft zelf nauwe banden onderhouden met de geprivatiseerde bedrijven, die van de staat privileges ontvangen in ruil voor financiele gunsten. Een duidelijk onderscheid tussen bezit en bestuur ontbreekt nog steeds.
TENSLOTTE IS ER NOG EEN KWAAL die Russen zelf vaak noemen als ze het hebben over hun moeizame verhouding met maatschappelijke vrijheid: hun innerlijke bandeloosheid. De schrijver Anatoli Lebedev uit Vladivostok legde vorig jaar uit waarom de mensen in zijn verre provincie nu juist behoefte hebben aan hun corrupte, maar krachtige gouverneur. 'Wij hebben iemand nodig die zo nu en dan met zijn vuist op tafel slaat en de zaakjes in handen houdt. Russen hebben zoveel innerlijke vrijheid, dat ze niet zonder externe dwang kunnen.’ Lebedev verklaart het gebrek aan vrijheid in Rusland dus met de overdaad aan vrijheid in de Rus.
Inderdaad zijn er weinig volkeren die zo vrij zijn in hun persoonlijk handelen en zo schaamteloos in het nastreven van lichamelijke geneugten als eten en seks. De Rus is en blijft een schuinsmarcheerder, die verfrissend weinig belangstelling heeft voor de gevolgen van zijn daden. De ongelukken en de zinloze vernieling die hiervan het gevolg zijn, worden goedgemaakt door het poetische van de totale overgave.
Zowel de destructieve als de dichterlijke kant van de Rus komt het duidelijkst naar voren bij het innemen van wodka, die meest Russische van alle kwalen. Dat de Russische drankzucht op een zeer lange traditie kan bogen, blijkt uit de legende van prins Vladimir van Kiev. Deze zou in de tiende eeuw de moslims die zijn natie tot de islam wilden bekeren, hebben afgewezen met de woorden: 'Roesi est vesel piti, ne mozjet bez nego byti’ - 'De Russen zijn vrolijker wanneer ze drinken, ze kunnen zonder drank niet leven.’
In het Rusland van vandaag zijn nog steeds alle cliches over drankgebruik waar. De rijen voor de drankwinkel zijn vervangen door stomdronken types die rondhangen bij de kapitalistische vierentwintiguurskiosk, maar de Russische wens om de wereld te vergeten in een warme wodkaroes is onverminderd. Dit geeft momenten van ware vriendschap die in het Westen onbekend zijn, maar zorgt ook voor een hoop problemen. Bedrijfsongevallen, veroorzaakt onder invloed, zijn in Rusland talrijker dan elders. Het aantal moorden stijgt in Rusland de laatste jaren dramatisch, maar het aandeel van de 'maffia’ hierin is kleiner dan de westerse media willen geloven. Het is vooral de grotere verkrijgbaarheid van drank die zorgt voor nog meer doodslag bij burenruzies en echtelijke twisten.
Over het gebrek aan individueel verantwoordelijkheidsgevoel van zijn landgenoten maakte de filosoof Berdjajev zich vlak na de revolutie van 1917 al zorgen: 'Ik zie de ziekte van het Russische morele bewustzijn vooral in de ontkenning van iedere persoonlijke morele verantwoordelijkheid en persoonlijke morele discipline, in de zwakke ontwikkeling van een gevoel van plicht en eer. De Rus voelt zich niet in voldoende mate moreel aanspreekbaar en hij respecteert de kwaliteiten van een individu niet adequaat.’
Ook van de nieuwe maatschappelijke vrijheden in het Jeltsin-tijdperk hebben de Russen gebruik gemaakt zonder veel verantwoordelijkheidsgevoel: zodra de politiestaat opgeheven werd, sloegen ze aan het stelen en moorden. Zodra ze aan min of meer democratische verkiezingen mochten deelnemen, stemden ze op de extremistische charlatan Zjirinovski. Zodra ze mochten speculeren met hun spaargeld, verspilden ze kapitalen aan doorzichtige fuiken als het MMM-beleggingsfonds.
Al met al is er dus geruststellend weinig veranderd in Rusland. Zoals de sovjetmens niks beter bleek dan zijn voorganger in het tsaristische Rusland, zo blijkt ook de democratische Rus een illusie. Maar bij deze conclusie dient opnieuw opgemerkt te worden, dat de Russische geschiedenis nog niet ten einde is. Communisten en nationalisten wijzen erop dat Rusland een speciale weg te gaan heeft, die afwijkt van die in de rest van de wereld. De landmassa en de culturele wortels van Rusland liggen zowel in Europa als in Azie, betogen ze, en daarom is een liberale democratie ongeschikt voor het land.
De Euraziatische dromers zien echter al te graag over het hoofd dat er ondanks de overdaad aan historische parallellen ook veel dingen zijn veranderd in de laatste jaren. Jeltsin is toch maar de eerste Russische leider die toelaat dat hij in de media wordt uitgescholden. Ook accepteert hij dat de oppositie de parlementsverkiezingen wint. Gezien de geschiedenis zijn dit bovenmenselijke prestaties, die niet zonder gevolg kunnen blijven voor de ontwikkeling van Rusland. De decentralisatie van politieke en economische macht is nu al zo ver voortgeschreden dat een terugkeer naar de dictatuur van vroeger moeilijk voorstelbaar is.
Het is verleidelijk om de huidige chaos te vergelijken met de Tijd der Troebelen in het begin van de zeventiende eeuw. Die woelige periode eindigde al snel met de autocratie van een nieuwe tsaar. Dit keer zouden de troebelen wel eens veel langer kunnen duren, ook al hebben de Russen een afkeer van instabiliteit. De belofte van een nieuwe dictatuur vindt opmerkelijk weinig weerklank bij het electoraat. Een meerderheid van de Russen lijkt geen zin te hebben om terug te keren naar de armoedige orde die de communisten voorstaan. Ze kiezen liever voor de belofte van een 'normaal land’, ook al moeten ze daarvoor stemmen op een incompetente en door corrupte raadgevers omgeven dronkelap.