Bezuinigen of stimuleren? Een tweegesprek

‘De rust van Gerrit Zalm zijn we kwijt’

De Nederlandse economie blijft krimpen en het kabinet lijkt onmachtig het tij te keren. Toch is er geen alternatief voor het beleid, zegt het liberale Kamerlid Mark Harbers in een debat met de kritische econoom Rens van Tilburg.

Medium harbers en tilburg 01egypte web

Het kabinet en de coalitiefracties vvd en pvda beslissen deze weken over zes miljard euro aan extra bezuinigingen en lastenverzwaringen, in de wetenschap dat deze ingreep duizenden extra werklozen en een verdere krimp van de economie tot gevolg heeft. ‘De Nederlandse regering doet precies het verkeerde’, oordeelt de econoom Paul Krugman. In navolging van de Nobelprijswinnaar zegt zijn Nederlandse collega Rens van Tilburg dat het kabinet de economie in crisistijd juist een stimulans moet geven met extra overheidsinvesteringen. vvd-Kamerlid Mark Harbers verdedigt het beleid van de blauw-rode coalitie daarentegen met overtuiging. De financiële discipline die onontbeerlijk is ‘om sterker uit de crisis te komen’, zegt hij, maakt de nieuwe ingreep van zes miljard noodzakelijk, ook al zal het effect op de korte termijn zijn dat meer mensen werkloos worden.

Anders dan de financieel specialist van coalitiepartij pvda, Henk Nijboer, aanvaardt diens liberale collega Harbers met genoegen de uitnodiging om met Van Tilburg in debat te gaan. Na een wethouderschap in Rotterdam werd Harbers in 2010 Kamerlid voor de vvd. Ook was hij politiek raadgever van toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm. Rens van Tilburg, oud-medewerker van GroenLinks in het Europees Parlement en de Tweede Kamer, was adviseur bij diverse economische raden, waaronder het Innovatieplatform. Hij is nu betrokken bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo) en het Sustainable Finance Lab, een initiatief van onder anderen Herman Wijffels. Hij schrijft een column in de Volkskrant.

Van Tilburg begint het debat met de constatering dat de Nederlandse economie elk jaar weer minder presteert dan het Centraal Planbureau raamt, sinds de Nederlandse regering in navolging van de andere grote industrielanden in 2010 besloot tot een drastisch bezuinigingsbeleid. Uit deze repeterende tegenvaller trekt hij de volgende conclusie: ‘Iedere economische theorie voorspelt dat dit soort bezuinigingen een remmend effect hebben. Het probleem is dat dit negatieve effect jaar op jaar groter is dan verwacht en dat de politiek dan telkens weer reageert met nóg meer bezuinigingen. In deze zware recessie, de diepste sinds de jaren dertig, blijkt het negatieve effect van bezuinigen veel groter dan we gewend zijn, dus laten we daaruit een les trekken. In landen als Nederland en Duitsland hoeft de overheid ook niet zo hard op de rem te trappen. Dat zou behalve deze landen zelf ook de zuidelijke eurolanden helpen. Dat is een argument uit een oogpunt van Europese solidariteit om terughoudend te zijn met bezuinigen. Het argument vanuit Nederlands perspectief heeft te maken met de buitengewoon grote private schulden in Nederland. Daarvan heeft de Nederlandse economie op dit moment veel meer last dan van de publieke schulden. Nederlandse gezinnen zijn bedolven onder schuld, vooral in de hypothecaire sfeer, en dat drukt de private bestedingen. De les uit de jaren dertig is dat de overheid dan niet ook nog eens moet gaan bezuinigen, maar de vraag juist moet stimuleren.’

Van Tilburg zegt dat de politiek zich blindstaart op de drieprocentsnorm voor de publieke schuld en daarmee andere Europese afspraken negeert. Zo heeft Europa óók een maximum voor de private schuld afgesproken. Rens van Tilburg: ‘De schuld van huishoudens en bedrijven tezamen mag niet boven de 160 procent van het nationaal inkomen komen. In Nederland bedraagt dat percentage nu 225. De huizenprijzen en koopkracht dalen, maar deze schuld blijft onverminderd groot. Doordat mensen minder gaan besteden nemen de werkloosheid en het aantal faillissementen toe, waardoor banken steeds meer geld verliezen op leningen aan het midden- en kleinbedrijf. Ze verhogen daarom de tarieven, waardoor ook goed functionerende mkb-bedrijven in de problemen komen. We zitten daarmee in een negatieve spiraal.’

Mark Harbers reageert: ‘Ik begrijp ze wel, de mensen die de teugels wat willen laten vieren. Ik bestrijd ook niet dat extra bezuinigingen op de korte termijn ongunstig uitpakken voor de werkgelegenheid. Al in de campagne was ik op pad met de boodschap dat een ongekende crisis ook ongekende maatregelen vergt. Mooier kan ik het niet maken. Als politicus heb ik ook de verantwoordelijkheid te voorkomen dat Nederland zichzelf over een paar jaar weer tegenkomt. Dat risico is groot als de regering nu met het uitstel van bezuinigingen de problemen voor zich uit schuift. In een crisis die groter is dan alle andere recessies uit de afgelopen tachtig jaar hebben we niet meer de luxe om nu eerst het private probleem aan te pakken en het publieke te laten rusten. We verkeren in grote onzekerheid over wat er de komende jaren nog allemaal kan gebeuren, door een stapeling van problemen. In de eerste plaats hebben we nog steeds te kampen met een crisis in de kredietverlening, als gevolg van alle ellende die bij de banken is ontstaan na de val van Lehman Brothers en de ineenstorting van de Amerikaanse hypotheekmarkt. Dan hebben we de eurocrisis, met diep ingrijpende gevolgen in vooral Griekenland, Portugal, Spanje en Italië. Daar bovenop komt dan het probleem met de beroerde staat van de overheidsfinanciën in Europa.’

Door het samenvallen van deze economische en financiële tegenslag hebben de Europese overheden volgens Harbers geen ‘spankracht’ meer om corrigerend op te treden. ‘We moeten nu terugveren en ons realiseren dat die drieprocentsnorm niet willekeurig is. Het is niet een norm, maar een uiterste grens. Een staatsschuld van 75 procent is ook echt te hoog. We wisten dat 2013 een moeilijk jaar zou worden, dus laten we nu alsjeblieft gewoon doorpakken. Daarbij komt dat economie ook een kwestie van vertrouwen en psychologie is. Vanuit dat perspectief bezien denk ik dat het weinig uitmaakt voor het gemoed van de bevolking als het kabinet zes miljard extra bezuinigt, boven op de 46 miljard aan ombuigingen die al in de boeken staat. Stel dat je die zes miljard in de economie zou laten zitten, dan zou het stimuleringseffect dat daarvan uitgaat volledig verdampen in die andere bezuinigingen.’

Van Tilburg: ‘Stimuleren is iets anders dan afzien van zes miljard aan bezuinigingen en lastenverhogingen. Dat vergt juist extra uitgaven, een grootscheeps programma voor woningisolatie bijvoorbeeld of extra investeringen in het onderwijs. Het vertrouwen is inderdaad cruciaal, maar ik verbaas me over de wending die u daaraan geeft. De Nederlandse consument had vóór de crisis ongeveer het hoogste vertrouwen van de hele eurozone, dankzij de grote overwaarde op huizen. Veel mensen gebruikten dat om extra te consumeren. De scherpe daling van de huizenprijzen is een belangrijke verklaring waarom het consumentenvertrouwen in Nederland totaal is gekanteld. Waren we eerst de positivo’s in de eurozone, nu is dat vertrouwen in Nederland lager dan in Spanje en Portugal. Op dit lijstje hebben we alleen nog Griekenland onder ons.’

Ook vanwege de noodzaak het consumentenvertrouwen weer enigszins op peil te brengen bepleit Van Tilburg ‘rust’ in het begrotingsbeleid. Het kabinet moet niet direct extra bezuinigen bij elke nieuwe tegenvaller. Van Tilburg: ‘Dat was destijds ook de lijn van vvd-minister Gerrit Zalm, en dat gaf veel rust. Die rust zijn we de afgelopen jaren kwijtgeraakt. De mensen houden ook daarom de hand op de knip, met een neerwaartse spiraal als gevolg. Bedrijven krijgen het nog lastiger, er worden meer mensen ontslagen, de overheidsinkomsten raken verder uit het lood, de regering gaat nog meer bezuinigen. De staatsschuld is gegroeid, van 45 procent vóór de crisis tot bijna 75 nu, maar dat percentage is historisch gezien nog altijd niet uitzonderlijk hoog. Ook hieruit blijkt dat de private schulden het échte probleem zijn, veel meer dan de overheidsschuld. Er gaan op dit moment tienduizend bedrijven per jaar failliet, dat is meer dan één bedrijf per uur. Dan is het niet verwonderlijk dat de ondernemers zich tegen het bezuinigingsbeleid hebben gekeerd.’

Harbers: ‘Nog steeds geeft de overheid twintig miljard per jaar meer uit dan er binnenkomt. Dat is de tragische werkelijkheid achter het schatkisttekort en dat is waarom ik die drieprocentsnorm een uiterste grens noem. Het is begrijpelijk dat jij het dempende effect van de bezuinigingen aan de orde stelt. Maar wat is het alternatief? Dat je de kosten van de recessie voor je uit schuift en je volgende generaties opzadelt met belastingverhogingen? Eens moet de rekening toch worden betaald. Ik vind de belastingen in Nederland op dit moment hoog, te hoog, en ik geef volgende generaties graag de ruimte dichter bij het liberale heil van een samenleving met een zo laag mogelijke belastingdruk te komen.’

Van Tilburg: ‘Een lage toekomstige belastingdruk is meer gediend bij structurele hervormingen die blijvend geld opleveren dan bij de bezuinigingen en vooral lastenverhogingen die nu worden doorgevoerd om zo snel mogelijk geld in de schatkist te krijgen. De vvd heeft een stevige positie in de regering. Jullie kunnen nu zelf die structurele hervormingen doorvoeren. Beperk de hypotheekrenteaftrek, hervorm het pensioenstelsel, doe wat al jaren geleden gedaan had moeten worden en doe dat ingrijpender dan het kabinet zich nu heeft voorgenomen. Er is in de coalitie geen gebrek aan animo om pijnlijke besluiten te nemen, alleen zijn dat nu vooral maatregelen die de economie verder afknijpen en haar structureel ook niet sterker maken. Een btw-verhoging en een bevriezing van de salarissen van verpleegsters versterken de structuur van de economie niet. Die maatregelen, zo leert de ervaring van de afgelopen jaren, hebben evenmin het beoogde effect van een kleiner tekort of een lagere staatsschuld. Sterker nog, door de krimpende economie wordt de staatsschuld relatief steeds groter en verdwijnt het draagvlak voor structurele maatregelen.’

Harbers: ‘Ik heb nieuws. We némen de maatregelen die de structuur van de economie versterken. Iedereen die zegt dat de energie vooral in hervormingen moet worden gestopt, daag ik uit om te zeggen welke hervorming ze eigenlijk missen in het beleid. De woningmarkt? Pakken we aan. Flexibilisering van de arbeidsmarkt? Doen we. De pensioenen, de aow, de sociale zekerheid? Allemaal terreinen waarvoor hervormingen op stapel staan.’

Van Tilburg: ‘Zeker, alle lof daarvoor, maar het is te weinig en het gaat te traag. Dat is ook het oordeel van de Europese Commissie. De pensioenleeftijd moet sneller omhoog, de hypotheekrenteaftrek verder beperkt.’

Harbers: ‘Met de beperking van de hypotheekrenteaftrek heeft de vvd een concessie gedaan, maar zo is het wel genoeg. We hebben dit akkoord bereikt met de pvda, een linkse partij, waardoor we een soort pacificatie hebben die woningbezitters ook voor de komende jaren zekerheid biedt. De hypotheekrenteaftrek stimuleert het woningbezit, ook na de ingreep die we nu doen. Een verdergaande beperking, zoals jij bepleit, is het laatste wat de vvd wil. Die aanbeveling heeft de Europese Commissie ook afgezwakt. Stel nu dat we jouw alternatief uitvoeren, stoppen met bezuinigen en mensen een hoger besteedbaar inkomen bezorgen. In de eerste plaats heeft de overheid daarvoor geen geld. In de tweede plaats voorzie ik dat als we grootschalig geld in de portemonnee van de mensen stoppen ze daarmee een deel van hun schulden zullen betalen. Dan zal er dus geen sprake zijn van een directe impuls voor de economie. Mensen zullen kiezen voor veiligheid en een extra deel van hun hypotheek aflossen.’

Van Tilburg: ‘Dat klopt. En dáárom moet juist de overheid met investeringen de economie stimuleren en de sterk oplopende werkloosheid het hoofd bieden. En hoe erg is het als mensen hun private schulden terugbrengen? Over die extreem hoge schulden betalen ze vier tot vijf procent rente. Ondertussen kan de overheid bijna gratis geld lenen. Dan is het toch vreemd dat de politiek zich zo druk maakt over een overheidsschuld die in internationaal en historisch perspectief niet hoog is? Ook de financiële markten vinden de Nederlandse overheidsschuld niet alarmerend, getuige de lage rente die ze op die schuld accepteren. Tegelijkertijd worden mensen met schulden die wél alarmerend hoog en relatief duur zijn met hogere belastingen en lagere lonen afgeknepen. Toon mij de logica!’

Harbers: ‘Kijk uit! De prijs van jouw stimuleringsbeleid is een verder oplopende staatsschuld, met het risico dat Nederland al in 2014, 2015 fors hogere rente moet betalen. Een teken aan de wand is het motief van investeringsmaatschappij Pimco om haar Nederlandse staatsobligaties te verkopen. Als reden voerden zij onder meer het gevaar van Nederlands zwabberbeleid aan, dus níet de bezuinigingen. Integendeel, hun vrees is dat het kabinet struikelt over de bezuinigingen, daarom nieuwe verkiezingen nodig zijn en Nederland dan opnieuw een tijd lang niet echt wordt geregeerd. Nederland betaalt nu jaarlijks tien miljard aan rente. Stel dat die last verdubbelt, dan kost dat in één keer meer dan het jaarlijkse budget voor het basisonderwijs en bijna twee keer zo veel als de politie. Dus ja, de overheid zou kunnen stimuleren dat mensen hun private schuld afbouwen, maar als dat leidt tot hogere rentelasten en oplopende schuld is ook dat niet pijnloos.’

De laatste ramingen van het Centraal Planbureau roepen het beeld op van een land dat zich niet aan de recessie weet te ontworstelen, anders dan de meeste andere Europese landen. De krimp van de economie is dit jaar groter dan verwacht en de geraamde groei volgend jaar valt tegen, als er al groei zal zijn. De werkloosheid loopt pijlsnel op en treft nu bijna zevenhonderdduizend mensen, oftewel 8,7 procent van de beroepsbevolking. De nieuwe ingreep van zes miljard is nog niet in de cpb-cijfers verdisconteerd. Vast staat dat deze bezuinigingen en lastenverzwaringen de groei verder zullen afremmen, met extra werkloosheid als gevolg.

Harbers: ‘Het klinkt als een dooddoener en zo bedoel ik het absoluut niet, maar dit is geen nieuws. In bijna alle doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s van vorig jaar neemt de werkloosheid op korte termijn toe en krijgt de economische groei een klap van de bezuinigingen. We moeten door die zure appel heen bijten, om een basis te scheppen voor gedegen, structurele groei in de toekomst. Het zou toch wel bijzonder treurig zijn als we nu de noodzakelijke beslissingen voor ons uit schuiven, om dan over twee, drie jaar te constateren dat de landen om ons heen optimaal profiteren van de wereldeconomie en wij er door onze laksheid uit 2013 en 2014 hijgend achteraan hollen.’

Van Tilburg: ‘Ik zie niet in hoe dit beleid ons sterker zal hebben gepositioneerd als de wereldeconomie weer aantrekt. Op dat moment wil je toch dat voldoende mensen aan het bureau zitten en aan de machine staan om te produceren? Nederland zal de boot missen als het dan een werkloosheid heeft van tien procent en al die mensen eerst weer hun weg in het arbeidsproces moeten zien te vinden. Investeer daarom nu in scholing, om sterker te staan als de economie aantrekt. Dat is wat ik bedoel met sterker uit de crisis komen. Zorg ervoor dat de mensen, herschoold en wel, klaarstaan in de bedrijven die de toekomst hebben.’

Harbers: ‘Dat is van een maakbaarheid die ik me niet goed kan voorstellen. Ik ben er eerder, als onderwijsspecialist van de fractie, achter gekomen dat het niet zoveel zin heeft nog meer geld in het onderwijs te stoppen. We hebben bewust besloten dat onderwijs een van de weinige beleidsterreinen is waarop in deze regeerperiode niet wordt bezuinigd. Daarbij vind ik dat een verschuiving van de geldmiddelen nodig is, bijvoorbeeld van het lager onderwijs met zijn steeds lagere aantal leerlingen naar het technisch onderwijs, waar zich tekorten aandienen. Het kabinet heeft die beweging in gang gezet. Veel meer kun je niet doen. Het is een heilloze weg om met extra overheidsuitgaven de economie een zet te geven, nog los van het feit dat een groot deel van dat geld naar het buitenland zal weglekken.’

Van Tilburg: ‘Maar het lekt niet weg naar een niemandsland. De Nederlandse export gaat voor tachtig procent naar andere Europese landen. Het is dus ook goed voor de Nederlandse economie als die landen profijt trekken van een stimulans. De drieprocentsnorm dwingt ook landen die zich een stimulerend beleid kunnen veroorloven, zoals Nederland, tot bezuinigen. Europese coördinatie zou juist het tegenovergestelde moeten bewerkstelligen. Alle tegenslag ten spijt blijft er een wereld van verschil tussen de economie hier en die van Zuid-Europa. In dit deel van Europa is wel degelijk iets extra’s mogelijk, zeker in coördinatie met Duitsland en Scandinavië. Dat zou Zuid-Europa helpen én onszelf.’

Harbers: ‘Het grote risico van al te veel marchanderen met die grens van drie procent is dat ook landen die zich dat absoluut niet kunnen permitteren ermee gaan rommelen. Dat is ook een beetje een Zuid-Europees sentiment. Hoe meer druk we op die landen houden, hoe groter de kans dat het proces van economische liberaliseringen daar op gang komt en die landen zich aan de ellende ontworstelen. Zo niet, dan zullen we zien dat wat echt hard nodig is, zoals de hervorming van het arbeidsmarktbestel in Spanje, in de kiem wordt gesmoord. Iedere keer dat het in Griekenland uit de hand liep, was dat doordat ze de afgesproken maatregelen voor zich uitschoven. Ze brachten de overheidsfinanciën niet op orde en schrokken vooral terug voor beleid dat in de samenleving ingrijpt, zoals liberaliseringen en hervormingen van de arbeidsmarkt. Dat is nog steeds de situatie met Griekenland, ook sinds de duimschroeven er vorig jaar fors op zijn gezet. Het oude vrouwtje in Griekenland dat de dokter betaalt met dat envelopje onder de tafel moet zich realiseren dat ze daarmee uiteindelijk haar pensioenvoorziening schaadt. Dat is een binnenlands probleem van Griekenland. Dat is niet iets wat we hier gaan oplossen. Het enige wat we van hieruit kunnen doen is die duimschroeven verder aandraaien.’

Van Tilburg: ‘Ook hier geldt dat een fixatie op de korte termijn meer kwaad dan goed doet. Structurele ingrepen, zoals de hervorming van de arbeidsmarkt, leveren pas op termijn geld op. Bovendien moeten de zuidelijke eurolanden een perspectief krijgen. Geef ze uitzicht op schuldverlichting als ze hun economie hervormen.’