David Harsent, Legion

De ruwe versie van een oorlog

David Harsent

Legion

Faber and Faber, 64 blz

Het is oorlog in de gedichten van David Harsent. De oorlog is te groot en te gruwelijk om een naam te hebben. De donkere schuilkelders die Harsent (1942, Devonshire) beschrijft zouden bomb shelters uit de tijd van de Koude Oorlog kunnen zijn, spelonken in Afghanistan of verduisterde zalen waar mensen zich verzamelen voor een lezing over de dreiging van religieus fundamentalisme. Het land dat wordt beschreven is als een voortvluchtige overal en nergens. De straten hebben namen die sprookjesachtig aandoen, en wereldwijd voor zouden kunnen komen, als the street of Songs en the street of Locks, en het legioen dat zich in de eeuwige oorlog staande probeert te houden zou overal zijn oorsprong kunnen hebben. Als lezer heb je hierdoor geen idee of je je dreigt te vereenzelvigen met leden van een terroristische cel of met de mensen die een aanslag boven het hoofd hangt in de gewelven van een metrostation.

De oorlog zelf wordt niet beschreven in Legion. Het zijn de resten ervan of vooruitwijzingen ernaar. Het legioen dat Harsent aan het woord laat is niet alleen een legereenheid; het bestaat uit alle mensen die een oorlog in hun hoofd hebben, een donkere spiegel van oorlogsbeelden en berichten die zij in hun gedachten hebben verzameld. Sommigen van hen hebben zelf gevochten, of hebben ternauwernood een aanval overleefd.

Zoals de man, of wat er van hem over is, in het gedicht Despatches. In dit gedicht wordt langzaam ingezoomd op de vorm van een man, alsof het niet om een mens gaat maar iets wat daar toevallig op lijkt. De toon in dit gedicht is als van een nieuwslezer die op tv, live vanuit een oorlogssituatie, zijn best doet iets zinvols bij elkaar te sprokkelen in de chaos die hem omringt.

De stem heeft moeite objectief en exact te blijven en laat hierbij veel stiltes vallen, in het gedicht aangegeven met verspringende witregels. Dit geeft het gedicht een gehavend uiterlijk, waar door het op de «shape of a man» gaat lijken, waar bij nadere beschouwing niet veel van over blijkt:

broken legs, sit-dragging himself, knuckling the clay

iron gates, beyond the

De gebroken man sleept zichzelf op de knokkels voort terwijl de getuige van dit gruwelijke tafereel begint uit te wijden over de kwaliteit van het licht:

not quite the broad bright light of day,

no, but well past the dead of night.

Hier is iemand aan het woord die aandachtig kijkt en de waarheid geen ge weld aan wil doen, maar spreekt met een schijnexactheid. Not quite the broad bright light of day zou met gemak een heel dagdeel kunnen beslaan, en well past the dead of night een hele nacht. Hij wil zo exact zijn dat hij zichzelf corrigeert: Not broken legs, no, but something gone in his back perhaps. De titel Despatches verwijst naar berichten die het leger stuurt. Het is alsof de dichter zich baseert op de onvolledige verklaring van een getuige en met dit gedicht de kladversies heeft geschreven die aan een formeel overlijdensbericht vooraf gaan: de ruwe versie, die de werkelijkheid toont op zijn ruwst.

Vervolgens begint de getuige, die de stervende man eerst nog tegen een achtergrond van ijzeren hekken plaatste, zich zodanig te corrigeren dat er steeds minder van zijn verhaal overblijft. De getuige schetst hoe de stervende man zich met steeds meer moeite voortbeweegt, en net wanneer je het moment van sterven verwacht, verliest de getuige zich op een dramatische manier in een correctie op de achtergrond van ijzeren hekken waartegen hij de stervende in eerste instantie had geplaatst:

You could see him guern

with effort, hunched, as he scraped along between

road and verge, between stone and fern,

until finally

not gates, no, in fact

proved a play

of the light; more a place where things just fell away

De shape of a man wordt op een sluipende manier steeds meer een man van vlees en bloed, en net wanneer je je aan hem be gint te hechten, en wenst dat de getuige het verkeerd gezien heeft, dat de man met de zwakke rug opstaat, valt alles uit elkaar. Hij sterft als getroffene in een oorlog. Hij sterft omdat de gekwelde getuige hem het gedicht uit dwingt door de aandacht op iets anders te richten. En ten slotte moet je je afvragen of de man wel ooit heeft bestaan; of hij niet net als de hekken uit een spel van het licht bestaat.

Aan de slotregel ontbreekt een punt, zoals aan het eerste woord in dit gedicht een hoofdletter ontbreekt. Omdat de slotregel zich onder aan de pagina be vindt, ben je geneigd door te lezen, de bladzijde om te slaan om het slot van het gedicht te vinden. Het einde ontbreekt zoals ook het definitieve einde aan de man of zijn vorm ontbreekt. Het gedicht Despatches is als een maquette voor de grote oorlog die Harsent in zijn bundel oproept. De oorlog die er altijd is. Ook als het even geen oorlog is.