Rembrandt in Dulwich, Londen

De Saatchi & Saatchi van de Gouden Eeuw

Rembrandt een romanticus? Wie dat nog gelooft moet eens een kijkje nemen bij een originele tentoonstelling in Engelands mooiste museum, verborgen in Dulwich, een pittoreske buitenwijk van Londen.

De bestemming van Dulwich als oase van golfbanen, cricketvelden en croquettuinen lag reeds verborgen in de naam, afgeleid van «Dillwihs», «een dampige weide waar dille groeit». Het is een buurt waar de Pizza Express Michelinsterren lijkt na te jagen, de postbode elke maand de halve oplage van House & Garden torst en de houten verkeersborden als topografische vogelverschrikkers wijzen naar onheilspellende oorden als Brixton en Norwood. Tot de ex-bewoners van Dulwich behoren John Ruskin, Beatrice Potter, Enid Blyton, Tom Cruise en Margaret Thatcher. Laatstgenoemde kwam er wonen omdat dit het enige stedelijke gebied was waar echtgenoot Denis fatsoenlijk kon golfen. In The Daily Telegraph schreef columnist Tom Utley – zelf wonend in het naastgelegen West-Norwood – onlangs dat de bewoners van Dulwich niets tolereren wat een aanslag vormt op hun good taste. Een goudsbloem te midden van een veld hortensia’s, om maar iets te noemen. Om bezoekende automobilisten met hun Golfjes en Mondeo’s weg te houden, duikt er zelfs een tolweg op, College Road, die loopt langs het Dulwich College of God’s Gift, waar P.G. Wodehouse naar school ging en zijn alter-ego Bertie Wooster ontstond. Het hart van Dulwich wordt gevormd door de Dulwich Picture Gallery, vorig jaar uitgeroepen tot beste museum in het Verenigd Koninkrijk, vóór The British Museum, Tate Britain en Tate Modern. Het huist in een elegant wit gebouw dat ooit deel uitmaakte van Dulwich College en ontworpen is door Sir Charles Berry, beter bekend als schepper van The Houses of Parliament. Er hangen vooral schilderijen van Oude Meesters, waaronder Rembrandts Meisje in het venster, dat tot verontwaardiging van curator Ian Dejardin afgelopen jaar niet genomineerd werd voor het meest geliefde schilderij op Britse bodem.

De collectie, de oudste van het koninkrijk, werd opgebouwd door twee succesvolle kunsthandelaren, de Fransman Noël Desenfans en zijn jongere Zwitserse vriend Sir Francois Bourgeois. In 1790 kregen ze van de Poolse koning Stanislaw Augustus de opdracht een collectie samen te stellen. Vijf jaar later werd Polen weer eens onder de voet gelopen door de buren en verloor Augustus zijn troon. De Londense handelaren zaten daardoor opgescheept met een collectie die groot genoeg was om een klein museum mee te vullen. Na Desenfans’ overlijden probeerde Bourgeois de collectie ergens als geheel onder te brengen. Dat viel niet mee. Omdat er nog geen National Gallery was, vormde The British Museum de enige serieuze kandidaat, maar Bourgeois achtte dit instituut te aristocratisch. Hij besloot de collectie te doneren aan Dulwich College, op voorwaarde dat deze voor het publiek te zien zou zijn. In 1811, het jaar van Bourgeois’ dood, werd Dulwich Picture Gallery opgericht.

Deze kleine geschiedenis uit Georgiaans Londen bevat enkele aanknopingspunten met de expositie die deze zomer ter gelegenheid van Rembrandts vierhonderdste geboortejaar te zien is. Rembrandt & Co: Dealing in Masterpieces gaat, zoals de naam reeds doet vermoeden, meer over de kunsthandel rondom Rembrandt van Rijn dan over diens artistieke genie. Centraal staan dan ook Hendrick Uylenburgh (circa 1584-1661) en diens zoon Gerrit (circa 1625-1679), de Saatchi & Saatchi van de Gouden Eeuw. Met de tentoonstelling suggereert curator Dejardin dat het maar de vraag is of Rembrandt zo wereldberoemd zou zijn geworden zonder de steun van Uylenburgh sr. Rembrandts beslissing om Leiden te verruilen voor Amsterdam was geen impulsieve, artistieke sprong in het duister. Nee, de 26 jaar jonge Van Rijn werd er min of meer geheadhunt door de kunsthandelaar en patroon Hendrick Uylenburgh.

Dat de ware hoofdpersoon van deze expositie Hendrick Uylenburg is, blijkt uit de prachtige en lijvige catalogus van de Nederlandse kunsthistorici Friso Lammertse en Jaap van der Veen. Uylenburgh & Son: Art and commerce from Rembrandt to De Lairesse 1625-1675 is meer een boek op zichzelf dan een toelichting bij de tentoonstelling. In deze dubbelbiografie gaan de auteurs uitgebreid in op de achtergronden van de Friese familie Uylenburgh. Hendricks vader Gerard was als meubelmaker in dienst bij de Poolse koning Sigismund III, residerend te Krakow. Zijn zoon Rombout, broer van Hendrick, zou later schilder worden aan het hof van de koning. Hoe Gerard precies in de hofhouding terecht was gekomen, is onbekend. Vast staat wel dat de band tussen Polen en Nederland goed was. Op de universiteit van Franeker studeerden veel Poolse studenten, terwijl er een levendige handel was met steden als Krakow en Danzig, de havenstad waar Rombout zich later zou vestigen

Waar Rombout schilderde, daar hield zijn broer Hendrick zich vooral bezig met de kunsthandel. Hij was agent voor de Poolse koning in de Lage Landen, waar hij onder meer een reeks Apostelen van Anton van Dyck voor Zijne Majesteit aanschafte. In 1628 ontmoette hij Rembrandt voor de eerste keer, op het Leidse landgoed van Rombout, waar de veelbelovende schilder indertijd werkte. De twee hielden contact. Drie jaar later trok Rembrandt in bij Hendrick op de Sint Antoniesbreestraat in Amsterdam. Rembrandt werd de beheerder van Hendricks galerie en zou in 1634 trouwen met diens nichtje Saskia. Van de werkplaats is geen afbeelding bekend.

Voor het eerst in zijn leven ging Rembrandt in opdracht portretten schilderen, en wel van Hendricks vrienden, zakenpartners en familieleden, ofwel van «defiantly unsexy Dutch burghers», zoals een Engelse kunstrecensent de «tronies» eens karakteriseerde. Waar schilders in het verleden werkten in opdracht van koningen, geestelijken en aristocraten, daar waren het nu de leden van de hogere middenklasse, de nouveaux riches van die tijd, die zich opwierpen als kunstminnende patronen. Soms dienden de schilderijen als een relatiegeschenk bij het doen van zaken, als een soort «loans for paintings», een artistieke variant op Labours huidige politiek van «leningen voor adellijke titels».

Dat de meeste geportretteerden gekleed zijn in wit en zwart, is geen toeval. De Uylenburghs waren mennonieten (doopsgezinden), om precies te zijn van de liberale afdeling Waterland. De mennonieten, volgelingen van Menno Simons, vormden een vrijzinnige afsplitsing van de toenmalige gereformeerde kerk. Ze bekleedden zelden publieke ambten, zweerden nooit de eed en droegen geen wapens, reden waarom ze niet in het leger gingen en liever handelden met de Baltische staten. De Oostzee was aanzienlijk veiliger dan de oceanen met hun piraten en vijandelijke marine-eenheden. Het was een ascetische, ethisch bewuste en solidaire gemeenschap, waarbinnen «middelmaet houdt stand» het credo luidde.

Bijgevolg maakte Rembrandt niet alleen de doopsgezinden onsterfelijk, maar begon hij zich tevens toe te leggen op bijbelse taferelen, zoals De prediking van Johannes de Doper (1643-1635, waarop dat geheimzinnige jongetje met z’n asgrijze gezicht te zien is) en de ets De Kruisafname, een coproductie met Jan van Vliet. In 1635 verkoos Rembrandt de vrijheid en verliet hij Uylenburghs werkplaats. Hij bleef echter Uylenburghs contacten benutten. Zo maakte hij het beroemde portret van Agatha Bas, dat voor deze tentoonstelling uitgeleend is door koningin Elizabeth.

In 1639 kocht hij het pand naast Uylenburgh, het huidige Rembrandthuis, een beslissing die uiteindelijk mede zou bijdragen tot zijn faillissement. De tentoonstelling volgt echter niet het spoor van een door financiële problemen geteisterde Rembrandt, maar dat van de Uylenburghs, door middel van enkele doeken van Rembrandts opvolger en leerling, de doopsgezinde Govert Flinck. Later zou ook Gérard de Lairesse voor de Uylenburghs werken.

Halverwege de zeventiende eeuw nam Gerrit Uylenburgh, zelf geen onverdienstelijk landschapsschilder, de handel in moderne kunst langzaam van zijn vader over. Nu de kunstmarkt van de Republiek grotendeels in handen was van de Uylenburghs, volgde een stap die elk bedrijf, tot op de dag van vandaag, zou nemen: de grens over. Gerrit had agenten in elke belangrijke Europese stad. In Engeland zat de Haarlemmer Peter Lely, als schilder verbonden aan de koning en kunstliefhebber Charles II, die na een ballingschap te Breda in 1660 de troon had bestegen. Gerrit beheerde een enorme collectie, waaronder schilderijen van Rafael en Titiaan. Rond 1672 werd hij er door zijn agent Hendrik de Fromantiou van beschuldigd vervalste Italiaanse schilderijen («vodden») te hebben verkocht. Het kwam tot een kunstproces, met aan beide zijden tal van getuige-deskundigen, onder wie Johannes Vermeer en Karel Dujardin.

Hoewel de beschuldiging nooit bewezen zou worden, leidde het proces, samen met het ineenstorten van de kunstmarkt door de Franse invasie, tot Uylenburghs faillissement. Dat zorgde overigens weer voor een stukje literaire geschiedenis in de vorm van Joost van den Vondels dichtregels op het veilingaffiche, eigendom van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. «De mist der lastertong verstomt door ’s kenners klaerheit/ de logentaal verdwijnt voor ’t helder licht der waerheit», zo luidden de laatste zinnen, gericht aan het adres van Fromantiou. Gerrit verliet Amsterdam en ging in Londen voor de Engelse koning werken. Deze emigratie had ook iets symbolisch, omdat de Gouden Eeuw ten einde was en Londen de plaats van Amsterdam zou innemen.

In totaal zijn er op deze tentoonstelling achttien Rembrandts te zien. Naast Gezicht op Amsterdam – wat is er eigenlijk weinig veranderd – vormt het tweelingportret van Jacob III van Gheyn en Maurits Huygens (1632), broer van Constantijn, het artistieke hoogtepunt. De twee vrienden besloten dat de schilderijen na de dood van één van hen zouden worden herenigd. Aan deze opzienbarende afspraak werd gevolg gegeven, maar later gingen de schilderijen toch gescheiden door de kunstwereld. Voor het eerst in twee eeuwen zijn ze nu weer samen te zien, in gezelschap van een opmerkelijk klein zelfportret van de meester zelf.

Twee «tronies» ontbreken echter op de tentoonstelling en wel van de hoofdrolspelers, Gerrit en Hendrick Uylenburgh. Het blijft een raadsel waarom ze nooit zijn geportretteerd. l

Rembrandt & Co: Dealing in Masterpieces

Dulwich Picture Gallery, tot 3 september; daarna te zien in het Rembrandthuis,

Amsterdam

Uylenburgh & Son: Art and commerce from Rembrandt to De Lairesse 1625-1675,

Friso Lammertse en Jaap van der Veen, Waanders, Zwolle