De architectuur van Fleur Agema

De samenleving als gevangenis

Kunstenaar Jonas Staal stuitte op de 344 pagina’s tellende scriptie van PVV-vice-fractievoorzitter Fleur Agema over de ideale gevangenis. Hoe ziet die eruit, volgens haar?

HET AFGELOPEN jaar werkte ik met een team architecten aan Politiek kunstbezit III: Gesloten architectuur. Dit project bestaat uit de gedetailleerde uitwerking van een scriptie die is geschreven door PVV-politica Fleur Agema (1976) ter afsluiting van haar master-opleiding architectuur aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Haar scriptie Gesloten architectuur (2004) is een ontwerp voor een ambitieus nieuw gevangenismodel dat een gebied van 43 hectare zou moeten beslaan op het Hembrugterrein in de Zaanstreek. In mijn project, dat een publicatie, maquette, film en theatervoorstelling omvat, verdedig ik de stelling dat Agema’s model kan worden gezien als blauwdruk voor het samenlevingsmodel dat middels het huidige, door de PVV gedoogde regeringsbeleid wordt gerealiseerd.
Het model dat Agema heeft ontwikkeld richt zich op het herconditioneren van gevangenen door middel van vier fasen, die in de eerste versie ‘De Bunker - Het Wennen - Het Wachten - Het Licht’ heten, en in de definitieve versie 'Het Fort - De Legerplaats - Artillerie Inrichting - De Wijk’ worden genoemd. 'Het Fort’ is gemodelleerd naar het aloude model van de kerker en is bedoeld om het verzet van de gevangene te breken; 'De Legerplaats’ is een tentenkamp met moestuinen om zelfstandigheid te bevorderen; de 'Artillerie Inrichting’ een soort commune waar de gevangenen moeten leren om als collectief te opereren, en 'De Wijk’ is feitelijk een reconstructie van een woonwijk die is volgebouwd met onzichtbare camera’s: de gevangenen leven een gesimuleerd bestaan om te controleren of zij reeds volledig in staat zijn in de maatschappij te functioneren.
Gevangenen die in Agema’s model terechtkomen dienen leerdoelstellingen te behalen om een volgende fase te bereiken. Indien dit niet gebeurt gaan zij 'achteruit’ in het programma, en moeten zij voorgaande fasen opnieuw doorlopen. Agema schrijft hierover in haar scriptie: 'Deze fasenbenadering is globaal te vergelijken met de verschillende fasen die een mens doorloopt van kind tot volwassene. Het ligt in mijn doel om voor een bepaalde groep gedetineerden het “passieve lummelen” in een gevangenis te veranderen in een “actieve reis naar een nieuw verworven vrijheid”.’ Haar weerzin tegen het huidige gevangeniswezen, dat zij als een leerschool voor criminaliteit beschouwt, is groot: 'Oorspronkelijke idealen die verdrinken in krankzinnige regelgeving, maakt de architectuur van de gevangenis, maar vooral het interieur van de gevangenis tot een zieke gymzaal voor de verspreiding van de besmettelijkheid van de criminaliteit.’ De fasebenadering die Agema in gedachten heeft gaat dus uit van het disciplineren van de gevangenen, en het breken met regelgeving die hun nu de mogelijkheid laat zich op een oneconomische wijze in het gevangeniscomplex te gedragen.
Om de verschillende fasen af te bakenen en gevangenen te motiveren hun leerdoelstellingen te behalen is elke fase in Agema’s model gekoppeld aan bepaalde voorrechten, zoals een grotere leefruimte en minder verplichte tewerkstelling. Maar ook basisbehoeften zoals licht worden gereguleerd. In haar eerste studies gebeurt dat het meest letterlijk: waar het in de eerste fase - 'De Bunker’ - een duister, grijs betonnen en half ondergronds bouwsel betreft, omringd met zwart en donkergrijs grind, is de vierde fase - 'Het Licht’ - opgebouwd uit wit natuursteen, omringd door witte kiezels en de hoogte in gebouwd. Op zeer letterlijke wijze worden het 'goede’ en het 'kwade’ in het handelen van de gevangene dus weerspiegeld door zijn omgeving.
Straf is in dit model een ambigu gegeven. Alle gevangenen die ervoor geschikt worden bevonden beginnen in de eerste fase, maar indien de gevangene in staat is de leerdoelstellingen per fase te behalen kan hij zelfs een andere inhalen die op hetzelfde niveau blijft steken of zelfs 'achteruit’ gaat. Wat er gebeurt wanneer de doelstellingen niet worden behaald blijft onbeantwoord, wat het vermoeden doet ontstaan dat dit simpelweg betekent dat de gevangene voor onbepaalde tijd in een fase blijft steken. Hoe de gevangene er dan uitkomt, is afhankelijk van zijn eigen handelen. Het idee is eigenlijk dat hij door het niet behalen van zijn doelstellingen zichzelf straft. Niet het systeem, maar de gevangene heeft zichzelf door zijn eigen handelen in de gevangenis geplaatst, om een proces van zelfcorrectie te doorlopen voordat hij zo ver is dat hij weer in 'vrijheid’ kan opereren.
Voor dit model legt Agema in haar 344 pagina’s tellende scriptie de theoretische en technische basis. Op haar persoonlijke website staat een citaat dat wordt toegeschreven aan cultuurfilosoof en Foucault-kenner René Boomkens, die Agema bij haar afstuderen beschrijft als 'een intellectueel die in haar uppie een nieuw soort gevangenis bedenkt dat een heel ministerie van Justitie niet lukt. Zij integreert innovatie en politiek en zet dit om in een ontwerp dat zij weergeeft [in] aanstekelijke pictografische beelden.’

AL SINDS 2001, dus tijdens haar master-opleiding, wordt de ambitieuze Agema ernstig gehinderd door de ziekte van Dupuytren, een woekering van bindweefselcellen in de handpalm, waardoor een permanente verkramping van de vingers optreedt. Haar werk als projectleider op een architectenbureau, dat zij sinds 1999 doet, moet zij in 2003 opgeven wanneer ze arbeidsongeschikt wordt verklaard: 'Ik kan nooit meer meubels maken, ook niet lang tikken en tekenen’, zei ze in 2008 in een interview met De Pers. 'Verfijnde bewegingen zijn uitgesloten. (…) Nog steeds lig ik elke nacht wakker van de pijn. En iets simpels als een karretje door de supermarkt duwen is al een crime. Mijn handicap is mijn grootste verdriet. Maar ook mijn meest wijze les. Ik werk nu efficiënter. Eerst alle feiten verzamelen, dan pas uitwerken. En die enorme bewijsdrift ben ik nu grotendeels kwijt.’ Wanneer zij een jaar later haar master-titel behaalt, is haar carrière als architectonisch ontwerper dus eigenlijk al op zijn einde.
Kort daarna sluit Agema zich aan bij de Lijst Pim Fortuyn. Ze wordt voor de LPF Statenlid in Noord-Holland. Maar wanneer in de nasleep van de dood van Fortuyn in zowel de Eerste- als Tweede-Kamerfracties ruzie uitbreekt, stapt ze in 2004 uit onvrede uit de partij en gaat door als de onafhankelijke Groep Agema.
Haar strijd tegen wat zij ziet als overbodige subsidiëring door overheidsinstellingen valt al snel op in de media, en in 2006 sluit ze zich aan bij de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders. Na een grote overwinning bij de verkiezingen van 22 november 2006 wordt Agema naast Kamerlid ook vice-fractievoorzitter. Die functie bekleedt ze nog altijd binnen de partij.
Een mogelijke weerslag van Agema’s gevangenismodel lag in een recent voorstel van staatsecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven (VVD) om gevangenen die zich naar zijn maatstaven misdragen terug te zetten naar het soberste regime dat wettelijk mogelijk is. Ook het faseverloop in Agema’s model wordt hier door Teeven omarmd. 'Gevangenen die niet fatsoenlijk werken aan hun reïntegratie, worden straks “gedegradeerd”.’ Wie zich daarentegen naar zijn maatstaven goed gedraagt, krijgt 'de mogelijkheid de tuinen en het groen in en rond de gevangenis te beheren’. Het is niet te achterhalen hoeveel rechtstreekse invloed Agema heeft gehad op de staatssecretaris, maar feit is dat haar model raakt aan de repressieve mechanismen die het gevangenisregime in onze tijd kenmerken.
Een belangrijke vraag is dan ook wat voor samenleving Agema precies voorstaat: wat voor burgers hoopt zij met haar model te conditioneren? Om dit te begrijpen is een recent voorstel van de PVV tot het oprichten van 'tuigdorpen’ verhelderend (de Volkskrant, 10 februari). Het gaat hier om een idee om veelplegers gezamenlijk op te sluiten in dorpen van wooncontainers aan de rand van bewoonde gebieden. Al ten tijde van haar scriptie toonde Agema zich enthousiast over het idee van containers: 'Ik zie de zeecontainers, die als het ware minihuisjes zijn, opgestapeld staan zoals in de havens (…) Wow… Zou ik de Rotterdamse havens kunnen transformeren tot een… gevangeniscomplex?’
Tegenover deze tuigdorpen staat 'De Wijk’ als de hoogst haalbare fase in het model van Agema - in de eerste versie van het complex heeft deze als naam zelfs 'Het Licht’ - een reconstructie van een vinexwijk: de leefomgeving bij uitstek voor de 'hardwerkende Nederlander’. Het onderliggende samenlevingsmodel dat de PVV - en de huidige regering - voorstaat is opgedeeld in tuigdorpen en vinexwijken, waarbij uiteindelijk beide even hevig in het oog worden gehouden. Dat is de moderne controlemaatschappij waar naartoe wordt gewerkt, een infrastructuur die is georganiseerd rond de polen 'hardwerkende Nederlander’ en 'passief lummelende gevangene’.
Het gaat hier om een samenleving gericht op discipline, efficiency en productiviteit, waarin alle niet daarmee corresponderende (lees: onproductieve) elementen worden weggezuiverd in zeecontainers. Agema’s gevangenisarchitectuur valt volstrekt samen met deze maatschappijvorm waarin alle aspecten van het dagelijkse leven volledig gecontroleerd worden met uitsluiting van elke denkbare dissonant als gevolg.

TUSSEN AGEMA’S ontwerp voor een nieuw gevangenismodel en haar huidige functie bestaat op het eerste gezicht geen direct verband, maar met enige regelmaat keert het onderwerp terug, zoals in een toespraak over de volgens haar deplorabele staat van de zorg uit 2010: 'Geef onze ouderen in het verpleeghuis, de mensen die nog bloembollen hebben moeten eten in de oorlog, meer rechten dan gevangenen nu hebben, en pak de rechten van gevangenen af. Geef de ouderen het recht dat ze elke dag onder de douche mogen en elke dag naar buiten. Geef die ouderen die niks hebben misdaan het recht dat ze mogen roken op hun eigen kamer en geef ze meer verpleegsters dan dat er bewakers zijn in de gevangenis!’ Met andere woorden, een gevangene in Nederland heeft op dit moment een aantal basisrechten. Omdat de levensstandaard van de gevangenen door het model van Agema wordt verlaagd, stijgt die van andere burgers, in dit geval ouderen, relatief gezien.
In die redenering is de voornaamste motivatie van Agema terug te vinden om nu juist de gevangenis als onderwerp van haar afstuderen te nemen. Want op een bizarre wijze valt het moment dat Agema gevangen raakt in haar eigen lichaam samen met het ontwerp van een gebouw waarin zij anderen gevangen wil zetten. Precies hier komt het denkpatroon terug waarmee zij het lijden van ouderen denkt te kunnen verlichten door anderen - gevangenen - meer te laten lijden. Zoals het verlagen van de levensstandaard van gevangenen die van ouderen relatief zou verbeteren, zo bevrijdt zij ook zichzelf van de last van haar ziekte door via haar gevangenisontwerp en uiteindelijke politieke carrière haar macht over anderen te vergroten. De kern van de Partij voor de Vrijheid is dat zij repressie en uitsluiting gebruikt als antwoord op een traumatisch gevoel zelf buiten te zijn gesloten. Door anderen uit te sluiten wordt de hoop geuit dat door het proces om te draaien het gevoel van uitsluiting wordt veranderd in macht.
Belangrijk is nog om de ontwikkeling van Agema’s denken van haar afstuderen in 2004 tot haar huidige politieke functie in ogenschouw te nemen. Terwijl ze in haar scriptie nog de invloed van architectuur op menselijk gedrag suggereerde, zegt ze hierover in een recentelijk gesprek: 'Het is nogal arrogant om te denken dat je door middel van een gebouw of een model iemand kunt verbeteren. (…) We zien in de praktijk dus dat dit niet werkt. Met alles wat we doen, vervalt zeventig procent binnen twee jaar weer terug in oud gedrag.’
Ook haar huidige opvatting over detentie is sterk veranderd. Zij staat nu een regime voor dat 'veel harder mag of moet en dat zien we niet terug. Dat eigenlijk die fasen minder moeten. Dus dingen als verlof, ja dag, je straf uitzitten en daarna bekijk je het eigenlijk maar.’ Over de voormalige doelstelling tot emancipatie van gevangenen, waarvan nog sporen herkenbaar zijn in haar eigen model, zegt ze: 'Het gevangeniswezen is veel te geëmancipeerd geworden. (…) Gevangenen kregen op een gegeven moment zelfs stemrecht. Alles staat tegenwoordig in dienst van de gevangene. Die geëmancipeerdheid is helemaal niet goed, ik denk dat je veel meer moet focussen op boetedoening.’
Agema heeft nadrukkelijk afscheid genomen van het idee dat er een relatie is tussen sociale condities - zoals die bijvoorbeeld in en door architectuur worden gevormd - en gedrag: 'Het is aan henzelf [de gevangenen] om niet meer slecht te zijn, iets te maken van het leven op een andere manier. Het is naïef om die verantwoordelijkheid bij onszelf, bij de maatschappij, of de overheid te plaatsen. Volkomen naïef. De mens maakt en breekt zichzelf. (…) Ik maak de samenleving het liefst voor slachtoffers. Ik maak hem niet voor een onverbeterbare crimineel.’ Van het aanvankelijke gevangenismodel is dus eigenlijk nog maar weinig terug te vinden in haar huidige beleid.

HET MAG geen verrassing heten dat Agema de conclusies die ik aan mijn onderzoek naar haar model verbind niet deelt. In een e-mail stelt ze 'teleurgesteld’ te zijn omdat ze 'kleine en grote feitelijke onjuistheden’ in het onderzoek constateert. In een latere e-mail spreekt ze van 'idiote bij elkaar gefantaseerde vergelijkingen tussen mijn fysieke beperking, een onschuldige keuze voor het ontwerpen van een gevangenis en mijn politieke voorkeur’. Uit haar woorden is op te maken dat de 'feitelijke onjuistheden’ haar vooral gaan over het verband dat ik leg tussen haar persoonlijke omstandigheden, activiteiten als architect en politicus.
Precies hier worden twee radicaal verschillende wereldbeelden van twee generatiegenoten duidelijk. Voor Agema representeert haar model de uiteindelijke onveranderlijkheid van de mens los van zijn sociale condities. Het is een afscheid van de laatste restanten van een vooruitgangsideaal en leidt tot de conclusie dat de mens absoluut goed of kwaad is. Voor mij representeert Agema’s model een blauwdruk voor de huidige repressieve, gesloten samenleving. Het is een aanklacht tegen zichzelf, die niet anders dan beantwoord kan worden met een ontwerp voor de open democratische samenleving. Een samenleving waarin kennis en middelen tot ontwikkeling en zelforganisatie voor het volk als geheel toegankelijk zijn.
Ik ontken niet dat de mens in staat is tot geweld, tot intimidatie en machtsmisbruik, dat dit constante factoren zijn in de menselijke geschiedenis. Maar ik geloof niet dat dit het enige is wat de mens karakteriseert. En ik geloof dat als we uitgaan van deze kenmerken als leidend voor ons mensbeeld het geweld zelf gerepliceerd wordt. 'Wees realistisch, vraag het onmogelijke’ - zo luidde een fameuze slogan die tijdens de Parijse protesten van mei 1968 in de straten verscheen. Deze zin staat haaks op hoe onze samenleving is gaan geloven in haar huidige vorm als het meest haalbare, 'realistische’ resultaat van eeuwen van gewelddadig conflict.
Politiek kunstbezit III: Gesloten architectuur is dan ook niet alleen bedoeld als artistiek of journalistiek onderzoek, als reflectie op de gesloten samenleving. Het is ook een middel om mijzelf en mijn publiek te dwingen tot het articuleren van een wereldbeeld dat de permanente en traumatische angst en pijn van het huidige maatschappelijke lichaam weet te ontstijgen. Wij moeten die angst en pijn overstijgen om onze eigen vrijheid vorm te geven, opdat het geen wet wordt die vrijheid van een ander met geweld te ontnemen.


Jonas Staal is beeldend kunstenaar. Zijn publicatie Politiek kunstbezit III: Gesloten architectuur kan besteld worden of gratis gedownload via productiehuis Onomatopee (www.onomatopee.net); de maquette en film zijn onderdeel van de tentoonstelling 1:1 in Kunsthal Extra City te Antwerpen (www.extracity.org); de voorstelling vindt plaats op 21 en 22 december in Frascati te Amsterdam (www.
theaterfrascati.nl)