De verzuiling van Doekle  en Mohamed

‘De samenleving moet weer stoer worden’

Met het manifest Benoemen en Bouwen, op 2 januari gepresenteerd als een advertentie in Trouw, ‘bekent de witte elite kleur’. Is dit initiatief een nieuwe zuil van autochtone voorgangers en een allochtone elite? ‘Er gebeurt door heel Nederland zoveel positiefs tussen allochtonen en autochtonen. Dat is te weinig zichbaar.’

Herleeft de verzuiling? ‘Welnee, dat riekt naar nostalgie’, reageert Doekle Terpstra, de geestelijk vader van het manifest Benoemen en Bouwen, verbaasd. ‘Een zuil is geïnstitutionaliseerd, waardoor iedere spontaniteit verloren gaat. We zijn een beweging die dynamisch groeit. Door de witte krachten te bundelen willen we de polarisatie doorbreken. We zeggen hiermee dat het in de samenleving niet ontbreekt aan een positief wit geluid en dat de allochtonen niet maar voor zichzelf moeten opkomen. Deze oproep is aan het adres van Nederland as a whole.’

Daarmee bedoelt hij iederéén. Om tegenwicht te bieden aan de ‘gevaarlijke negatieve spiraal’ wordt opvallend genoeg gekozen voor een wij-zij-strategie. Namen van de allochtone elite mochten niet op de eerste deelnemerslijst staan. Het doel was om zo allochtonen uit te dagen tot een eigen statement. Dat is volgens Terpstra de winst ten opzichte van eerdere initiatieven.

Mohamed Sini, voorzitter van de Stichting Islam en Burgerschap, deed tegelijk eenzelfde oproep aan zijn allochtone achterban. Zijn boodschap is ook: de hand in eigen boezem steken en ‘de eigen rommel’ opruimen. Terpstra: ‘We doen niet aan struisvogelpolitiek. Dat stadium zijn we voorbij. Binnen de allochtone gemeenschap moeten harde noten gekraakt worden. Dat lukt alleen als allochtonen zélf het voortouw nemen en wij dat niet opleggen. Maar het moet óók gepaard gaan met bouwen. Uitgaan van de kracht in de samenleving.’

Hoewel Sini en Terpstra in de aanloop tot het manifest gezamenlijk optrokken, werd er op het laatste moment gekozen voor een aparte oproep. Sini voelt zich ‘juist gesterkt door Terpstra, want de meerderheid is opgestaan om op te komen voor de minderheid’. Veertien allochtone organisaties hebben zich achter Sini geschaard. Terpstra zegt: ‘Beide stromen komen nu samen op onze site. De deelnemerslijst groeit als kool.’ Op de site staan enkele honderden namen, gerangschikt op voornaam en met functie. Er staan professoren, huisvrouwen en studenten op. De namen Jan, Hans en Marjan komen vele malen meer voor dan Achmed, Mohamed en Fatima. Terpstra zegt enthousiast: ‘Het is een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking. We zijn inderdaad 24 uur een witte zuil geweest, maar die verdampt in één beweging van het maatschappelijk middenveld. Het is tijd voor een dialoog.’

Maar is er in de afgelopen jaren niet onophoudelijk gepraat over integratie? ‘Dat is wel zo’, zegt Terpstra, ‘maar het debat speelt zich af op het Binnenhof, in de tv-studio’s en in de grachtengordel. We gaan niet wéér het gesprek voeren over de multiculturele samenleving. We gaan nu eindelijk hét gesprek voeren. Het moet in de huiskamers gebeuren.’

Terpstra zegt ontzettend graag de anonieme stemmers op Wilders te willen bereiken: ‘Als ik zou weten wie dat zijn, dan zou ik nu in mijn auto stappen om met hen te gaan praten. Ik wil horen waar hun angst op is gebaseerd. Die angst moet je serieus nemen door het zichtbaar te maken.’

Sini: ‘Hetzelfde reactiepatroon zie je onder allochtonen. Uit angst voor de grote geglobaliseerde wereld ontstaat de neiging terug te grijpen op het geloof en vast te houden aan tradities. Dat leidt tot isolatie en fundamentalisme.’

Sini en Terpstra proberen vanuit hun eigen maatschappelijke positie deze stille ‘angstgroepen’ zo klein mogelijk te krijgen. Sini: ‘Maar je kunt ze niet helemaal bestrijden.’

Liever nemen ze het W-woord helemaal niet in de mond, maar ze ontkennen allebei niet dat wegens het uitkomen van de film van Geert Wilders de urgentie hoog is. Hoewel niemand een idee heeft wanneer de première is wordt er achter de schermen op alle fronten rekening gehouden met het ergste, tot aan een boycot van Nederland in de islamitische wereld toe. Met Benoemen en Bouwen wordt alvast een dijk opgeworpen. Een brede volksbeweging moet Nederland redden.

Terpstra zucht diep. Jazeker is hij wel eens teleurgesteld: ‘Vanuit de Haagse ivoren toren worden we toegesproken in oneliners. Tegelijk denkt men: dat lost de politiek wel op. Dat versterkt elkaar. De samenleving moet weer stoer worden. Er gebeurt door heel Nederland zoveel positiefs tussen allochtonen en autochtonen. Alleen is dat te weinig zichtbaar.’

Terpstra en Sini vertrouwen op de veerkracht van de samenleving. Sini: ‘Onze beweging is een vorm van civil society. Verantwoordelijkheid nemen en zeggen: “Kom niet aan mijn medemensen, kom niet aan moslims.”’

Terpstra: ‘Ik voel me enorm gezegend met zoveel energie om hiermee door te gaan.’ Hij citeert uit de bijbel, Spreuken: ‘Waar het visioen verdwijnt, verwildert het volk’. Hij zegt: ‘Dat is een o zo mooi statement. Dat heeft mij in mijn vakbondswerk altijd voortgedreven. Mijn geloof is de grond onder mijn voeten.’