De sarajevo-lijst van de filosofen

Even waren ze er weer: ouderwets geengageerde Franse intellectuelen. Filosofen als Bernard-Henry Levy en Andre Glucksmann kwamen voor de Europese verkiezingen met hun Sarajevo-lijst. Toen zij zich terugtrokken, bleven de media weg, maar niet de lokale actiegroepen.

In krap drie weken leek het voorbij. Half mei kwam de filosoof Bernard-Henry Levy met het dreigement dat hij een ‘Sarajevo’-lijst op de Europese verkiezingen zou loslaten als de gevestigde partijen hun houding tegenover Bosnie niet zouden herzien. Frankrijk moest zich uitspreken voor een ongedeeld Bosnie en het wapenembargo tegen de Bosniers moest worden opgeheven.
Onmiddellijk waren de wilde haren van Levy op elke tv-zender te zien, hetgeen hem niet onwelgevallig was en de dreiging van de Bosnielijst reeel maakte. Op Jean-Marie le Pen na zou elke partij stemmen aan Levy verliezen. Op het hoogtepunt van het spetakel stond zijn 'dreig-lijst’ zelfs op twaalf procent in de peilingen. Vervolgens besloot Levy om met de kankerspecialist Leon Schwarzenberg als lijsttrekker de daad bij het woord te voegen. Hij deponeerde een kandidatenlijst bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, wederom omgeven voor camera’s en correspondenten.
Wat er daarna gebeurde, werd door de radicale journalist Michel Polac gekenschetst als een kleine revolte, die het hele initiatief degradeerde tot een reclamestunt voor Levy en zijn film Bosna!, die inderdaad op hetzelfde moment in Cannes in premiere was gegaan. Want in een lange, nachtelijke vergadering besloten Levy, zijn collega-filosoof Andre Glucksmann en enkele andere Parijse intellectuelen dat de lijst het Franse volk zou worden onthouden. Het debat over de Franse politiek ten aanzien van Bosnie was op gang gekomen en dat was, vond Levy, het enige wat telde. De politici waren tot nadenken gedwongen door het enige dreigement dat indruk op hen kon maken: mogelijk stemmenverlies. En over de Franse buitenlandse politiek was eindelijk weer een discussie losgebarsten. Aan de verkiezingen meedoen was dus niet meer nodig. Levy stuurde een persbericht met de mededeling dat de dertig miljoen stembiljetten er niet zouden komen. En op slag draaiden de camera’s weer in de richting van het politiek establisment: de komende presidentsverkiezingen van 1995 en de Europese verkiezingen als graadmeter daarvoor.
Zo ging het volledig aan het publiek voorbij dat de lijst Europa Begint In Sarajevo wel degelijk tot en met de stemhokjes zou blijven bestaan. Er werd alleen niet meer over geschreven sinds Levy zich had teruggetrokken. Volgens Michel Polac, een van de mensen die de lijst gewoon voortzetten, was dat een bewuste boycot. 'De grote partijen zijn bang voor ons. Maar tegenover de Bosniers kun je het niet maken om je terug te trekken op het moment dat je werkelijk invloed krijgt. En tegenover de Franse kiezers getuigt het evenmin van veel respect.’ Het resultaat: volledige radiostilte en nog geen twee procent van de stemmen.
MAAR HIERMEE IS het verhaal niet afgesloten. Er zijn in Frankrijk meer dan driehonderd kleine en grote bewegingen die zich inzetten voor de slachtoffers van de oorlog in ex-Joegoslavie. Ze sturen hulpgoederen, organiseren informatie-avonden en demonstreren. De laatste demonstratie was op 4 juni, in Caen, vlak voor de feestelijkheden rondom de herdenking van de geallieerde invasie in 1944. De tevredenheid over die invasie was absurd, gegeven hoe de Serviers nu tekeergaan, vonden de activisten. Dezelfde leiders die ontroerd hun kransen legden aan de Normandische kust, hebben zich neergelegd bij de nieuwe kaart van Joegoslavie, getekend door etnische zuiveringen en tientallen replica’s van Oradour-sur-Glane.
Over die capitulatie is het debat nog niet verstomd. Integendeel. Het is in elk geval de verdienste van de lijst Europa Begint In Sarajevo dat de discussie in een stroomversnelling is gekomen, met als gevolg dat steeds meer mensen zich op lokaal niveau inzetten voor hulp aan Bosnie. Op die lokale bewegingen in heel Frankrijk steunde de lijst en niet alleen op een kleine groepje Parijse intellectuelen, op de eerlijke blauwe ogen van de schrijfster- actrice Marina Vlady of op de woede van de filosoof Andre Glucksmann.
Michel Messmer (42) is economieleraar in een dorpje nabij Mulhouse. Samen met zijn echtgenote Isabelle (43), schooldirecteur, besteedt hij al zijn vrije tijd aan humanitaire actie voor Bosnie. Opheffing van het wapenembargo voor de Bosniers is, wat Messmer betreft, het minste wat je kunt doen om nog een laatste restant van rechtvaardigheidsgevoel tegenover de slachtoffers te tonen. 'Het is de enige consequente politiek die overblijft. Wij verdommen het ze te helpen. Wij voeren onze eigen resoluties niet uit. Nou, in Bosnie vragen ze er echt niet om dat wij troepen zenden. Ze hebben meer dan genoeg eigen, gemotiveerde soldaten; nu de wapens nog.’
Michel en Isabelle Messmer zijn zelden in Parijs en kijken neer op het ijdele gedraai van Levy. Toch stond Messmer op plaats nummer 37 van de lijst. 'Omdat de Europese verkiezingen nergens meer over gingen. Het grootste probleem, de oorlog, werd er buiten gehouden. Terwijl het aanvaarden van de etnische opdeling van Bosnie het einde van Europa betekende, van alle principes en handvesten die eraan ten grondslag liggen.’
Michel en Isabelle Messmer hebben zich in de Elzas op de verkiezingscampagne gestort. Niet helemaal zonder ambivalentie: eigenlijk vindt Michel dat een politieke formatie een compleet programma moet tonen, sociaal, economisch, enzovoort. Maar de provocatie die van de lijst uitging, was een welkome uitlaatklep voor alle frustraties van humanitaire vrijwilligers.
Het echtpaar dineert met een Bosnische di plomaat, Taib Bekto, in het Bosnische restaurantje Le Petit Paris. Het eten is matig, de stemming opperbest. Het is een weerzien van oude vrienden. Niemand maakt zich illusies over de kansen of de invloed van de lijst. 'Maar ach, er wordt in elk geval over ons gesproken’, zegt de diplomaat. Voor Messmer is de lijst ook een reactie op de crisis in de politiek: 'Het blijkt dat de enige grote problemen niet door de traditionele politiek worden aangepakt. Dat kan kennelijk ook niet. De werkloosheid, de groeiende kloof tussen arm en rijk in Europa, de oorlog in ex-Joegoslavie: de politiek staat met lege handen. Daarom doe ik aan die lijst mee. Omdat we moeten nadenken over de onmacht van de politiek. De lijst lokt daar een debat over uit.’
De diplomaat blijft voorzichtig in zijn analyse van de Franse houding. Hij is al blij dat socialistenleider Michel Rocard zich voor de opheffing van het wapenembargo tegen Bosnie heeft uitgesproken. Dat daar electorale motieven aan ten grondslag liggen, doet er niet toe. Het resultaat telt, weet deze diplomaat, een oude rot, geschoold onder Tito. In zijn appartement huist nu de Bosnische ambassade, een weidse benaming voor stapels dozen en ordners tussen zijn persoonlijke bezittingen.
'Rechtvaardigheid is de politieke uitdrukking van naastenliefde’, schrijft de journalist Jacques Julliard in zijn recente boek Ce fascisme qui vient ('Het fascisme dat komt’). Julliard vervolgt: 'Sinds kort is humanitaire actie de diplomatieke uitdrukking geworden van mystificatie. Niet langer een prive-, maar een staatsaangelegenheid; van een bewonderenswaardige uitdrukking van liefdadigheid verworden tot een onbetwistbaar alibi voor onrecht.’ En in geen land geldt dat meer dan in Frankrijk, waar Bernard Kouchner als staatssecretaris voor humanitaire actie pleisters naar Sarajevo mocht sturen voor wonden die zijn directe baas, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Roland Dumas, niet kon of wilde voorkomen.
De Franse politiek ten aanzien van het voormalige Joegoslavie was van begin af aan halfslachtig. Nog altijd heeft het land geen afscheid genomen van de traditionele alliantie met de Serviers, meer dan humanitaire hulp hoeft Bosnie niet uit Parijs te verwachten. Voordat Francois Leotard in maart 1993 de nieuwe minister van Defensie werd, eiste hij luchtaanvallen op Servische doelen rondom Sarajevo; nu verklaart hij bedremmeld dat de blauwhelmen vooral geen gevaar mogen lopen. Achter die angst om Frans bloed te vergieten zit ook de Franse wens om uitbreiding van de Duitse invloed in de Balkan tegen te gaan - steunen de Duitsers Kroatie, dan zal Parijs Belgrado een handje helpen. In stilte pleit de Quai d'Orsay voor opheffing van het handelsembargo tegen Servie; het idee is dat een stabiel en sterk Servie een rustgevende factor zal vormen in de hele regio. In die van cynisme doordrenkte sfeer voelen de meeste betrokkenen zich misbruikt. De Franse blauwhelmen weten dat ze weinig meer doen dan Servische veroveringen consolideren. En de humanitaire hulpverleners weten dat ze slechts doekjes voor het bloeden brengen, waarvan bovendien de helft onderweg door de agresssor wordt opgeeist.
VAN BERNARD-HENRY Levy kan echter niet worden gezegd dat zijn kortstondige activiteiten rondom de Europese verkiezingen uit de lucht kwamen vallen. Levy heeft geprobeerd de Franse president aan Bosnische zijde te krijgen; het bliksembezoek, waarmee Mitterrand in 1992 het vliegveld van Sarajevo voor humanitaire hulp wist te openen, was onder meer aan Levy te danken. 'BHL’ maakte een documentaire over de Bosnische zaak, bleef een onvermoeibaar spreker op demonstraties in Parijs en kwam in mei met de film Bosna!, een buitengewoon bloederige collage van oorlogsbeelden met Levy als commentator. In zijn net iets te literaire, net iets te ijdele tekst vergelijkt Levy de strijd van de Bosniers met de hopeloze positie van de Spaanse Republikeinen in 1936. Izetbegovic is een soort van De Gaulle, Milosevic een Duce en Sarajevo hoort thuis in het rijtje Auschwitz, Boedapest, Praag en Madrid. Veel retoriek, maar de feiten zijn er niet minder om. 'Wacht met schieten tot ze allemaal goed op weg zijn’, hoor je generaal Mladic via een walkie-talkie tegen een officier zeggen die een vluchtende Bosnische dorpsbevolking in het vizier houdt. En even later: 'Okee. Hak maar flink in het warme vlees.’ De heren nemen lachend afscheid.
Levy illustreert wat Jacques Julliard in zijn boek stelt: er is inderdaad verschil tussen de misdaden van de nazi’s en de wreedheden van de Serviers. Ten eerste konden de Duitsers zeggen dat ze niet op de hoogte waren, ten tweede riskeerden mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog protesteerden hun leven. En dat geldt niet voor het huidige passieve, televisie-kijkende Europa.
Maar hoe valt het consequente engagement van Levy te rijmen met zijn weigering om de lijst Europa Begint In Sarajevo tot en met de stemhokjes te laten meedoen? Michel Messmer is het verrassend genoeg eens met Levy: 'Doorgaan betekende dat niemand meer over Sarajevo zou praten, alleen nog maar over het effect van de lijst op de binnenlandse politieke verhoudingen, hoeveel stemmen er van de een zouden afgaan en van de ander. Ik was het met Levy eens dat het geen zin had om geld uit te geven aan stembiljetten. Toen de intellectuelen waren vertrokken, namen de lokale collectieven het over en die hebben helaas van politiek geen kaas gegeten. De lijst ging dan ook bij de verkiezing roemloos ten onder.’
VOOR HET DEBAT in Frankrijk maakte die interne discussie niets uit. Op de grote dagbladen na gingen de tv-journaals aan de werkelijke inzet van het debat voorbij en telde alleen het effect op de aanhang van de grote partijen. In het mediacircus rondom de verkiezingen - en niet alleen daar - wordt de rol van de intellectuelen kennelijk begrensd en bepaald door de directe invloed van hun uitspraken op tv, in een kader dat zij niet zelf voor het kiezen hebben. En vrijwel niemand nam de moeite om aan de actiecomites te vragen of wapens een oorlog kunnen stoppen, en of het niet beter zou zijn om uitvoering van de vele VN-resoluties te eisen met een hard en duidelijk mandaat voor de VN-soldaten.
Maar ja, als dat de leus was geweest van de Bosnie-lijst, dan hadden de camera’s zich er al helemaal niet op gestort. 'Wapens voor Bosnie’ was tenslotte een aanvechtbare maar eenvoudige eis, net simpel genoeg voor de mediademocratie. Daaraan hebben sommige Franse intellectuelen zich feilloos aangepast. Alleen beslissen intellectuelen niet wanneer en waar de microfoons openstaan.