De schaamte voor Groningen komt ons allemaal toe

Als je werkelijk geen idee hebt wat er in Groningers omgaat, dan spreek je van een ‘bevinkje’. Het overkwam minister Eric Wiebes dit voorjaar. De immer goedgemutste bewindspersoon was afgereisd naar het noorden om steun te betuigen na een aardbeving nabij het dorp Westerwijtwerd. 3,4 op de schaal van Richter, de op een na zwaarste ooit. Toen RTV Noord hem vroeg waarom hij geen maatregelen meebracht om versneld hersteloperaties van huizen uit te voeren, zei de minister: ‘Als we dat allemaal hadden moeten doen aan de hand van een bevinkje, zou dat ronduit armetierig zijn geweest.’ Waarmee hij maar wilde zeggen: die maatregelen liggen in het verschiet. Hulp is onderweg.

Woede alom, de frustratie verdiept. Wiebes bood vlug zijn excuses aan, evenals premier Mark Rutte, maar in feite verandert dat niets. De verspreking verraadt hoe slecht wordt begrepen dat decennialange gaswinning diepe materiële, psychische en politieke schade heeft aangericht. Eigenlijk vertegenwoordigde de minister de nationale houding ten opzichte van Groningen uitstekend.

Een stel uit Losdorp maakte vorige week vanuit hun noodwoning bekend de staat, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (nam) en het staatsbedrijf ebn aan te klagen. Hun huis was al onbewoonbaar en na paniekaanvallen, veelvuldig flauwvallen, een afgekapte zelfmoordpoging en een diagnose van ptss stappen ze nu naar de rechter. Dat is al talloze keren gebeurd door andere gedupeerden maar nooit eerder voor ernstig psychisch letsel. Zij zijn de eersten die dit doen, maar ze staan symbool voor velen.

Angst, depressie, hartproblemen en somberheid liggen voor de Groningers op de loer

Veertig tot vijftig procent van de Groningers die te maken hebben met bevingen voelen zich onveilig in hun huis, onderzocht de Rijksuniversiteit Groningen. Angst, depressie, hartproblemen en somberheid liggen volgens de onderzoekers op de loer.

De rechtsgang van het stel valt samen met een reeks uiterst gênante uitspraken deze zomer over de Nederlandse verantwoordelijkheid voor wat Oost-Groningers is aangedaan. Het mensenrechtencomité van de Verenigde Naties tikte vorige week Nederland voor de tweede keer op de vingers in een rapport over mensenrechten in ons land. De mentale en fysieke gezondheid van inwoners van het bevingsgebied zijn in gevaar.

Enkele dagen eerder sprak ook de Hoge Raad zich uit en zei dat niet slechts de nam maar ook de staat indirect aansprakelijk is voor schade als gevolg van gaswinning. De Nederlandse overheid weet al bijna vijftien jaar dat er een verband is tussen gaswinning, aardbevingen én de mogelijke schade daarvan. Niet alleen is het rijk de partij die toestemming geeft om de gasvelden te exploiteren, het is ook mede-exploitant.

‘Voor de bewoners maakt het niet zoveel uit of de schade vergoed wordt door de nam of door de staat, als er maar betaald wordt’, zei hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen Herman Bröring tegen de NRC. Daarin heeft hij gelijk. Voor Groningers móet er een oplossing komen, uit welke hoek dan ook. Ondertussen maakt de uitspraak moreel gezien wél uit: Nederland, en daarmee wij allemaal, is verantwoordelijk voor de schade die wordt aangericht aan de huizen en hoofden van Groningers.

Inmiddels vertaalt zich dat ook politiek. Bij de afgelopen provinciale verkiezingen won in Oost-Groningen Forum voor Democratie, de enige partij die onomwonden pleit voor doorgaan met gas oppompen. Daar is om gelachen en verbaasd op gereageerd, maar de verklaring voor die electorale verschuiving ligt voor de hand: na jaren van politieke verwezing is iemand die je glashard in je gezicht vertelt waar het op staat aantrekkelijker dan de zoveelste politicus die ijdele hoop belooft in ruil voor een stem.