Het Migrantenmuseum

De schaar

Hij ging naar bed met de gedachte dat hij net als altijd een perfecte slaap zou hebben. De adem die zijn zeven kamergenoten in het pension al die maanden dat hij in Nederland was produceerden, had hem een heerlijk gevoel van warmte en genegenheid gegeven. Zodra hij zijn voor zijn lichaam eigenlijk te grote hoofd op het kussen legde, dommelde deze toen 26-jarige gastarbeider in een diepe slaap. Die nacht was een uitzondering. Hij werd wel zeven keer wakker door de nachtmerrie die zich herhaalde. Uitgeput door de nachtmerrie stond hij op die zondagmorgen op, nuttigde met zijn kamergenoten een bescheiden ontbijt, legde daarna een laken in het midden van de kamer, zette daar een stoel neer en zei tegen een van de zeven kamergenoten dat hij op die stoel plaats moest nemen.
Migranten noemen die zondag ‘de dag van de zeven mislukte pogingen’. Waarom ze dat zo noemen, daar kom ik zo op terug. Eerst wil ik over koeien vertellen die bij het grazen hoopjes haren inslikken. Ze zijn zo enthousiast
over het feit dat ze eten hebben dat ze alles in de buurt van hun bek inslikken. Het hoopje haar nestelt zich dan in de keel van de koe en belemmert het dier om adem te halen. Soms stikken die koeien, in sommige gevallen worden ze gered door hun eigenaren en af en toe lukt het ze om het haar door te slikken.
De migrant die de nachtmerries zag werd elke keer wakker toen hij droomde dat er een hoop haar in zijn keel vastzat en dat hij niet meer kon ademhalen. De boodschap van de Schepper is duidelijk, heeft de migrant toen gedacht en hij legde het laken midden in de slaapkamer en zette daar een stoel op.
Waarde bezoeker van het Migrantenmuseum, u had die zeven kamergenoten die dag moeten zien. Ze waren als kinderen die voor het eerst naar de kermis waren gegaan. De jonge migrant knipte met de goudkleurige schaar een voor een het haar van deze jongemannen. De kamergenoten vonden het fantastisch dat ze het spelletje speelden van ‘net als de Nederlanders naar de kapper gaan’ en lachten zich rot. En omdat dit spelletje zo leuk was, vonden ze het niet erg dat de kamergenoot die zichzelf had gepromoveerd tot een heuse ‘kapper’ er eigenlijks niets van bakte. Het ene kapsel werd nog lelijker dan het andere. De kamergenoten die tot die tijd zelf hun haar hadden geknipt, hadden betere resultaten behaald. Maar wat maakt een erg lelijk kapsel uit als je daarmee een kamergenoot blij maakt?
Na die dag heeft de jonge gastarbeider geknipt, geknipt en geknipt. Wetend dat zijn landgenoten op die stoel gingen zitten om alleen hem een plezier te doen. Als hij heel veel had geknipt, kwam het wel eens voor dat hij die nachtmerrie niet zag. Maar het duurde nooit lang en de nachtmerrie diende zich weer aan. Het hoopje haar zat dan in zijn keel en belette hem naar behoren te ademen.
Deze gastarbeider heeft behalve het haar van zijn kamergenoten het haar van al zijn landgenoten in Gorinchem en jaren later ook het haar van hun kinderen en zelfs dat van hun kleinkinderen geknipt. Hij knipte, knipte, knipte en werd nooit beter.
Op een dag klopte hij bij ons aan, vertelde zijn verhaal en overhandigde de goudkleurige schaar aan ons. Hij zei met een droevige stem: ‘Ik heb het geprobeerd, maar het kapsel van de migrant wordt nooit mooi. Het ligt niet aan mij, maar aan het migrant zijn.’
In de streek waar de ‘kapper’ is geboren is er een spreekwoord dat luidt: ‘Als de Schepper een mens ongelukkig wil maken, dan stuurt hij hem in den vreemde. En als de Schepper een mens wil laten verzengen door het ongeluk, zadelt hij hem op met de taak om zijn eigen onbarmhartigheid te doen vergeten.’
De schaar staat bij ons. Mocht er een migrant bestaan die de pijn niet voelt, kom dan snel naar ons, ga op de stoel zitten en laat de kapper je haar knippen. Verlos de man van zijn nachtmerries.