‘de schaduw is langer dan de gebeurtenis zelf’ pat barker

Een gesprek met Pat Barker, auteur van De weg der geesten. Vertaling Edith van Dijk Niemandsland, uitg. De Geus, 288 blz., f39,90
HET HOOFDTHEMA van Pat Barkers veelgeprezen trilogie - bestaande uit Regeneration (1991, The Eye in the Door (1993) en The Ghost Road (1995) - is de Eerste Wereldoorlog, de verwerking van de onuitwisbare effecten van oorlogservaringen. Tot het uitbreken van ‘de oorlog die een eind zou maken aan alle oorlogen’ was een dergelijke schaal van destructie en verlies aan mensenlevens ongekend. Bijna een hele generatie jongemannen, die veelal vrijwillig getekend had, is in de loopgraven gesneuveld.

Barker: ‘Mijn grootvader heeft in de Eerste Wereldoorlog gevochten en hij had een bajonetwond die ik als kind gezien heb. Mijn stiefvader heeft als vijftienjarige in die oorlog gevochten. Hij werd het slachtoffer van een gasaanval. Ik herinner me hoe hij in een leunstoel zat en heel moeilijk ademde. En dan was er mijn vader. Hij en mijn moeder ontmoetten elkaar tijdens de Tweede Wereldoorlog, ze waren niet getrouwd, hij verdween - ver mist, misschien gedood, ik weet het niet.
Mijn hele familiegeschiedenis is dus getekend door oorlog, maar niet meer dan die van andere families. Het is niet de hele verklaring voor mijn diepe, aanhoudende belangstelling voor dit onderwerp. Ik kan de wortels van mijn interesse wel traceren. Als tiener las ik war poets als Wilfred Owen en Siegfried Sassoon, ik was betrokken bij de beweging tegen atoomwapens en ik heb geschiedenis en internationaal recht gestudeerd. Geen Engelse literatuur dus. Dat had trouwens ook een andere reden: ik dacht dat je door literatuur te studeren nooit zelf schrijver zou kunnen worden en ik wist al heel jong dat ik dat wilde.’
IN DE TRILOGIE speelt psychisch lijden en de mogelijke genezing een belangrijke rol. De therapeutische gesprekken tussen de psychiater/antropoloog W. H. R. Rivers, die werkelijk bestaan heeft, en de hoofdpersonen behoren tot de mooiste delen van de drie boeken. De opdracht van Rivers was paradoxaal: hij moest mensen psychisch gezond maken om ze terug te sturen naar de waanzin aan het front, de loopgraven waar ze hun shell shock hadden opgelopen. Toch waren die gesprekken niet vergeefs.
Barker: 'Ik geloof dat de waarde van psychotherapie vrijwel volledig wordt bepaald door de geestkracht, de gevoeligheid en scherpzinnigheid van de therapeut. Een collega van Rivers heeft eens gezegd dat mensen beter werden om hem een plezier te doen. Dat gold ook voor de psychiater die ik in mijn eigen leven het best heb gekend. Het is niet zozeer een kwestie van het volgen van de ene of de andere school van psychoanalyse. Het gaat om de morele invloed van de ene persoonlijkheid op de andere.’
De figuur van Rivers was ook de centrale figuur in de genese van de trilogie. Barker: 'Rivers kwam voor in de memoires van Sassoon. Sassoon had veel respect voor hem, hield van hem. Ik kende hem ook van het neurologisch onderzoek dat hij deed naar de regeneratie van zenuwen na een verwonding. En tenslotte was er Rivers de antropoloog, die ik ook kende, uit weer andere bronnen. Pas jaren later besefte ik ineens dat dit een en dezelfde man was. Wat Rivers mij bood, was een perspectief op de Eerste Wereldoorlog waar ik al heel lang over wilde schrijven. Door Rivers ben ik geen roman gaan schrijven vanuit het perspectief van een namaaksoldaat. Ik wilde niet schrijven alsof ik er was geweest; dat is niet het meest interessante wat je met het materiaal kunt doen. Bovendien is er ook een moreel probleem: het schrijven van opwindende oorlogsboeken. Je moet iets anders doen. Ik wilde het perspectief van iemand die zelf niet in de loopgraven had gezeten, maar ervan wist en erover nadacht. Dat komt overeen met mijn perspectief en met dat van de lezer.’
ALS PSYCHIATER speelt Rivers een centrale rol in alle drie de boeken; in de slotroman The Ghost Road speelt bovendien zijn werk als antropoloog een bijna mythische rol. Die antropologische dimensie verdiept niet alleen het inzicht in het onderwerp van oorlog en trauma, het geeft ook een poetische kracht aan dit laatste deel. De vergelijking met mensen van een heel andere cultuur, hier een gemeenschap van koppensnellers op een klein ei land in de Stille Oceaan, verbreedt het thema tot de hele mensheid. Barker: 'Ja, dat was precies mijn intentie. Ik wilde zo ook laten zien dat oorlog een universeel gegeven is en tevens een regressie naar een primitieve staat. Het is niet een cultuur die krankzinnig wordt, het is iets dat raadselachtiger, meer sinister is.
Een zeker genot maakt zeker deel uit van dat verhaal. Als je geweld, gewelddadige competitie tussen mannen ziet als iets instinctiefs, iets fundamenteels, dan hoort daar een genotservaring bij, als beloning voor dat gedrag. Het lijdt ook geen twijfel dat sommige mannen, Sassoon maar ook Owen, groot genoegen beleefden aan de gevechten aan het front, zoals andere mannen, ontzaglijk veel andere mannen, werkelijk iedere seconde ervan haatten en naar huis verlangden.’
Het is een vreemde ervaring te ontdekken dat, hoe gruwelijk de details van oorlog ook zijn, en hoe groot het leed ook is, er toch een soort troost uitgaat van een boek dat daarin doordringt. Barker: 'Dat effect heeft iets te maken met de troost die uitgaat van de verwoording van iets. Het is vergelijkbaar met Achmatova, die in de rij staat bij de gevangenis. Een vrouw vraagt haar: “Kun je dit beschrijven?” en Achmatova zegt dat ze dat kan, en de vrouw glimlacht. Er is niets veranderd, er is niets verbeterd, het gaat erom dat de ervaring is verwoord. Daarmee is er waarde aan toegekend en dat is wat mensen willen.’
Een van de meest opvallende kenmerken van de trilogie is de vervlechting van feit en fictie. Is het zo dat de feiten gefictionaliseerd moeten worden om mensen te raken?
Barker: 'De feiten op zichzelf zijn niet gecompliceerd genoeg, je moet iemand zien als geworteld in zijn historische setting. Wat fictie kan doen, is je confronteren met een volledige persoonlijkheid, met de uitdrukking van een heel menselijk leven tot in de kleinste schijnbaar irrelevante details - die natuurlijk nooit irrelevant zijn. Als het niet persoonlijk is, werkt het niet. Het moet gaan om een persoon om wie je tot op zekere hoogte zult rouwen, alsof je hem persoonlijk gekend had. Prior is een fictieve hoofdpersoon, maar je kunt om hem rouwen. Daarom kunnen we uiteindelijk ook niet zonder fictie; de roman kan niet doodgaan, de roman is nodig.’
Het lijkt wel of de literatuur daarmee haaks staat op de beeldende kunst: waar bijvoorbeeld het beeld van Zadkine in Rotterdam, of het graf van de Onbekende Soldaat ontroeren en tot symbool van universeel lijden worden juist doordat ze de anonimiteit van het lijden benadrukken, kan zo'n effect in de literatuur kennelijk alleen ontstaan door het anonieme persoonlijk te maken. De monumentale slotscene van The Ghost Road ontleent zijn grote poetische kracht aan het feit dat die zwaar gewonde, stervende soldaat de lezer bekend is. Door zijn persoonlijke lijden, samengebracht in de herhaling van een enkel onbegrijpelijk woord, dat klacht, aanklacht en gebed tegelijk is, wordt hij tot symbool van menselijk lijden in het algemeen.
De sporen van deze oorlog zijn nog altijd niet uitgewist: 'Kort geleden las ik de biografie van Robert Graves. Ik had nooit beseft dat hij de laatste tien jaar van zijn leven dement was, en in die staat was hij weer aan het westelijk front - tien jaar lang was hij terug in de loopgraven. Het is heel aangrijpend dat die laatste kwelling meer dan twee keer zo lang geduurd heeft als de oorlog zelf; de schaduw is langer dan de oorspronkelijke gebeurtenis.’