De schemertoestanden van een tijdelijke gentleman

Pat Barker, Het oog in de deur. Vertaling Edith van Dijk, uitgeverij De Geus, 304 blz., f29,90
OMDAT NEDERLAND in de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, is de traumatische ervaring van ‘de oorlog die een eind aan alle oorlogen zou maken’ onze grootvaders en overgrootvaders bespaard gebleven. De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog zijn voor ons volledig in de schaduw komen te staan van die van de Tweede. In Engeland ligt dat anders, daar doelt men met ‘de oorlog’ dikwijls op de Eerste en niet op de Tweede. De diepere indruk die de Eerste Wereldoorlog heeft gemaakt zit hem in de tot dan toe ongekende schaal van destructie en verlies aan mensenlevens; bijkans een hele generatie jongemannen is in de loopgraven omgekomen. Op de eerste dag van de Slag bij de Somme vielen zestigduizend doden. Het stukje land dat bij een zo'n veldslag op de vijand werd veroverd, zou niet eens groot genoeg zijn geweest om de soldaten die ervoor waren gesneuveld te begraven en ging bovendien vaak de volgende dag alweer verloren.

Het overweldigende nationalistische enthousiasme waarmee deze oorlog begon, is slechts geevenaard door de diepte van de afkeer die zowel aan het oorlogsfront als aan het thuisfront na enkele jaren was gegroeid. De literatuur die is voortgebracht door de mensen die die oorlog als soldaat hebben meegemaakt, heeft aan die afkeer geen onbelangrijke bijdrage geleverd. Hoewel er ook proza is geschreven, nam poezie aanvankelijk een belangrijker plaats in, met onder anderen Siegfried Sassoon, Wilfred Owen en Robert Graves. Hun poezie en proza, gedeeltelijk geschreven vanuit de loopgraven, wordt gekenmerkt door nauwkeurige omschrijvingen van een grauwe en absurde realiteit, door een minachting voor verantwoordelijke politici en militaire leiders en vooral voor vrome patriottische praatjes. Dit werk verwoordde in gewone taal de gevoelens van angst en weerzin van iedere willekeurige frontsoldaat. Daarin schuilt de grote kracht.
DE ENGELSE schrijfster Pat Barker heeft over deze oorlog en deze dichters twee romans geschreven. Regeneration verscheen in 1991 en werd in Engeland en Amerika buitengewoon lovend ontvangen. Vorige maand verscheen The Eye in the Door, al even hoog geprezen en beschouwd als de belangrijkste omissie op de Booker-shortlist. Beide romans zijn een perfect mengsel van feit en fictie. Regeneration geeft onder meer een reconstructie van het verblijf van Siegfried Sassoon in het psychiatrisch oorlogshospitaal Craiglockhart in Schotland. In de zomer van 1917 schreef Sassoon, op dat moment in Engeland herstellend van zijn oorlogsverwondingen, een officiele declaratie van protest tegen de voortzetting van de oorlog. De roman opent met de tekst van die krachtige aanklacht. Dat plaatst je direct midden in het verhaal. Sassoon ontliep de straf die een krijgsraad hem als hoge officier ongetwijfeld zou hebben opgelegd door toedoen van zijn vriend Robert Graves. Deze zorgde ervoor dat Sassoon door een militaire gezondheidsraad naar Craiglockhart werd verwezen.
Sassoons psychiater was de in Cambridge opgeleide neuroloog en antropoloog W. H. R. Rivers. In diezelfde tijd was ook Wilfred Owen wegens oorlogstrauma’s opgenomen in Craiglockhart. Sassoon verbleef er vier maanden, werd toen genezen verklaard en - Rivers kon niet anders - teruggestuurd naar het front. Ook Owen was dat lot beschoren. Hij sneuvelde een week voor het einde van de oorlog. Sassoon, die aan het front enorme risico’s nam en bijna zijn best leek te doen om gedood te worden, overleefde de oorlog.
Rond deze historische feiten heeft Barker haar roman geweven. Wat zij erbij heeft verzonnen, zijn een aantal personages, een beschrijving van het verloop van het dagelijks leven in het hospitaal en de onderlinge contacten tussen de patienten. Ook het beeld van de therapeutische gesprekken die Rivers met Sassoon en de andere echte en fictieve patienten voert, is van Barker, al is dat wel gebaseerd op artikelen van Rivers over de behandeling van wat toen voor het eerst oorlogsneurose is genoemd. Wat Barker zeker niet heeft verzonnen, zijn de getuigenissen van de gruwelijke oorlogservaringen die de personages van haar boek op de een of andere manier moeten zien te verwerken.
THE EYE IN THE Door is een vervolg op Regeneration, maar de romans kunnen ook los van elkaar worden gelezen. Ook deze roman bevat een nawoord van de schrijfster waarin ze feit van fictie onderscheidt. Het verhaal speelt zich af in Londen in het voorjaar van 1918, wanneer vrijwel ieders krachten, zowel thuis als aan het front, tot het uiterste zijn beproefd. Politieke en militaire leiders vrezen toch nog door de Duitsers verslagen te worden. Dat leidt tot een paranoide zoektocht naar schuldigen, waarbij vooral homoseksuelen en pacifisten het moesten ontgelden. Zo ontwikkelde men de gewoonte pacifisten naakt in een koude cel op te sluiten met een legeruniform op de vloer - zo gauw de gevangene het aantrok of slechts de jas om zijn schouders sloeg, werd dat beschouwd als dienstnemen. De betrokkene viel dan onder militair gezag en kon worden gestraft.
Hoofdpersoon van The Eye in the Door is de officier Billy Prior, ex-patient van Rivers in Craiglockhart. Ook andere patienten van Rivers, onder wie Sassoon, spelen een rol in de roman. Charles Manning bijvoorbeeld, lijdend aan shell shock en vrezend wegens zijn homoseksualiteit gechanteerd te worden. De Duitsers zouden in het bezit zijn van 47.000 namen van vooraanstaande mensen wier dubbelleven hen tot een gemakkelijke prooi maakte voor Duitse chantage.
Prior is invalide verklaard en niet naar het front teruggestuurd. Hij is afkomstig uit de arbeidersklasse, en aan het front werd hij om zijn officiersrang getypeerd als ‘tijdelijke gentleman’. Prior is tewerkgesteld bij de inlichtingendienst van het ministerie voor Munitie. Via zijn oude vriendschappen hopen zijn superieuren pacifistische leiders op het spoor te komen. Een van die oude vrienden is Beattie Roper, die Prior als kind heeft verzorgd en die nu in de gevangenis zit op verdenking van een poging Lloyd George om te brengen. Het oog dat rond het kijkgaatje op de deur van haar cel is geschilderd, herinnert Prior aan een verschrikkelijke gebeurtenis aan het front: het moment dat hij het oog oppakte van een gesneuvelde soldaat. Die gebeurtenis, waardoor Prior tijdelijk zijn spraakvermogen verliest, was ook al beschreven in Regeneration.
Ook Rivers komt in deze roman weer voor, nu verbonden aan een Londens ziekenhuis. Prior zoekt, min of meer tevergeefs, hulp bij hem als hij last krijgt van wat in de psychiatrie 'schemertoestanden’ worden genoemd. Het gaat om een speciale vorm van geheugenverlies: van bepaalde episoden kan men zich later niets meer herinneren. In een van die verloren momenten heeft Prior mogelijk iets onherstelbaars gedaan.
The Eye in the Door bestrijkt goeddeels hetzelfde terrein als Regeneration. Maar explicieter gaat deze roman over het proces van geestelijke ineenstorting, over krankzinnigheid als gevolg van oorlogservaringen. Pat Barker is een subtiele schrijfster met een onnadrukkelijke, pakkende stijl. Bovendien beschikt zij over kennis op meerdere in dit verband belangrijke terreinen. Barker is historica dus dat haar kennis van de geschiedenis en politiek groot is, behoeft niet te verbazen. Wat haar boeken echter zo bijzonder interessant maakt, is dat ze die historische kennis verbindt met literaire kennis, met mensenkennis, met medisch-psychiatrische kennis en met inzicht in sociale verhoudingen. De gevoelens die Engelsen hebben over standsverschillen zitten diep. Hoewel wel wordt beweerd dat tijdens een oorlog klasseverschillen verdwijnen en iedereen gelijk wordt in het aangezicht van de dood, benadrukt zij juist hoe verbijsterend het is dat de geest kennelijk onder alle omstandigheden in staat is gedetailleerde sociale taxaties te maken. Barker wijst, zonder het met zoveel woorden te zeggen, op het belang van hierarchische verschillen bij de oorlogvoering. De militaire leiding kon een bijkans onuitputtelijke voorraad mensen inzetten. Het verschil tussen wie besliste en wie de beslissingen uitvoerde, was groot.
De gesprekken die de bekwame en menslievende psychiater Rivers met zijn patienten voert en de dilemma’s waarvoor hij zich bij de behandeling van oorlogstrauma’s geplaatst ziet, behoren, vind ik, tot de interessantste delen van beide romans. Destijds werd algemeen aangenomen dat verdringing van oorlogservaringen de weg naar genezing was, en in de meeste klinieken werden patienten dan ook gedwongen tot verdringen. Rivers daarentegen stuurde in zijn zachtmoedige, onderzoekende gesprekken met patienten juist aan op het tegendeel. Maar Rivers besefte ook dat verdringing de rode draad was geweest in ieders opvoeding, ook van de zijne. Als Rivers’ patienten eenmaal hun afkeer en angst hadden onderkend, werd van hen niettemin verwacht dat ze hun plicht deden en terugkeerden naar Frankrijk. Rivers is ervan overtuigd dat mensen die zichzelf hebben leren kennen en hun emoties aanvaarden, minder kans lopen opnieuw een inzinking te krijgen, maar dat neemt niet weg dat zijn afkeer van de oorlog en het militaire beleid dat hij gehouden is uit te voeren, groeit.
Naast dit dilemma is er nog een ander therapeutisch probleem waar Rivers op stuit. Sommige oorlogservaringen zijn dermate verschrikkelijk en de pijn die wordt geleden door aan te dringen op precieze herinnering zo extreem, dat Rivers zich in een aantal gevallen ernstig afvraagt of zijn behandeling gerechtvaardigd is. En ondanks de therapie en de eventuele genezing laat Barker overtuigend zien dat het gewone leven voor al deze mensen voorgoed onmogelijk is geworden. Paradoxaal genoeg leidt dat bij velen tot de wens terug te keren naar het front, terwijl hun angst en afkeer onafzienbaar is.
Regeneration en The Eye in the Door zijn aangrijpende historische romans, maar ook een eerbetoon aan Sassoon en Owen en de poezie die zij hebben gemaakt. Daardoor kunnen deze boeken fungeren als een soort monument voor het anonieme leed dat door zovelen is geleden, niet alleen in de Eerste Wereldoorlog maar in oorlogen in het algemeen.