film: Het Nederlands Film Festival

De scheppende moordenaar

Spoorloos (1988) van George Sluizer begint met het beeld van een wandelende tak in de kleur van de aarde en eindigt met een soortgelijk beeld, maar nu is het insect groener, de kleur van groei en leven en hoop.

Dat is precies het omgekeerde van wat er op deze twee momenten in het verhaal gebeurt: aan het begin is de relatie tussen Rex (Gene Bervoets) en Saskia (Johanna ter Steege) een en al prille romantiek en ligt het leven voor het oprapen, aan het einde is de liefde weg en bestaat dat leven niet meer. De vraag hoe de regisseur deze paradox voor elkaar heeft gekregen, hoe hij een gevoel van euforie creëert op het moment dat de dood nadert en het verhaal definitief afloopt, vormt de kern van deze onverminderd mysterieuze film.

Sluizer, inmiddels de tachtig gepasseerd en wonend in Frankrijk, maakt deze dagen een comeback op het Nederlands Film Festival met Dark Blood, een Amerikaanse thriller die hij al in de jaren negentig draaide, maar die op de plank was beland na de dood van hoofdrol­speler River Phoenix. Het verhaal gaat over een eenzame man, Phoenix, die een echtpaar gijzelt in de woestijn. In de aanloop naar het festival werd de hype rond Dark Blood opgevoerd toen bekend werd dat Sluizer zijn film kon voltooien omdat hij de ongemonteerde filmrollen uit de kluis van een Amerikaanse verzekeringsmaatschappij had gestolen. De precieze status van de film, die van tevoren niet aan journalisten mocht worden vertoond, is onbekend. In een pas verschenen boek over hem, Wie zijn ogen niet gebruikt, is een verloren mens van Hans Heesen, stelde Sluizer nog dat Dark Blood niet mag worden uitgebracht.

Niettemin, de vertoning van Dark Blood in Utrecht plaatst een van de interessantste regisseurs in de Nederlandse filmhistorie opnieuw voor het voetlicht. In zijn boek presenteert Heesen zijn subject als ‘Nederlands meest kosmopolitische filmmaker’, iemand die les kreeg van Jean Renoir, het vak leerde van Bert Haanstra en met Michelangelo Antonioni werkte, met Klaus Kinski vocht, Mick Jagger rondreed en Nastassja Kinski kwijtraakte aan Roman Polanski. Inderdaad, Nederland is te klein voor Sluizer. Hij emigreerde niet alleen naar Frankrijk om de weersomstandigheden, maar ontvluchtte ook het Nederlandse ‘denken’.

Dat deed Sluizer al met Spoorloos, een werk dat tot het beste in dit genre dient te worden gerekend. De film imponeert nog altijd door Sluizers geheimzinnige spel met tijd als narratief, cinematografisch element. Lang voordat dit een gangbare filmische stijl werd, beïnvloed door het postmodernisme, maakte hij een film waarin verschillende tijdlagen door elkaar heen lopen. Zo zijn we eerst getuige van de kidnapping van Saskia door de seriemoordenaar Lemorne (Bernard-Pierre Donnadieu) en daarna van het verloop van de misdaad. Misschien zit hierin het geheim van die wandelende tak die het verhaal van Spoorloos in omgekeerde volgorde vertelt: het bruine insect aan het begin wijst vooruit naar de dood terwijl het groene insect aan het einde staat voor de bron, voor de scheppende kracht van het kunstwerk. Sluizer: ‘Als je filmt ben je bezig met tijd. Dan heb je het over de existentie: je wordt geboren en je gaat dood, daarvóór zit niets en daarna wat mij betreft ook niet, maar daartussen zit een stuk en wat doe je daarmee?’

_* * *

Het Nederlands Film Festival_, van 26 september tot 5 oktober in Utrecht; Hans Heesen, Wie zijn ogen niet gebruikt, is een verloren mens: In gesprek met George Sluizer, Nijgh Van Ditmar