Josse de Pauw

De scherpe randjes

Josse de Pauw, Werk. Uitg. Houtekiet, 409 blz., ƒ 49,90

Acteur en theatermaker Josse de Pauw speelde al in ruim twintig films, Belgische en buitenlandse. Recent was hij te zien in de hoofdrol van de ultieme feel good-movie Iedereen beroemd, in de regie van Dominique Deruddere. De Pauw speelt de vader van een enorm lief maar niet vreselijk mediageniek meisje met een verborgen zangtalent, dat verborgen blijft zolang ze blijft meedoen aan provinciale talentenjachten waar haar ouders haar naartoe sturen. Alleen in de badkamer laat ze haar echte, mooie stem horen, wanneer ze niet is verkleed als Madonna en als een witsatijnen rollade met puntborsten Holiday kweelt, en daarmee een goede zesde plek verovert in een deelnemersveld van zeven, net vóór de geestelijk verduisterde zoon van de slager op de hoek.
De Pauw is als liefhebbende vader, die zich per ongeluk crimineel gaat gedragen (uit pure genegenheid, uit respect en trots voor zijn dochter) meesterlijk. Zelden heeft een acteur zoveel tranen — van opluchting, van het lachen en van het huilen — uit één bioscoopzaal weten te trekken.
Acteurs zijn over het algemeen nogal typische mensen. Hun beroep brengt met zich mee dat ze zich voortdurend hyperbewust zijn van zichzelf en van de manier waarop ze overkomen op de wereld. Een fors egocentrisme is onvermijdelijk, en een goede dosis narcisme daarbij. Dat kun je ze niet kwalijk nemen, meestal.
Josse de Pauw is geen typische acteur. Dat blijkt uit Werk, een bundeling van de teksten die hij het afgelopen decennium schreef. De kloeke bundel, meer dan vierhonderd bladzijden, bestaat uit columns die De Pauw schreef voor de Stan daard der Letteren, notities, verhalen, toneelteksten voor het Kaaitheater en andere groepen, en verspreid proza als toespraken en dagboeken. In Werk laat De Pauw zich zien als een geëngageerd, politiek bevlogen en warmvoelend mens. Anders dan van een acteur verwacht zou kunnen worden, kijkt De Pauw vooral naar buiten, en laat de eigen navel voor wat die is. Zijn columns handelen over de kunst (en subsidiegemarchandeer), eten (en de risico’s van kip) en veel ander onrecht.
De Pauw is een meeslepend verteller, die in kleine gebeurtenissen die grote verhalen ontdekt die de wereld draaiende houden. Die België draaiende houden, vooral, want De Pauw legt keer op keer op hartverscheurende en dolkomische wijze de overspannen zenuwen van de (met name Vlaamse) maatschappij bloot, en ontdekt steeds weer de scherpe randjes aan het schijnbaar glimmende oppervlak.
In het verhaal Dioxine beleeft hij een zielsgelukkig moment als hij aan tafel zit met dochter en vrouw, die een stoofpotje van vis heeft bereid. Uit pure verrukking meent hij te kunnen opmerken: «Wat zou er allemaal in zo’n vis zitten?» Vrouw staat op van tafel, het diner is verpest. De Pauw vervolgt: «Ik heb vergiffenis gevraagd op blote knieën. Niet op het zachte vloerkleed, maar met mijn blote knoken over de barst in de stenen vloer. (‹Om de scherpe randjes te voelen van je wangedrag,› zei pater Hecht destijds.) Ik heb beloofd dat ik in het vervolg zal nadenken voor ik spreek, ook als ik gelukkig ben. Maar nog geen week later: Lap! Dioxine in de kip. En in het ei van de kip. En misschien ook wel in de koe. En in de melk van de koe. En in het varken. En van het varken eet ik alles! Wij hangen aan het scherm gekluisterd en fouilleren in gedachten de volle koelkast. Wat moet er weg? Wat kunnen we houden? Ze wisten het al lang. De clowns! Pinxten en Colla wisten het al heel lang. ‹Ik ook,› zeg ik, maar niemand hoort mij. Mijn vrouw is boos. Ze wisten het en hebben niks gezegd! ‹Misschien hebben ze goed nagedacht voordat ze gingen praten,› zeg ik, ‹dat is hen zo geleerd.›»

Josse de Pauw is een verademing om te lezen. Hij schaart zich met Werk bij de Belgische Golf, die al enkele jaren over de Nederlandstalige literatuur rolt. Net als Tom Lanoye, Jeroen Olyslaeghers, Peter Verhelst en (veel) anderen vindt De Pauw in het hier en nu van België meer dan genoeg inspiratie om hartstochtelijke, grappige en geëngageerde literatuur te schrijven. (Want het is literatuur, en niet, zoals ze in Nederland goed kunnen, een stapel stukjes van een Bekende Persoonlijk heid Van De Televisie Of Een Ander Medium die zijn of haar bekendheid exploiteert door ranzige boekjes af te scheiden vol oninteressante aantekeningen over zichzelf, zichzelf en zichzelf.)
Misschien moet een land serieuze oproer en toestanden kennen om een levende, niet-navelstaarderige literatuur op te wekken. Sinds Dutroux gaat het in dat opzicht met België alleen maar beter. Hoe groter de ellende, hoe talrijker de affaires, des te rijker de letterkunde, des te sterker de boeken, zo lijkt het. En het toneel. Vlaamse theatermakers hebben de laatste jaren al ijzersterke stukken gebracht, en in die categorie hoort De Pauws toneelwerk ook thuis. Sinds september 2000 is hij artistiek leider van HETNET in Brugge, dat de komende vier jaar zijn werk gaat spelen. Als dat van hetzelfde kaliber is als de toneelteksten in Werk (de stukken Ward Comblez, Het kind van de smid, Weg, Zetelkat, Alicante, Spain en Larf) zal de Belgische Golf ook door het theater spoelen. En dat is goed.
Net zoals het goed is dat Iedereen beroemd de Belgische inzending voor de Oscars is, en dat de film eerst genomineerd gaat worden en vervolgens die Oscar krijgt voor beste buitenlandse film, waarna Josse de Pauw een Oscar krijgt voor beste acteur. En omdat-ie zo goed kan schrijven krijgt hij later ook nog eens een nieuwe, speciaal ingestelde prijs voor de beste acteur die het best kan schrijven. En dat is ook goed.