De schijndood van Kim Jong-un

Drie weken afwezigheid van Kim Jong-un beheerste het wereldnieuws. Dat komt het Noord-Koreaanse regime niet slecht uit.

Zuid-Koreanen in Seoel met op de achtergrond een tv-uitzending met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un © Jung Yeon-Je/Hollandse Hoogte

Hij zou volgens sommige bronnen een hartoperatie hebben ondergaan, hersendood zijn of zelfs zijn overleden. Anderen meenden weer dat hij uit angst voor een coronabesmetting bij een van zijn lijfwachten in quarantaine zat. En terwijl een Noord-Koreaanse vluchteling die sinds kort in het Zuid-Koreaans parlementslid zit op vrijdagochtend 1 mei nog beweerde voor ‘99 procent zeker te weten’ dat de dood van Kim Jong-un dat weekend bekendgemaakt zou worden, dook de Noord-Koreaanse leider later die dag doodleuk op tijdens een bezoek aan een kunstmestfabriek. Hij oogde niet ongezonder dan normaal.

Hoe kan het dat Kim Jong-un wereldnieuws wordt, alleen door drie weekjes niet zijn gezicht te laten zien? En hoe kan het dat de media de plank zo massaal hebben misgeslagen? Het Westen lijkt gefascineerd door dat ene aspect van Noord-Korea dat werkelijk geheim is: het persoonlijke leven van Kim Jong-un. Daardoor blijven tal van andere aspecten van de wrede dictatuur, waarover wél betrouwbare kennis te vergaren is, buiten het nieuws

Voor een land met slechts 25 miljoen inwoners en een bruto binnenlands product dat bungelt tussen dat van Gambia en Oeganda wordt er veel over Noord-Korea geschreven. Het land haalt de journaals niet alleen met kernproeven en militaire parades, maar ook met de bouw van een nieuwe woonwijk, het openen van een vakantieoord of het toekennen van wéér een medaille aan de Grote Leider. De dictatoriale leider, de militaire provocaties, de stalinistisch ogende propaganda en de ‘gekke’ nationale gebruiken blijven fascineren.

Die fascinatie geldt vooral voor het grootste geheim van het regime: de gezondheid en het privéleven van Kim Jong-un en zijn familie. ‘Dat is samen met de nucleaire lanceercodes de moeilijkst te achterhalen informatie uit het land’, zegt Remco Breuker, hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden.

We zien Noord-Korea als een vreemd land en de Noord-Koreanen als de totale ander, zegt Breuker. ‘Het is vooral de fremdkörperliche aard van het regime die het nieuws haalt. Er wordt vervolgens ingezoomd op dat wat we niet kunnen weten, zoals de politieke machinaties aan de top.’ Vervolgens wordt het beeld van het Noord-Koreaanse regime op het hele land geprojecteerd, stelt de Leidse hoogleraar vast. ‘Dan gaan mensen informatie over Kim Jong-un toepassen op Noord-Koreaanse vluchtelingen, heel dom. Bij andere landen lukt het mensen wel om onderscheid te maken tussen de maatschappij en wat er bijvoorbeeld in Washington of Den Haag wordt beslist’.

De foute notie dat we niets kunnen weten van Noord-Korea ontneemt ons juist het zicht, vindt Breuker. ‘Daardoor ben je voortdurend het wiel opnieuw aan het uitvinden’. Door de gehechtheid aan een beeld van Noord-Korea als een in nevelen gehuld land waar waanzinnige gebeurtenissen aan de orde van de dag zijn, wordt de vraag naar serieuze, verifieerbare informatie onbewust weggedrukt.

Voor velen is het moeilijk te geloven dat er anno 2020 nog een land bestaat waarover niet live ieder snippertje informatie bekend is. Of beter gezegd: over de leider van dat land. ‘We hebben heel veel technieken, we hebben satellieten; hoe is het mogelijk dat dit land nog steeds zó goed een rookgordijn kan optrekken?’ vroeg een Radio 538-dj zich hardop af. Het ongeduld om de sluier op te lichten is groot. Uiteindelijk zou sowieso duidelijk worden of Kim Jong-un nog in leven was, het was de stilte over zijn status en het wachten op meer informatie waar men niet tegen kon.

De geruchtenstroom over Kim Jong-un werd aangezwengeld door twee gebeurtenissen. Allereerst verscheen Kim Jong-un op 15 april niet bij de plechtigheden op de Dag van de Zon, de verjaardag van zijn opa en Vader des Vaderlands Kim Il-sung (1912–1994), de allerbelangrijkste feestdag van het jaar. Dat was nooit eerder gebeurd. Vijf dagen later meldde de Zuid-Koreaanse nieuwssite Daily NK dat Kim een week eerder een ‘cardiovasculaire procedure’ had ondergaan. De ingreep was goed verlopen en het staatshoofd herstelde in een van zijn vele villa’s. Normaal gesproken baseert Daily NK zich voor berichten op minstens twee bronnen, maar voor dit stuk had de site slechts één persoon anoniem gesproken.

Hierna ging het snel. Een dag later meldde CNN op basis van een anonieme bron bij de Amerikaanse overheid dat Kim na een operatie mogelijk ‘in ernstig gevaar’ verkeerde. Dit werd vervolgens overgenomen door internationale media, waaronder ook Nederlandse en zelfs Zuid-Koreaanse. De geruchten werden al snel opgeblazen tot hersendood of verkerend in vegetatieve staat. Enkele dagen later volgde een Hongkongse tv-zender, zonder noemenswaardige expertise in het duiden van Noord-Korea, met het bericht dat Kim zou zijn overleden.

In menig dagblad werd al over de opvolging gespeculeerd. Correspondenten kregen de vraag om ‘voor de zekerheid’ alvast een necrologie van Kim Jong-un te schrijven, en/of een profiel van zijn zus en beoogd opvolger Kim Yo-jong.

Ook de internationale gemeenschap van Noord-Korea-watchers zat niet stil. Deze ervaren analisten speuren vaak Noord-Koreaanse publicaties, televisie-uitzendingen en vooral satellietbeelden af op zoek naar informatie. Normaal ligt het vergrootglas vooral over raketbases en nucleaire installaties; in dit geval werd de trein van Kim Jong-un buiten zijn huis in Wonsan gespot. Ook vonden reparaties plaats aan een tachtig meter lang schip van Kim – waarom zou dat gebeuren als hij dood was? Goede vraag, maar tegelijkertijd zegt het eigenlijk niets. Noord-Korea-analisten deelden deze informatie dan ook vooral om te laten zien wat zij zagen, zonder hier conclusies aan te verbinden.

Media willen echter graag snel antwoorden en duiding. Analisten komen dan in de verleiding om te gissen naar mogelijke uitkomsten. Dat wordt immers aangemoedigd en beloond. Ook Breuker voelt zich soms gepusht om boude uitspraken te doen. ‘Je moet leren je daar niks van aan te trekken’.

Het was niet eens de eerste keer dat Kim Jong-un ‘kwijt’ was. In 2014 was de jonge leider een volle maand uit beeld. In de tussentijd deden berichten de ronde over zijn dood of afzetting door de legertop. Pyongyang hield de kaken stijf op elkaar. Na een maand verscheen Kim Jong-un weer in beeld, lopend met een wandelstok. Er wordt aangenomen dat hij na een jichtinfectie een enkeloperatie heeft ondergaan, maar Noord-Korea heeft nooit uitleg gegeven over Kims lange afwezigheid.

Regelmatig wordt nepnieuws over Noord-Korea als serieus nieuws gebracht. Zo zou Kim Jong-un zijn ex hebben laten executeren nadat ze opdook in een pornofilm en liet hij zijn oom verscheuren door een roedel hongerige honden. Het eerste voorbeeld was een ongefundeerd verzinsel (de pornofilm dook nooit op, de ex wel), het tweede was per ongeluk als nieuws overgenomen van een satirisch medium à la De Speld. Toch worden beide verhalen nog steeds geregeld aangehaald en staan ze nog altijd online op meerdere nieuwswebsites.

Het adagium ‘één bron is geen bron’ blijkt niet voor Noord-Korea te gelden. Oncontroleerbare uitspraken van een anonieme ‘bron’ halen het nieuws, want ze zouden waar kunnen zijn en zijn toch niet te controleren, ‘want het is Noord-Korea’. Dergelijke journalistieke standaarden (of het gebrek daaraan) worden voor geen enkel ander land gehandhaafd.

Ondertussen profiteert het Noord-Koreaanse regime van het feit dat we zo geobsedeerd zijn met haar leiders en propaganda. Daardoor hebben we het namelijk niet over de belangrijkere zaken die Pyongyang het liefst onbesproken laat. ‘Zoals de meer down to earth mensenrechtenschendingen, concentratiekampen, dwangarbeid, executies en verkrachtingen’, verzucht Breuker. Het land kent al decennia een systeem van strafkampen, waar momenteel naar schatting tussen de tachtig en 120.000 mensen verblijven. De mensenrechtensituatie is zo ernstig dat Amnesty ze ‘een categorie op zichzelf’ noemt. Hier wordt aanzienlijk minder over bericht, terwijl de misstanden vele malen belangrijker zijn dan het reilen en zeilen van Kim Jong-un. Vorige maand werd opnieuw door de VN bevestigd dat veertig procent van de bevolking te weinig voedsel en/of drinkwater heeft. Slechts één Nederlandse krant wijdde er een artikel aan.

Er is dan ook veel af te dingen op het beeld van Noord-Korea als totaal afgesloten, mysterieus fort. Natuurlijk, het land is niet zo transparant of toegankelijk als Nederland, Duitsland – of zelfs China of Rusland. Er komt echter genoeg informatie over het land naar buiten, veelal via de ruim 33.000 Noord-Koreaanse ballingen in Zuid-Korea. Er is van alles te zeggen over hoe de maatschappij functioneert, hoe burgers hun werk én hun vrije tijd invullen, wat voor cultuur populair is en hoe zwarte markten opereren. Bijvoorbeeld dat in de meeste Noord-Koreaanse gezinnen vrouwen de kostwinner zijn, dat Zuid-Koreaanse soapseries en popmuziek megapopulair zijn onder Noord-Koreaanse jongeren en dat veel onvrijheden in het repressieve land zijn af te kopen met smeergeld.

Hoe je wél betrouwbare informatie uit Noord-Korea haalt, weet de Britse socioloog Christopher Green als geen ander. Hij promoveerde onlangs op een PhD-onderzoek waarvoor hij met 95 Noord-Koreaanse vluchtelingen sprak en werkte acht jaar bij Daily NK met contacten in Noord-Korea. Volgens Green gaat het er vooral om dat je niet slechts op één bron of methode leunt, maar dat je informatie achterhaalt en controleert via verschillende kanalen. ‘Daarbij kun je onder meer denken aan Noord-Koreaanse ballingen, bronnen in Noord-Korea, internationale organisaties en diplomaten die aanwezig zijn in het land en satellietbeelden. Noord-Korea is niet totaal maar wel behoorlijk gesloten. Daarom moeten we creatief zijn en zo veel mogelijk methodologieën gebruiken als we kunnen.’

Noord-Koreaanse vluchtelingen hebben vaak na hun vertrek nog contact met familie of kennissen in Noord-Korea, die in sommige gevallen werken als informatieverstrekker voor Daily NK en andere Zuid-Koreaanse media. ‘Dat gebeurt meestal met Chinese mobieltjes’, legt Green uit. Die zijn echter niet legaal in Noord-Korea en de staat probeert dan ook actief signalen van uitgaande belletjes op te pikken om zo burgers te snappen die contact hebben met het buitenland. ‘Daarom worden telefoons vaak verstopt, bijvoorbeeld begraven in een natuurgebied. We spreken dan van tevoren af wanneer we bellen’.

Door de jaren heen is het netwerk Noord-Koreaanse stringers gegroeid, waardoor er in bijna elke provincie één zit. Hierdoor worden zelfs vanuit drie steden tweewekelijks de prijs van een kilo rijst en de wisselkoers van de Noord-Koreaanse won doorgegeven – belangrijke economische indicatoren.

Green stelt dat we de informatie van Noord-Koreaanse burgers nodig hebben, omdat we anders eindigen met een zeer verwrongen beeld. ‘Niet alles is mogelijk, maar via deze contacten krijg je een meer alledaags en accuraat beeld van wat er speelt in die samenleving’. En dat is belangrijk: ‘Stel dat het Noord-Koreaanse regime op een dag instort, dan zou dat enorme gevolgen hebben voor het land en de regio. Dan moeten we wel weten met wat voor samenleving we te maken hebben’.


Casper van der Veen schreef het boek 'De Kim-dynastie. Geschiedenis van Noord-Korea’ (Uitgeverij Van Oorschot). In het boek bespreekt hij niet alleen het Kim-regime, maar ook de levens van de 25 miljoen burgers.