Katharina Grosse: tornado’s en vloedgolven van kleur

De schilderkunst in 68 ballonnen

Katharina Grosse geeft met haar onorthodoxe werkwijze nieuwe dimensies aan de schilderkunst. Althans, dat stelt Museum De Pont. Maar hoe revolutionair is schilderen met een verfpistool eigenlijk?

Het moet een hels kabaal zijn geweest in Museum De Pont. Katharina Grosse staat bekend om haar hardhandige aanpak van museale ruimtes en presenteert in het museum in Tilburg haar solotentoonstelling Two Younger Women Come In And Pull Out A Table. Deze titel zou de verwachting van twee vrouwen en een tafel kunnen wekken, maar in de tentoonstelling van de Duitse kunstenaar valt geen enkele vorm van figuratie te ontdekken. Deze tentoonstelling is het terrein van kleuren, die zich geen halt toe laten roepen, aldus het museum.

Midden in de doorgang naar de grote zaal plaatste Grosse (1961) een installatie van bontgekleurde vormen van kunststof. De sculpturen hebben een langgerekte vorm en liggen als kruiende ijsschotsen over elkaar heen geschoven. Druipers van groene en roze verf lopen als smeltend ijs over brede strepen blauw en oranje. Van een afstand lijkt de installatie op een driedimensionale lichtflits, kleurig vuurwerk vastgelegd met een lange sluitertijd. Alsof iemand er met een spuitbus langs is gerend. En dat is precies wat er in De Pont is gebeurd.

Eerder dit jaar vond in het museum een solotentoonstelling van de Brits-Indiase kunstenaar Anish Kapoor plaats. Bordjes waarschuwden de bezoeker dat er ieder uur een harde knal te horen zou zijn. Met een daverende klap lanceerde op dat moment een verfkanon een emmer bloedrode verf in de hoek van een wit vertrek. Shooting into the Corner resulteerde in een dik plakkaat verf op de vloer en tegen de muur, met rode spetters meters in de omtrek. Na het kanon van Kapoor kiest De Pont met Grosse opnieuw voor action painting.

Grosse, docent aan de Kunstakademie Düsseldorf, begon in 1990 met het schilderen van abstracte schilderijen. Een nieuwe generatie kunstenaars zocht in die tijd de grenzen van de kunstwereld op, met de legendarische tentoonstelling Sensation (1997) van Charles Saatchi als hoogtepunt. Tracey Emin exposeerde hier haar beslapen bed en Damien Hirst presenteerde de haai op sterk water voor het eerst aan het grote publiek. De schilderkunst bleef buiten schot in dit geweld van provocerende installatie- en performancekunst. Het traditionele medium had zijn portie ‘bevrijding’ jaren eerder al gehad, met het abstract expressionisme. Er was Willem de Kooning die de anatomie in portretten overboord gooide en Barnett Newman die met ­colorfield painting een abstract schilderij tot meditatieve hoogten had weten te heffen. En recent had hun ideeëngoed nog een opleving gehad met de Amerikaanse neo-expressionisten en in Duitsland met de zogenaamde Neue Wilde. De grenzen van de schilderkunst waren onderhand wel uitgerekt. En stond het gebruik van verf en doek eigenlijk sinds Jackson Pollocks drip paintings al niet op losse schroeven?

In kunsthistorische zin wel. Maar hoe gewaagd de abstracte spinsels van de (neo-)expressionisten ook werden, met Pollock die verf op een gegeven moment door urine verving, ze bleven met handen en voeten gebonden aan hun doek. De kunstenaars hadden figuratie en ratio verbannen, maar de truc was juist dat ze, zonder deze klassieke ingrediënten, toch een schilderij konden maken. Het doek bleef een ‘arena in which to act’, zoals Harold Rosenberg, kunstcriticus van The New Yorker, het eens formuleerde.

Zo wild waren de Neue Wilde dus niet en in Grosse groeit in de jaren negentig het verlangen om de schilderkunst verder te ‘bevrijden’. Schilderen moest volgens haar een ruimtelijk medium worden, een manier van denken die op alles toepasbaar zou kunnen zijn. Ze begint met het schilderen van architecturale ruimtes en komt dan in aanraking met een industrieel verfpistool, verbonden aan een lange slang en gevoed door een compressor. Gehuld in een witte overall met een mondkapje, handschoenen en oorbeschermers beschiet ze vanaf nu ruimtes en installaties met kleur, naar eigen zeggen zonder na te denken over een resultaat. Ze maakt een eind aan de hardnekkige vanzelfsprekendheid van het schilderdoek.

In De Pont is deze radicale methode goed zichtbaar in het site specific kunstwerk met de titel Two Younger Women Come In And Pull Out A Table. 68 ballonnen, variërend in grootte tot vier meter doorsnee, hangen hier aan dunne draden aan het plafond. Het licht in het museum is uit en alleen het grillige daglicht op deze winterdag schijnt bij. Echt donker wordt het toch niet, dankzij de kleurrijke behandeling die Grosse de ballonnen gaf. Je kunt tussen de ballonnen door lopen als door een woud van bollen verf. Het is goed te zien waar een bronskleurige spuitbus leeg raakte en waar Grosse nog wat rood over had. Omringd door donkergroene en paarse ballonnen, bespoten met een streep wit en beschoten met een wolkje grijs, waan je je in de kledingkast van een dj aan het eind van de jaren tachtig. Visioenen van houseparty’s en een lsd-trip hangen letterlijk in de lucht. Aan de rand van het ballonnenbos staat een rek met grijze stofjassen en geruite colberts dat Grosse in haar onstuimige performance heeft meegespoten. Rekwisieten om de dansvloer mee te betreden. De onbegrijpelijke titel van het werk geeft niet veel meer weg dan misschien dansen op tafel. Gek dat hier zo museaal stil is. En dat de vloer brandschoon en het plafond onaangetast bleef. Alleen de ballon die het dichtst bij een muur hangt liet er een bronzen kus van verf op achter.

Grosse’s ingreep in De Pont is uitzonderlijk bescheiden in vergelijking met voorgaande projecten. In Galerie Johann König in Berlijn lagen twee kunststof brokstukken in een hoek van de ruimte en spoot Grosse de vloer van de galerie mee als een remspoor. Ze gaf het werk een poëtische zin mee die overigens naadloos zou aansluiten op de titel in De Pont: They Had Taken Things Along To Eat Together. Maar ze beschildert niet alleen haar eigen sculpturen. In het Massachusetts Museum of Contemporary Art transformeerde ze met haar pistool grote hopen zand tot bergen van pigment. Het meest ambitieuze project realiseerde Grosse niet in een museum maar in een typisch Amerikaans, vrijstaand wit houten huis in New Orleans. Vanaf de straat loopt een oranje streep over het gietijzeren tuinhekje, over het gras, dwars door de plantjes, de trap op, de veranda over, omhoog via de voordeur, over de muren naar het dak. Als een orkaan van verf die aan kwam stormen, het huis vol raakte en via het dak haar oranje tocht vervolgde. Had Katrina een kleur gehad, dan zag Amerika er nu zo uit. Nergens maakte Grosse zo duidelijk dat je, zonder doek, kunt schilderen met een begin en een eind.

Het wekt dan ook verbazing dat ze nog steeds ‘traditionele’ schilderijen maakt, waarvan er in De Pont twaalf te zien zijn. Het zijn grote, wilde doeken die Grosse tussen 2002 en 2012 besmeerde en bespoot met actie. Alsof ze de ballonnen heeft laten klappen en ze toen op een doek heeft geplakt. Maar ondanks de zichtbare klap van de actie, het schot van het pistool, de straal van de spray, gaan de tornado’s en vloedgolven van kleur op doek hopeloos vervelen. Waar het ene centrum van de actie paars is, is dat op het schilderij ernaast wit. In een kleine ruimte staat ineens een enorme sculptuur van een bruin rotsblok gepropt, dat het zicht op een schilderij belemmert en zelf naar het kunstwerk lijkt te staan kijken. Maar Grosse en haar pistool zijn weg en eigenlijk is er toch zo veel niet meer te zien.

Dwalend door de vertrekken met schilderijen beland je, bij een verkeerde afslag, in een ruimte met werk van Gerhard Richter. Abstraktes Bild heet de wand met 120 schilderijtjes uit 1992. Op kleine doeken bracht hij dikke lagen blauwe, groene en rode verf aan, waar hij vervolgens een laag uitschraapte. 120 keer deze handeling met dezelfde kleuren verf levert steeds een iets ander raster op en samen vormen de schilderijen een zelfde soort raster op de muur. Richter (1932), de Duitse schilder die vorig jaar geëerd werd met grote tentoonstellingen in Tate Modern en Centre Pompidou, hield zich in dit werk bezig met hetzelfde vraagstuk als Grosse: hoe kun je de actie in een schilderij verankeren en kleur zichzelf laten leiden?

120 schilderijen van Richter en 68 ballonnen van Grosse vatten de uiterste grenzen van de schilderkunst samen: je kunt het schilderkundige proces inzichtelijk maken en dit kan op doek, op een vloer of op een ballon. Daar heb je niet nog eens twaalf overvolle schilderijen voor nodig, zeker niet tien jaar nadat Richter er al 120 maakte.

De werkwijze van Grosse wordt als vernieuwend gepresenteerd, maar de revolutie is beperkt tot de museale context. Ondergespoten metro’s en treinen bewegen al decennia als schilderijen door stedelijke en landelijke contexten. Ook in de kunst is graffiti al jaren gemeengoed. Jean-Michel Basquiat (1960-1988), de jong gestorven neo-expressionist, experimenteerde in de jaren zeventig in New York met graffiti en liet dat ook op zijn schilderijen doorschemeren. Toegegeven, wel op doek.

Losgeslagen kleuren domineren inderdaad Grosse’s werk, met verf die tot in alle hoeken van haar schilderijen en installaties doordringt. Het contrast met het stille, schone museum had niet groter kunnen zijn. De totstandkoming van Two Younger Women moet een feest geweest zijn, maar na de ceremonie werden de vloeren gereinigd, de stekker van de compressor uit het stopcontact getrokken en deed Grosse het licht achter zich uit. Zo staan deze bevrijde ballonnen toch weer in het gelid. Het is jammer dat ze De Pont zelf niet de volle laag heeft gegeven.

Katharina Grosse, Two Younger Women Come In And Pull Out A Table, t/m 19 juni, Museum De Pont, Tilburg. www.depont.nl. Op 18 april vindt er een kunstenaarsgesprek met Katharina Grosse in De Pont plaats. Reserveren verplicht.