FILM

DE SCHOENEN VAN NIXON

Frost/Nixon

De punchline komt als de afgetreden president in een moment van inzicht mijmert dat er nog wel een tijd zal komen dat de rollen omgedraaid zijn, en dat iemand als de flitsende televisiepresentator David Frost (Michael Sheen) een hoog politiek ambt zal bekleden terwijl hij, de denker Richard Milhouse Nixon (Frank Langella), meer geschikt zal zijn voor de baan van intellectuele journalist. Fluisterend tegenover Frost, terwijl het productieteam alles in gereedheid brengt voor de beroemde interviews, ontbloot Nixon zijn ziel, ervan overtuigd dat hij meer nog dan door Watergate genekt werd door de nieuwbakken celebrity culture.
In zijn film Frost/Nixon werkt regisseur Ron Howard dit thema uit met een prachtig beeld: tijdens de Frost/Nixon-interviews van 1977, die de basis voor de film vormen, zegt Nixon tegen zijn chef-staf Jack Brennan (Kevin Bacon) dat die Frost wel erg bijzondere schoenen draagt: instappers van zacht Italiaans leer met gouden gespen. Feminien, nietwaar, meent Nixon, die vervolgens stelt dat een echte vent schoenen met veters draagt. De schoenen symboliseren de twee tegenovergestelde werelden en de botsende karakters van David Frost en Richard Nixon. Frost: een flitsende televisiepresentator die in de jaren zestig samenwerkte met grote namen in de wereld van de Britse satire (de twee Ronnies, Monty Python) en maker van legendarische programma’s als This Was the Week That Was (1962-1963) en The Frost Report (1966). En Nixon: eeuwige schurk van de Amerikaanse politiek, zelfverklaarde underdog en slachtoffer van het nieuwe mediatijdperk, waarin de lens van de camera slechts oog heeft voor schoonheid, Jack Kennedy-stijl. Gouden gespen versus veters, inderdaad.



Frost/Nixon is een prestatie van formaat: uit een journalistiek event een spannende speelfilm distilleren die niet alleen een beeld van het Nixon-tijdperk geeft, maar tegelijkertijd ook nieuwe emotionele schakeringen toevoegt aan het karakter van de verguisde Amerikaanse president. Ron Howard, die voorheen sterke films als Apollo 13 (1995) en het onderschatte Cinderella Man (2005) maakte, vermijdt visuele opsmuk en geeft de acteurs alle ruimte, vooral de schitterende Frank Langella. Zijn Nixon is de kroon op een carrière die te vaak onopgemerkt bleef. Zo speelde Langella in 1979 in misschien wel de beste Dracula-film, die van regisseur John Badham, waarin hij de hoofdrol een sexy, diabolische draai gaf die een voorloper bleek van de koppeling tussen romantiek en vampirisme die in de jaren tachtig en negentig populair werd dankzij auteur Anne Rice en de Buffy-televisieserie. Het is boeiend om naar Langella’s Nixon te kijken met in het achterhoofd zijn Dracula. Want de charme van de romantische held, de superster – dát is wat Nixon nodig had, méér dan zijn intellect, om te kunnen overleven.
Tijdens het kijken naar Frost/Nixon doemt onwillekeurig het beeld op van Bill Clinton tijdens zijn impeachment. Zou hij het hebben overleefd met het rampzalige televisievernuft van een Nixon? Langella legt op meesterlijke wijze de tragiek van Nixon bloot in een prachtige scène, wanneer het laatste, fatale interview is afgelopen: Nixon, min of meer gezuiverd door het biechten, loopt naar buiten, en stopt bij een omstander, een vrouw met een hond in haar armen. Nixon aait de hond en vraagt: ‘Is dit wat ze noemen… een dachshund?’ Het drama is volledig: dit is een man die nooit deel kon zijn van de wereld om hem heen, die zich altijd minderwaardig voelde, die dacht dat inhoud en intellect alles waren – een man die altijd schoenen met veters droeg.

Te zien vanaf 15 januari