Komt het nu goed met Macedonië?

De schoenpoetser van het Westen

Macedonië dreigde de afgelopen jaren in een burgeroorlog terecht te komen. Het gebeurde niet. Wellicht markeren de verkiezingen van afgelopen zondag het einde van een roerige periode.

SKOPJE — Macedonië kan opgelucht ademhalen. Ondanks de gewelddadige ontvoeringen en bloederige schietpartijen die plaatsvonden in de aanloop naar de cruciale verkiezingen van 15 september, is het afgelopen zondag opmerkelijk kalm gebleven in de kleine Balkanrepubliek die afgelopen jaar op het nippertje wist te ontsnappen aan een allesverwoestende burgeroorlog.

De nieuwe premier wordt naar alle waarschijnlijkheid Branko Crvenkovski, partijleider van de sociaal-democratische SDSM en lijstaanvoerder van Za Makedonija (Macedonië Samen), de gelegenheidsalliantie die een absolute meerderheid behaalde in het parlement. Volgens de akkoorden van Ohrid is de winnaar van de verkiezingen verplicht om samen te werken met de grootste Albanese partij, en te meten naar de resultaten is dat verrassend genoeg de gloednieuwe PDI (Partij voor Democratische Integratie) van rebellenleider Ali Ahmeti. De nationalisten van het warrige heethoofd Ljupco Georgjievski kunnen hun wonden likken. «Glavata Gore!» (het hoofd fier omhoog), de campagneslogan van Georgjievski’s VMRO die overal op posters in de stad te zien is geweest, krijgt plotseling een andere betekenis; meer in de zin van «kop op».

Crvenkovski en zijn alliantiegenoten kunnen zich bij de formatie opmaken voor een bijna onmogelijke taak: hoe water te verzoenen met vuur. Oftewel: hoe ondanks de absolute meerderheid alsnog een geloofwaardige coalitie te vormen met de PDI van Ali Ahmeti, de voormalige rebellenleider die door tachtig procent van de Macedonische bevolking nog altijd wordt gezien als «staatsvijand nummer één».

President Boris Trajkovski noemde de verkiezingen voor het weekend nog «cruciaal voor het voortbestaan van de staat». Incidenten moesten koste wat het kost worden voorkomen, om de vijanden van de Republiek Macedonië geen voorwendsel te geven voor een finale ondermijning van de staat die al sinds het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1991 vecht voor zijn bestaansrecht. Met fraude, intimidaties en wraakacties van verliezende partijen werd dan ook ernstig rekening gehouden. Een contingent waarnemers van de OVSE was in de stemlokalen neergestreken, alsmede geüniformeerde politiemensen en zwaarbewapende Navo-strijdkrachten die een jaar na hun aanvankelijke mandaat voor Operation Essential Harvest nog altijd in Macedonië verblijven. Maar ook tal van «officials» van onduidelijk allooi, afkomstig uit de buurlanden Albanië, Griekenland, Servië en Bulgarije (staten die allemaal officieel nog territorium in Macedonië claimen of het land in zijn huidige vorm niet accepteren) waren opvallend aanwezig in de hoofdstad Skopje.

«We kunnen het niet maken dat onze burgers opnieuw moeten vrezen voor het voortbestaan van hun land en de toekomst van hun kinderen», verkondigde president Trajkovski vorige week nog tijdens de elfde viering van de onafhankelijkheid. De tijd leek hem niet gunstig gezind. Nog geen drie dagen voor de verkiezingen vond er een overval plaats van een tiental gewapende Albanese rebellen op een tijdelijke veiligheidspost, waarbij Fikret Elmazi (35) om het leven kwam en vier politiemensen gewond raakten. De overvallers waren, net als het slachtoffer, van Albanese afkomst en behoorden tot dezelfde radicale splintergroepering die in verleden weken groepjes burgers op weg naar de stad Tetovo ontvoerde in ruil voor losgeld en vrijlating van Albanese gevangenen. Vojislav Zafirovski, woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken, omschreef het incident als «het zoveelste teken dat de rebellen van het noordoosten van ons land een gewelddadige en wetteloze bufferstaat willen maken naar hun grote voorbeeld Albanië».

De huidige verkiezingen zijn geen luxe, verklaarde Navo-gezant Nicolaas Biegman. «Ze zijn een noodzaak om de periode van crisis en instabiliteit voor beëindigd te kunnen verklaren en het land een democratische basis te verlenen waarna het verder kan integreren in de Euro-Atlantische en Europese structuren.» Alleen zo’n integratie kan het isolement van Macedonië, dat nog altijd is ingesloten door vier staten die het bestaansrecht van het kleine Balkanland om historische of opportunistische redenen betwisten, doorbreken. Nog niet zo lang geleden protesteerden woedende Grieken in Brussel voor het Europese parlement met spandoeken waarop de leuze stond geschilderd dat «only Greeks can be Macedonian», en kreeg Nederland met een handelsboycot te maken omdat het de Macedonische staat als een der eersten durfde te erkennen. Serviërs spreken over Macedonië gewoontegetrouw als Zuid-Servië, en duizend jaar na de val van koning Samoil zijn Bulgaren er nog steeds van overtuigd dat het bergmeer van Ohrid, in het westen van Macedonië, is gevuld met «de tranen van Bulgarije». De officiële taal, naam, geschiedenis en etnische identiteit van Macedonië zijn nog altijd onderwerp van debat in de internationale betrekkingen.

Vanaf het begin zijn er twijfels gerezen over de vraag of Macedonië, dat voor het merendeel agrarisch is, economisch op eigen benen zou kunnen staan. Met het laagste BNP in Europa (gemiddeld maandelijks salaris van 150 euro per persoon) en een ongeëvenaarde graad van corruptie in alle lagen van de samenleving en de economie heeft het land nog een lange weg te gaan voor het zich kan meten met andere Europese lidstaten. Zeker is dat bij een verdere verdeling van het land langs etnische scheidslijnen Macedonië geen schijn van kans op overleven zou hebben. En dat laatste is precies het doel van extremisten die aansluiting zoeken bij hetzij Albanië of Kosovo, hetzij Servië of Griekenland. De Macedonische regering en het leger hebben afgelopen jaar alle zeilen moeten bijzetten om de herhaalde provocaties tijdig de kop in te drukken. De Navo heeft hen daarbij geholpen, maar dat ook de belangen van sommige Navo-lidstaten, waaronder Griekenland, niet altijd overeenkomen met de belangen van de Macedonische regering, moge duidelijk zijn.

De Macedonische afkeer van Javier Solana, de hoge vertegenwoordiger voor het Europese gemeenschappelijke buitenland- en veiligheidsbeleid, en de Navo tout court, kan in de nabije toekomst nog voor moeilijkheden zorgen. Want het feit dat Branko Crvenkovski als kersverse premier coalitiebesprekingen moet aangaan met de partij van een man die algemeen wordt gezien als de grootste misdadiger van het land, zien de meeste Macedoniërs als niets anders dan een dictaat van het Westen, waaraan ze zich het liefst zouden onttrekken.

«Ik was een sympathisant van de alliantie Za Makedonija», vertelt Vlado Krstevski (31) in café Kibo. «Maar ik heb vorig jaar gevochten in de strijd om Aracinovo, dat door die Ahmeti en wat Amerikaanse adviseurs werd bezet. Ik heb makkers gewond zien raken en sneuvelen, en vind het maar niks dat Crvenkovski straks onder een hoedje moet gaan spelen met die Ahmeti die ons land in de fik wilde zetten. Onze leiders spelen altijd voor de schoenpoetser van het Westen, en hebben te weinig lef om een eigen weg te gaan. Dat irriteert de mensen. Het gevolg zal zijn dat over vier jaar evenveel Macedoniërs ontgoocheld zullen zijn door de politiek van de machthebbers als het geval was ten aanzien van Georgjievski en zijn VMRO.»