Toneel: Stand Down

De Schone Grijsaard & Zijn Muze

Je hebt nog maar twee kansen om het te gaan zien: verhalen zonder pointe of clou. Maar wel van Jan Decorte! Op naar Stand Down.

Rechts op de grote speelvloer voor een hoog canvas: de twee muzikanten van Black Box Revelation, Jan Paternoster en Dries Van Dijck. Ze creëerden speciaal voor deze avond een ruige soundtrack. Een rockconcert voor ons en voor de grijze toneelnonkel die ze voordien niet kenden. Links achter een wand met houten uitsteeksels. Boven de verteller hangt een soort houten ‘zwaard’ van Damokles. Naast, half achter de stekeltjeswand staat de Muze, actrice Sigrid Vinks. Naakt onder het jasje, zo zal straks blijken. Als ze dansen gaat, en Abba zingt, Dancing Queen. Links voor, vlak bij de eerste rij publiek, staat een klein podest, ongemakkelijk schuin. Daarop een simpele houten stoel. Niet echt een genot om op te zitten, zegt de verteller. ‘Doet pijn aan m’n gat.’ Voor het kleine podium liggen panelen met teksten. Voor de ouderen onder u: zoals bij Wim Kan. De verteller zal ze niet één keer raadplegen. Geheugensteunen zijn het. Voor een geheugen waaraan niks mankeert.

Medium toneel
Jan Decorte en Sigrid Vinks in Stand Down © Danny Willems

Jan Decorte (1950), Vlaams toneelvader, schrijver, dichter, acteur en regisseur, al sinds de vroege jaren zeventig, draagt een stijlvol, ruim zittend blauwgrijs maatkostuum met een wit hemd, hippe schoenen aan de blote voeten. Hij begint te vertellen. Over zijn geschiedenis als Vlaams joch, over zijn leven in de kunsten. Verhalen zonder pointe of clou. Dat is meer iets voor standuppers. Niet voor hem. De titel Stand Down past bij zijn manisch weg glijdende gemoedsbewegingen. Heimwee naar het onbesuisde en jonge bestaan in het toneel en in het leven glanst als waarachtige kiemcel door zijn vertellingen heen. Hij is niet somber. Zijn melancholie is meer van een niet-pathetisch realisme. Zoals zijn voorstellingen van klassieke teksten dat waren. Ne Swarte als meest recente, in 2016, vrij naar Othello (even hardop lezen, dit): ‘En dan stekkik mijzelve neer/ den trotse generaal/ tsal in de gazette staan/ datnen act was van terreur/ dat ni mij schultis/ maddatist wel/ mij schult/ van ne goegelovige/ ne jalouse.’ Ik denk aan zijn King Lear (1983), in Mickery van Ritsaert ten Cate aan de Rozengracht te Amsterdam. Waar het miezerige mannetje Lear zich in een hoek zat af te trekken. En waar Gloucester, blind gemarteld, een saxofoonsolo speelde. Kaal. Hard. Keelsnoerend. Jan Decorte tilde de toneelconventies uit hun roestig harnas. Hij trok de korsetveters los. Op naar een vrije ruimte. Alles met een open blik.

Hier, vanavond, in Stand Down, komt hij daar nog eens over vertellen. Niet als een zagende nonkel. Maar als een zwierige toneellosbol. Die het stille bewegen overlaat aan de actrice zonder wie hij het niet gered had. En die stilletjes meedanst met de ruige rock. En die op het eind daarin helemaal losgaat. Het is zo’n avond waarover je na afloop denkt: wat meer volk op de tribune had wel geholpen. Maar wij hebben het tenminste niet gemist. In de Nederlandse theaters heeft u nog precies twee kansen.


Jan Decorte / Bloet & Black Box Revelation, Stand Down, in Vlaamse theaters en op 15 november Toneelschuur Haarlem, 15 december Theater Rotterdam. Onlangs verscheen het boek Tis of tisni: Over Jan Decorte, in samenwerking met Kaaitheater Brussel