Leeft het koningshuis onder allochtonen?

De schone taak erbij te horen

Wat Juliana vanzelfsprekend was, kon Beatrix nooit worden: een koningin voor alle Nederlanders. Maar nu is er Máxima, gelanceerd als de vleesgeworden integratie. De allochtone elite is sceptisch, de integratiecursist juicht

Leeft het koninklijk huis onder de nieuwkomers van Nederland? Het is maar aan wie je het vraagt. Multicultureel instituut Forum ziet in de Oranjes in ieder geval niet de smeerolie voor het integratieproces. In het integratie traject met de dichterlijke naam Denkend aan Holland wordt slechts verteld dat we een monarch hebben met een strikt ceremoniële functie. Krijgen de nieuwkomers dan wel het Wilhelmus mee? Ook dat niet, vertelt voorlichter Swetlana Lambrug. «Ons programma is strikt gericht op de zelfredzaamheid van de cursist.»

Aras Kamal is coördinator van de module maatschappelijke oriëntatie voor Arabische nieuwkomers in Amsterdam. Hij zegt: «De laag opgeleide Arabieren die we hier krijgen, zijn gewend aan autoritaire koningshuizen. Het hoofd buigen en je mond houden, dat is de traditie daar en dat doen ze dan ook hier, een enkele vluchteling uitgezonderd. Zelf ben ik Koerd uit Noord-Irak, gevlucht in 1992. Persoonlijk vind ik de monarchie een zinloos instituut, zeker in een tijd waarin we moeten streven naar Europese eenwording. De symbolische functie kan ook vervuld worden door de premier. Neem Wim Kok. Dat was iemand met een bijna koninklijke uitstraling.»

Mohamed Sahil heeft nooit een inburgeringcursus gevolgd. Als Marokkaanse immigrant kwam hij in de Duin- en Bollenstreek terecht, een van de meest oranjegezinde delen van Nederland. Hij maakte carrière in de bloembollenexport, trouwde in 1977 met de Nederlandse Joke Colijn, stichtte een gezin en ging op in de Nederlandse samenleving. In zijn vrije tijd verdiepte hij zich in het Nederlandse en Marokkaanse vorstenhuis. Na enige functies in gewestelijke oranjeverenigingen zat hij tussen 2000 en 2003 in het hoofdbestuur van de Oranjebond. Maar vraag ook eens een paar jongens op een plein in Amsterdam-West naar hun opvattingen over het koningshuis. Het antwoord: «Wallah, Mohammed VI is onze koning, man. Alexander en zo, daar zijn we tegen.»

Nee, dan de donkere dagen van november 1956. Ontroerd neemt Juliana in de naar haar vernoemde hal in Utrecht de Hongaarse verzetsvlag in ontvangst. Het Nederlandse volk heeft de vluchtelingen, in totaal vijfduizend, met open armen ontvangen. De Tweede Wereldoorlog ligt nog zo vers in het geheugen dat de natie zich moeiteloos identificeert met de Hongaarse strijd tegen de sovjetoverheerser. Op 5 november wordt de vlag halfstok gehangen en twee minuten stilte in acht genomen voor de slachtoffers. Juliana is bescherm vrouwe van het Nationaal Comité Hulpverlening Hongaarse Volk, dat in korte tijd acht miljoen gulden bij elkaar krijgt. De verzetsvlag — daadwerkelijk gebruikt tijdens gevechten in de straten van Boedapest — krijgt een plaats in het Koninklijk Huisarchief. Waarna de Hongaarse vluchtelingen even geruisloos als succesvol integreren in de Nederlandse maatschappij.

Die goeie ouwe, eenduidige tijd, toen je het gevoel had dat er voor iedereen wel een plek was onder de rokken van de moeder des vaderlands. Al lang voorbij. Natuurlijk, in haar kerstredes werpt Beatrix zich op als hoedster aller ingezetenen. «Tegen niemand mogen we zeggen dat er voor hem geen plaats is. Geen mens mogen we buiten laten staan», zei ze in 1987. In 1996 laat ze de oranjeverenigingen weten dat er op Koninginnedag meer allochtonen moeten worden ingeschakeld en zie, een jaar later doen ook enkele Srilankanen mee aan het koekhappen. Maar de koningin van de eerste generatie Turkse en Marokkaanse Nederlanders is ze nooit geworden.

Symbool van de natie, bestendiger van de eenheid; in een tijd waarin iedereen het heeft over integratie en waarin de desintegratie ondertussen gestaag doorzet, ligt er meer dan ooit een schone taak voor het koningshuis. Hoewel de ene na de andere prins een blonde burgervrouw aan de haak slaat, helemaal ongevoelig voor de noden van deze tijd kun je de Oranjes niet noemen.

«Uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk het is om als nieuwkomer in een vreemd land van harte te kunnen zeggen: ja, ik hoor erbij.» Aldus sprak Máxima op 15 mei van dit jaar. Het was haar eerste grote toespraak in het Nederlands, ter gelegenheid van de eerste uitreiking van de Appeltjes van Oranje. Die «appeltjes», gebeeldhouwd door de koningin zelve, reikte Máxima uit in haar hoedanigheid van beschermvrouwe van het Oranje Fonds, vorig jaar opgericht om projecten te ondersteunen die «de sociale cohesie in de samenleving bevorderen». De prijzen gingen naar drie vrijwilligersprojecten: een contactoudergroep in Boxtel, een multicultureel buurtfestival in Leiden en een multiculturele huiskamer in Amsterdam. Komende jaren gaat Máxima zich nog intensiever bezighouden met integratie.

Wordt het koningshuis dan toch die node gemiste smeerolie? In de kringen der beter gesitueerde nieuwe Nederlanders voert vooringenomen scepsis de boventoon. Haci Karacaer, directeur van Milli Görüs, heeft er zelfs nog nooit bij stil gestaan: «De monarchie? Eh, die heeft toch niets te maken met wat zich in de samenleving afspeelt? Het is folklore, een aardigheidje in een tijd waarin we toch al zo weinig rituelen overhouden. Máxima als model allochtoon? Nou, leuk voor haar maar ik verwacht er niets van.»

Ron Haleber, islamoloog, buurtactivist, AEL-lid en dit jaar geslagen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau wegens zijn inzet voor de moslimemancipatie: «Het koningshuis mist juist kans op kans. Beatrix schoffeerde Indonesië door haar bezoek af te zeggen dat gepland stond op de onafhankelijkheidsdag. Het is zonde dat we feitelijk geen band hebben met het grootste moslimland ter wereld, want voor de Turken en Marokkanen zou dat veel betekenen. En in plaats van zelf naar de begrafenis van koning Hassan II te gaan, stuurde de koningin een prinses. De allochtonen worden noch door het koningshuis, noch door de politiek echt gezien. Van Máxima mag je alleen maar hopen dat ze zich op de achtergrond houdt.»

Mohamed Benzakour, publicist: «Máxima is de enige allochtoon van wie de zwangerschap wordt toegejuicht. Dat zegt mij genoeg. Als modelallochtoon is ze een schijnvertoning. Ze is uiteindelijk net zo min allochtoon als de Amerikaanse topman die bij KPN even een nieuwe divisie op poten komt zetten. Een functie in de integratie heeft het koningshuis niet en die pretentie moeten ze ook niet hebben. Ze staan er veel te ver van af. Integratie is een autonoom proces dat zich afspeelt op lokaal grassroots-niveau.»

Saillant genoeg lijkt het erop dat Máxima dát juist wel heeft begrepen. Op die vijftiende mei bij de uitreiking van de prijzen aan de vrijwilligersprojecten zei ze ook: «Over integratie en cohesie wordt vaak in heel algemene termen gesproken. Als vanzelfsprekend gaat het dan over de Nederlandse samenleving als geheel. Maar de meeste mensen leven voor hun gevoel niet in iets als de Nederlandse samenleving. Dat is voor hen een veel te vaag en algemeen begrip. Mensen leven in hun eigen wijk of soms zelfs alleen in hun eigen portiek, gaan om met buren en collega’s, doen hun boodschappen in de supermarkt om de hoek en brengen de kinderen een straat verder naar school. Integratie begint in die omgeving, sociale cohesie moet daar ontstaan, kleinschalig en van onderop.»

Cor van Drongelen is voorzitter van inloophuis De Brug in Amsterdam-West, een van de prijswinnaars. Met een delegatie Marokkaanse huisvrouwen die bij De Brug hun cursus Nederlands volgen was ze er op 15 mei bij: «Voor deze vrouwen was het de dag van hun leven. Máxima is voor hen ook een buitenlandse. Aan de ene kant zijn ze jaloers op de snelle aanpassing van Máxima, aan de andere kant accepteren ze het vanwege het verschil in afkomst. De prijsuitreiking gaf ze voor het eerst het gevoel er echt bij te horen. Ze zien Máxima wel zitten als hun toekomstige koningin.»

Drie handen kreeg Cor van Drongelen. De hand van Beatrix vond ze kil en afstandelijk, die van Alexander plichtmatig en die van Máxima hartelijk. «Ze schaamt zich niet voor de fouten die ze maakt. Ze maakt een stralende, vrije indruk. Juliana, die ik ook heb ontmoet, had dat ook: het vermogen om wezenlijke interesse te tonen.»

Welke verwachtingen koestert Cor van Drongelen van de aanstaande koningin? «Verwachten doe ik niets. Daarvoor ben ik in mijn leven te vaak teleurgesteld. Maar ik hoop dat ze doorgaat zoals ze begonnen is. Dan kan ze echt wat betekenen voor de nieuwe Nederlanders.»