De schoonheid van afhankelijkheid

Ook in haar tweede boek weet Sally Rooney messcherp het gevoelsleven van jongvolwassenen in een competitieve, verhardende maatschappij te treffen.

Sally Rooney beschrijft hoe jonge mannen zich moeten ­gedragen © Basso CANNARSA / Opale / Leemage / HH

De 27-jarige Ierse Sally Rooney brak vorig jaar wereldwijd door met haar debuutroman Conversations with Friends – in Nederland verschenen als Gesprekken met vrienden. Dit najaar volgt, indrukwekkend snel, een tweede roman. Het mediaverhaal – het verhaal achter het verhaal – van Gesprekken met vrienden was dat Rooney haar boek in drie maanden had geschreven, aus einem Guss. Dat gegeven, en de inhoud van haar eerste boek, een genadeloos intiem portret van een kwartet mensen in Dublin aan het begin van deze eeuw, bestendigden Rooney’s status als literair wonderkind. Nog voor verschijning werd het tweede boek genomineerd voor de Booker Prize.

Zowel Normal People (nog niet vertaald) als Gesprekken met vrienden speelt zich af tegen de achtergrond van een universiteit in Dublin, in beide boeken botsen diverse leefwerelden – arm versus rijk, man versus vrouw, en idealisme en romantiek versus wat we hier maar even realisme zullen noemen – en allebei de romans gaan over jonge mensen die van literatuur houden. Ja, ze bestaan nog. In ieder geval op papier. Er zijn uiteraard ook verschillen: Rooney’s tweede boek vangt nog meer dan haar eerste de tijdgeest, met discussies over sexting, studieadviseurs die zich op psychische gezondheid in plaats van afstudeertrajecten richten, en het terugkerende klassenbewustzijn in de maatschappij. Het boek leest nog vlotter dan het eerste, zonder daarbij iets van psychologische precisie te verliezen. Normal People is ook een duisterder boek, geheimzinniger, en, op plekken, grimmiger en meedogenlozer in zijn beschrijvingen van mensen. Het is ook het betere boek – een compact meesterwerk. Meer! denk je, als het uit is. Nog meer! Niet stoppen!

Rooney begint haar nieuwe verhaal in januari 2011 aan de westkust van Ierland, het land ligt nog lam door de kredietcrisis – achter de middelbare school in Carriklea, de plaats van handeling van de eerste hoofdstukken, staan hele housing estates leeg. Hoofdpersonen zijn Marianne en Connell, dan nog eindexamenscholieren, en later studenten aan Trinity University in Dublin. Marianne woont in een huis waarvan de tuin ‘grounds’ kan worden genoemd: met een lange oprijlaan, een tennisbaan en een stenen standbeeld in de achtertuin. Connell daarentegen, welnu: zijn alleenstaande moeder maakt bij Marianne thuis schoon. Toch is Connell op school de populaire jongen, de knappe, lange spits van het voetbalelftal, en Marianne de wereldvreemde verschoppeling. Beiden zijn boekenlezers – en slim uiteraard, de slimste twee leerlingen van hun school. Maar de enige interactie tussen hen vindt plaats in de keuken van Marianne’s huis als Connell langskomt om zijn moeder op te halen: ze heeft geen rijbewijs. Marianne en Connell zijn in hun denk- en leefwerelden elkaars tegenpolen. Als het om hun gevoelsleven gaat, echter, liggen de twee heel dicht bij elkaar.

De schrijver vertelt haar liefdesgeschiedenis in de tegenwoordige tijd, met tijdsprongen tussen de hoofdstukken – soms van vijf minuten, soms van zes maanden – en wisselt voortdurend van perspectief: van Marianne naar Connell en weer terug. Dit stelt haar in staat in de verleden tijd door middel van flashbacks en herinneringen informatie te doseren.

Normal People is een boek waarin Marianne en Connell als scholieren seks hebben met elkaar nadat ze het over Het communistisch manifest hebben gehad, ze als studiebeursstudenten Franse films kijken en het kapitalisme bekritiseren met grapjes over Martin Luther King, en ze als jongvolwassenen overwegen met een mfa naar New York te gaan – de hoofdstad van het neoliberalisme. Ondertussen sluiten de twee vriendschappen, verbreken die weer, verzamelen ze en verliezen ze andere (seksuele) partners, zo overduidelijk the ones that are not the one, en verliezen ze elkaar soms kort- en soms wat langer durend uit het oog, maar voortdurend komen de twee weer uit bij elkaar en de wens normaal te zijn – in de ogen van een ander, dé ander.

Net als in haar vorige boek heeft Rooney een scherp oog voor de dynamiek van aantrekkingskracht tussen twee mensen, en de machtsstructuur die dit met zich brengt – en hoe die verhouding ineens kan omslaan. En ze beschrijft niet het innerlijk van één hoofdpersoon dus, maar twee: hun gedachten, hun trekjes (nagelbijten, uithongeren, comazuipen), hun vriendschaps- en liefdesgevoelens. Vanaf het begin is voor de lezer duidelijk dat de twee hoofdpersonen tot elkaar veroordeeld zijn, hoe wonderlijk het is welke macht ze over elkaar hebben, en dat ze nog te naïef zijn om alle implicaties – van schoonheid tot afhankelijkheid – van dat gegeven te doorzien. En ook dat Marianne dapper is, en Connell niet. Haar positie: ik wil bij jou zijn, dat durf ik aan. De zijne: maar wat denkt de rest van de wereld daar dan van?

Zo is er bijvoorbeeld de hysterische heimelijkheid die zich aan het begin van hun seksuele samenzijn ontwikkelt. Toch gaat ook hier Rooney voorbij aan het haastige oordeel: soms is de grootste intimiteit tussen twee mensen die van een gedeeld geheim – zelfs als dat geheim geen geheim blijkt te zijn.

‘Je leert niets diepgaands over jezelf als je wordt gepest, maar wel als je pest’

Als Marianne vertelt over haar overleden, gewelddadige vader (ze laat dan nog onvermeld dat haar broer de handschoen heeft overgenomen) en haar harteloze moeder, zegt Connell voor de eerste keer: ‘Ik hou van jou.’ Maar wat zullen zijn vrienden Rob en Eric zeggen van zijn relatie met Marianne? En de populaire meisjes van school, onder wie Rachel – die al maanden opzichtig achter hem aan zit? Zo is Normal People een boek over hoe jonge mannen zich moeten gedragen – volgens de heersende sociale mores, en volgens de schrijver, of dan: de interpretatie van de lezer.

Elke keuze, leert Connell, welke dan ook, betekent een andere identiteit, een ander mogelijk leven loslaten. Soms zelfs enkel dat leven zoals het door anderen is ingebeeld. Het valt de eindexamenscholier zwaar. Hij wenst dat hij andere mensen in zijn leven had, mensen aan wie hij zich kon spiegelen. Maar jongen, denk je dan, die mensen heb je! Connells moeder is een indrukwekkend, hard werkend, moreel personage – zonder ook maar ergens een karikatuur te worden. De liefdevolle gesprekken tussen haar en haar zoon behoren tot de hoogtepunten van de roman, en Rooney laat de sfeer tussen hen soms ook behendig omslaan, bijvoorbeeld als Connell Rachel en niet Marianne mee vraagt naar the Debs – het eindexamenfeest voor Ierse scholieren.

In Dublin treffen de twee elkaar weer, tussen sociaal vaardige studenten die allemaal naar privéscholen zijn geweest en ’s avonds feesten bij ouders thuis met een verwarmd zwembad in de kelder. Wat blijkt? De rollen zijn omgedraaid. Connell worstelt vanwege zijn ‘lage’ sociale afkomst met een minderwaardigheidsgevoel, Marianne wordt tijdens dinner parties met gesprekken over de Griekse kredietcrisis gewaardeerd om haar intelligentie en belezenheid.

Marianne begeleidt Connell deze wereld in, de twee worden volwassen. Het mag bekend zijn dat studenten hun studietijd gebruiken om hun geest academisch te scherpen en zichzelf sociaal uit te vinden, maar ze zijn tijdens die ondernemingen vaak ook achteloos in hun omgang met zichzelf en elkaar, of op z’n minst onbeholpen: ze vergeten de sterfdata van vaders, of vergissen zich in het onderscheid tussen gewelddadige seks en bdsm, ze laten een simpel misverstand – Connell is bang om zijn gevoelens uit te spreken, Marianne begrijpt hem verkeerd – tussen hen in komen.

Rooney’s stijl is trefzeker. Marianne’s lichaam is ‘zacht en wit als bloemdeeg’ als Connell na een douche haar zachte buik kust: ‘Ze voelt zich heilig, een altaar.’ Rooney’s beschrijvingen van de fysieke gesteldheid van haar karakters, niet alleen tijdens seks, tonen aan dat ze ziet dat mensen ook hun lichaam zijn en niet alleen hun hoofd, hoewel ze ook daarin uitblinkt.

Ze strooit met wijsheden: ‘Je leert niets diepgaands over jezelf als je wordt gepest, maar wel als je pest – iets dat je nooit meer over jezelf kunt vergeten.’ Langzaam maar zeker léért Marianne van Connell hoe het is om een jonge vrouw te zijn – en welke rol jongemannen daarin spelen. Jamie roddelt over Marianne nadat zij het heeft uitgemaakt over hun ‘kinky’ seksleven. ‘Maar hij dééd ’t toch?’ vraagt Connell. Het is anders voor vrouwen, zegt Marianne gelaten.

Of een dialoog tussen de twee jongvolwassenen, die spreken over studiebeurzen in een competitieve, verhardende maatschappij: ‘Het hele idee van “meritocratie” of zoiets, het is verschrikkelijk, je weet dat ik dat vind. Maar wat moeten we doen dan, het geld van die studiebeurs teruggeven? Ik zie niet wat dat oplevert.’

‘Nou, het is altijd gemakkelijk redenen te bedenken om iets niet te doen.’

‘Ik weet dat jij het ook niet gaat doen, dus praat me geen schuldgevoel aan.’ (Rooney gebruikt hier de heerlijke zinsnede don’t guilt-trip me.) Schuldgevoel heeft Connell wél over zijn oude schoolvriend Rob, die op oudjaarsnacht verdwijnt. Hij krijgt een groepsbericht van Rachel: heeft iemand Rob gezien?

Het wordt de lezer duidelijk dat Connell iemand als Rob had kunnen zijn: vrouwonvriendelijk, opgesloten in zijn machogedrag, en niet in staat om naar anderen te reiken voor hulp. Connell zou iemand als Rob kunnen zijn, als hij zijn moeder en Marianne en de psycholoog niet had gehad. Vier jaar nadat ze elkaar hebben ontmoet, zijn Connell en Marianne weer samen, ‘twee boompjes die in dezelfde grond staan’. Connell en Marianne zijn vrienden en wellicht ook geliefden voor het leven, zoveel is wel duidelijk, ook voor hen. Dat de twee nog moeten leren niet in elkaar te gaan hangen, maar zelf omhoog moeten groeien, lijkt een gegeven: Marianne spoort Connell zelfs aan om naar New York te gaan. Hij komt waarschijnlijk niet terug, weet ze. Of op z’n minst veranderd. Maar dat is oké. Connell en Marianne zijn goed voor elkaar geweest: ze hebben elkaar veranderd. De twee houden van elkaar, en ze hebben elkaar het gevoel gegeven dat ze liefde waard zijn. Dat gevoel gaat nooit meer weg, ook niet als de ander nog vertrekt.

Zo zijn ze geen gewone mensen meer – althans niet in de ogen van de ander. En ook niet in die van de lezer. Nee, deze twee personages gaan nog jaren mee.