Commentaar: Schrijversmarkt

De schrijver als ondernemer

Sinds de behartiging van strikt eigenbelang als een deugd wordt gezien en de staatssecretaris voor Cultuur kunstenaars opriep tot «ondernemerschap» was het een kwestie van tijd voor het systeem van royalty’s en rechten voor schrijvers tot ontploffing zou komen. Inmiddels is de «groep-Mak» opgestaan, genoemd naar initiatiefnemer Geert Mak, wiens boeken gigantische oplages halen. Samen met Connie Palmen, Ro nald Giphart, Adriaan van Dis en Nelleke Noordervliet en een dertigtal andere goed verkopende auteurs pleit Mak voor een betere regeling van hun belangen: hogere royaltypercentages, meer geld voor de contracten die hun uitgeverijen afsluiten met boekenclubs en een betere, voor de auteurs voordeliger regeling van filmrechten.

In het huidige modelcontract krijgen auteurs van bestsellers maximaal vijftien procent per boek. Auteurs die minder goed verkopen, ontvangen vijf tot tien procent. De groep-Mak wil aanzienlijk meer dan die vijftien procent. In het huidige tijdsgewricht geen onredelijke eis, maar funest voor het vaderlandse boekenaanbod. In Nederland maken uitgeverijen nauwelijks winst. Het geld dat verdiend wordt met bestsellers wordt besteed aan literair interessantere maar minder courante boeken. Onder leiderschap van Geert Mak wordt dit voor de lezer weldadige systeem de nek omgedraaid.

In de wereld van de klassieke muziek — waaruit de term primadonna stamt — heeft zich de afgelopen tien jaar een soortgelijke ontwikkeling voorgedaan. Met desastreuze gevolgen. In 1989 besloot dirigent Carlos Kleiber de rechten op zijn Weense nieuwjaarsconcert niet aan zijn platenmaatschappij te schenken, maar ze te veilen. Hij wist de prijs op te drijven tot vijf miljoen, een veelvoud van het voor hem gebruikelijke honorarium. Vijf jaar later werd het voorbeeld gevolgd door de drie tenoren Pavarotti, Domingo en Carreras. Voor een gezamenlijk optreden vóór het WK voetball in Amerika lieten ze EMI zes miljoen pond bieden, Sony acht miljoen en Warner elf miljoen. Daarbovenop verdienden de tenoren nog vier keer dit bedrag aan dit muzikaal volstrekt oninteressante evenement. Daarna ontbeerde Warner de middelen om ook nog interessante cd’s uit te brengen van minder bekende, maar veel interessantere uitvoeringen van andere orkesten of kwartetten. Inmiddels is de markt voor klassieke cd’s door toedoen van de sterren volledig in elkaar gestort.

Geert Mak c.s. scharen zich in dit illustere rijtje calculerende sterren. Zelf zegt Mak «niet uit te zijn op eigen gewin», en hij «wil de solidariteit tussen succesvolle auteurs en minder goed verkopende schrijvers juist in stand houden». De groep-Mak beweert zelfs dat «iedereen» er beter van wordt. Is hier sprake van een tragisch misverstand — en van economisch onbenul? Neemt Mak de uitholling van het Nederlandse boekenaanbod bedoeld of onbedoeld op de schouders? Het antwoord daarop kan alleen hijzelf geven.