Dans - The Basement & Droomstad

De schrik voorbij

Wat ze daar komen doen in die kelder? Het houdt ’t midden tussen rauwe erotiek en nog veel rauwere agressie.

Medium toneel

Voor zover het speels is – en het is bij tijden aandoenlijk speels – is het de speelsheid van onbeheerst in elkaar klauteren, elkaars keukentrap zijn, elkaars klimrek. De schaarse poging tot intimiteit valt snel terug naar een verbeten grofheid. Een omarming herbergt steeds iets wat zich de tederheid van het lijf wil slaan. Gezongen teksten vertellen over wat misschien wel wordt gewild, maar door iets anders steeds wordt tegengehouden. Als een van hen een wilde schoonheid in zich voelt branden, wordt die verwurgd. Uit schrik? Welke dan? Voor wat?

The Basement, een dansvoorstelling, een dansconcert ook, door De Dansers, lijkt de opvolger van hun eerdere succesvoorstelling Roses. Ook nu weer gemaakt met het Berlijnse jeugdensemble Strahl, onder toeziend oog van choreografe en ex-artistiek-leider Wies Merkx. In Roses ging het over: samen tegen een agressief staatsapparaat. Nu zit de agressie in de bij elkaar gedanste en gemusiceerde jonge figuren zelf. Die figuren willen er wel vanaf, maar ze lijken er ook aan gewend geraakt, aan die agressie. Het is een onbeheersbaar lijkende kracht geworden. Beweging en muziek werken als een bezwering van die duistere kracht die liever niet sterker mag worden, die wel wat troostender mag.

Het begrip dansconcert is een goeie omschrijving van wat hier gebeurt. De klanken ontsnappen aan het wilde bewegen. En als de taal van het lied hapert, nemen de lijven het over. Kunnen de lijven niet meer, dan echoot het lied nog na, desnoods buiten adem. De Dansers (fysiek) en hun anagram Ed Sanders (klank) zijn elkaars dubbelgangers geworden. Met de band La Corneille als een overal overheen zwevend, zingend spook.

In Droomstad, een van hun andere voorstellingen, gemaakt voor een jonger kinderpubliek, is het intomen van de woede als thema vervangen door het ontdekken van het lijf, van de beweging, van de ‘klank’ van het lichaam. Een dansant clowntje ontwaakt uit een diepe droom, door een muzikaal geritsel en wat kale klanken uit een mondharmonica. Het kan ook zijn dat de kleine clown juist in een droom naar binnen springt, om uit een onverdraaglijke werkelijkheid te ontsnappen. Hoe het ook zij: binnen de kortste keren voert de gestaag opzwepende muziek naar een dansfeest dat zijn einde is kwijtgeraakt en dus niet meer op kan houden – altijd een prettig trekje van theater, het vermoeden dat het niet meer te stoppen valt. De zeven dansers/musici willen ons ergens mee naartoe nemen, misschien naar een plek waar de klanken van hun feest een enger lawaai kan overstemmen. Maar ze verklappen niet wat ze gaan doen. Dat is plezierig van De Dansers. Ze doen van alles, maar ze verklappen niks.


De Dansers spelen op scholen en in theaters. The Basement is op 25 november te zien in Maaspodium Rotterdam en op 8 maart in het Rabo-theater in Hengelo. Droomstad speelt op 30 december in Maaspodium, dedansers.com

Beeld: The Basement, van De Dansers ( Joerg Metzner)