De onbewuste getuige

De schuld staat al vast

Gianrico CaroFIglio
De onbewuste getuige
Uit het Italiaans (Testimone inconsapevole, 2002) vertaald door Rob Gerritsen, Prometheus, 296 blz., € 17,95

Van Carofiglio (1961), antimaffiamagistraat, zegt de flap dat ‘hij op dit moment verreweg de populairste misdaadschrijver is’. Nu heet tegenwoordig elke tweede roman een thriller, maar als dit semi-documentaire boek over rechtspraak in Italië ook al tot het misdaadgenre behoort, dan maar alles, te beginnen bij het Gilgamesepos en de bijbel. Niet het minst interessante aan dit boek is dat het duidelijk door een insider geschreven is, die bij monde van de verteller, een advocaat, curieuze details weet over de organisatie van een advocatenkantoor en de interne verhoudingen bij de rechtbank, waar gewone rechters worden bijgestaan door acht lekenrechters.

Het verhaal gaat over een rechtszaak, maar zeker niet in de laatste plaats over de advocaat, de hoofdpersoon. Met diens privé-beslommeringen begint het ook: de malaise nadat hij door zijn vrouw het huis is uitgezet, waar de boksclub niet echt bij helpt. Dan krijgt hij een Senegalees als cliënt, in zijn eigen land onderwijzer, in Italië verkoper van namaakspullen op het strand (bij Bari). Hij wordt verdacht van moord op een negenjarig jongetje. Voornaamste bewijs: een polaroidfoto van Abdou Thiam met het jongetje én een paar kinderboeken in zijn woning. Bij ondervragingen – die niet zijn opgenomen maar alleen geresumeerd – is hij mishandeld, zijn woning is leeggehaald en weer verhuurd, en voor een proces is er geen geld. In Italië kan een verdachte voorkomen dat hij voor het Hof van Assisen moet verschijnen, een langdurige en dure zaak, door een zogenaamde versnelde rechtsgang. Die levert bijna altijd een vermindering van de straf op, maar de Senegalees weigert dat, omdat veroordeling – in dit geval dus bij voorbaat – betekent dat hij schuldig is.

En dan verandert er iets in de advocaat. Hoewel hij herhaaldelijk zegt in niets van andere Italiaanse advocaten te verschillen, bijt hij zich nu in de zaak vast. Er is geen ander bewijs dan de vage getuigenis van een racistische strandtenthouder. Het pleidooi wordt een lesje psychologie en geheugenleer, niets nieuws, maar op de plaats delict, in dit geval de rechtszaal zelf, aanschouwelijk onderwijs. De onbewuste getuige van de titel is de onbewust valse getuige: de man die niet bewust liegt maar zich herinnert wat hij meent gezien te hebben. Zo ook stond voor de politie en de rechtbank al bij voorbaat de dader vast: een kwestie van invullen voor openbare aanklager, rechters, zeker de op routine draaiende en de geïntimideerde lekenrechters. De roman gaat dus, onder meer, over dat routineus draaiende, alles vermalende justitiële apparaat.