De schurk op de trap

Drenkelingen is nog tot eind januari te zien in Leiden, Utrecht, Den Haag en Maastricht. The Ruffian on the Stair is nog tot begin maart te zien in onder meer Eindhoven, Rotterdam, Haarlem, Utrecht, Deventer, Enschede, Arnhem en Amsterdam.
Een pension aan zee. De licht hysterische vrouw zoekt haar man. Hij moet hier zijn. De eigenaresse van het pension ontkent. De vrouw neemt een kamer. Thrillermuziek, lichtwisseling. Een man in regenjas komt op. Hij neemt een kamer. Hij voert hysterische telefonades met wat een verre redacteur zou kunnen zijn. De man is op zoek naar nieuws - misdaad, actie bij een kerncentrale. De vrouw komt op. Ze zoekt nog steeds naar haar man. Verwarring.

Word hier een spel met de tijd gespeeld? De man is er op tijd A, de vrouw op tijd B. Er liggen misschien weken (maanden?) tussen. De man ontdekt dat hier geen nieuws is, dat nergens meer nieuws is, dat-ie niks nieuws meer wil, misschien dood. De vrouw ontdekt dat ze met een overdrijvende wolk lucht samenleefde. De hyperventilerende pensionhoudster, de mallotige jongen die droomt van een film die The Night Of The Living Dead gaat evenaren, en een in een rolstoel opgesloten idealist helpen de vrouw ook niet echt. Ze hielpen de man trouwens (weken, maanden geleden?) evenmin. Niets helpt hier. Moeder Aarde laat zich niet naar welke hand ook zetten. Leert de eenzame strandzwerver Buddy de man en de vrouw. Buddy was ooit als astronaut op de maan. Hij maakt de man bijna dood. En schenkt de vrouw een doosje. Met stof.
Ziehier, in wat hulpeloze bewoordingen, wat de plot zou kunnen zijn van de voorstelling Drenkelingen van Terry Johnson, gespeeld door Het Nationale Toneel in de regie van Paul Feld. Een vreemde theatergebeurtenis, deze voorstelling. Ik heb zelden acteurs zo reddeloos (als drenkelingen?) zien rondlopen, in een poging om de verhaaltechnieken van film (flash-backs, cross-fades) op een toneel na te doen. Hun opgave was ook niet eenvoudig: de conflicten waarmee de personages zeggen te worstelen, liggen voortdurend buiten de handeling op het podium. Er is elders iets voorgevallen waar ze nu, voor onze ogen, last van hebben. Een vreemde, intrigerende gewaarwording.
Met sprongen in de tijd heeft Paul Feld als theatermaker ruime ervaring opgedaan. In De seance bijvoorbeeld. Is-ie nu verdwaald in het materiaal van een ander? Of is-ie er als theatermaker niet uitgekomen? De acteurs deden geweldig hun best om alles uit het materiaal te persen. Ze kwamen een heel eind. Maar waarom verdwijnt die mallotige videofilmer? En wat ontdekken die vrouw en die man nu precies op dat strand? Vragen, vragen, vragen.
Andere voorstelling. Een man en een vrouw in een
kitchen-sink-achtige kamer. De man scheert, borstelt en poetst zich. Hij is op uiterlijk, ontmoet straks een man in een toilet (jongenshoer?). De vrouw wordt kort daarop bezocht door een zwarte man. Die suggereert van alles over de levensgezel van de vrouw te weten. En is - na een onschuldig kopje koffie - even snel weer verdwenen als hij kwam. Drie eilanden. Alledrie hebben ze een verleden (vrouw: hoer, man: crimineel circuit, zwarte man: verloor broer door opzettelijk auto-
ongeluk). Het verleden is bij alledrie vers. Het beukt nog op hun voorhoofd. Ze komen er niet van los. De vrouw is aanvankelijk doodsbang van de zwarte bezoeker. De levensgezel van de vrouw relativeert die bezoeken. Maar als hij er lucht van krijgt dat de zwarte man en de vrouw iets met elkaar zouden kunnen hebben, verandert zijn houding radicaal. Terwijl de vrouw steeds kalmer lijkt te worden. Het klassieke patroon van de betere thriller. De afloop is moord met voorbedachten rade. En daarna onverschilligheid. Het stuk heet The Ruffian on the Stair, wat zoveel betekent als ‘De schurk op de trap’. Auteur: Joe Orton. Regie: Peter Eversteyn. Het is zijn derde (of toch vierde?) Orton.
Ik zag Drenkelingen en The Ruffian on the Stair kort na elkaar. Vergelijken is ondenkbaar, hoewel de verleiding op de loer ligt. Het gaat hier per slot om twee fascinerende thrillers van Engelse makelij. Het fascinerende van de voorstellingen leek dat die vijf 'eilanden’ in Drenkelingen zich nauwelijks met elkaar bemoeiden, terwijl ze wel iets deden waar ik anderhalf uur geboeid naar zat te kijken. Er schrijnde iets. De produktie deed op een verkeerde manier pijn. Ik had raadsels opgekregen, met het impliciete advies ze na de voorstelling meteen weer te vergeten. De drie acteurs in The Ruffian on the Stair waren van zichzelf raadselachtig. Ik bleef nog dagen met ze bezig.