30 oktober, selexyz donner in Rotterdam.

De selexyz debuutprijs

Groene-redacteur Joost de Vries genomineerd voor De selexyz debuutprijs.

De uitreiking van de selexyz debuutprijs zal plaatsvinden tijdens Lezen etcetera, het literaire programma gepresenteerd door Pieter Steinz. De selexyz debuutprijs 2011 wordt op 30 oktober uitgereikt bij selexyz donner in Rotterdam.

De jury heeft de volgende motivering voor de genomineerden in 2011:

Thijs de Boer: Vogels die vlees eten
Een opmerkelijke en verontrustende verhalenbundel waarin mensen op hun meest duistere momenten door de schrijver worden getoond. Het zijn dagen of soms jaren, waarin zijn personages de dagelijkse werkelijkheid niet aankunnen. Ze geven de voorkeur aan de dood, of erger. Een doods leven, voorzien van een nep gouden randje door drank, pillen, medicatie of seks. Leugens die, aldus een van de hoofdpersonen, allemaal evenveel pijn doen. Thijs de Boer trekt de lezer met zijn treffende beginzinnen meteen zijn verhalen in. Hij heeft een ijzingwekkende eigen toon, scherp als papier, rauw als een lillende biefstuk, kaal als een berk in de winter.

Peter Buwalda: Bonita Avenue
De titel van deze ambitieuze roman verwijst naar een tijd waarin het leven ongecompliceerd en gelukkig was. Een tijd waarin alles wat het daglicht niet kon verdragen netjes opgeborgen zat, of gewoonweg nog niet aan de orde was. Maar als Peter Buwalda de doos van Pandora eenmaal opent is er geen houden meer aan: overspel, meineed, porno, chantage, een overtuigend beschreven psychose, knellende bloedbanden en zelfs moord. Buwalda heeft een enorme klont materiaal bewerkt tot een duizelingwekkend, maar samenhangend geheel vol onverwachte wendingen, subplots en morele vraagstukken, waarin iedereen wel iets te verbergen heeft. Hij schrijft met flair, gebald en tegelijk onstuimig.

A.H.J. Dautzenberg: Vogels met zwarte poten kun je niet vreten
Deze verhalenbundel slaat de grond onder de voeten van zijn lezers weg. Hij schuurt, jeukt, ontregelt en wekt beurtelings wrevel, afschuw, verwondering en vertedering op. Bij Dautzenberg vloeien werkelijkheid en surrealisme naadloos in elkaar over. Zoals in het verhaal waarin bij een doorsneegezin op kerstavond een koppeltje vechtende negers in een kartonnen doos wordt bezorgd, of dat waarin een jongen verliefd wordt op een puincontainer. ‘Al lang geleden heb ik de ethiek afgezworen’, zegt een van zijn personages ergens. Het zou een uitspraak van Anton Dautzenberg zelf kunnen zijn.

Erik Menkveld: Het grote zwijgen
Erik Menkveld beschrijft in deze kloeke, gedetailleerde, historische roman een periode uit het leven van de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock. Niet alleen schetst hij een overtuigend beeld van een bepaald milieu in het Amsterdam uit de eerste twee decennia van de twintigste eeuw, hij laat ook zien hoe componisten uit die tijd worstelden om een nieuw idioom te vinden. Ook de zieleroerselen van de moeilijke man die Diepenbrock was, zijn vriendschap met de veel jongere criticus Matthijs Vermeulen, de relatie met zijn vrouw, zijn affaire met een bijna twintig jaar jongere studente en de liefde tussen Vermeulen en Diepenbrocks vrouw Elisabeth die alles overhoop haalt, komen aan bod. Menkveld heeft op beheerste wijze een zuivere en klassieke roman geschreven.

Joost de Vries: Clausewitz
Een vernuftige roman waarmee de schrijver hoog inzet en waarin hij de grenzen tussen feiten en fictie verkent. Na lezing weet je dat je van één ding echt zeker kunt zijn: iedereen manipuleert. Of het nu is voor een wetenschappelijk succes -hoofdpersoon Tim Modderman promoveert door een boekje van een ander zo goed als over te schrijven- of om een eclatante overwinning te behalen bij de volgende verkiezingen (zoals Tims broer van plan is), of eenvoudigweg om een meisje te imponeren. In één moeite door rekent Joost de Vries af met de zogenaamd idealistische babyboomgeneratie, in de werkelijkheid van deze roman een ijdeltuiterig, elitair zootje dat de mythe rond een plots verdwenen en overschatte romanschrijver (die ze misschien zelf hebben verzonnen) in stand houdt. De Vries schrijft speels en erudiet, heeft alle touwtjes in handen.