De sensueel correcte vampier

Binnenkort gaat ‘Interview with the Vampire’ in premiere, naar het beroemde cult-boek van Anne Rice. Maar wat doet een macho als Tom Cruise in deze van homo-erotiek dampende geschiedenis?

EEN JARENLANGE verbanning naar de pulpplank in boekhandel en videotheek heeft de vampier begraven in de diepste krochten van het collectieve onderbewustzijn. U weet wel, dat deel van het geheugen van een beschaving waar de jungiaanse oermythen liggen opgeslagen. In de negentiende eeuw draaide een gerespecteerd schrijver zijn hand niet om voor een roman, verhaal of gedicht over vampirisme, maar in de twintigste eeuw is zoiets al gauw een misstap.
Het is daarom opmerkelijk dat het onderwerp de laatste jaren veelvuldig wordt opgepakt door schrijvers die meer beogen dan oppervlakkige verstrooiing. Even opmerkelijk is het dat de vampier, sinds jaar en dag een exponent van macho-veroverings- en bezitsdrang, ook tot leven is gewekt in lesbisch- feministische kring. Kort geleden verscheen Zusters van de nacht, een verzameling Amerikaanse lesbische vampierverhalen uit de jaren tachtig en negentig. Hoewel het omslag opgewonden meldt dat ‘de vrouwelijke vampier het voorbeeld is van de ultieme slechtheid’ en 'uitsluitend de bevrediging najaagt van haar onstilbare lusten’, gaat het in de meeste verhalen om onwaarschijnlijk altruistische vampiers, die de intervrouwelijke solidariteit eerder nastreven door het schenken van geborgenheid en warme gevoelens dan door er flink de tanden in te zetten. Voor zover mannen in deze verhalen voorkomen, worden ze gedood of in een lieveheersbeestje (!) veranderd.
Jewelle Gomez introduceert de non profit- vampier: voor alles wat wordt genomen, met kleine beetjes natuurlijk, moet ook iets worden gegeven, een prettig gevoel of idee bijvoorbeeld. Voor het overige leven de zusters van de nacht in een wenswereld van louter perfect gevormde, zachtaardige en solidaire vrouwen. In slechts twee verhalen gaat de vampier er als ware verpersoonlijking van het kwaad flink tegenaan en komt het zelfs tot fistfucking, want Zusters van de nacht is nadrukkelijk erotische literatuur.
De ondertitel 'Vlijmscherpe erotische verhalen van vrouwen’ is echter boerenbedrog. Het langste verhaal is namelijk geschreven 'door de Ierse J. Sheridan Le Fanu’. Waar de andere schrijfsters voluit met alle voornamen staan vermeld, verschuilt zich achter de J. een Joseph. Le Fanu schreef Carmilla in 1872 (en niet in 1817) en gaf zijn twee vrouwelijke hoofdpersonen een duidelijke liefdesrelatie mee, wat in de victoriaanse context wel opvallend mag heten. Dat Carmilla wordt ingelijfd in het lesbisch-feministisch vertoog is niet verwonderlijk - hier wordt een mooie, geweldloze wereld van vrouwenvriendschappen voorgetoverd. Maar dat de archetypische lesbische vampier door mannenhand is geschapen, is een stekend maar klein ongerief dat kennelijk moest worden verdoezeld.
Het veel recentere type van de homoseksuele vampier (m) is daarentegen aan vrouwelijke pen ontsproten. In 1976 verblijdde en verblufte Anne Rice de wereld met Interview with the Vampire, dat allerwegen als hoogst origineel werd geprezen. Het was het eerste deel van The Vampire Chronicles - tot nu toe vier delen over aan het einde van de achttiende eeuw ondood geraakte jongelingen die zich tot de dag van vandaag staande hebben weten te houden door veel aanpassingsvermogen, door inname van het nodige bloed en door vriendschappen met mannelijke soortgenoten.
Hoewel deze vampierwereld geenszins een exclusieve mannenwereld is, geldt de sensuele liefde uiteindelijk de seksegenoten. Hoewel de homo-erotiek in het tweede deel, The Vampire Lestat, explicieter is, blijft het van een onopvallende vanzelfsprekendheid die de existentiele problematiek van het vampierbestaan lardeert. Het eeuwig moeten leven, de noodzaak van aanpassing en moorden bezorgen de protagonisten de nodige hoofdbrekens, maar de vele honderden bladzijden waarop ze daarover mijmeren zijn tevens gedrenkt in sensueel genoegen.
Door het succes van de Chronicles en de spektakelmogelijkheden die ze boden, was het natuurlijk een kwestie van tijd voor Hollywood interesse zou tonen. Dat het bijna twintig jaar heeft geduurd voor het zo ver was, heeft waarschijnlijk te maken met de totale afwezigheid van een liefdesverhaal voor man en vrouw. Al voor de publikatie van Interview with the Vampire waren de filmrechten verkocht. Warner Brothers wist te voorkomen dat Elton John er een musical van zou maken, maar het tot veler verbeelding sprekende verhaal dook op in talloze videoclips, onder andere in Stings Moon over Bourbon Street. Uiteindelijk heeft Warner Brothers het niet alleen aangedurfd Interview with the Vampire integraal te verfilmen, ook is Anne Rice aangetrokken om haar boek om te schrijven tot een scenario.
De grote produktie die Warner voor ogen had, moest worden getrokken door een klinkende naam. De keuze van Tom Cruise voor de rol van Lestat bracht Rice tot de hoogste toppen van verontwaardiging: 'Hij is veel te “mom-and-apple-pie”! Hij is net zo weinig mijn vampier Lestat als Edward G. Robinson Rhett Butler uit “Gone with the Wind” is. Hij zou zichzelf en iedereen een dienst bewijzen als hij zich zou terugtrekken.’ Warner stelde dat Cruise zelf - of zijn agent - het juist wel goed vond om eens de slechterik te spelen - het zou hem van zijn Yankee Doodle-imago kunnen afhelpen.
SEDERT HET BEGIN van de jaren tachtig spelen met grote regelmaat bekende acteurs de rol van vampier in modieuze updates van het genre. In The Hunger (1983) van reclamefilmer Tony Scott vormen David Bowie en Catherine Deneuve een chic vampierstel in New York, dat Susan Sarandon in de kring en in bed opneemt. Daarna duiken eigentijdse vampiers op in Fright Night (1985) en Innocent Blood (1991) en in een serie komisch bedoelde tienerfilms. Lauren Hutton heeft knapenbloed nodig om jong te blijven (Once Bitten, 1985), Kiefer Sutherland leidt een bende tienervampiers (The Lost Boys, 1987), en televisiekindervriend PeeWee Herman is de onderknuppel van oppervampier Rutger Hauer, die door een gespierde cheerleader in de pan wordt gehakt (Buffy the Vampire Slayer, 1992). Een rol als slechterik schaadt het imago van een filmacteur niet langer - de filmwereld stond op zijn kop stond toen Henry Fonda een inktzwarte schurk speelde in Once upon a Time in the West - maar verdiept deze als het ware.
Gevoeliger dan boosaardigheid ligt het homo-element. De gay vampire doet het niet best in de bioscoop, pornofilms als Gayracula en Dracula Sucks even daargelaten. In Roman Polanski’s The Fearless Vampire Killers, or: Pardon Me, but Your Teeth Are in My Neck maakt de zoon van de graaf de mannelijke hoofdpersoon het hof. Dit tot groot ongenoegen van zijn vader, die zijn sterke geslacht gedegenereerd ziet in dit doetje, het bij uitstek mannelijke beroep van vampier onwaardig.
KORTOM, DE viriliteit van Cruise was in het geding, opgebouwd met Top Gun en maar een beetje gerelativeerd met Born on the 4th of July. Geruchten deden de ronde dat Cruise geeist zou hebben dat alle 'gay stuff’ uit de film werd verwijderd. De Britse pers - hoewel in Groot-Brittanie de film pas in januari in premiere gaat - meende bij voorbaat te kunnen vaststellen dat de film door het meespelen van Cruise een mislukking zou zijn in emancipatoir opzicht. Net als Philadelphia, Threesome en Priscilla, Queen of the Desert zou Interview with the Vampire uiteindelijk wel een foute film zijn omdat de homo’s er geen seksueel leven in mogen leiden. De critici maken hier de fout de film te vergelijken met drie films waarin homoseksualiteit het onderwerp of op zijn minst een thema is. Dat homoseksualiteit in Interview with the Vampire in het geheel geen thema of motief maar een natuurlijke habitus vormt, maakt de film in feite juist meer gay-sensibele dan de films met de expliciete boodschap.
Dat een en ander in een grote Hollywoodproduktie overeind kon blijven, is misschien te danken aan de producent, David Geffen. Geffen richtte onlangs met Steven Spielberg en Jeffrey Katzenberg een nieuwe film- en televisiestudio op en staat te boek als de eerste grote producent die voor zijn homoseksualiteit uitkwam. Geffen deed de gouden greep om Interview with the Vampire te laten regisseren door Neil Jordan. Niet alleen had die zich al eens met veel succes verdiept in het bovennatuurlijke (The Company of Wolves is een mooie griezelbewerking van Roodkapje), ook had Jordan al eerder zijn tanden gezet in homoseksualiteit in A-films. In het gelauwerde The Crying Game is homoseksualiteit, via travestie, het probleem waar de film om draait. In de komedie We’re no Angels komt homoseksualiteit eerder terloops om de hoek kijken als Sean Penn de lokroep van een opdringerige broeder niet langer kan weerstaan en besluit in het klooster te blijven.
De terloopse voorkeur voor het eigen geslacht die Anne Rice door haar verhalen weeft, heeft Jordan even vanzelfsprekend in zijn verfilming overgebracht. Dit bracht Rice ertoe terug te komen op haar eerdere verontwaardigde uitspraken en te verklaren dat ze 'vereerd en verbijsterd was om te ontdekken hoe trouw deze film is aan de geest, de inhoud en de sfeer van de roman.
Hoewel Tom Cruise het meest prominent op het affiche prijkt, wordt de eigenlijke hoofdrol, de vampier Louis die het interview geeft, gespeeld door Brad Pitt, die furore maakte in Less Than Zero en Thelma and Louise. Rice vergeleek Cruise en Pitt aanvankelijk met Huckleberry Finn en Tom Sawyer.
Nadat de Franse vampier Lestat in het New Orleans van eind achttiende eeuw de wonderschone plantage-erfgenaam Louis tot vampier heeft gemaakt, leven zij enkele decennia samen in de stad. Als de hypochondrische Louis langzamerhand genoeg krijgt van zijn extroverte maat, komt Lestat op een avond binnen met een presentje dat Louis voor altijd aan hem moet binden: een popperig klein meisje dat al bijna is leeggezogen. Als zij als miniatuurvampier bij kennis komt, legt papa Lestat haar uit dat papa Louis eigenlijk weg wilde gaan, maar dank zij haar komst zal blijven zodat ze gedrieen een leuk gezinnetje kunnen vormen.
Cruise en Pitt bewegen zich door de film in een dunne damp van latente erotiek. Er wordt natuurlijk niet gezoend, dat gebeurt in het boek immers ook niet, maar het komt gevaarlijk dicht in de buurt. Na de dood van Lestat voelt Louis zich onweerstaanbaar aangetrokken tot de ervaren, sensuele vampier Armand, gespeeld door Antonio Banderas. Het is dezelfde Banderas die in Philadelphia een dodelijke liefdesrelatie heeft met Tom Hanks. Als Louis het onmogelijke van een relatie inziet en Armand zal gaan verlaten, reiken hun lippen met elk woord nader en nader, terwijl hun hoofden neigen en de ogen verwachtingsvol op elkaars mond blijven gevestigd… - maar nee, op twee centimeter afstand is de afscheidsrede voltooid en deinzen beiden weer terug. Dit is een van de spannendste momenten in de film, door Jordan gevoelig en - voor vampiers - menselijk in beeld gebracht. Het is ook een van de weinige keren dat aan lichamelijke liefde wordt gerefereerd, want het eigenlijke probleem van de film is de onverdraaglijkheid van het eeuwige bestaan en het moeten doden om te kunnen leven.
Het vormgeven van homo-erotisch vampirisme lijkt een Ierse aangelegenheid te zijn. Anne O'Brien Rice is geboren in New Orleans, maar van Iers-katholieke afkomst. Neil Jordan is een Ier. Zo ook Stephen Rea, die de hoofdrol speelde in The Crying Game en nu een vuige bijrol heeft in Interview with the Vampire. Voor een Hollywood-produkt is het sowieso een erg Europese film. De film is niet alleen opgenomen in San Francisco en New Orleans, maar voor een groot deel in Parijs en in Londense studio’s. Voorts is de cameraman van Diva aangetrokken, de produktieontwerper van Fellini en Pasolini en de kostuumontwerpster van Orlando en Caravaggio - ook een Ierse overigens.
Als Louis en Lestat met hun kleine meid naar het negentiende-eeuwse Europa reizen, refereren ze aan Dracula als het bij elkaar gefantaseerde produkt van 'een gefrustreerde Ier’. Een anachronistisch grapje van Rice; Bram Stoker schreef Dracula pas in 1897, vijftien jaar nadat een andere Ier Carmilla had geschreven.
Carmilla werd in 1970 verfilmd door Hammer Films als The Vampire Lovers, met in de hoofdrol de rijpe, bekoorlijke Ingrid Pitt. Hoewel ze in volle glorie prijkt op een indrukwekkende scenefoto op het omslag van Zusters van de nacht, is The Vampire Lovers niet bepaald gemaakt voor een lesbisch publiek. Aangemoedigd door het succes kwam Hammer een jaar later met Lust for a Vampire, nog losser gebaseerd op Le Fanu’s verhaal. Het Deense pornosterretje Yutte Stensgaard betrekt willige wichtjes in onbeschaamd voyeuristische vrij-en-bijtscenes met veel borstfetisjisme. Maar meisjesinternaat of niet, het blijft een mannenwereld en een duidelijk geval van B-film. Interview with the Vampire heeft daarentegen vele records gebroken en staat al enige tijd bovenaan de lijst van bestbezochte films in Amerika. De tijd is rijp voor een chique vrouwenverslindster op het witte doek.