Interview met Martti Ahtisaari

‘De Serviërs hebben hun eigen natie misleid’

De klus zit erop voor Martti Ahtisaari, VN-gezant voor Kosovo. Nu kan hij eindelijk vrijuit praten. Nederland stelt volgens hem terecht strenge voorwaarden aan een EU-lidmaatschap voor Servië. En: ‘Opdeling van Kosovo is uitgesloten.’

Om de haverklap vist Martti Ahtisaari een klein wit boekje uit zijn binnenzak – zijn zestig pagina’s tellende plan voor een onafhankelijk Kosovo, dat precies een jaar geleden werd overhandigd aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Hij slaat ermee op tafel, of bladert er driftig doorheen om een specifiek artikel terug te vinden. Eigenlijk zou de Finse diplomaat nog tot juni aanblijven als VN-gezant voor Kosovo, maar hij heeft secretaris-generaal Ban Ki-moon verzocht om zijn contract per eind februari te ontbinden. ‘Mijn taak zit erop, en ik wil vrij zijn om te praten’, zegt hij in Vlaardingen, waar hij afgelopen week de Geuzenpenning in ontvangst nam voor zijn verdiensten als bemiddelaar bij internationale conflicten in onder meer Namibië, Noord-Ierland en Atjeh en op de Balkan. ‘Het is belangrijk dat mensen begrijpen wat ik heb voorgesteld, en waarom, want de onafhankelijkheid van Kosovo komt niet zomaar uit de lucht vallen.’

De voormalige Finse president Martti Ahtisaari (70) werd in november 2005 door Kofi Annan aangesteld om een oplossing te zoeken voor het Kosovoconflict. Ruim een jaar leidde hij de onderhandelingen tussen Belgrado en Pristina over de toekomstige status van het gebied. Toen duidelijk werd dat een compromis tussen de partijen onmogelijk was, stelde hij een plan op voor een onafhankelijk Kosovo onder internationaal toezicht. Het plan werd door Servië en Rusland getorpedeerd, nieuwe onderhandelingen volgden. Deze mislukten ook, waarna de Kosovo-Albanezen op 17 februari dit jaar zonder toestemming van de Veiligheidsraad de onafhankelijkheid van de voormalige Servische provincie aankondigden. Ze beloofden dat ze het plan van Ahtisaari zouden gebruiken als basis voor de nieuwe staat. Veel landen, waaronder Nederland, erkenden Kosovo in de weken die daarop volgden. Servië reageerde woedend, en tijdens protesten in Belgrado werden verschillende ambassades in brand gestoken. Deze week kwam het tot gewelddadige confrontaties tussen Serviërs en soldaten van kfor in de Kosovaarse stad Mitrovica. ‘Alle sympathie die de Serviërs tot voor kort misschien nog hadden in Europa en de rest van de wereld verdwijnt in rap tempo’, stelt Ahtisaari in het stadhuis van Vlaardingen. ‘Ze beginnen zich te gedragen als Milosevic.’

Belgrado noemt de onafhankelijkheid van Kosovo illegaal en stimuleert de Kosovo-Serviërs om niet mee te werken aan uw plan.

Martti Ahtisaari: ‘De Servische leiders wisten van meet af aan dat de onafhankelijkheid er zou komen. Bij onze eerste ontmoeting in 2005 heb ik dat al tegen ze gezegd. Na de gruwelijkheden onder Milosevic was het ondenkbaar dat het gebied weer terug zou keren naar de situatie van voor 1999. Daar was iedereen het over eens, zelfs Rusland. Ik zei destijds tegen premier Kostunica dat hij Kosovo had verloren, maar dat wilde hij niet accepteren. Gedurende de onderhandelingen hebben de Servische leiders net gedaan alsof Kosovo weer terug zou komen bij Servië. Ze hebben hun natie misleid.

De huidige reactie van Belgrado maakt het leven van de Kosovo-Serviërs er niet gemakkelijker op. En dat is triest, want mijn plan bevat beschermingsmechanismen voor minderheden die sterker zijn dan waar ook ter wereld. Maar dan moeten de minderheden wel bereid zijn om zich aan de regels te houden en samen te werken met de nieuwe autoriteiten. De Kosovo-Serviërs hebben nog nooit met de Kosovaarse autoriteiten samengewerkt. Ze maken geen gebruik van de zetels die hen zijn aangeboden in het kabinet, het parlement en de rechtbanken. In de afgelopen acht jaar hebben ze niets gedaan om te integreren in Kosovo, omdat ze zaten te dagdromen dat Kosovo vroeg of laat wel weer Servisch zou worden. Met hun recente boycot van de Kosovaarse instituties verzwakken ze hun eigen positie nog verder. Wat daar de gevolgen van zijn, moeten we nog maar afwachten.’

De Servische regering is vorige week gevallen over de kwesties Kosovo en de EU. Nieuwe verkiezingen zijn uitgeschreven voor 11 mei. Hoe zou de EU zich de komende maanden moeten opstellen ten opzichte van Servië?

‘Ik zie geen reden om de opstelling van de EU ten opzichte van Servië te veranderen. De EU heeft heel duidelijk laten weten dat Servië welkom is in de Unie, op voorwaarde dat het volledig zal meewerken met het Joegoslavië-tribunaal. De keuze is aan hen. Laten we niet vergeten dat Servië aan de poort staat van de EU, en niet andersom.’

Nederland heeft veel kritiek gekregen omdat het vasthoudt aan de eis tot uitlevering van de van oorlogsmisdaden verdachte generaal Ratko Mladic voordat Servië in aanmerking komt voor het lidmaatschap van de EU.

‘Het gebeurt vaak dat mensen of landen die iets goeds doen, worden gekritiseerd door hen die dat niet doen. Ik zou niet weten waarom Nederland of de EU die eis zou moeten laten vallen.’

Verwacht u dat Europees gezinde partijen de Servische parlementsverkiezingen zullen winnen?

‘Ik weet het niet, maar ik hoop het van harte. Deze verkiezingen zouden nog wel eens belangrijker kunnen zijn dan de verkiezingen die een einde maakten aan het bewind van Milosevic. Ze bepalen de toekomst van Servië: wordt het een normale Europese staat of een soort Wit-Rusland op de Balkan?’

Wat is nog het gezag van de Veiligheidsraad nu Kosovo zich zonder haar toestemming onafhankelijk heeft kunnen verklaren?

Martti Ahtisaari: ‘De rol van de Veiligheidsraad in de oplossing van conflicten is uiteraard ondermijnd door deze gang van zaken. Dat is betreurenswaardig, maar we moeten ermee zien te leven. Het zou beter zijn geweest wanneer de onafhankelijkheid van Kosovo het fiat had gekregen van de Veiligheidsraad. Maar de Russische houding liet weinig alternatieven over. Iedereen besefte goed dat de status-quo onhoudbaar was – unmik (de missie van de Verenigde Naties – red.) kon niet eeuwig in Kosovo blijven. De landen die mijn plan hebben geblokkeerd in de Veiligheidsraad wisten best dat de Kosovo-Albanezen zich alsnog zelf onafhankelijk zouden verklaren als er geen overeenstemming zou worden bereikt. Het was overigens geen unilaterale, maar een gecoördineerde verklaring van onafhankelijkheid. De Kosovaren hebben nauw samengewerkt met de landen die de intentie hadden hen te erkennen, en ze hebben zich bereid getoond zich aan de voorwaarden te houden die de internationale gemeenschap aan hen heeft gesteld.’

Heeft het omzeilen van de Veiligheidsraad geen negatieve gevolgen voor de nieuwe staat zelf? De Kosovaren kunnen bijvoorbeeld voorlopig geen lid worden van de Verenigde Naties.

‘Het is belangrijker om ze snel in financiële instituties te krijgen, zoals het imf en de Wereldbank. Ze moeten een begin kunnen maken met de opbouw van de economie. Dat is nu de eerste prioriteit. Het VN-lidmaatschap komt wel een keer, als de situatie eenmaal is gestabiliseerd. Er zijn wel meer landen die lang op hun lidmaatschap hebben moeten wachten.’

In uw plan benadrukt u dat Kosovo een uniek geval is. Bent u niet bang voor een precedentwerking, bijvoorbeeld voor gebieden als Zuid-Ossetië in Georgië?

‘Dergelijke situaties hebben helemaal niets met Kosovo te maken. Ieder gebied is uniek. Je kunt niet zomaar de oplossing van het ene conflict kopiëren naar een ander. De crisis in Atjeh heb ik op een heel andere manier beslecht dan die in Kosovo. Degenen die de mogelijke precedentwerking van Kosovo gebruiken als argument om de onafhankelijkheid te blokkeren, hebben geen belang bij een oplossing van het conflict.’

UNMIK heeft er inmiddels bijna negen jaar op zitten in Kosovo. Zal de nieuwe EU-missie ook zo lang blijven?

‘Ik hoop het niet. De internationale gemeenschap zal net zo lang blijven tot de Kosovo-Albanezen hebben gedaan wat ze hebben beloofd. Misschien dat dat ze zal stimuleren om haast te maken met de implementatie van mijn plan, zodat ze zo snel mogelijk van ons af zijn. Volgens het originele plan zou unmik na de onafhankelijkheidsverklaring nog 120 dagen blijven om het overgangsproces in goede banen te leiden, waarna de missie van de EU het zou overnemen. Maar nu het allemaal anders is gelopen, is het onduidelijk hoe lang unmik nog blijft. Als de Kosovaarse overheid zegt: “We willen jullie hier niet meer hebben”, tja, dan is het afgelopen.’

Het lijkt er steeds meer op dat het Servische deel van Kosovo zich zal afsplitsen van de nieuwe staat.

‘Opdeling van Kosovo is uitgesloten. De leden van de Contact Groep hebben zich daar heel duidelijk over uitgesproken, en ik accepteer niet dat hun positie op dit punt verandert. Dat zou hun geloofwaardigheid ernstig aantasten. Voor unmik is de belangrijke taak weggelegd erop toe te zien dat er, vooral in het noorden van Kosovo, geen faits accomplis worden gecreëerd die in tegenspraak zijn met mijn plan.’

Waarom hebt u dan voorgesteld om Mitrovica op te delen in plaats van de Servische en Albanese delen van de stad weer met elkaar te verenigen?

‘Omdat dat in dit stadium onmogelijk was. De etnische opdeling van de stad is helaas een realiteit die al meer dan acht jaar is geaccepteerd door unmik. Dat verander je niet zomaar. Ik heb voorgesteld dat er op informeel niveau wel samengewerkt wordt, zodat de gemeenschappen weer met elkaar in contact kunnen komen.’

Gelooft u dat er uiteindelijk een multi-etnische samenleving in Kosovo kan ontstaan?

‘Ik hoop het. Ik vertrouw erop dat de Kosovo-Albanezen zich aan de voorwaarden zullen houden die ik in mijn plan heb gesteld. De hele internationale gemeenschap kijkt toe, ze kunnen het zich niet permitteren ervan af te wijken. Dus het is aan de Serviërs. Zij moeten zich gaan afvragen: willen we blijven of vertrekken we? Als ze besluiten te blijven, moeten ze een manier vinden om in de nieuwe situatie te kunnen voortbestaan. Dat kan alleen door flink te slikken en te accepteren dat Kosovo nu onafhankelijk is, ook al is dat niet gemakkelijk. Ze moeten zich weer openstellen voor hun Albanese buren, die negentig procent van de bevolking uitmaken, en proberen te integreren in de nieuwe staat.

Samenlevingen worden niet zomaar opeens multi-etnisch. Daar kan tien, soms zelfs twintig jaar overheen gaan. Maar de Serviërs en de Albanezen hebben in het verleden ook met elkaar kunnen samenleven. Ik zou erg teleurgesteld zijn als over tien jaar alle Serviërs uit Kosovo zouden zijn vertrokken.’