Met de Libelle op de bank

De sfeer van huisje Weltevree

Ondanks alles hebben Nederlandse vrouwen nog altijd de macht in het gezinsleven. En ze zijn niet van zins hun burcht van huiselijkheid en behaaglijkheid zomaar te verlaten. Dat wordt week na week weerspiegeld in de Libelle, al 75 jaar lang.

IN INDIA HEEFT de rust zich voor heel even hersteld, op monetair niveau is de boel ouderwets aan het schommelen, klimatologisch gezien zal de wereld nooit meer hetzelfde worden, maar deze Kerst dekken we onze tafel in barokke stijl, eten we gebraden lamsbout met sjalotjes en rozemarijn, en zetten we alle positieve dingen van het afgelopen jaar op een rijtje. Tenminste, als het aan de Libelle ligt, die in mei haar 75-jarig bestaan vierde, en precies een jaar geleden werd uitgeroepen tot tijdschrift van het jaar. Opmerkelijk voor een blad dat ogenschijnlijk sinds haar oprichting geen spat veranderd is. Redactie en uitgever hebben de moed gehad om met Libelle af te stappen van de bekende weekbladformule, zo oordeelde de jury echter. Ze bedoelde daarmee dat Libelle veertig pagina’s dikker werd en dat de inhoud ‘glossier’ werd.
Toch vind ik het moeilijk een wezenlijk verschil te zien tussen de Libelle van nu en die van pakweg drieënhalf decennium geleden, toen ik hem thuis las omdat mijn moeder een abonnement had. Het was de periode dat het blad werd opgenomen in het Guiness Book of Records wegens het wekelijkse bereik van 52 procent van alle vrouwen tussen de vijftien en 65 jaar. Met een oplage van bijna vijfhonderdduizend exemplaren is Libelle nog steeds het grootste vrouwenblad van Nederland. En wat bereik betreft zit het ook nog immer geramd: heb je (v) zelf geen abonnement, dan lees je het blad wel via je moeder of de buurvrouw, of de buurvrouw van je schoonmoeder, en anders in de wachtkamer van de huisarts of bij de kapper.
Net als toen heeft het blad iets tuttigs, huiselijks, en daardoor iets onmiskenbaar beklemmends maar uiteindelijk altijd weer geruststellends. Gordijnen dicht, bonbonbloc binnen handbereik, en lezen maar. Het openingsstuk van het kerstnummer, getiteld ‘Als ik het voor het zeggen had met Kerst…’ lijkt eventjes maatschappelijk engagement te bieden op menselijke leest geschoeid, maar bij nader inzien zijn het persoonlijke wensen van lezeressen. De een wil Kerst vieren in Amerika omdat ze daar vijftien jaar geleden au pair was in een fantastisch gezin. De ander hoopt met Kerst eindelijk eens met een ontspannen gevoel te kunnen genieten van hun nieuwe huis.
Als geen ander blad ademt Libelle de sfeer van huisje Weltevree waar moeder de vrouw sinds jaar en dag de scepter zwaait, en waar alles draait om herkenbaarheid en behaaglijkheid. In het interview met prinses Máxima schrikt de interviewster, Libelle-coryfee Wieke Biesheuvel, er niet voor terug iedere vraag in te kleden met haar eigen ervaringen, onder de noemer ‘heeft u dat nou ook?’ Gelukkig is Máxima de beroerdste niet. Waar het maar even kan fietst ze de microfinanciering naar binnen (‘Vooral coaching is heel belangrijk voor met name vrouwen die wel plannen hebben, maar niet weten hoe ze het moeten aanpakken’), maar zonder problemen toont ze zich ook op haar vrouwelijkst: ‘Natuurlijk ben ik soms moe, zit ik met alle ballen tegelijk in de lucht.’
Wieke: ‘Kijk, voor u! Drie speciaal voor de prinsesjes gesigneerde Jan, Jans & de kinderen-boeken.’
Máxima: ‘O, wat leuk! Amalia kan net lezen, dus zij kan hier mooi mee oefenen. Haha, meneer Kruis heeft het helemaal goed met zijn tekening voor Alexia over grapjes maken. Dat doet ze graag.’

TEN BEHOEVE VAN de potentiële adverteerders is het profiel van de Libelle-lezeres – ‘de gemiddelde Nederlandse vrouw van tussen de 28 en 55 jaar oud’ – nauwgezet ingevuld. Zij is een eigentijdse vrouw, die haar gezin voorop stelt en grote waarde hecht aan de toekomst van haar kinderen. Die actief in het leven staat en graag dingen onderneemt samen met anderen. Die belangstelling heeft voor uiterlijke verzorging en mode, en die van winkelen houdt. Die meer dan gemiddeld geïnteresseerd is in woninginrichting, decoratie en tuin. Die kookt met plezier, dagelijks, en van tijd tot tijd graag iets bijzonders op tafel zet.
Niks om op neer te kijken, maar ook nogal angstaanjagend, zo’n vastomlijnd beeld van de vrouwelijke soort en haar interesses (al weet ik dat ook de Groene-lezer in luttele lijnen kan worden neergezet met behulp van een potvaren, een wandelbehoefte en een abonnement op de Vara-matinee). De buitenwereld sijpelt slechts via persoonlijke dramatische verhalen naar binnen, en dan nog alleen om direct overwonnen te worden: ‘Ontroerende verhalen over tegenslag (en toch sterker worden)’. Margret (40) verloor haar baan, maar achteraf gezien was het precies het duwtje dat ze nodig had. ‘De crisis is de kans van mijn leven geweest.’
Terwijl de huisvrouw volgens de overheid officieel niet meer bestaat – alleen op pornosites noemen ze het nog ‘huisvrouwen’, omdat ze zo lekker heet zijn – is dit blad helemaal op haar gericht. Dat wil zeggen: op iemand die tijd en zin heeft om met behulp van takken, bloemen en kippengaas een barok boeket te creëren, en haar tafelversiering helemaal af te maken met een blauwe vijgen-geurkaars in glas. Die zich op Kerstavond hult in het korte nepbonten jasje met driekwart mouwen van de Bandolera, en haar gezin de volgende ochtend binnen een handomdraai een ontbijttaart voorzet met rauwe ham en geitenkaas. In ‘Glitter glamour gala’ worden drie Libelle-lezeressen, Mirella (39), Bep (56) en Kirsten (33) – van geen van drieën wordt vermeld wat voor werk ze doet, alleen wordt duidelijk dat ze man en kinderen hebben – in het nieuw gestoken. Kirsten over de jurk die ze aangemeten krijgt, een lang zijden geval van de Bijenkorf: ‘Met Kerst trek ik hem aan, al denk ik wel dat ik er iets over aan trek.’

TERWIJL MANNEN OPENLIJK in een crisis verkeren en niet meer weten wat ze op moeten kroppen of eruit moeten gooien, lijkt het vrouwelijke domein onaantastbaar, en voorzover aan verandering onderhevig, alleen maar groeiende. Zoals columnist Wim de Jong, die in Volkskrant Magazine wekelijks verslag doet van zijn identiteitscrisis, in het jongste nummer van Red treffend schrijft onder de titel ‘Zoeken naar een nieuw zelf’: ‘Vrouwen lezen al van jongs af aan in “vak”-bladen (…) hoe ze zich teweer moeten stellen tegen menstruatie, pijn bij het vrijen, beharing, kraaienpootjes (…), liefdesverdriet en andere fysieke, psychische en sociale ongemakken. Zoals ze zich ook omringd weten door boezemvriendinnen, zussen en moeders met wie je zulke kwesties tot in den treure kunt bespreken. Het merendeel van de mannen heeft die mogelijkheden niet, en ook nooit gehad.’ Schrijver Arjan Visser besluit zijn gastcolumn in hetzelfde nummer van Red droefgeestig met: ‘Zo. Dan ga ik nu maar eens een wasje draaien.’ Ook publicist Dylan van Rijsbergen gaat in het recent verschenen Het onbehagen van de man (uitgeverij Augustus) op zoek naar wat het tegenwoordig nog betekent om man te zijn en bindt de strijd aan met aloude stereotyperingen. Waarop baseren mannen tegenwoordig in vredesnaam hun mannelijkheid, vraagt hij zich hardop af.
De man is duidelijk op drift, maar wat de vrouw wil is volgens bladengoeroe Rob van Vuure al decennia zo klaar als een klontje. In oktober: boerenkool. In mei: aardbeien. Week 48: Sinterklaas. Week 44: Sinterklaascadeautjes zelf maken. Week 51: Kerstmis. Week 50: voorpret Kerst. In week 52: oliebollenrecept. In juni: dagjes uit in Nederland. In januari: ‘Kies eens voor zo’n vakantie!’ Week 34: de kinderen weer naar school. Eieren in het Paasnummer. Dieet in januari en vlak voor de zomer. Twee keer per jaar dé nieuwe mode. In mei: hoe word je bruin. In augustus: hoe blijf je bruin. Februari is zelfmaakmodemaand en juni anticonceptiemaand.
Natuurlijk, dit is allemaal van een symbolische orde en het heeft niet helemaal te maken met het echte leven aan Wisteria Lane maar toch. De onwrikbare Libellefactor in het gemiddelde huishouden loopt aardig parallel met de verankering van de huisvrouw as such in het Nederlandse cultuurgoed. In het onlangs verschenen Vrouw des huizes: Een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw (uitgeverij Balans) signaleert historica Els Kloek (sic) het opmerkelijke feit dat weliswaar overal ter wereld huisvrouwen bestaan, maar dat in geen enkele nationale geschiedenis de huisvrouw zo prominent aanwezig is als in Nederland. Bazig, ondernemend, zuinig, proper… De huisvrouw is net zo kenmerkend voor de nationale volksaard als de koopman en de dominee, citeert Kloek in haar voorwoord de psycholoog Geert Hofstede. Haar hoogtijdagen beleefde de huisvrouw in de naoorlogse periode van de wederopbouw. De eisen die aan haar werden gesteld, zowel materieel als emotioneel, bereikten een niveau waar de mensheid voordien niet van had durven dromen, aldus Kloek. Nooit waren de kamers zo schoon, de kleren zo goed gewassen, de maaltijden met zoveel liefde bereid, en was het huis zo gezellig ingericht, de mode zo op de voet gevolgd en de aandacht voor het welzijn van de kinderen zo groot als in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Laat dit nu precies de epoque zijn waarin mijn generatie zich wentelde in moeders zorgzaamheid. Buiten huilde de wind om het huis, maar de kachel stond te snorren op vier. Net zoals het ene sigaretje rond elf uur ’s ochtends bedoeld was om tussen het zemen en strijken door even te kunnen blijven zitten – altijd pufte mijn moeder de rook meteen weg in plaats van eens stevig te inhaleren – betekende de Libelle een momentje voor haarzelf. Dat in de loop van de jaren zestig ook nog zoiets ontstond als het huisvrouwensyndroom, soit. In opdracht van Philips voerde het Nipo in 1964 een grootschalig onderzoek uit naar het doen en laten van de Nederlandse huisvrouw. Tachtig procent van de huivrouwen gaf aan gelukkig te zijn, met werkweken van zestig uur. Niet zo vreemd, relativeert Kloek. De huisvrouw was geen sloof, maar de zakelijk leider van het huishouden. Ze stond naast, zo niet boven haar man. Ze was niet erudiet of belezen, maar kon wel goed rekenen (weer even mijn moeder: die legde het salaris van mijn vader in weekporties onder het linnengoed). Ze was degelijk, zakelijk, nuchter, daadkrachtig. En ze was in principe eigen baas.
Niet lang na de publicatie van het Nipo-onderzoek kwam Joke Kool-Smit met haar geruchtmakende aanklacht tegen het haar opgelegde vrouwenbestaan (Het onbehagen bij de vrouw, 1967): de professionele ontplooiingsmogelijkheden van vrouwen zouden verruimd moeten worden, het ‘stofzuigervee’ moest bevrijd. Vanaf midden jaren zeventig werd die bevrijding met een officieel emancipatiebeleid door de overheid grondig aangepakt. Er kwamen allerlei wetten en regelingen om ervoor te zorgen dat vrouwen gingen werken en dat er een einde kwam aan hun financiële afhankelijkheid. Mijn moeder werd geconfronteerd met twee dochters die haar vroegen waarom ze eigenlijk nooit was gaan werken. Echt werken dus. Gelukkig, achteraf gelukkig, pufte mijn moeder nog maar eens een sigaretje weg en vertrok richting tennisbaan. Kinderen groot, man aan het werk, paytime!

SINDS 1990, zo recapituleert Els Kloek, moet iedere individuele Nederlander van achttien jaar en ouder, dus ook getrouwde vrouwen, zichzelf kunnen bedruipen. Waarmee de huisvrouw (en tegenwoordig ook de huisman) weer lijkt te worden wat ze eeuwenlang is geweest: een luxe die vooral voor de beter gesitueerden is weggelegd. Toch zijn Nederlandse vrouwen nog steeds berucht vanwege hun relatieve afwezigheid op de arbeidsmarkt. In 1987 was de arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland de laagste in heel Europa. Terwijl in Europa slechts dertig procent van de werkende vrouwen een deeltijdbaan heeft, geldt dat in Nederland voor het overgrote merendeel. In de ogen van Kloek geeft dit aan hoe sterk Nederlanders nog altijd hechten aan de cultus van huiselijkheid. De luxe van een goed verzorgd leven thuis geeft men niet zomaar prijs. Vorig jaar telde Nederland nog 339.000 fulltime huisvrouwen, al moet je ze inmiddels zorgmoeders noemen, of thuisblijfmoeders; dit is zeven procent van alle volwassen vrouwen. Vrouwen wier wereldbeeld rozig wordt gekleurd door een blad als Libelle. ‘Verwen uzelf met een abonnement en een zilveren ring met zirkonia’s.’
Alleen al dat laatste – vroeger kon je een dekbedovertrek krijgen bij een abonnement, of een handdoekenset – wijst erop dat de tijdgeest niet geheel aan de Libelle is voorbijgegaan. Nog eens aandachtig bladerend door het kerstnummer zie ik wel meer tekenen des tijds, in ieder geval stukken die er in mijn moeders hoogtijdagen niet in zouden hebben gestaan. Helemáál probleemloos wordt het ideaal van het gelukkige gezinsleven bijvoorbeeld niet meer uitgedragen. De covertekst had weliswaar ook die van 35 jaar geleden kunnen zijn – ‘De mooiste Kerst ooit’ – maar in het blad zelf worden wat speldenprikjes uitgedeeld. Zo vraagt Libelle-redacteur Femke Sterken zich in een langere beschouwing af of de kerstdagen wel ‘echt’ tijd voor elkaar betekenen: ‘We willen: gezelligheid en harmonie. We krijgen: stress van alle verplichtingen.’ Haar advies om vooral compromissen te sluiten, krijgt een grappig tintje in het licht van het PS dat ze toevoegt aan haar artikel: ‘Na de kerstdagen is er vaak een piek in het aantal scheidingsaanvragen.’ Ook wordt een beschouwing gewijd aan het fenomeen ‘het zwarte schaap van de familie’. Prangende vraag: wanneer ben je een zwart schaap? ‘Als alles wat fout gaat tijdens familiebijeenkomsten op jouw bord komt’, aldus familietherapeut Else-Marie van den Eerenbeemt. Maar liefst één op de tien mensen voelt zich een zwart schaap in het gezin, zo is ook alweer onderzocht.
Als de Libelle ergens niet voor bedoeld is, dan is het wel om onrust te zaaien. Toch klinkt ook iets van de roep om ontplooiing door in het kerstnummer, al was het maar bij monde van politica Femke Halsema, die samen met oud-premier Dries van Agt en tv-presentatrice Irene Moors is gevraagd naar wie haar gedachten uitgaan met Kerst. Halsema zegt een kaarsje te willen branden voor ‘alle onderdrukte vrouwen’, in Afghanistan, in Saoedi-Arabië, maar ook hier in Nederland. En passant vertelt ze zich blind te ergeren aan hoogopgeleide vrouwen die na een enorme investering in hun studie alles opgeven voor de kinderen. Halsema (43): ‘De ontplooiingsmogelijkheden die wij hebben verworven, brengen wat mij betreft ook verplichtingen met zich mee. Natuurlijk, het is zwaar, een baan combineren met een gezin. Maar niemand heeft ooit gezegd dat emancipatie leuk is. En hoe fijn het is dat wij hier mógen werken en leren.’
Ik kan het me verbeelden, maar het lijkt alsof Halsema hier haar in huispyjamaatje gehulde seksegenoten met die Libelle op schoot eventjes van de bank af wil blazen. Uít die pantoffels, aan het werk! Een taaie aangelegenheid, zoals Kloek meer dan duidelijk maakt in haar meeslepende geschiedschrijving. Ondanks de opkomst van de tweede feministische golf, ondanks de introductie van alle werkverlichtende huishoudelijke apparatuur, hield de Hollandse huisvrouw als fenomeen stand. Nog altijd hebben Nederlandse vrouwen een positie van macht in het gezinsleven, aldus Kloek in haar epiloog. Dat zij ook niet van zins zijn om hun burcht van huiselijkheid en behaaglijkheid zomaar te verlaten, wordt week na week weerspiegeld in de Libelle, al 75 jaar lang, en bijna tijdschrift van het jaar-af.