De sharia is zo gek nog niet

Is de nieuwe Houellebecq, die verscheen op de dag van de aanslag op Charlie Hebdo, een wat tamme roman, die zelfs welwillend tegenover de islam staat? Welnee, voorbij de oppervlakte is het boek schokkender en vileiner dan islamkritiek.

Medium houellebecq

Hoe moet het zijn om deze dagen Michel Houellebecq te heten? Zijn situatie lijkt een groteske uitvergroting van hoe een roman van hem had kunnen beginnen. Je brengt een boek uit waarover het gerucht gaat dat het een keiharde aanval op de islam is. Op diezelfde dag sta je op de cover van een rebelse satirekrant die binnenin een interview plaatst, plus een bespreking door een bevriende econoom/journalist, Bernard Maris, die net een boek over je publiceerde.

Diezelfde ochtend schieten islamitisch geïnspireerde terroristen Maris dood, samen met de journalisten en cartoonisten die ook rond de vergadertafel zitten. De tekenaar van de Houellebecq-cartoons, ‘Luz’, ontsnapt aan de kogels: het is die dag zijn verjaardag, daarom is hij laat. Vervolgens krijg je zelf beveiliging, wordt je uitgeverij ontruimd, zet je de promotie van je boek stil.

Zelfs los van de aanslagen in Parijs had het boek een verwarrende start. Al dan niet georkestreerd lekte in december het meest rellerige gegeven ervan al uit. In de roman krijgt Frankrijk in 2022 een islamitische president en iedereen bekeert zich tot de islam. Degenen die de roman uiteindelijk lazen moesten, met amper onderdrukte teleurstelling, constateren dat het allemaal wel meeviel. Houellebecq – in 2002 nog aangeklaagd voor (en vrijgesproken van) haat zaaien tegen moslims – was zelfs opvallend mild.

Held van deze geschiedenis is de 44-jarige François, docent aan de Sorbonne, gespecialiseerd in het werk van Huysmans, eenzame observator, stevige afnemer van sigaretten, drank, internetporno, heeft verschillende onbevredigende affaires met jonge studentes.

Kortom, een old school Houellebecq-personage, dat zich uitspreekt in dat verrukkelijke verveelde parlando: ‘Ik had zelfs geen zin meer om te neuken, of nou ja, ik had een beetje zin om te neuken, maar tegelijk ook een beetje om dood te gaan, ik wist het niet zo goed, kortom, en begon een lichte misselijkheid te voelen, waar bleef die Rapid’Sushi verdomme?’ (Ik vertaal het even voor de vuist weg; in mei verschijnt de Nederlandse vertaling door Martin de Haan.)

Alles verandert lichtelijk na een politieke omwenteling, als bij de verkiezingen van 2022 Marine Le Pen het moet afleggen tegen de charismatische leider van de (fictieve) Moslimbroederschap, die als president het land omtovert in een islamitische staat, en meteen ook opmars maakt in Europa, en een Eurabië groter dan het Romeinse Rijk wil realiseren.

Toch ondergaat de bevolking alle veranderingen gedwee, zelfs met een zekere opluchting omdat ze eindelijk weer een spirituele dimensie heeft. Wat sloten geld van de oliestaten en gratis polygamie met piepjonge meisjes helpt ook.

Na eerder ontslag genomen te hebben – en zo voor zijn seksuele behoefte aangewezen te zijn op teleurstellende escorts – zwicht François toch en keert hij terug naar de inmiddels islamitische universiteit van Parijs. Zijn joodse vriendinnetje verhuist naar Israël. En al met al gaat het zo slecht niet: de werkloosheid is gedaald, er is amper nog geweld, en je mag gewoon je bordeautjes blijven drinken. Die sharia-light is zo gek nog niet.

Soumission was overduidelijk niet het Franse antwoord op Theo van Goghs Submission. De auteur zelf deed daar nog een schepje bovenop door in een interview (dat onder meer in die laatste Charlie Hebdo verscheen) te beweren: ‘De koran bleek beter dan ik dacht.’

Soumission stelt een diagnose die nog veel schokkender is dan islamkritiek alleen

Maar als je eenmaal door de dubbele bodems en de opgeworpen verwarring heen bent, stelt het boek een diagnose die nog veel schokkender is dan islamkritiek alleen. Want de pijlen richten zich hier vooral ook tegen de westerse samenleving die die sluipende islamisering zomaar toelaat.

François zelf laat zich vooral overhalen door een collega, die een vrouw van veertig in de keuken heeft, en een jong meisje voor in bed. (‘Ze lijkt me erg jong.’ ‘Ze is net vijftien geworden.’) Aïcha heet ze overigens, met een knipoog naar de jeugdige bijslaap van de Profeet. Kortom, een jihadstrijder moet je nog 78 maagden in het vooruitzicht stellen in het hiernamaals; voor een westerling is één maagd in dit leven al voldoende om zich te bekeren tot de islam.

Merkwaardig genoeg is er toch ook een verwantschap tussen Houellebecq en de islam. Allebei zijn ze fel gekant tegen de consumptiemaatschappij en andere verworvenheden van het vrije Westen. Allebei geloven ze dat dit systeem ten dode is opgeschreven. En zolang er geen eigen alternatief vanuit het Westen komt tegen de malaise zal een religie in dat gat springen, is de hypothese van deze roman. Nu de westerling niet meer tot bezieling in staat is, moet die maar door Allah gekocht worden met Saoedische oliedollars, Arabische maagden, en andere duizend-en-één-nachtartikelen.

Medium houellebecq cover

Houellebecq mag in het interview dan zeggen geen satire te bedrijven, het is het natuurlijk wél. Het is een groteske uitvergroting, waarbij je je de cartoon al kunt voorstellen. Schets: man in trio met een gesluierde huisvrouw en een lolita met hoofddoek. Tekst: ‘Ik vind dit leven al geweldig, en straks nog die 78 maagden in de hemel.’ Vrij naar Reve inderdaad, want aan hem doet Houellebecq me vaak denken, ook door die specifieke vorm van ironie waarbij er verwarring ontstaat over wat nu werkelijk gemeend is.

Bij Houellebecq komt daar nog dat quasi-wetenschappelijke discours bij, dat elke redenering een air van onweerlegbaarheid meegeeft. Zo beweert hij dat islamitische vrouwen, bij wie ’s avonds de uitdagende lingerie onder de sluiers te voorschijn komt, aantrekkelijker zijn dan de westerse, bij wie het precies omgekeerd werkt: ‘Overdag kleden ze zich stijlvol en sexy, omdat hun sociale status op het spel staat, (…) en eenmaal thuisgekomen verliezen ze, uitgeput, elk perspectief op verleiding, en trekken ze iets vormloos aan om in te ontspannen.’

Houellebecq trekt de gevolgen van een politieke islam zo consequent door dat de lezer wel moet uitroepen: maar dit is absurd, dit is onaanvaardbaar! In zo’n context – onder het regime van een sharia-light, die alle verworvenheden van het feminisme wegvaagt, samen met die van de Verlichting, en die de joden naar Israël laat emigreren – is een schijnbaar neutraal en berustend zinnetje als ‘de islam accepteert de wereld zoals zij is’ juist de grofst denkbare provocatie.

Op zulke vileine ironie smeult deze ogenschijnlijk wat kabbelende roman, en uit de overheersende reacties – ‘Houellebecq is wat tam’ – blijkt het zintuig voor zulke ironie niet bijster scherp. Zijn toon mag dan subtieler, berustender zijn geworden, en de tanden mogen dan uit z’n mond gevallen zijn, Houellebecq is nog onmiskenbaar trouw aan de missie die hij in zijn prozadebuut, het pamflet Rester Vivant (1991), formuleerde: ‘Elke samenleving heeft haar zwakke punten, haar wonden. Leg je vinger op de wond, en druk goed hard.’

In zijn eerste twee romans – De wereld als markt en strijd (1994) en Elementaire deeltjes (1998) – ging het nog vooral om de diagnose. In Platform (2001) ging die al gepaard met een mogelijke remedie, in de vorm van een grotesk toekomstvisioen (sekstoerisme als nivelleren op mondiale schaal). In de romans hierna is hij toekomstvisioenen gaan aftasten. In Mogelijkheid van een eiland (2005) is de wereld vergaan op wat gekloonde inwoners na, en wordt het lijden met boeddhistische ascese uitgebannen. In De kaart en het gebied (2011) verandert Frankrijk in een museaal pretpark waarna de natuur de beschaving totaal overwoekert.

Was in Houellebecqs eerdere werk het Westen nog een zieke patiënt, inmiddels is hij terminaal

Soumission is in die reeks verkenningen een volgende, die dezelfde procedure doorloopt. Houellebecq signaleert een tendens, een kiem, en zijn roman is de broeikas waarin hij het proces versnelt en tot het uiterste doordenkt. Als je zo’n fictie in kort bestek navertelt krijgt dat onvermijdelijk iets karikaturaals, maar binnen deze roman voltrekken de veranderingen zich gestaag, subtiel en in grote lijnen overtuigend. Wat daar ook aan bijdraagt: het is, voor wie ontvankelijk is voor zijn humor, weer een echt geestige Houellebecq, de grappigste sinds Platform.

Was in Houellebecqs eerdere werk het Westen nog een zieke patiënt, inmiddels is hij terminaal. Hij is niet eens meer tot protest in staat. Hij legt zich neer bij de als onvermijdelijk gepresenteerde loop van de natuur.

En er is meer. Zoals De kaart en het gebied naast een boek over de ondergang van de makende mens ook een pijnlijk boek bevatte over een complexe vader-zoonrelatie, zo bevat Soumission een prachtige studie naar de negentiende-eeuwse schrijver J.-K. Huysmans, vrijwel uitsluitend bekend van zijn roman À rebours (Tegen de keer in het Nederlands, vertaald door Jan Siebelink), de ‘bijbel’ van het decadentisme.

Het leven van François loopt parallel aan dat van Huysmans, evenzeer een kluizenaar die zich uiteindelijk bekeerde, tot het katholicisme. François mag voor de Pléiade-reeks het verzameld werk van Huysmans annoteren, en de momenten dat hij de decadente bekeerling toetst aan zijn eigen (ons aller?) bestaan, zijn de boeiendste essayistische passages uit deze gedachtenroman; boeiender dan het wat uitgesponnen en voor lezers buiten Frankrijk wat incrowd-achtige politieke gefilosofeer.

Ook Huysmans’ bekering is in essentie opportunistisch, redeneert François. De estheet-kluizenaar kreeg in het klooster alles wat hij wilde, een dienstmeid die voor hem kookte, ‘hij had zijn bibliotheek, zijn pakjes Hollandse tabak’, het esthetisch genot van de liturgie, enzovoort. Precies het comfort waar François en zijn landgenoten uiteindelijk ja tegen zeggen.

Een tamme Houellebecq, zonder islamkritiek? Laat me niet lachen. Ook de zogenaamde ‘gematigde islam’ is hier niets minder dan een Trojaans paard vol exotische lekkernijen, dat de westerse beschaving vernietigt. De licht-suïcidale cynicus die de schrijver hier getuige van laat zijn, omarmt die ondergang en betreurt hem allerminst. Vandaar de Edith Piaf-achtige slotzin: ‘Je n’aurais rien à regretter.’

Het lijkt me niet per se de bedoeling dat we het daarmee eens zijn.


Medium soumission

Michel Houellebecq, Soumission_, Flammarion, 229 blz., € 14,99. De Nederlandse vertaling door Martin de Haan,_ Onderworpen_, verschijnt in mei bij De Arbeiderspers_


Beeld: (1) Pagina 2 door Luz in Charlie Hebdo nr1177, 7 januari 2015 (2) Omslag Charlie Hebdo nr 1177, januari 2015