De sharm el sheikh-show

Wat voor de deelnemende landen ook de redenen waren om naar de ‘Conferentie van Vredemakers’ te komen, het feit dat ze er zaten was belangrijker dan de dingen die ze er bespraken. Wat werd er uberhaupt besproken?
CAIRO - Om half vijf ‘s morgens vertrekken vanaf het televisiegebouw aan de Nijl drie touringcars met reporters naar het vliegveld. Daar staan twee transporttoestellen gereed. Ongemakkelijk als soldaten op weg naar het front zitten de journalisten in de hangmatten.

Eenmaal in de lucht worden ontbijtpakketjes uitgedeeld. De thee wordt in steeds dezelfde drie glazen uitgeschonken. ‘Sharm el Sheikh - de Baai van de Sjeik? De Anus van de Sjeik zal je bedoelen.’ Journalist Abdel Moniem moet verschrikkelijk lachen. 'Het is echt een rare naam. Wij Egyptenaren zien overal seks. Dat de regering ons erheen vliegt, betekent dat ze een show wil. Het mag best geld kosten. De Amerikanen betalen het wel terug.’
Op het laatste moment is besloten de top te houden in het badplaatsje Sharm el Sheikh op de zuidpunt van het Sinai-schiereiland. Dit vakantieparadijs is goed te beveiligen en de hoge gasten blijven er ver schoond van het rumoer van Cairo. Een kleine dertig landen komen op deze 'Conferentie van Vredemakers’ vergaderen over terrorismebestrijding. Hoofddoel is de regering-Peres ook na de verkiezingen in mei aanstaande in het zadel te houden. Daarom moet front worden gemaakt tegen het terrorisme in Israel.
Alle deelnemers hebben zo hun eigen motieven om te komen. Mubarak moet Egyptes leidende positie in het vredesproces herbevestigen. Clinton denkt aan zijn herverkiezing en het gewicht van de joodse stemmen. Arafat kan niet anders dan doorgaan op de ingeslagen weg. De Europese Unie en Japan doen mee om een politieke hegemonie van de Verenigde Staten in het Midden-Oosten te voorkomen. Voor Jeltsin is het thema een steun in de rug voor zijn oorlog tegen de Tsjetsjenen. De Noordafrikanen en de Golf-Arabieren ten slotte kunnen de Amerikaanse militaire steun niet missen en hebben bovendien ook zo hun problemen met verzet en terreur.
De conferentie gaat van start zonder Syrie en haar politieke vazal Libanon. Beide landen weigeren deel te nemen omdat ze niet de gelegenheid krijgen uit te leggen dat zij onderscheid maken tussen terreur in de zin van het doden van onschuldigen en het gebruik van geweld om bezet gebied te bevrijden. De op Iran georienteerde Libanees-sjiitische Hezbollah krijgt weliswaar van Syrie in Zuid-Libanon de vrije hand tegen de Israelische bezetter, maar dit alleen om de onderhandelingen over de teruggave van de Golanhoogte onder druk te houden.
In de middag houden de deelnemers aan de top hun toespraakjes. Alleen Peres haalt uit: Iran is de motor achter het terrorisme, bezweert hij. Clinton en Mubarak geven in hun slotverklaring te kennen voort te zullen gaan met het vredesproces, veiligheid te bevorderen en terreur te bestrijden. Een werkgroep zal binnen dertig dagen rapporteren over de vraag hoe dit alles uit te voeren. Op de afsluitende persconferentie herhaalt Clinton zijn geliefde stelling dat vrede en veiligheid twee kanten zijn van dezelfde medaille. Om zes uur in de avond verlaten de delegaties het Hotel.
DAAGS NA DE TOP vergaderen in Cairo de Arabische ministers van Buitenlandse Zaken. Het is een bijeenkomst van de Arabische Liga, het machteloze orgaan dat ooit werd opgericht om uitdrukking te geven aan de eenheid van de 'Arabische Natie’. De Syrische minister van Buitenlandse Zaken roept bij het verlaten van de vergadering dat de top in Sharm el Sheikh onevenwichtig was omdat zij veel meer ten dienste was van de Israeli’s dan van de Arabieren. En dat er meer tijd had moeten zijn voor voorbereiding en dat Syrie graag had willen weten wat nou de doelstellingen waren en wat er bereikt had kunnen worden.
Diezelfde dag vergadert Clinton in Jeruzalem met de harde kern van de Israelische leiding over nog nauwere samenwerking in veiligheidskwesties. Besloten wordt dat Israel 100 miljoen dollar krijgt voor veiligheidsapparatuur en training van personeel. Daarnaast wordt 130 miljoen gereserveerd voor de bouw van een elektronisch hek tussen Israel en de gebieden onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit, om zo beide bevolkingen strikt gescheiden te houden.
ENKELE DAGEN later maakt in Cairo dr. Abdel Alim Mohammed de balans op. Hij zit op zijn kamer van het Al-Ahram Centrum voor Politieke en Strategische Studien. Abdel Alim: 'Laat ik vooropstellen dat ik gekant ben tegen elke vorm van geweld tegen burgers, en ook tegen militairen. Ik kan niet precies de grens trekken tussen terrorisme en verzet. De Verenigde Naties debatteren al meer dan twintig jaar over een definitie van agressie. Met het debat over terrorisme gaat het al net zo. Elke partij in een conflict kwalificeert de onwelgevallige daden van de ander als terreur. Ook Israel doet dat.
Tegen zelfmoordaanslagen kun je je niet weren. Het antwoord van Israel - het opblazen van huizen van Hamas-leden en het verbod op reizen - is hard geweest. Maar als je bedenkt wat ze hadden kunnen doen en wat ze al eerder hebben gedaan met tegenstanders, vind ik het nog een beperkt antwoord van de Israeli’s.’
Wat denkt Abdel Alim van moslims die zich vastklampen aan de koran, die bijvoorbeeld zegt: 'En maakt tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijanden daarmee vrees aan te jagen en afgezien van hen anderen die jullie niet kennen, maar die God kent. En wat jullie ook als bijdrage op Gods weg geven, het zal jullie worden vergoed en jullie zal geen onrecht worden aangedaan’ (Soera 8, vers 60)? Abdel Alim: 'Big deal. Je kunt met al die heilige boeken alle kanten op. Hieruit het gedrag van bewegingen als Hamas en Hezbollah verklaren is simpel. Verontrustend is wel dat dit soort wijsneuzigheid in het Westen voor zoete koek geslikt wordt. Maar het zaad van het geweld is gezaaid door de joodse kolonisten. De schietpartij in de moskee van Hebron, waarbij tientallen Palestijnen zijn vermoord, is niet vergeten.
Ik zie de conferentie van Sharm el Sheikh vooral als een symbolische gebeurtenis. Dertien Arabische landen hebben met Peres aan tafel gezeten. Dat is onmiskenbaar een vorm van normalisatie in de betrekkingen. Maar er komen daar dertig staten bijeen en ze zetten niet de puntjes op de i. Ze zeggen niet tegen Israel dat het zich moet terugtrekken uit de bezette gebieden en de Palestijnen het recht moet gunnen op een eigen territorium. Naar mijn idee profiteert Israel van deze top veel meer dan de Palestijnen en de Arabieren. Over het verzet in Libanon is niet eens gesproken.
Ik vermoed dat er een aantal afspraken is gemaakt over terreurbestrijding. De geheime diensten van de deelnemende landen gaan meer samenwerken. John Major heeft toegezegd alerter te zijn op gewelddadige activisten die vanuit Engeland opereren. Diezelfde Major laat zich echter kennen wanneer hij tegelijkertijd Saoedi-Arabie ter wille wil zijn met het verbannen van de Saoedische mensenrechtenactivist dr. Mohammed al Masri naar een Caribisch eilandje. Wapenverkopen gaan voor vrijheid van meningsuiting.
Voorts hebben de partijen in Sharm el Sheikh afgesproken alle financiele transacties van terroristen in kaart te brengen. Het schijnt overigens dat zestig procent van het geld voor islamitische organisaties uit de Golfstaten komt. Deze geldstroom moet geblokkeerd worden. De Europese landen gaan bekijken of ze hun immigratiewetgeving en asielrecht zodanig kunnen aanpassen dat in het Midden- Oosten gezochte mensen sneller kunnen worden uitgeleverd.
De diabolisering van Iran lijkt me niet terecht. Iran kan weliswaar miljoenen dollars aan alle mogelijke islamitische organisaties toeschuiven, maar het kan hen niet tot zelfmoordaanslagen dwingen. Die verkettering dient om Iran en Syrie uit elkaar te drijven. Dit ook alvast ter rechtvaardiging van een eventuele Israelische militaire actie. Israel heeft onlangs al overwogen een aanval uit te voeren op een Iraanse fabriek waar uranium verrijkt zou worden. Die diabolisering heeft ook ten doel Syrie te motiveren zich niet langer te lenen voor het doorsluizen van Iraans geld en propagandamateriaal naar Libanon. Ook de Golfstaten beschuldigen Iran van steun aan terroristische bewegingen. Ik heb sterk de indruk dat ze Iran erbij halen ter legitimering van het onderdrukken van democratiseringsbewegingen in eigen huis.
Syrie is met goede argumenten weggebleven uit Sharm el Sheikh. Israel stelt vredesvoorwaarden die Syrie niet kan accepteren. In ruil voor terugtrekking uit de Golan eist het een demilitarisering van het hele gebied tussen het meer van Tiberias en Damascus. Daarnaast wil Israel ook nog Syrisch water hebben. Over dit laatste valt met de Syriers wellicht te praten, maar dan wel water voor een Palestijnse staat. Syrie weigert terecht een vernederende vrede te tekenen. Zoals Egypte, dat bij de vrede van 1979 heeft ingestemd met slechts een symbolische militaire aanwezigheid in de Sinai. Tekenend voor die ongelijkheid is ook dat Israeli’s en toeristen vanuit Israel zonder visum de oostelijke Sinai mogen bezoeken. Pas ten westen van Sharm el Sheikh moeten ze een Egyptisch visum kunnen tonen.
De leiding van Hamas, ten slotte, is vooral verwikkeld in een machtsstrijd met de PLO. Met de aanslagen van de afgelopen weken heeft Hamas willen bewerkstelligen dat Arafat en zijn Palestijnse Nationale Autoriteit zich onmogelijk zouden maken in de ogen van de inwoners van Gaza en de Westbank. Met grote tegenzin heeft Arafat gehoor gegeven aan de Israelische eisen. Arafat knapt het vuile werk op voor de Is raeli’s. Hij gaat nu zelfs zo ver de Israeli’s te volgen in hun beschuldigingen aan het adres van Iran. Maar ook hij heeft daar nog geen bewijzen voor aangevoerd.’
DE PUBLIEKE OPINIE in Egypte is na bijna twintig jaar vrede nog steeds sterk anti-Israel. Er lopen talloze mensen rond die menen dat Israel met aids besmette vrouwen naar Egypte stuurt. De effecten van de oorlogen en de fel anti-joodse propaganda in scholen en moskeeen in de jaren vijftig en zestig werken nog steeds door. Ook de Egyptische intellectuelen houden de boot af. Voor hen blijft het een koude vrede zolang Israel zich niet terugtrekt, de Palestijnse staat niet erkent en Oost-Jeruzalem bezet houdt. Wat hen ook steekt, is dat de Egyptische overheid aanvankelijk bleef zwijgen toen vorig jaar in Israel bekend werd dat tijdens de Israelische veldtocht van 1956 in de Sinai tientallen Egyptische krijgsgevangenen zijn doodgeschoten. In Egyptische oppositiekringen wordt in reactie op de terrorismeconferentie smalend herinnerd aan de joden die het legitiem achtten om bommen te leggen en dorpen uit te moorden om de staat Israel te vestigen. In hun ogen terroriseert Israel nog steeds de Palestijnen en Libanezen met bombardementen, collectieve straffen als het afsluiten van de Westbank en Gaza, en het opblazen van de huizen van familieleden van Hamas-activisten.
Egyptenaren mijden Israel. De Koptische paus verbiedt de gelovigen naar Jeruzalem te gaan zolang de stad onder Israelische bezetting is. Ook de sjeik van de Azhar is tegen pelgrimage naar Jeruzalem. Hij deelt daarmee het standpunt van de moefti van Jeruzalem. Toch gaan er stemmen op om normaler met Israel om te gaan. Werkloze Egyptische boeren uit een dorp in de Nijldelta zijn onlangs naar hun sjeik gestapt om te vragen of het was toegestaan om in Israel te gaan werken. De sjeik kwam met de fatwa - de religieuze aanbeveling - dat er niets op tegen was zolang het verdiende geld maar zou terugvloeien naar Egypte. Bij de grens gekomen werden de papieren in orde bevonden, maar werd hun door de Egyptische grenspolitie te verstaan gegeven dat werken in Israel een daad van onfatsoen was.
Ook de beroemde komiek Adel Imam heeft al een paar keer geprobeerd een discussie te beginnen over het aangaan van contacten met Israelische kunstenaars. Iedereen is over hem heen gevallen. Adel Imam wilde dolgraag op uitnodiging van Arafat optreden in Gaza. Hij vindt het juist mooi wanneer Israeli’s in Cairo komen kijken naar zijn theatervoorstelling De sterke man - een stuk dat vaak wordt vergeleken met Chaplins The Great Dictator.
Abdel Allim: 'Egyptische intellectuelen ontberen het directe contact met de tegenstander. Misschien zijn Egyptenaren ook wel erg op zichzelf gericht. Palestijnen en Israeli’s zijn veel verder. Hun intellectuele en artistieke elites weten zich verbonden in een gemeenschappelijke afkeer van het extremisme aan beide kanten.’