Toneel met-muziek: De mensheid

De show heet: leven

Medium toneel
De mensheid. Josse De Pauw en Arnon Grunberg

Op het podium is een toneeltje uit een patronaatsgebouw neergezet, compleet met toneellijst en stijf gesloten voordoek. Midden voor staat een archaïsch verdachtenbankje uit de klassieke rechtszaal. Acteur Josse De Pauw meldt zich als advocaat van dienst. Hij heeft het postuur en de kerkklokstem van Perry Mason, de televisieadvocaat uit mijn jeugd. De mensheid staat hier terecht. Om minder gaat het niet. En hij gaat haar verdedigen. Op een tekst van Arnon Grunberg. Een verdedigingsrede die in 2001 is geschreven als virtuoos retorisch antwoord op Erasmus’ Lof der zotheid.

Een flink ingekorte versie van De mensheid zij geprezen werd in 2013 als Pax Hominis op het scherp van de snede gespeeld door toneelspeler Sabri Saad El Hamus. Regie: Gerardjan Rijnders. Toen liet de auteur bij de voorstelling een ‘verklaring’ verspreiden over luie theatermakers die zelf niks beters weten te verzinnen dan in teksten van anderen te snoeien. Ironie natuurlijk. In deze voorstelling van de Vlaamse coproducenten LOD & KVS is de schrijver er zelf bij. Hij komt ‘te laat’, werkt aan zijn conditie op een roeiapparaat en deelt ergens op de helft samen met De Pauw kruidenpastilles uit tegen publiekshoest.

Josse De Pauw is een toneelspeler die de retorische verleidingskunst tot in de uiteinden van zijn zenuwbanen beheerst. Je gaat van zijn woordenstroom, ook al is die van een ander, houden vanwege zijn bronzen dictie die zindert als ‘a cool evening breeze/ on a warm flowery shore’, zoals Claron McFadden ons hier op de tonen van Purcell toezingt. ‘Deze wereld is niets dan poppenkast voor verveelde goden’, zegt De Pauw namens Grunberg, ‘en de poppenspelers hebben er alles aan gedaan de marionetten te bedriegen. Ze maken de poppen wijs dat er geen poppenkast is en geen toeschouwers zijn. Ze noemen de poppenkast wereld, de poppen heten mensen, en de show heet: leven.’ Intelligent geschreven, fraai gesproken. Maar in het laatste klein half uur komt Grunberg vertellen dat de uitvoering niet deugt, dat een stuwend idee ontbreekt, dat hij het zich vooraf heel anders had voorgesteld. En by the way, wat doen die twee musici hier eigenlijk?

Grunberg loopt met zijn zuigend bedoelde scheldkanonnade niet alleen zichzelf maar ook de hele onderneming in de weg. Hoewel, lopen…? Liep hij maar! Dit slenteren hangt tussen schuifelen en banjeren in en ziet er niet uit. Net als dat rare gewapper met zijn handen. Ik hoorde in mijn gecorrumpeerde toneelverslaggeverskop almaar een heel ouderwetse toneelregisseur vanachter uit de zaal een heel ouderwetse toneelaanwijzing zeggen: wat komt u hier eigenlijk doen, meneer Grunberg? Dat had Josse De Pauw natuurlijk moeten vragen. Maar ja, die had hem uitgenodigd. Om vervolgens on stage te horen te krijgen dat zijn tekstbehandeling onder de maat is en zijn buik er ruim boven. Allemaal ironie. Zeker. Volgens de formule: ironie die al ‘improviserend’ tot een ironische macht verheven wordt, levert vooral gebakken lucht op.

De mensheid zij geprezen. In de schouwburg wil zij vooral bekocht en bedrogen worden.


LOD/KVS, De mensheid, 19 augustus Heerlen, 8 november Rotterdam, 11 november Utrecht, voorts in België en Frankrijk; lod.be