TONEEL

De sirenenzang van het moderne kapitalisme

Underground

Ergens moet het begonnen zijn, volgens insiders al in de eerste helft van de jaren negentig: brainstormweekends waar young urban bankers producten bedachten waarmee de bank weinig risico liep en toch stevig kon cashen. Iemand heeft toen het idee geopperd dat de bank het risico van niet-terugbetaalde leningen zou kunnen gaan afkopen, zoals vroeger handelaren deden met het risico van mislukte oogsten. De handel in ‘kredietderivaten’ was begonnen, inclusief de bijbehorende wervingstaal om kleine beleggers om de tuin te leiden en leeg te zuigen.
Het is die foldertaal, de sirenenzang van het moderne kapitalisme, die de Oostenrijkse schrijver Elfriede Jelinek al vóór de wereldwijde financiële catastrofe intrigeerde. Ze begon aantekeningen te maken voor haar Wirtschaftskomödie Die Kontrakte des Kaufmanns, een aantal maanden geleden in Keulen in wereldpremière gegaan (zie De Groene van 23 oktober), onder de titel Underground geland bij NTGent (regie: Johan Simons), nu op tournee door Nederland en Vlaanderen.
Elfriede Jelinek schrijft de afgelopen pakweg tien jaar voor het toneel uitsluitend in lange repen tekst. Aanwijzingen voor situatie, handeling, conflict of personages zijn er niet, de tips die de auteur geeft over de uitvoering kan men het beste negeren. Hoe Duitse toneelmakers daarmee omgaan zullen we op het Holland Festival 2010 kunnen zien en beleven: dan staat haar tekst Rechnitz (Der Würgeengel) (2008) daar op het programma, over hoe een nazi-feest vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog uitloopt op de moord op tweehonderd joodse dwangarbeiders. Nu is het de Schreibtischmord onder pensionado’s en spaarders die haar aandacht heeft; ze schrijft nog altijd verder aan haar ‘komedie over de economie’. Johan Simons regisseerde vaste acteurs van NTGent en van de Vlaamse groep Antigone.
De tekst is eigenlijk een verzameling toespraken, koorzangen zo u wilt, rouwklachten, persiflages en parafraseringen van het bancaire jargon, de exegeses van zelfbenoemde financiële specialisten en zichzelf feliciterende politici. In het Duits willen Jelineks eindeloze herhalingen en soms ongemeen flauwe grappen nog wel eens de zeurderigheid hebben van een tandartsboor – bij Underground past een woord van bewondering voor het team vertalers en tekstbewerkers (Inge Arteel, Koen Tachelet en Jeroen Versteele), die voorzover ik kan overzien puik werk hebben afgeleverd. Waar in de Duitse voorstelling de soms bombastische explosie van vormen nogal de overhand had, krijgt de taal hier van Johan Simons alle ruimte. Litanieën die vaak beginnen met perverse zinnetjes als ‘uw kapitaal leeft graag bij ons’ hebben een hoog literair gehalte aan satanisch venijn met weerkerende cynische oneliners en uitsmijters, die door de presentatie – een mix van klassieke retorica en stand-up comedy door een energiek en scherp acterend ensemble – voortdurend en eigenlijk van meet af aan staan als een huis, en bovendien buitengewoon geestig zijn en blijven, tot diep in het melodramatische slot, een soort collectieve (zelf)moordactie.
Te midden van de kleine en grote pogingen tot actionistisch en maatschappelijk relevant toneel neemt Jelinek in de versie van Johan Simons en zijn toneelspelers een geheel eigen plek in. Een beetje zoals Peter Handke & Claus Peymann in 1966 met hun Publikumsbeschimpfung een authentiek geluid lieten horen in de vraag naar de noodzaak, de urgentie van het toneel.
Het verwijt dat hier en daar opklinkt, dat Jelinek & Simons zich zouden bedienen van ‘nare’ taal en dramaturgisch pamflettisme, deel ik absoluut niet. Hun engagement is eerder humaan, hun mededogen nimmer zonder voorbehoud: het is tijd om eens wat krijtstrepen te fileren, zonder onze eigen domheid en hebzucht te sparen.

Underground is nog t/m 23 december te zien in Nederland en Vlaanderen. www.ntgent.be