Het vermeende kernwapenprogramma van Iran

De sjiïtische bom

Amerika volgt met argusogen het vermeende kernwapenprogramma van Iran. Dreigt een tweede preventieve aanval in het Midden-Oosten? Deskundigen achten een militaire actie niet waarschijnlijk. «Is er een andere optie dan onderhandelen? Volgens mij niet.»

«Het Witte Huis zal na Irak zeer hoge prioriteit geven aan het stoppen van Irans kernwapenactiviteiten», zei Condoleeza Rice enkele weken geleden tijdens een persconferentie. Maar maakt het sjiïtische Iran zich wel schuldig aan geheime kernwapen activiteiten? Shahram Chubin, als Iran-kenner en veiligheidsspecialist verbonden aan het Geneva Centre for Security Policy, achtte dat in 1995 al niet uitgesloten. «Iran kan binnen vijf jaar over kernwapens beschikken», zei Chubin toen in The New York Times. Maar hij was van mening dat de Iraniërs met kernwapens niet ver zouden komen: «Elke bom die ze produceren, is een groter gevaar voor henzelf dan voor de rest van de wereld.» Zijn Chubins relativerende opmerkingen nog steeds aan de orde, of moeten we ons zorgen maken over de nucleaire installaties van Iran?

Shannon Kile is als kernwapendeskundige verbonden aan het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). Kile verwacht geen grootscheepse aanval op Iran, maar is wel bezorgd: «De internationale publieke opinie is zich nog onvoldoende bewust van de huidige gevaren en ontwikkelingen rondom kernwapenprogramma’s en de politieke gevolgen die die kunnen hebben.»

Chubin vindt nog steeds dat Iraanse kernwapens vooral een bedreiging zouden vormen voor Iran zelf. Hij voegt daaraan toe dat Iran geen strategisch belang heeft bij het ontwikkelen van kernwapens: «Een eventueel kernwapenprogramma is vooral een kwestie van status voor een regime dat verder niets heeft. In feite leveren kernwapens Iran weinig op, want als ze al behoefte hebben aan verdediging, dan heb je het toch vooral over grensbewaking met een modern en mobiel leger en met conventionele wapens, wat Iran op dit moment tot op zekere hoogte ontbeert. Ik wil daarmee niet beweren dat de Iraniërs dit ook zo zien. Het kan heel goed waar zijn dat ze bezig zijn met het ontwikkelen van kernwapens. Maar wat zouden ze ermee kunnen doen zonder zelf het onderspit te delven? Niets. Daarom levert een eventueel kernwapenprogramma van Iran nog altijd voor henzelf de grootste risico’s op. En wie is op dit moment een nucleaire bedreiging voor Iran? Israël grenst niet aan Iran, en er is op dit moment geen reële dreiging uit Pakistan of India te verwachten.»

Het centrum van Irans nucleaire activiteiten is de plaats Bushehr, zevenhonderd kilometer ten zuiden van Teheran. In Bushehr staan twee reactoren in aanbouw die elk tot dertienhonderd megawatt energie kunnen gaan leveren, ongeveer evenveel als de grootste reactoren in Amerika. Hoewel Irans kernenergiepartner Rusland rijkelijk de tijd neemt voor de voltooiing van de reactoren kan het geen jaren meer duren voor ze af zijn.

Kile stelt dat de locatie in Bushehr niet geschikt is voor het maken van kernwapens: «Kernwapens produceren in Bushehr is technisch gezien lastig. Ze zullen dan eerst de samenwerking met het Internationaal Atoom en Energie Agentschap (IAEA) moeten beëindigen, anders zal kernwapenontwikkeling de IAEA-waarnemers zeker opvallen.»

Meer reden tot zorg is volgens Kile de melding van een installatie in Natanz, in de buurt van de stad Yasd, die september vorig jaar is ontdekt. Natanz zou de sleutel kunnen zijn tot de fabricage van kernwapens. Het is mogelijk dat het reactorcomplex de Iraniërs binnen drie jaar voldoende materiaal oplevert voor een bom.

Veel is obscuur over het kernenergieprogramma van Iran. Enkele Iraanse hardliners hebben in een grijs verleden openlijk gepraat over kernwapenontwikkeling. Kernwapens zouden volgens hen als tegenwicht kunnen dienen voor Israël en de Verenigde Staten — Irans eigen Axis of Evil sinds de islamitische revolutie van 1979. De Islamitische Republiek ontkent echter al jaren dat het een kernwapenprogramma volgt. Afgelopen februari onderstreepte president Khatami nog eens dat de centrales in Bushehr en Natanz uitsluitend voor vreedzame doeleinden worden gebouwd. Maar de Iraanse hervormer Mostafa Tajzadeh vertelde onlangs aan The Washington Post dat het «een kwestie van evenwicht» is: «Israël beweert dat het niet veilig is zolang het geen kernwapens heeft. Maar zolang Israël kernwapens heeft, hebben wij zeker geen veiligheid. Zoals het er nu voorstaat, is het daarom niet waarschijnlijk dat de publieke opinie in het Midden-Oosten en Iran tegen kernwapenbezit zal zijn.»

Daarmee ligt ook het politieke motief voor de eventuele ontwikkeling van kernwapens op tafel. Israël is de enige echte politieke vijand die door Iraanse kernwapens zou kunnen worden afgeschrikt. Andere verre vijanden, zoals de VS, zijn technologisch niet meer in te halen en vormen op dit moment weliswaar een politieke maar geen nucleaire bedreiging voor Iran. Israël — dat nooit officieel heeft toegegeven over de bom te beschikken — heeft al te kennen gegeven dat het Iraanse kernwapens onder geen beding zal accepteren, en is voorstander van een «preventieve aanval» op de reactoren in Bushehr en Natanz.

De Iraanse VN-afgezant Javad Sharif zegt in een reactie op de ontdekking van Natanz dat «Iran de reactor in Natanz wel móet afbouwen, omdat Amerika binnenkort leveranciers van technologie en uranium, zoals Rusland, zal verbieden nog langer zaken met Iran te doen». Volgens deze lezing zoekt Iran nu naar zelfvoorziening in de productie van kernenergie, om daardoor verdere sancties te omzeilen. Maar de Iraanse regering verklaarde niet waarom een aanzienlijk deel van de installatie in Natanz ondergronds wordt gebouwd. Ook werd niet verteld dat er in Natanz uraniummetaal kan worden geproduceerd, een onmisbaar ingrediënt voor de ontwikkeling van kernwapens. En waarom concentreert Iran zich op de relatief dure kernenergie terwijl het over de tweede gasvoorraad in de wereld beschikt? Volgens Sharif heeft Iran wel natuurlijke energievoorraden, maar is het transport naar de juiste gebieden erg moeilijk. Kernenergie zou dat probleem kunnen oplossen. Dat argument is halfslachtig, want er is de afgelopen jaren geïnvesteerd in grootschalige programma’s voor een aardgasnet door het hele land.

Er is ook een andere kant aan de zaak. Iran heeft een redelijke verstandhouding met het IAEA. Vooraf aangekondigde inspecties door IAEA-teams werden altijd toegestaan en alle belangrijke non-proliferatieverdragen zijn door Iran ondertekend. Relatief gezien werkt Iran veel beter mee met inspecties dan landen als Pakistan, Israël of India.

Bovendien neemt de Islamitische Republiek sinds vorig jaar een ander standpunt in. In 2002 nam Iran tot veler verbazing deel aan een grote internationale conferentie van het IAEA over kernwapenontwikkeling. Dat vormde een opmaat voor een constructievere opstelling ten aanzien van de samenwerking met het IAEA. Na de onthulling van het bestaan van de reactor bij Natanz haastte president Khatami zich dan ook om ElBaradei, hoofd van het IAEA, uit te nodigen voor een bezoek aan de reactoren. ElBaradei verklaarde tijdens zijn bezoek aan Iran eind februari dat «Iran meer transparantie ten aanzien van haar nucleaire programma lijkt te betrachten».

Daarnaast heeft ElBaradei opnieuw gepleit voor de ondertekening van een extra protocol. Ook «verrassingsinspecties» zullen dan door het IAEA kunnen worden uitgevoerd. Er zijn tot op heden niet veel landen die dat extra protocol hebben ondertekend, en nog minder die het hebben geratificeerd. Medio maart werd duidelijk dat Iran het extra protocol niet wil ondertekenen. Aqazadeh, hoofd van de Iraanse Atoom-Energie-organisatie, beweert dat «we niets op ondertekening tegen hebben, maar we verwachten wel dat er iets tegenover staat. Wij willen nadenken over ondertekening, maar hoe zit het met onze buurlanden?»

Het is volgens Kile juridisch gezien niet onbegrijpelijk dat Aqazadeh iets terug verwacht voor ondertekening: «Ik vind het een zwaktebod van de non-proliferatieverdragen (NPA) dat in artikel 4 het gebruik van kernenergie voor civiele doeleinden wordt gepromoot, en een land het recht heeft op technische assistentie voor de verwerving daarvan. Dus ook Iran. Maar het is nooit waterdicht.» Iran heeft wettelijk het recht om kernenergie te ontwikkelen, mits dit onder supervisie van het IAEA gebeurt. En zolang er geen uranium kan worden verrijkt in Natanz is Iran zelfs helemaal niet verplicht de locatie door te geven aan het IAEA.

Elk land dat samenwerkt met het IAEA heeft volgens de afspraak dus het recht om kernenergie voor civiele doeleinden te ontwikkelen. Europa lijkt hier meer rekening mee te houden dan de VS. Zolang Iran alle belangrijke akkoorden ondertekent en met inspecties meewerkt, is diplomatieke druk de strategie die door de meeste EU-landen lijkt te worden gehanteerd. De EU heeft dan ook grote economische belangen in Iran. Vorig jaar sloot de EU na lange onderhandelingen een veelomvattend handels akkoord met Iran. «Meestal is non-proliferatie geen speerpunt van buitenlands beleid, en dat vind je ook terug bij de Europese opstelling. Economische belangen prevaleren boven eventuele nucleaire gevaren», aldus Kile.

Het is onduidelijk of de Iraanse politieke gelederen werkelijk gesloten zijn als het om kernwapens gaat. Er is nog altijd een discussie gaande tussen de voor- en tegenstanders van de ondertekening van het extra protocol over verrassingsinspecties. Chubin: «We moeten de discussie met Iran aangaan over hun kernenergieprogramma, en daarvoor zullen wij ze ook iets moeten bieden op het gebied van conventionele wapens en een beter gebruik van natuurlijke energiebronnen als alternatief voor kernenergie. Een troef in de onderhandelingen is ze te wijzen op hun afhankelijkheid. Een kernwapenprogramma zal ze namelijk sterk afhankelijk maken van landen als Rusland. Het is echt een argument om tegen ze te zeggen: als jullie een extra protocol ondertekenen, dan kunnen jullie onder supervisie van het IAEA ook rekenen op extra faciliteiten voor het ontwikkelen van kernenergie en dan hoeven jullie niet langer afhankelijk te zijn van de Russen. Zelfs de grootste hardliner zal zich daar nog in kunnen vinden.»

De Amerikanen zitten vooralsnog niet te springen om onderhandelingen met Iran. Daar waar de EU al ruim een decennium een «dialoog» met Iran voert, is de totale diplomatieke breuk tussen de VS en Iran sinds 1979 nog altijd van kracht, verschillende onofficiële toenaderingspogingen ten spijt. De Amerikanen zijn het gijzelingsdrama van 1979 nog altijd niet vergeten en de Iraanse regering beschouwt Amerika al 24 jaar als officiële enemy number one.

Maar behalve oude wonden speelt ook de nieuwe neoconservatieve doctrine van de regering-Bush een rol. Bij het formuleren van de Axis of Evil-strategie was de beschuldiging van het bezit van kernwapens een belangrijk punt. Iran was één van de oorden die aangepakt moesten worden in de strijd tegen het kwaad als Irak «achter de rug was».

De huidige hardliners binnen het Witte Huis hebben niet zozeer een probleem met kernwapens an sich,maar wel met «schurkenstaten» die daar toegang toe hebben. De bad guys moeten worden aangepakt, maar bondgenoten en de «vijf oude kernmachten» mogen van de neoconservatieven wel kernwapens ontwikkelen. Shannon Kile vindt dat het universele karakter van de non-proliferatieakkoorden door de Amerikaanse opstelling in gevaar komt: «De universele toepasbaarheid van de NPA komt in het geding als internationale verdragen niet langer uitgangspunt van het beleid zijn.» Kile stelt zelfs dat er dan meer kans op kernwapenontwikkeling is: «Landen zullen hierdoor eerder geneigd zijn buiten de verdragen om kernwapens te ontwikkelen. Want wat voor zin heeft het om je aan te sluiten bij een verdrag als het vooral sancties en isolatie oplevert?»

Hoe levensvatbaar is het scenario van een Amerikaanse aanval op Iran? Het is niet erg waarschijnlijk dat de VS een grootscheepse militaire actie op touw zullen zetten om het regime in Teheran omver te werpen. Een aantal «precisie bombardementen» op Bushehr en Natanz behoort echter wel tot de mogelijkheden.

Shahram Chubin acht een aanval onwaarschijnlijk: «Ten eerste hangt er veel af van de vondst van chemische wapens en kernwapens in Irak. Als ze die niet vinden, en de VS zichzelf in dit opzicht ondermijnen, zal het erg lastig worden om alle partijen (Rusland, Europa) aan boord te krijgen voor een actie tegen Iran. En als Iran niet uit de proliferatieverdragen stapt, zoals Noord-Korea heeft gedaan, is het moeilijk een coalitie tegen Iran te mobiliseren. Bovendien wordt steeds duidelijker dat je geen precisiebombardementen kunt uitvoeren op faciliteiten die niet vastgesteld zijn. Je kunt Bushehr en Natanz wel bombarderen, maar dan weet je nog niet of er elders nog mobiele installaties te vinden zijn. De diplomatieke druk kan en mag wat mij betreft worden opgevoerd, maar is er een andere optie dan onderhandelen? Volgens mij niet.»

Voor Iran en Europa is het vooral een kwestie van afwachten of de confrontatiepolitiek van de regering-Bush wordt doorgezet, of dat Bush voor de onderhandelingstafel zal kiezen. Deze keuze zal deels worden bepaald door de uitkomst van «testcases» Irak en Noord-Korea. De eventuele vondst van chemische en kernwapens wapens in Irak en de onderhandelingen met Noord-Korea zullen meebepalen of de regering-Bush de confrontatie met de As van het Kwaad zal doorzetten, of dat Iran voorlopig opgelucht kan ademhalen.

Dit is het tweede deel in een serie over de proliferatie van kernwapens en kernwapentechnologie. Deel één verscheen in De Groene Amsterdammer van vorige week (nummer 20)