Spionage onder milieuactivisten

De slag om de Betuwe

Eind 2001 wordt het Cici opgeheven. De onbekende inlichtingendienst bespioneerde jarenlang onrechtmatig milieuactivisten. Maar ook de burgemeesters die eigenlijk de meerdere waren van de dienst.

De merkwaardige geschiedenis van ’s lands minst bekende inlichtingendienst neemt in 1996 een aanvang. De toenmalige chef van de Regionale Inlichtingendienst (RID) Gelderland-Zuid, Herman Oolbekkink, is dat jaar in Engeland op «snuffelstage» geweest. Over de schouders van zijn Engelse collega’s ziet hij hoe honderden activisten van Earth First! zich verzetten tegen de aanleg van een snelweg, onder meer door zich in zelf gegraven tunnels onder de geplande route te verschansen. Deze geweldloze, directe acties missen hun uitwerking niet: de kosten van de aanleg van de snelweg stijgen enorm door de opgelopen vertraging. Oolbekkink vreest dat deze nieuwe vorm van actievoeren naar Nederland zal overwaaien. Hij wil de actievoerders een stap voor zijn en komt op het idee een speciale, op milieuactivisme gerichte inlichtingendienst op te richten.

De verwerkelijking van het Centraal Informatie- en Coördinatiepunt Infrastructurele Projecten (Cici), zoals de dienst voluit komt te heten, laat tot 1999 op zich wachten. Onder de vlag van GroenFront! worden dat jaar enkele panden gekraakt die zouden moeten wijken voor de aanleg van de Betuwelijn. Tijdens een vergadering van tien korpschefs, een directeur van de BVD, leden van de landelijke politieopleiding en Herman Oolbekkink, illustreren twee uit Engeland overgekomen politiemensen het groene gevaar in woord en beeld. «Nadrukkelijk werd gesteld dat de goed georganiseerde actievoerders de aanleg met jaren konden vertragen», schrijft korpschef B. Poelert van regio Gelderland-Zuid in een brief aan het ministerie van Binnenlandse Zaken waarin hij verslag doet van de vergadering. «De Engelse politie heeft zich sterk geprofessionaliseerd op het gebied van informatie-inwinning en preventie.» En hoewel de Nederlandse milieubeweging niet de omvang heeft van de Engelse, besluiten de aanwezigen dat «op landelijk niveau actie geboden is», met name wat betreft de informatie-uitwisseling. De brief van Poelert heeft effect. Het ministerie reserveert een subsidie van bijna vier ton per jaar voor het samenwerkingsproject. Bij de nieuwbakken inlichtingendienst wordt een liaisonfunctionaris van de BVD gestationeerd die interessante, door het Cici vergaarde gegevens kan overdragen aan de BVD.

In januari 2000 wordt het Cici officieel operationeel. Opgezet als een mobiele dienst krijgt het Cici zijn eerste standplaats op het Nijmeegse hoofdkantoor van regiokorps Gelderland-Zuid, waar in verband met de ontruimingen van de kraakpanden op de Betuweroute de eerste openbare-ordeverstoringen dreigen. «Niet alleen is er werk van actievoerders te verwachten, maar ook van de lokale bevolking», schrijft de Gel derse korpschef. «Preparatie vanuit de politie in het belang van de openbare orde is dan ook van groot belang.» Deze preparatie bestaat uit «het organiseren van het landelijk inwinnen, verzamelen, verwerken, bewerken en analyseren van relevante informatie». Over alle «groepen en organisaties die tot doel hebben de aanleg van infrastructurele projecten te verhinderen dan wel te bemoeilijken», zo is te lezen in het Cici-werkplan dat eind december 1999 na een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (Wob) vrijkwam. Het Cici blijkt zijn informatie niet alleen te hebben vergaard uit open bronnen, zoals kranten en internet, maar ook met hulp van informanten en observatie van activisten. De Politiewet staat geen stelselmatige inzet van observanten of informanten toe.

De dienst verzamelt uitsluitend informatie «aangaande onwettige activiteiten», antwoordde toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper in december 1999 op vragen van kamerlid Tara Singh Varma (GroenLinks). Maar als Roger van Boxtel, die Peper na diens onfortuinlijke aftreden tijdelijk vervangt, op 20 maart 2000 reageert op nieuwe vragen van Singh Varma, blijkt er toch ook andere informatie verzameld te worden, want: «Activiteiten die op zichzelf vreedzaam en wettig zijn, zoals groepsgewijs demonstreren, kunnen feitelijk een blokkade betekenen en tot gevolg hebben dat de uitvoering van democratisch genomen besluiten wordt belemmerd.»

Onlangs nog werd zo'n legale actie door het Cici gespot, beweert activist/journalist Louis Sévèke. Het betrof hier een ludieke demonstratie in Nijmegen tegen de bouw van het Multimodaal Transportcentrum Gelderland. Sévèke: «Van mensen die deelnamen aan de actie werden gegevens vastgelegd. Maar het hoeft zelfs niet om een actie te gaan: als ik in De Gelderlander een opinieartikel schrijf, worden mijn gangen nagetrokken.»

Het Cici legt van te veel mensen gegevens vast, vindt de onderzoeksjournalist. Sévèke: «De privacy wordt geschonden: naam, adresgegevens, karakter, inkomen en levenswijze worden vastgelegd. Onder dat laatste zou je kunnen verstaan: wonen in een kraakpand of vegetarisme.» Dat het Cici inderdaad ruim documenteert over de personen in zijn dossiers blijkt ook uit de voortgangsrapportage van eind 2000, waarin sprake is van een «bijvangst» die bestaat uit informatie over bijvoorbeeld anti-militaristische acties van door het Cici gevolgde personen.

Het belangrijkste gebrek van de dienst blijkt uit de aanwezigheid van een Cici-rechercheur in de delegatie van het Projectbureau Betuwe route, een aan de NS gelieerde onderneming. Als de krakers in februari 1999, wanneer definitief duidelijk is dat de Betuwelijn aangelegd gaat worden, een aantal panden bezetten, maakt het Projectbureau een ronde langs burgemeesters van de betreffende gemeenten. Getracht wordt de Betuwer burgervaders ervan te overtuigen dat het zaak is de panden zo snel mogelijk te ontruimen. De delegatieleden typeren de actievoerders van GroenFront! als «zeer bedreigend» en als «gevaarlijke typen» waarmee «korte metten» moet worden gemaakt. Dat zich onder het gezelschap een Cici-rechercheur bevindt, blijft voor de burgervaders van Valburg, Bemmel, Elst en Geldermalsen geheim.

Jan Terpstra en Lucas van Heel van het Internationaal Politie Instituut Twente, een onderzoeksinstelling van de Universiteit Twente, deden in opdracht van de politie onderzoek naar «de slag om de Betuwe». Uit de passages die Terpstra en Van Heel aan de dienst wijden, blijkt dat het Cici een tamelijk stuurloze dienst is. En dat is, volgens de onderzoekers in hun rapportage, in het geval van een inlichtingendienst nogal ongewenst: «Aangezien bij het verzamelen van deze informatie (over acties tegen infrastructurele projecten — jd/mf) ingegrepen wordt in de privacy van burgers, en politieke elementen een belangrijke rol kunnen spelen, vormen daarbij alleen professioneel-technische argumenten (zoals de effectiviteit van politieoptreden) een te beperkte basis. Het is dan ook van groot belang dat beslissingen hiertoe worden gedragen door bevoegd gezag.»

Aan de telefoon licht Terpstra toe: «Ergens wordt besloten dat het Cici zich de volgende weken meer gaat richten op de nieuwe landingsbaan van Schiphol of dat ze in de Betuwe actief blijven. Waar die beslissingen worden genomen, is onduidelijk.» Volgens de onderzoeker is het juist bij inlichtingendiensten belangrijk te weten wie aan te spreken is op de activiteiten van de dienst. «Als je dit soort organisaties in het leven roept, een dienst die diep in de privacy ingrijpt, die maatschappelijk misschien niet zo breed gedragen wordt, dan zou je dat volgens mij toch beter moeten uitzoeken en aangeven.»

Naar de letter van de Politiewet van 1993 zijn de burgemeesters van de gemeenten op welk grondgebied de Cici-functionarissen hun werk verrichten, verantwoordelijk. Zelf vinden zij het «niet netjes» dat ze onwetend zijn gehouden. Voormalig burgemeester van Valburg, Cees van der Vliet, had nooit van het Cici gehoord toen aan het licht kwam dat een Cici-agent ondergedoken zat in de delegatie van Projectbureau Betuweroute. Andere burgemeesters van gemeenten waar de actiegroepering GroenFront! panden bezet hield en waar het Cici heeft geopereerd, wisten evenmin af van het bestaan van de dienst. Ook heeft niemand Van der Vliet op de hoogte gehouden van de activiteiten die het Cici in zijn gemeente heeft ontplooid. «Ik was voor het Cici verantwoordelijk, net als voor de rid. Maar als de RID in mijn gemeente actief was, wist ik dat ook nooit», verklaart de oud-burgemeester.

Volgens Gery Veldhuis, hoofd Divisie Centrale Operationele Zaken en in die hoedanigheid «baas» van het Cici, is er zeker overlegd met de gemeenten: «Wanneer het Cici actief is in een gemeente moet het deze informatie voorleggen aan de burgemeester.» Dat is volgens hem tijdens de «slag om de Betuwe» voldoende gebeurd: «Als je het rapport van de Universiteit Twente goed leest, zie je dat het Cici wel degelijk met een of twee betrokken burgemeesters contact heeft gelegd.» Veldhuis zegt veel burgemeesters te kennen die wel van het bestaan van het Cici weten.

In januari 2000 brachten het ministerie van Binnenlandse Zaken en dat van Justitie een zogenoemde handleiding informatie-inwinning openbare orde uit. Uit dit document blijkt dat het Cici niet alleen had moeten melden dat het actief was binnen de gemeenten, maar ook in opdracht van de burgemeesters had moeten werken: «Hieruit vloeit voort dat de verantwoordelijkheid om ter handhaving van de openbare orde over te gaan tot een bepaalde informatie-inwinningsmethode, ook bij de burgemeester ligt.»

In plaats van de burgervaders te consulteren, zagen de korpsleiding en het Cici hen eerder als sta-in-de-weg. De opstelling van de plaatselijke politici, die toch al bekendstonden als tegenstanders van de Betuwelijn, leidde er volgens onderzoeker Terpstra toe dat de burgemeesters als «een risicofactor» werden gezien tijdens de ontruimingen. Daarom hanteerde de politie, aldus Terpstra, «een hiërarchische, centraal geleide gezagsstructuur» tijdens de ontruimingen, waardoor de burgemeesters gepasseerd konden worden.

Terpstra vindt het onverantwoord dat een Cici-functionaris in de delegatie van het Projectbureau zat. «De politie hoort een neutrale partij te zijn, nu leek het een verlengstuk van Projectbureau Betuweroute.» In zijn aanbevelingen schrijft Terpstra: «Er moet grote terughoudendheid worden betracht om adviezen te verstrekken aan belanghebbende derden (in dit geval Projectgroep Betuweroute — jd/mf) indien verondersteld kan worden dat (…) die de legitimiteit en gewenste neutraliteit van de politie bij haar optreden in gevaar kunnen brengen.»

Eind dit jaar wordt het Cici opgeheven. Cici-baas Veldhuis zegt daarover: «Cici was een project en projecten lopen nu eenmaal ten einde.» Bij Binnenlandse Zaken zegt een voorlichter: «De subsidie is voor twee jaar verstrekt. Daarbij is de afspraak gemaakt dat binnen die periode zal worden bezien of behoefte bestaat aan verlenging na 2001. Inmiddels is besloten het Cici dit jaar af te bouwen.» Hoewel de samenwerking tussen politiekorpsen bij het inlichtingenwerk aangaande milieuactivisme voortgezet zal worden en bovendien bedrijven die te maken hebben met grote infrastructurele projecten blijvend zullen worden geadviseerd, bezweert Binnenlandse Zaken dat «de taken van het Cici niet worden overgenomen».

En de informatie in de Cici-archieven? Het ministerie van Binnenlandse Zaken verklaart dat de informatie in de registers van het Cici aan het eind van dit jaar wordt vernietigd. Veel door het Cici verzamelde informatie kan echter al via de liaison met de BVD bij andere inlichtingen diensten zijn terechtgekomen. En zoals een RID-functionaris eens voor een rechtbank verklaarde: «De informatie, die zit nog tussen mijn oren.»