Hoofdcommentaar

De slag om de terroristische jurisprudentie

Geert Wilders – leider van de Partij voor de Vrijheid, die volgens Nova goed is voor twee zetels en volgens Maurice de Hond aanspraak maakt op zes virtuele zetels – is de rapste lezer van het land. Een paar uur nadat de rechtbank vrijdag de beknopte versie van het vonnis van de Hofstadgroep had voorgedragen, een tekst van bijna dertigduizend woorden, wist Wilders al waar de schoen wrong. De rechters waren «wankelmoedig» en hadden «niets begrepen van moslimextremisme», aldus Wilders, die bij nagenoeg elke rechterlijke uitspraak kenbaar maakt geen hoge dunk te hebben van de scheiding der machten. «Dit is de rechtspraak van een bananenrepubliek: zeer kwalijk en onaanvaardbaar.» De oorzaak volgens de voorman van de nationaal-liberale beweging in Nederland: het onacceptabele d66-gehalte van de rechters. De oplossing die hij voor ogen heeft: de zittende magistratuur direct door het volk laten kiezen.

Met dit blitzcommentaar was Wilders vrijdag zelfs de advocatuur te snel af. De raadslieden waren pas ’s avonds in staat om hun zorgen over het vonnis te etaleren, zorgen die overigens diametraal tegenover die van Wilders stonden. Waar de Nederlandse rechter volgens Wilders een onwetende slapjanus is die naar de pijpen van Lousewies van der Laan danst, daar is diezelfde rechter in de ogen van sommige advocaten juist voor minister Donner door de knieën gegaan. «Dit vonnis is een groot drama voor iedereen thuis op de bank. Het OM heeft een enorm wapen in handen», aldus Bart Nooitgedagt, advocaat van een van de veroordeelden, vrijdag bij Nova. Nooitgedagt bedoelde dat het bezitten en onderling uitwisselen van teksten sinds vrijdag een strafbaar feit is dat in verband kan worden gebracht met terreur. Wie geen zin heeft in politiebezoek zou er dus goed aan doen de boekenkast eens uit te mesten. Het Anarchistic Cookbook kan al een dagvaarding opleveren. Parlementariër Ayaan Hirsi Ali liet zich deze week ook zo uit. Gedachten zijn vrij, aldus de vvd’er.

Wie heeft er gelijk: Wilders of Nooitgedagt en Hirsi Ali? Geen van allen. De Rotterdamse rechtbank, die voor de zaak tegen de Hofstadgroep om veiligheidsredenen in de bunker van Osdorp resideerde, heeft een vonnis geconcipieerd dat nog lang voor onrust zal zorgen. Simpel is het vonnis namelijk niet te duiden. Het is geen lekkere lectuur. Maar de tekst laat zich wel lezen als een wanhopige zoektocht naar de grenzen van het recht.

Met de nieuwe terrorismewetgeving van augustus 2004 zijn die grenzen opgerekt. Naast «gewone» criminele organisaties, van het type Hell’s Angels, staan sinds anderhalf jaar ook organisaties met een terroristisch oogmerk buiten de wet. Trefwoorden: werven voor de gewapende strijd en samenspannen in een duurzaam samenwerkingsverband.

De rechtbank kan natuurlijk niet om dit feit heen. Maar in alle hoeken en gaten van het vonnis blijkt dat ze de terrorismewet ingewikkelder acht dan louter een tekst uit de Staatscourant. Zo kan de aivd dankzij ruimere bevoegdheden allerlei geheime rapporten aan justitie overleggen, maar dat leidt er niet a priori toe dat de rechtbank die aanvaardt als belastend materiaal omdat de betrouwbaarheid ter zitting niet afdoende kan worden getoetst. Zo mag een van de Hofstedelingen in juni 2005 dan wel met een machinepistool op zak zijn aangehouden, dat betekent nog niet automatisch dat hij op pad was om Hirsi Ali en Wilders daadwerkelijk en met een terroristisch doel om zeep te helpen. Zo kunnen de bewoners van de Antheunisstraat in Den Haag onderling doodsbedreigingen jegens deze parlementariërs hebben besproken, omdat die niet buiten werden verspreid is echter niet bewezen dat ze deze twee in de uitoefening van hun hoge functie hebben belemmerd. Zo is zelfs de handgranaat die uit dit pand naar de politie werd gegooid een poging tot moord – en zelfmoord ter wille van het martelaarschap – maar niet vanzelfsprekend een terroristische daad omdat de bijna fatale worp niet vergezeld ging van bedreiging aan het adres van het hele Nederlandse volk.

Kortom, niet ieder lid van een terroristische organisatie is op voorhand een terrorist en niet elk delict dat een potentiële terrorist pleegt is per deï¬?nitie een terroristisch misdrijf. Er is meer nodig voor een veroordeling van een mens die deelneemt aan een groep die «inherent gewelddadig» is. Wie alleen maar langskomt, leest, luistert en kijkt, eens een auto chauffeert of uitleent, een bed voor gasten opmaakt, op spullen past of geld leent aan partners van arrestanten, is niet strafbaar. Wie organiseert of directe diensten verleent, zich in woord of geschrift publiek opwerpt als spreekbuis voor de gewapende strijd, is wel schuldig als de hel.

Met andere woorden. De rechters hebben de zaak tegen de Hofstadgroep behoedzaam smal gehouden, ook al ogen hun overwegingen breed. Ze hebben zich opgesteld als feitenrechters, die de letter van de wet en de internationale verdragen belangrijker vinden dan de geest van regering en parlement en zijn vermoedelijk daarom langs de wetsgeschiedenis heen gezeild.

Medium groenecomm.jurisprudentie

Onjuridisch geformuleerd: iedereen mag zich op ideologisch gevaarlijke wegen begeven, maar wie die weg blijft volgen tot en met de concrete handelingen, komt met de strafwet in aanraking. Die redenering is ver verwijderd van de sympathisantenwetgeving à la de Rote Armee Fraktion in het Duitsland van de jaren zeventig. Ze is eerder een uiting van de klassieke Hollandse benadering.

Hiermee is het laatste woord niet gezegd. De rechtbank heeft de terrorismewet, de eigenlijke doorbraak, zo naar zichzelf toe getrokken dat hoger beroep onvermijdelijk is. Maar een andere rechtbank kan in vergelijkbare gevallen een andere muts opzetten en dus tot een ander oordeel komen. De strijd om de interpretatie van de wet is met het vonnis van Osdorp pas halverwege.

Op naar de Hoge Raad. Al is het een illusie te denken dat Wilders na arrest van dat college wel een pleitbezorger van de trias politica wordt.