De slag rond de ecu, euromark en florijn

Het was zielig. David Dimbleby interviewde John Major. Was de Britse premier voor of tegen een Europese eenheidsmunt? Well, ontweek Major, een Euromunt komt pas aan de orde na 2000. ‘Te zijner tijd zullen wij ons standpunt bepalen.’ Met zo'n antwoord is een Dimbleby niet tevreden. ‘Ik wil weten of u voor of tegen bent!’ Major: ‘Als de tijd er rijp voor is, zullen wij beslissen in het belang van het Britse volk.’

Duidelijk. John Major wilde niet nog meer kiezersstemmen verliezen.
Weer een voorbeeld van eng eilandisme. Evenwel, in Versailles bleek zondag dat ook andere Eurolanden oprispingen krijgen als het gaat om afschaffing van de eigen munt. En dat is eveneens zielig. Duitsland vond de al lang bestaande naam ‘ecu’ niet zo geschikt. Wat dachten de collega-ministers van Financien van 'Euromark’? Zelfs onze Duisenberg (de centrale bankiers waren er natuurlijk ook) schijnt daarvan te zijn geschrokken. Hij opperde: 'Florijn.’ Beetje Italiaans, beetje Nederlands.
Natuurlijk zou het heikele naamprobleem in enkele uren kunnen worden opgelost door een paar creatieven uit de reclamewereld en een fles whisky. Maar goed, men werd het wel eens over de denominaties. Nog niet over het soort muntmetaal. Eenkleurige munten? Tweekleurige? Daar was Duitsland voor, want Duitsland is gespecialiseerd in het slaan van tweekleurige munten. Een goudachtige rand? Frans idee en de gelijkenis met een Franse bestaande munt was natuurlijk toeval. Bankpapier met ergens verstopt toch nog een nationaal symbooltje?
Het zal de Euroburgers een zorg zijn. Voor hen is alleen belangrijk dat die Eurano (of hoe het nieuwe geld ook moge gaan heten) er snel komt. Op reis gaan - eindelijk! - met maar een soort geld in je zak. Het bedrijfsleven zal opgelucht ademhalen.
Dat de Eurano komt, is absoluut zeker. Met tien fluctuerende wisselkoersen is normaal calculeren vrijwel onmogelijk geworden. De kosten van het valutaverkeer lopen in de tientallen miljarden guldens per jaar. Hoe dichter we bij dat magische jaar 2000 zullen komen, hoe meer werkgroepen van pragmatische bruggebouwers en tunnelgravers (lees: ambtenaren) de wegen naar de Grote Dag der Eurano zullen effenen.
De roep om de eenheidsmunt wordt gevoed door de steeds weerkerende valutacrises en door een storm waar historisch gezien niet tegen te vechten valt. De versmelting binnen de Europese Unie is namelijk ver voorbij het klassieke point of no return. Europa kan alleen nog maar vooruit.
Dit maakt vooral het gelal van de Britten zo mal. Ze zullen ook aan die Eurano moeten. Niet meedoen zou neerkomen op politieke en economische zelfdoding. Daarom is het kinderlijke gedraai van John Major zo doorzichtig politiek-oneerlijk. Evenals dat steeds maar roepen dat de Conservatieven de volgende verkiezingen zullen winnen. Tenzij er een wonder gebeurt, komt Labour aan de macht met Tony Blair als premier. En Blair heeft reeds laten weten een Europese eenheidsmunt in principe niet te schuwen. Begrijpelijk. Labour ziet niet, zoals de Conservatieven, de komst van een Eurano als 'het offeren van onze koningin aan een Europese illusie’.