Politieke voorhoede in Utrecht

De slag van Westbroek

Weer initieert het roerige Utrecht een revolutie op landelijke schaal. Leefbaar Utrecht, de partij van Henk Westbroek, veegde verleden week alle traditionele machten van tafel. Maar hoe nu verder?

Wat is er toch aan de hand met Utrecht dat de stad telkens maar weer voorop loopt in het politieke experiment? De stad van de Teutoonse tempelridders en de mystieke «witte vrouwen» is al sinds mensenheugenis een centrum van troebelen en opstand. Het flamboyante karakter van de stad heeft zijn wortels diep in de geschiedenis. Van de verschrikkelijke slag van Westbroek (1481), het revolu tionaire bewind van Quint Ondaatje en Van Lidt de Jeude in de pruikentijd, tot aan de donkere dagen dat Anton Musserts NSB zijn hoofdkwartier in de Domstad had opgeslagen, fungeert Utrecht als een hogedrukketel voor allerhande politiek stuntwerk.

Verleden week werd er wederom geschiedenis geschreven. Twee jaar na de oprichting greep de protestpartij Leefbaar Utrecht tijdens tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen de absolute macht. De partij kreeg maar liefst 28,4 procent van de stemmen en incasseerde daarmee veertien zetels in de raad, evenveel als de PvdA en de VVD samen. Een ware revolutie. Analisten peinzen zich suf over de oorzaken. Ligt het aan de deplorabele staat van Utrecht als ongezondste stad van Nederland die de burgers van deze gemeente in de richting van de totale breuk met de politieke traditie heeft gestuwd? Utrechters hebben de hoogste mortaliteitsgraad van het land, men sterft gemiddeld anderhalf jaar eerder dan de rest van Nederland. Maar liefst zestig procent van de Utrechtse jeugd lijdt aan astma. Nergens in Nederland, behalve in Heerlen misschien, heeft de naoorlogse welvaartsstaat zulke dreigende contouren aangenomen als hier. Het vermaledijde Hoog Catharijne doet nog altijd denken aan het naargeestige decor van Christiane F. en de kinderen van Bahnhof Zoo.

Leefbaar Utrecht dankt zijn succes vooral aan de verbetenheid waarmee deze partij van dichters en denkers de strijd heeft gevoerd tegen de «onmenselijke maat» die de traditionele politieke machtsblokken hand in hand met megalomane projectontwikkelaars aan het in zichzelf gekeerde provinciestadje hebben opgelegd. Twee jaar geleden kon Leefbaar Utrecht, met negen zetels toen ook al de grootste partij van de stad, nog uit het college worden geweerd. Nu kan het wethouderspluche de rebellenclub schier onmogelijk ontglippen. Leefbaar Utrecht mikt op een college met PvdA, CDA en VVD, goed voor dertig van de 45 beschikbare zetels in de raad.

De overwinning kwam na een uiterst verbeten verkiezingsstrijd. Pregnant was bijvoorbeeld het initiatief van de lokale fractie van de Socialistische Partij om verleden maand van het Openbaar Ministerie een onderzoek te eisen naar een zakelijke deal van Leefbaar Utrecht-voorzitter Broos Schnetz, boezemvriend van lijsttrekker Henk Westbroek. Westbroek en Schnetz verzonnen eind 1997 in een café het concept van de lokale protestpartij. Schnetz, in het dagelijks leven onroerend goed-exploitant (Westbroek omschreef hem eens als «een jeugdvriend die per ongeluk schatrijk is geworden»), verdiende met zijn beleggingsmaatschappij BV Dorpsstraat-Ons Dorp ruim een ton met het doorverkopen van een door de gemeente afgestoten pand in de stad. De SP suggereerde dat hier sprake was van onoorbare praktijken. Schnetz zelf spreekt van een volstrekt legitieme transactie: «Kan ik het helpen dat ik een keertje geluk heb in mijn vak?»

Het was niet de eerste keer dat de top van Leefbaar Utrecht werd beschuldigd van belangenverstrengeling. Volgens zijn critici in de Utrechtse gemeenteraad zou ook Henk Westbroek, exploitant van drie rockcafés cq. dans paleizen in de binnenstad, zich in zijn politiek laten leiden door zakelijke vendettagevoelens. Zo zouden de verwoede pogingen van Leefbaar Utrecht om de subsidie voor het Springdance-festival te schrappen, zijn ingegeven door Westbroeks vete met collega-ondernemer in de Utrechtse horeca Kees Eijrond, die geestelijk vader is van dat Utrechtse dansfestijn.

Maar wat de tegenstanders van Westbroek vooral steekt, is diens onorthodoxe stijl van politiek bedrijven. «Hij debatteert niet, hij walst over je heen», zo beklaagde een collega-raadslid zich. Westbroek wordt door zijn opponenten omschreven als «de personificatie van de burgerlijke onvrede», en dat is niet complimenteus bedoeld. GroenLinks-fractieleider Annemiek Rijckenberg omschreef Leefbaar Utrecht als «urban entertainment», een eigentijds vervolg op een politiek fenomeen als Hadjememaar, dus niet serieus te nemen. Lijsttrekker van het CDA Jan Zwart klaagde in de lokale pers dat Westbroek zijn electorale succes alleen maar heeft te danken aan zijn populariteit als diskjockey bij de Vara en als muzikant. De verdrukte christen- democraat kondigde aan een keyboard aan te schaffen zodat hij Westbroek met zijn eigen middelen zou kunnen verslaan. Leefbaar Utrecht wordt keer op keer verweten oneigenlijk gebruik te maken van de populariteit van Westbroek en lijstduwer Ronald Giphart, de Utrechtse schrijver die eveneens aan de wieg van de partij stond en naar wie, als het program van Leefbaar Utrecht wordt verwezenlijkt, binnenkort een straat zal worden vernoemd.

Bij Leefbaar Utrecht kunnen ze er niet wakker van liggen. De sfeer tijdens het fractieoverleg van maandag jongstleden blijkt in ieder geval opperbest, ondanks het ontbreken van de twee sterren van de partij. «Henk moest weg voor een optreden en Ronald werkt aan zijn boek», zo laat Schnetz als voorzitter van de vergadering weten. De fractie kent een hoog gehalte aan academisch gevormde veertigers en vijftigers, wier turbo-vergaderstijl in ieder geval een verademing is in vergelijking met de meestal nogal langdradige praatcultuur van het traditionele politieke bedrijf.

Wel wordt meteen duidelijk dat de partij bepaald geen gemakkelijke tijd staat te wachten. Rondborstig oppositie bedrijven is nu eenmaal aanzienlijk comfortabeler dan daadwerkelijk besturen. Politieke basisprincipes blijken in de praktijk soms moeilijk houdbaar. Zo is Leefbaar Utrecht een fel tegenstander van privatisering van «basale» voorzieningen, zoals water en elektriciteit. Het gemeentelijke elektriciteitsbedrijf Remu staat echter op de nominatie geheel te worden geprivatiseerd. Nu Leefbaar Utrecht hoogstwaarschijnlijk de grootste collegepartij wordt, zou men dat dus eigenlijk moeten tegenhouden. Tijdens de fractievergadering wordt er echter een brief van de ondernemingsraad van de Remu voorgelezen waarin wordt gesteld dat privatisering onvermijdelijk is. Regelgeving vanuit Brussel zou dit noodzakelijk maken, alsmede de fragiele financiële positie van het bedrijf. Het personeel vraagt Leefbaar Utrecht dan ook dringend om mee te werken aan de privatisering. Men zou er hoogstens op moeten toezien dat de maatschappij niet al te duur wordt verkocht, om te voorkomen dat de nieuwe eigenaar straks overgaat tot massaontslag. De Utrechtse Leefbaren zitten er duidelijk mee in hun maag. Een voorbode van de estafette aan ijselijke dilemma’s die de partij straks te wachten staat.

Eerder die dag geniet Broos Schnetz met volle teugen van zijn overwinning. Hij constateert dat allerlei hoge ambtenaren ten stadhuize hun vijandige houding ten opzichte van Leefbaar Utrecht na de daverende overwinning van verleden week hebben ingeruild voor een aanzienlijk positievere grondhouding. «Ambtenaren zijn net middenstanders», stelt hij vast. «Enige hypocrisie is hen niet vreemd.» Schnetz is ervan overtuigd dat de overwinning van Leefbaar Utrecht het begin is van een revolutie. «Er komt onvermijdelijk een nieuwe politieke orde aan», zegt hij. «In feite hebben wij de rol van D66 overgenomen als vernieuwers van de democratie. D66 sterft nu een natuurlijke dood, omdat men er na 34 jaar nog steeds niet in is geslaagd iets van zijn uitgangspunten te verwezenlijken. Nu is de beurt aan ons».

De verwijten van plat populisme treffen deze oprichter van Leefbaar Utrecht niet. «Natuurlijk voeren wij politiek vanuit het hart, dus met emotie. Ook draaien we niet graag om de hete brij heen. Als een wethouder aan het liegen is, zeggen we dat dus gewoon, ook al vliegt zo'n man je dan gelijk naar de strot. Maar het beeld dat Leefbaar Utrecht alleen razend en tierend politiek bedrijft is volkomen onterecht. Het is vooral ingegeven door dat geruchtmakende interview van Henk met Vrij Nederland, dat echter bestond uit allerlei verdraaiingen van zijn uitspraken. Henk is nog steeds verwikkeld in een juridische slag met dat blad. Hij eist nu een ton smartengeld.»

Het mirakel van Utrecht is niet van landelijke importantie ontbloot. Overal schieten Leefbaarheidspartijen uit de grond. Er staat een Leefbaar Amsterdam in de steigers, terwijl de Rotterdamse Stadspartij van Manuel Kneepkens de naam Leefbaar Rotterdam ook al heeft gedeponeerd. In Delft heeft de gehele fractie van de Socialistische Partij zich omgedoopt in Leefbaar Delft. Leefbaar Middelburg wordt gevormd door uit D66 en PvdA uitgetreden politici.

In Hilversum, de andere frontstad van de opstand, is Leefbaar Hilversum sinds 1998 ook al de grootste partij. De partij kreeg maar liefst 35 procent van de stemmen en kon alleen uit de lokale regering worden geweerd doordat alle andere partijen een regenboogcoalitie tegen Leefbaar Hilversum vormden. Initiator Jan Nagel, gewezen PvdA-senator en Vara-chef, richtte samen met zijn collega’s van Leefbaar Utrecht, Henk Westbroek en Broos Schnetz, de partij Leefbaar Nederland (LN) op, die volgend jaar ongetwijfeld zijn debuut zal maken in de Tweede Kamer. Leefbaar Nederland verkeert heden nog in een embryonale fase maar zal volgens strateeg Nagel bij de komende verkiezingen met dubbele cijfers in het parlement terechtkomen.

Samen met LN-mede-oprichter Willem van Kooten, de gefortuneerde zakenman, kruiste Nagel afgelopen zondag in het programma Buitenhof de degens met de hoogbejaarde D66-nestor Jan Glastra van Loon, die het succes van de Leefbaarheidspartijen vergeleek met de opkomst van Stalin en Hitler. Het was noch van D66-zijde, noch van Leefbaar Nederland een erg gelukkig mediaoptreden. De opmerkingen van Willem van Kooten over de schuld van de overheid aan de ondergang van vliegtuigfabrikant Fokker zitten veel van de links denkende Leefbaren van Utrecht niet echt lekker. Leefbaar Nederland kreeg zo opeens het aureool van een ondernemerspartij, een soort radicale VVD. Voor Westbroek en Schnetz was de uitzending zelfs reden om terug te komen op het vroegere enthousiasme voor Leefbaar Nederland. Schnetz laat in ieder geval weten geen prominente rol bij Leefbaar Nederland te willen spelen.

Maar wat vooral stak waren de niet malse verwijten van Glastra van Loon aan het adres van Leefbaar Nederland. Volgens Jan Nagel heeft de D66-veteraan inmiddels zijn excuses aangeboden. Toch was Glastra’s aanval niet meer dan een nogal schrille variant op de kritiek die Westbroek en Nagel nu van alle kanten over zich heen krijgen. Zo vergeleek Trouw-commentator Hans Goslinga de opmars der Leefbaren met het succes van wijlen Boer Koekoek. De politieke stijl van Westbroek en Nagel werd hier afgedaan als «ruig en brallerig», terwijl er van de politieke inbreng van de tegenpartijen volgens de commentator «niets valt te verwachten». Waar de Volkskrant de stijl van de Leefbaarheidspartijen nog liefdevol omschreef als «vrolijk populisme», signaleert Trouw verontrustende trekjes van anti-politiek denken. Dat ging nog niet zo ver als een slip of the tongue van een Hilversumse CDA-politicus, die de partij van Jan Nagel verleden jaar tijdens een heftige aanvaring in de raad vergeleek met «bruinhemden», waarna Nagel — tevergeefs — juridische stappen nam. Het was natuurlijk een mal verwijt aan het adres van de man die als chef agitprop van de Vara jarenlang de strijd aanging tegen de fascistische krachten op deze aardbol. Het schetst tegelijkertijd hoe hevig de angst is voor de opmars van de Leefbaarheidspartijen.

In een eerder stadium deed de PvdA de Leefbaren al in de ban door hen te dwingen een keuze te maken tussen het lidmaatschap van een Leefbaarheidspartij of van de Rode Familie. Zo werden zowel Nagel als Westbroek en Giphart, allen trouw PvdA-lid, feitelijk geroyeerd. «Een domme actie en een strategische misrekening van formaat», aldus Nagel. «Felix Rottenberg heeft indertijd nog geprobeerd om dat tegen te houden, maar kreeg het niet voor elkaar de partijstatuten te wijzigen. Terwijl het natuurlijk zou moeten kunnen dat iemand op lokaal niveau kiest voor een plaatselijke partij, om het landelijk toch gewoon op de PvdA te houden.»

Het woord «leefbaar» werd in de politiek geïntroduceerd door Jan Nagel. Kennelijk raakt het iets fundamenteels in de ziel van de hedendaagse kiezer. Waar de magie nu precies in zit, valt moeilijk te zeggen. «Leefbaar» klinkt uiteindelijk nogal minimaal. «Mooi Nederland» zou bijvoorbeeld heel wat hoger inzetten. «Leefbaar» is aan de schrale kant, zoals een restauranthouder toch ook niet erg zou floreren als hij zijn waren slechts zou aanprijzen als «eetbaar». Door het uiterst neutrale «leefbaar» krijgt de revolutie van Westbroek en Nagel iets diffuus en ongrijpbaars.

De partijprogramma’s van Leefbaar Utrecht en Leefbaar Nederland laten zich dan ook niet lezen als wereldschokkende manifesten. De ideologie van de Leefbaren wordt door henzelf omschreven als «extreem midden», hetgeen een redelijk pregnante benaming mag heten. Er wordt zowel links als rechts leentjebuur gespeeld. Belangrijkst is natuurlijk het heilige geloof in het referendum en de gekozen burgemeester. Daarnaast bepleit Leefbaar Utrecht een «lik-op-stuk beleid» voor ontspoorde jongeren, een voornemen dat men eerder bij CDA of VVD zou verwachten. Revolutionair is het districtenstelsel dat Nagel en Westbroek naar Angelsaksisch model ingevoerd willen zien. Maar in hoeverre dat nu een progressief idee is?

Ook het vurige anti-monarchale denken dat Westbroek tijdens interviews nogal eens heeft uitgedragen, vermocht niet programmatisch door te sijpelen. In het door Nagel, Van Kooten, Schnetz en Westbroek opgestelde 25 Punten-plan van Leefbaar Nederland staat te lezen dat invoering van de republiek vooralsnog geen prioriteit geniet. Wel zou men, naar een suggestie van J.B. Charles in zijn boek Volg het spoor terug, de Nederlandse leeuw op de Oranje-vlag willen vervangen door een wat vriendelijker ogend lieveheersbeestje. Toch een opstapje naar een republikeins Leefbaar Nederland?

Jan Nagel: «Vandaag de dag zou natuurlijk geen enkel verstandig mens kiezen voor de monarchie als ideale staatsvorm. Maar we zitten er nu eenmaal mee. Laten we het er op houden dat de republiek vooralsnog geen prioriteit geniet bij ons.» Zodat in ieder geval één iemand opgelucht adem kan halen bij de gedachte aan de komende revolutie van Leefbaar Nederland.