Popmuziek

De slechte afloop van het jongensboek

POPMUZIEK Van Dik Hout

In het rijtje erkende poppoëten wordt hij maar zelden opgenomen, zanger Martin Buitenhuis van Van Dik Hout. Buitenhuis’ teksten lijken voor lief te worden genomen, zoals eigenlijk ook zijn band. Het is de tragiek van de succesvolle Nederpopgroep: op een dag word je bijna standaard meegedrukt op de posters van de zomerfestivals, maar opkijken doet niemand meer van je.

Toch is het een opvallende tekstschrijver, die Buitenhuis. Hij schrijft direct, stijlvast – veelal richt hij zich tot een jij, en vrijwel altijd is er een ik – en hij heeft zowel enkele onvergetelijk mooie (Laat het los, bijvoorbeeld) als godsgruwelijk kitscherige (De keuzes die je maakt, met dat te-zen-om-te-kunnen-verdragen refrein – ‘Het is oké als je soms de fout ingaat’) teksten geschreven.

Buitenhuis is een lobbyist van het gevoel. ‘Als je nadenkt gaat het mis’, zingt hij in Trapeze-act. Tegelijk lijkt hij verre van naïef over de liefde. ‘Als je mij vangt/ Dan vang ik jou’, stelt hij in datzelfde nummer voor, want zelfs in de liefde regeert de ruilhandel.

De teksten van Van Dik Hout staan vol van de beloften. ‘Een doel ligt voor ons’, zingt Buitenhuis. En: ‘Ik zal er staan’. En: ‘Voor een keer voeg ik de daad bij het woord’. Naarmate het album vordert, worden de beloften grootser en de woorden groter. Bij Geen stap terug heeft Buitenhuis het al over ‘geen stap terug’ en ‘niet wijken’. Zelfs ‘tot de laatste adem’ en de ‘laatste zucht’. Degene die hij het meest van al lijkt te moeten overtuigen, is Martin Buitenhuis zelf. Want die is uiteindelijk slechts zichzelf, en dat is niet altijd even veel: ‘Ik ben mezelf/ Mijn slechte zelf/ Mijn luie halfbakken eigen asociale zelf’.

Dan is hij op zijn best: wanneer hij een ultiem cliché als ‘jezelf zijn’ in het rond draait. Even zo vaak bedient hij zich van diezelfde clichés zonder ook maar een poging te doen ze nieuw leven in te blazen; dan komen ook bij Buitenhuis afscheiden te vroeg, klinkt tromgeroffel steeds luider en stonden er sterren aan de hemel die nu blauw is.

In muzikaal opzicht is Alles waar ik nooit aan begon een album zonder opsmuk, zonder avontuur, zonder experiment. Geen fratsen. Voorzichtig frivool is het reggaedeuntje waarop Als de dag aanbreekt drijft, maar verder lijkt Van Dik Hout allerminst de behoefte te voelen uit haar eigen idioom te breken. Het album verbleekt bij de twee eerste, stevige albums van de band, die talloze hits voortbrachten, waaronder het onverslijtbare Stil in mij, en bij het beste album, het subtiele, warme Kopstoot van een vlinder. Met die albums legde de band de basis bij een destijds voor een groot deel studentikoos publiek, dat Van Dik Hout nu in theaters kan zien.

In de spannendste momenten van Alles waar ik nooit aan begon horen ze een bozige Buitenhuis, die de jij toebijt dat hij niet altijd zegt wat ze horen wil, ‘maar je luistert ook zo slecht’. En hij is met zijn eigen stijl ook lang niet zo hip als haar vrienden, ‘vooral niet als die kwijl’. Het is de Buitenhuis die in het slotnummer dreigend opmerkt: ‘Ik zat al jaren in je dooie hoek/ Ik ben de slechte afloop van het jongensboek’.

Op het volgende album graag ruim baan voor die bittere Buitenhuis.

Van Dik Hout, Alles waar ik nooit aan begon (V2). Van Dik Hout treedt op, onder meer op 16 maart in Philharmonie in Haarlem en 13 april in P60 in Amstelveen