Het ultieme taboe

De slechte moeder

De moeder die niet in staat is tot onvoorwaardelijke, zichzelf wegcijferende en alles opofferende moederliefde is nog steeds een taboe. Vrouwen moeten niet zo zeuren, is de heersende opvatting. Gewoon kinderen krijgen en doorwerken.

EEN VAN de mooiste scènes in We Need to Talk about Kevin speelt zich af in zo'n zwangerschapsklasje. Allemaal grote moederbeesten, de een nog roziger en gelukzaliger dan de ander, en daartussen zit Tilda Swinton, of Eva Katchadourian zoals ze in de film heet, die in stomme paniek haar bolle buik beziet. Je ziet het haar denken, met dat bleke giraffengezicht dat zo vol emotie en tegelijkertijd zo uitgestreken kan zijn: wat moet dit worden? Dit is de zwangere vrouw teruggeworpen op zichzelf en op datgene wat haar van binnenuit aan het opeten is. Vervuld van almacht en nederigheid tegelijkertijd. Wat het ook gaat worden, een beest of een baby, het groeit en het groeit en op een dag zal het zich naar buiten vechten. En dat is dan nog maar het eerste bedrijf van het drama.
Nog een mooie scène, ietsje later. Na afloop van het klasje loopt Eva door een eindeloze gang, in gedachten verzonken. Opeens wordt ze ingehaald door een groepje fladderende ballerina’s in de dop, schattige kleine meisjes in roze tutuutjes. Het is geen realistisch beeld, maar het is de materialisering van haar dromen, angsten en gedachten. Inderdaad, zoiets moet de bedoeling zijn van zwangerschap: het voortbrengen van feeërieke, plooibare wezentjes. Maar is dat ook voor haar weggelegd? Staat ze niet op het punt een vleermuizenplaag te ontketenen, in plaats van iets onschuldigs?

HET GEBEURT niet vaak dat de existentiële nood waarin de zwangere vrouw verkeert zo subtiel en tegelijkertijd scherp wordt getoond. De Schotse regisseuse Lynne Ramsay verfilmde de sinistere roman We Need to Talk about Kevin (2003) van de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver die destijds al het nodige opzien baarde. Een boek over moederlijke ambivalentie en de mogelijke invloed daarvan op het kind. Shriver, zelf twijfelende of ze het moederschap aandurfde, onderzocht in haar roman de reactie van een moeder als haar vijftienjarige zoon zeven klasgenoten om het leven brengt. Ramsay behield voor haar adaptatie de verhaallijn, maar focuste op de moeder-zoonrelatie die van meet af aan getroebleerd is.
De extreme geweldsuitbarsting waar We Need to Talk about Kevin op afstevent kan niet verhullen dat het echte drama dichterbij ligt. Zo dichtbij dat je ervan weg zou willen kijken, zoals je ook wilt wegkijken bij The Mother, waarin de oudere Engelse actrice Ann Reid in bed belandt met haar dochters minnaar, gespeeld door Daniel Craig. Of bij Savage Grace, waarin Julianne Moore een moeder speelt die haar lusten en frustraties botviert op haar zoon, en hem aftrekt zoals ze hem ooit zoogde. Het echte drama in deze films is lastig te verteren omdat het raakt aan een taboe. Het taboe van de slechte moeder.
Het taboe van de moeder die, zoals in We Need to Talk about Kevin, zich niet volkomen uitlevert aan het nieuwe leven dat in haar groeit. Of als in The Mother een kennelijk onuitroeibaar autonoom lustgevoel laat prevaleren boven de loyaliteit aan haar dochter. Of als in Savage Grace haar zoon niet toestaat een leven los van haar te leiden. Het taboe van de moeder kortom die niet in staat is tot onvoorwaardelijke, zichzelf wegcijferende en alles opofferende moederliefde.
Zo gedefinieerd lijkt dat misschien een achterhaald katholiek ideaal, maar als het op het hoeden van het nageslacht aankomt zijn er au fond twee mogelijkheden: goed en slecht. De eerste ‘goede’ stap is al die richting moederschap. Als je die stap niet maakt, zul je daarover je leven lang verantwoording moeten afleggen. Moeder worden is evenzeer je schikken in je lot als het volgen van je bestemming. Dat de meeste vrouwen dit pad met grote vanzelfsprekendheid lijken af te lopen doet niets af aan de ontzagwekkendheid ervan. Draagt er misschien juist wel aan bij.

'TOEN IK MOEDER WERD had ik de indruk dat er niets over geschreven was’, schrijft de Britse schrijfster Rachel Cusk in de inleiding van A Life’s Work: On Becoming a Mother (in het Nederlands uitgekomen als In het land van moeders). 'Als moeder leer je wat het is om tegelijkertijd martelaar en duivel te zijn.’
'Ik wilde precies vertellen hoe het was’, begint de Ierse schrijfster Anne Enright haar Making Babies: Stumbling into Motherhood (vertaald als Baby’s voor beginners). 'Ik wilde iets zeggen over de angst die met reproductie gepaard gaat, hoe vreemd het allemaal is en dat het als je binnenstebuiten wordt gekeerd net is of je doodgaat.’
'Ik ben ervan overtuigd dat moeders de waarheid moeten schrijven’, verantwoordt de Amerikaanse schrijfster Ayelet Waldman haar kroniek van 'maternal crimes’, Bad Mother getiteld. 'Ook, en juist, als die waarheid ingewikkeld is.’
Het is inderdaad vreemd hoe zeldzaam de geschriften zijn waarin 'echt’, op een wezenlijke manier, over moederschap wordt geschreven, door vrouwen die niet bang zijn het monster in de bek te kijken en die kunnen schrijven. Net als bovengenoemde films zoveel indruk kunnen maken, omdat ze zeldzaam zijn en buiten de bekende orde vallen.
Daartegenover staat de rijstebrijberg aan comedy’s en boeken waarin wordt gekoketteerd met de onvermijdelijke hectiek van het moderne vrouwenbestaan. Blijkbaar is er een markt voor, voor al die lollige boekjes van vrouwen die moeder worden, van Daphne Deckers tot Claudia de Breij, van Aaf Brandt Corstius tot Sophie Hildebrand (o nee, die nog niet), maar je vraagt je af: voor wie? De boodschap die onder al dat gegil over het uitdijende lichaam en de zin om nog eens ouderwets dronken te worden ligt, is namelijk ook nog eens onveranderlijk verankerd in het aloude moederschapsgebod: sinds ik moeder ben weet ik waarom ik leef. Niets gaat boven mijn kind. De vrouwelijke lezer wordt toegesproken als een vriendin, en de wereld wordt teruggebracht tot de vertrouwde dimensies van het damesblad.
'Een kind krijgen is geen kattepis’, stelt 'Clau’ gerust. 'Maar als ik het kan, kan jij het zeker.’
'Ik had mijn derde opvoedboek natuurlijk nooit Pedagoochelen genoemd als het allemaal vanzelf was gegaan’, aldus 'Daph’.
Het zijn veilige uitingen van worstelingen die nooit echt verder gaan dan aangekoekte pannen op het aanrecht, slapeloze nachten, pijnlijke tepels en een ruzietje hier of daar. De sancties als hiervan wordt afgeweken zijn enorm, zo bleek bijvoorbeeld op de reacties die Rachel Cusk ontving op haar moederboek waarin ze haar gevoel van vervreemding van zichzelf beschreef nadat ze moeder was geworden. Tot haar eigen verrassing, ze had daarvóór drie romans redelijk in de luwte gepubliceerd, werd ze met dit vierde boek het middelpunt van een controverse. 'Iedere dag verscheen er weer een andere column van een vrouw die zich tegen mij keerde’, verzuchtte Cusk in een interview met Jann Ruyters voor dit blad een paar jaar geleden.
Natuurlijk, daar kon je vergif op innemen: er werd geschreven dat haar kinderen van haar afgenomen moesten worden. Sommigen vonden dat ze klaagde, anderen dat ze alles zo vreselijk gecompliceerd maakte. Terwijl juist de nadenkendheid waarmee Cusk iets benadert dat voor natuurlijk en simpel wordt gehouden zo'n verademing is. Vrolijke constateringen levert het inderdaad niet op - het moederschap leidt er onherroepelijk toe dat je leven vastloopt in een conflictsituatie, of gevangen raakt in een of andere mythische valkuil waarin je eeuwig tevergeefs zult blijven worstelen - maar inzake moederschap blijkt uiteindelijk weinig toch zo deprimerend als opgelegde vrolijkheid.
'Het ging me om het verwoorden van die overrompelende ervaring’, zei Cusk. 'Het was juist de ambivalentie die ik wilde vangen.’

'TRULY, Madly, Guiltily’ heette het stuk dat Ayelet Waldman in 2005 in The New York Times publiceerde, waarin ze bekende meer van haar man dan van haar kinderen te houden. Haar mailbox puilde vervolgens uit van de hate mail en de bedreigingen. Kranten stonden bol met tegenstukken. Voor ze het wist zat ze bij Oprah en werd ze aan een kruisverhoor onderworpen door woedende moeders. Ze was gek, slecht, gevaarlijk, en wederom: haar kinderen zouden bij haar weggehaald moeten worden.
Terwijl het punt dat Waldman had proberen te maken eigenlijk behoorlijk onschuldig was, zo niet een beetje koket, namelijk dat zij in tegenstelling tot vele mede-moeders in haar omgeving haar libido níet had omgezet in een algeheel moederlijk verlangen. Ze kon nog steeds haar man - schrijver Michael Chabon - simpelweg niet weerstaan. 'When I catch a glimpse of my husband from the corner of my eye - his smooth, round shoulders, his bright-blue eyes through the magnification of his reading glasses - I fold over the page of my novel…’
Dat zij niet die 'erotic transition’ had doorgemaakt die een goede moeder nu eenmaal schijnt door te moeten maken, moest haar dan wel tot een slechte moeder maken. 'If a Good Mother was one who loved her children more than anyone in the world, more even than her husband, then I was a Bad Mother, because I loved my husband more than my children.’ Aldus Waldman, en je kunt je afvragen of ze eigenlijk hiermee niet wilde zeggen: hé, ik mag dan wel moeder zijn, maar mijn seksleven is nog steeds toppie, hoor.
Het boek Bad Mother dat ze hierna schreef, naar aanleiding van alle commotie die ze had veroorzaakt en opgedragen aan haar 'sweet children’, etaleert in ieder geval uiteindelijk toch vooral haar huiselijk geluk. En de moeite die ze zich getroost een goeie moeder te zijn, oftewel een moeder die 'haar best’ doet, zoals ze haar boek nogal weeïg besluit.

WAT NIET wil zeggen dat over zwanger- en moederschap niet nuchter genoeg kan worden gedaan. Het eerste hoofdstuk van Anne Enrights Baby’s voor beginners heet Excuses alom, en de openingszin luidt: 'Spreken is een daad van egoïsme en waarschijnlijk kunnen moeders beter hun mond houden.’
Er is gewoon dat eeuwenoude gegeven, vrouwen krijgen kinderen, en verder zou je er inderdaad misschien het zwijgen toe moeten doen. Tegelijkertijd is er altijd dat besef in het achterhoofd: eenmaal geworpen hebbende zijn vrouwen verloren. Voor eeuwig zitten ze met hun zompige lichaam en hun bloedende hart vast aan hun nageslacht, of dat er nu van gediend is of niet. In het nog steeds onvolprezen naslagwerk De tweede sekse treft Simone de Beauvoir in het hoofdstuk De moeder onmiddellijk de kern: 'In het moederschap voltooit de vrouw haar fysiologische bestemming volkomen; het is haar “natuurlijke” roeping omdat haar hele organisatie gericht is op de instandhouding van de soort.’
'Waar begin je aan?’ vroeg mijn moeder toen ik haar vertelde dat ik zwanger was.
Mijn moeder verwoordde feilloos mijn eigen diepste angst. Niet omdat ze daarop uit was, maar omdat dit was hoe ze er zelf tegenaan keek. Als een onvermijdelijke, oncontroleerbare gang van zaken, die voor mij, in mijn tijd, met mijn mogelijkheden, toch minder onvermijdelijk had hoeven te zijn.
Vrouwen veranderen, maar hun lichamelijke uitrusting blijft hetzelfde.
Toen ik voor het eerst naar zwangerschapsgymnastiek ging en al die bolle buiken om me heen zag, dacht ik: ik wil niet zo'n vrouw zijn. Ik ben toevallig zwanger, maar dat is dan ook alles. Verlos mij en ik ga weer verder.
'Als Kafka een vrouw was geweest’, schrijft Anne Enright, 'had Gregor Samsa niet in een insect hoeven veranderen, dat zou niet nodig zijn geweest. Gregor zou Gretel heten en op een ochtend zwanger wakker worden. Ze zou proberen zich om te draaien en ontdekken dat ze onbeweeglijk op haar rug lag.’
Vrouwen moeten niet zo zeuren, is de communis opinio. Gewoon kinderen krijgen en doorwerken. Als er maar voldoende kinderopvang geregeld is. En - tussen haakjes - als je maar onvoorwaardelijk van je kind houdt.

DE SPAGAAT waarin je als moeder komt te verkeren, de mythische valkuil waar Cusk het over heeft in In het land van moeders, werd voor de Engelse schrijfster Julie Myerson twee jaar geleden angstwekkend reëel toen ze haar zoon Jake na veel strijd de deur wees. Dankzij Myersons schrijverschap, en haar geregelde optreden in een culturele talkshow van de BBC, werd het drama met Jake ook een min of meer openbare kwestie. Myerson bleek de auteur te zijn van de waanzinnig populaire column Living with Teenagers die anoniem wekelijks verscheen in The Guardian. Zo 'eerlijk’ en 'nietsontziend’ als die lange tijd werd gewaardeerd, met terugwerkende kracht werd het haar verweten de privacy van haar kinderen te hebben geschonden. Ze was een slechte moeder, want ze had haar kinderen misbruikt voor haar eigen doelen.
De kritiek zwol aan toen duidelijk werd dat haar roman The Lost Child grotendeels ging over haar oudste zoon, die op zijn vijftiende begon met het roken van skunk, een zware wietsoort. Ze beschrijft in het boek hoe zij en haar man op een bepaald moment niet anders konden dan hun zeventienjarige zoon wegens verregaande onhandelbaarheid het huis uit te zetten. Pijnlijk was dat haar zoon, waarschijnlijk omdat hij ervoor betaald werd, niet moe werd om in de kranten te zeggen dat zijn moeder de schrijfster zijn ongeluk uitbuitte. 'Ze heeft de ergste jaren van mijn leven gebruikt om er kunst van te maken.’ Op de krantenfoto’s oogt hij knap en goedlachs, en niet bepaald als een verlopen junkie. Hij veranderde zijn naam van Jake Myerson in Jake Karna, verwijzend naar de hindoe-krijger die werd verworpen door zijn moeder. Over Myerson zelf werden in de media bakken vitriool uitgestort, als een heks werd ze op de brandstapel gezet.
Ter verdediging wierp Myerson op dat het schrijven over haar zoon voelde als een ultiem moederlijke daad. In het schrijven kon ze iets ervaren wat ze in real life zo node miste: de illusie controle te hebben over haar kind. Jarenlang werd hun gezin geterroriseerd door de ooit zo gevoelige en aimabele Jake. Hij ontpopte zich onder invloed van skunk tot een agressieveling en een bully, bovendien bezig zijn jongere broertje ook aan de drugs te helpen. Hulpverleners adviseerden hen om hem op afstand te plaatsen en het slot van hun voordeur te veranderen. Een recensent karakteriseerde Lost Child niet alleen als een verraad van liefde en intimiteit, maar van moederschap zelf. 'She has made her decision and she must pay the price.’

ZO DIFFUUS als de beloning voor goed moederschap is, zo scherp omlijnd is de straf die de slechte moeder te wachten staat. Haar kinderen worden van haar afgenomen, of er gebeurt iets verschrikkelijks met ze, waardoor ze hen ook nooit meer in de armen kan houden. We Need to Talk about Kevin is zo effectief omdat de film ontkomt aan een psychologisch-realistisch verhaal, en de verbeelding van een oerangst is. Zelfs kun je je afvragen of wat je ziet wel echt gebeurt, zozeer worden we opgesloten in het hoofd van de moeder. Alles knarst en wringt bij haar, ze doet haar best maar is ook weerspannig, ze neemt haar verlies door naar buiten de stad te verhuizen maar wil wel een eigen kamer, ze is eindeloos geduldig maar kwakt haar zoon ook in een hoek.
De film biedt de ruimte om je af te vragen hoe het nu zit met deze Kevin. Is hij door en door slecht, of is hij alleen bezig wraak te nemen op zijn moeder? En als hij alleen maar door en door slecht is, is dat dan domme pech, of is dat toch de schuld van de moeder?
De film laat beide interpretaties toe. Kevin is een demon, vergelijkbaar met Rosemary’s baby in de gelijknamige film van Polanski. Maar aangezien hij zijn kwade krachten inzet om zijn moeder te treffen, ligt het toch voor de hand om de film, net als het boek overigens waarop de film is gebaseerd, radicaler te interpreteren. Als je het moederschap niet ten volle aanvaardt, kun je niet anders dan iets slechts voortbrengen. We Need to Talk about Kevin is de groteske verbeelding van de straf die de vrouw te wachten staat als ze ambivalent staat ten opzichte van het nakende moederschap. Haar ergste nachtmerrie wordt bewaarheid: ze baart een monster.
Niet realistisch, maar ook weer niet geheel losgezongen van een maatschappelijke werkelijkheid waarin nu eenmaal de nodige hypotheek op de schouders van moeders rust. Zelfs al voor de geboorte kunnen we onze kinderen tekortdoen, zoals onlangs nog omstandig uiteen werd gezet door neurobioloog Dick Swaab in zijn bestseller Wij zijn ons brein. Zijn eigen moeder verwijt hij dat hij geen visueel geheugen heeft, omdat ze is blijven roken toen ze zwanger was van hem.
De oerangst van de zwangere vrouw raakt aan een almachtsfantasie. Als Maria Jezus kon baren, waarom zou jij dan niet Satan in je schoot kunnen bergen? Adolf Hitler werd ook uit een vrouw geboren. Het moeilijkst te accepteren van zwangerschap is dat het het begin is van iets waarop je misschien wel helemaal geen invloed kunt uitoefenen.
'Goed gedaan’, zeggen mensen als je kinderen zich staande weten te houden in de wereld, weten wat links en wat rechts is en je aankijken als ze je een hand geven.
Maar valt het ook de moeder aan te rekenen als haar zoon zijn klasgenoten één voor één met genadeloze precisie omlegt? Heeft de moeder van Joran van der Sloot nog een leven, of wordt ze net als de moeder van Kevin op straat keihard in het gezicht geslagen?