Dave Eggers, Hoe hongerig wij zijn

De slinger van een ander

Dave Eggers

Hoe hongerig wij zijn

Vertaald door Irving Pardoen

Vassallucci, 235 blz., e 19,95

Speels en tegelijkertijd ernstig zijn de elf verhalen die Dave Eggers in Hoe hongerig wij zijn bundelt. Speels omdat hij het verloop van zijn verhalen al vertellend becommentarieert en ironiseert (de schrijver als inbreker in eigen huis) of wolken, honden, boomtoppen, de oceaan en God sprekend invoert; ernstig omdat zijn hoofdpersonages iets desolaats hebben. Een typisch Eggers-personage is een wezenloze wees die verlangt naar vleugels die hem boven de ellendige wereld uittillen.

Voor Nederland actueel is Aantekeningen voor een verhaal over een man die niet alleen wil sterven. De vertelling is niet veel meer dan een synopsis en begint aldus: «Ongeveer 8000 woorden. Vlot stuk. Eenvoudig taalgebruik. Geen beschrijvingen van kamers of meubilair. De man is in de zeventig. Hij is kwiek, helder van geest. Mogelijke namen: Anson, Basil, Greg. Hij wil niet alleen doodgaan.» Laten we hem Basil noemen, een gepensioneerde gynaecoloog die zijn eigen dood met veel publiek wil organiseren, net zoals de nabestaanden van André Hazes dat hadden verzonnen, met dien verstande dat Hazes al dood was toen hij op de middenstip van de Arena werd neergezet. Basil wil juist op die middenstip sterven. Interessant in dit verhaal zijn de stemmingswisselingen die Basil on dergaat tijdens de organisatie van zijn eigen dood. Wil hij nog wel dood, maakt hij er een ordinair spektakel van? Wie wil er nu alleen sterven?

Alle Eggers-verhalen kennen die gemoedsbewegingen van mensen die uit hun gewone doen zijn geraakt. Een jonge vrouw reist naar Costa Rica om een paar weken met haar vriend te surfen (het verhaal gaat niet over verliefdheid of droefheid, merkt de verteller tussendoor op). Jongen ontmoet een armige vrouw tijdens demonstratie tegen mogelijke bombardementen op Afghanistan. Man rijdt naar zijn neef die voor de zoveelste keer een halfhartige zelfmoordpoging heeft gedaan. Vrouw beklimt de Kilimanjaro in Tanzania. Drugskoerier draaft op paard van piramide naar piramide door de Egyptische woestijn en lijkt Pegasusvleugels te krijgen, hoewel hij denkstoornissen heeft en niets lijkt te kunnen afmaken: «Ik was een ster, een heiden, een vijand, een niets.»

Vrijheidsdrang, bindingsangst en verbeelding beheersen vanaf Eggers’ debuut A Heartbreaking Work of Staggering Genius (2000) zijn proza. In het wat flauwe You Shall Know Our Velocity! (2002) kwam daar de reislust bij: twee jongemannen maken een wereldreis en delen duizenden dollars uit aan arme mensen. De betrokkenheid was authentiek (Eggers is maatschappelijk actief en zet zich in voor de verbetering van het Amerikaanse onderwijs), de literaire uitwerking al te luchthartig. Hoogtepunt van vrijheidsdrang en prestatiedrift in Hoe hongerig wij zijn is het verhaal Klimmen en dalen. Een vrouw, Rita, weet na veel klimontberingen de top van de Kilimanjaro te bereiken, terwijl Eggers indirect, in tussenzinnen, een buiging maakt voor Hemingways The Snows of the Kilimanjaro (Esquire, 1936). «Er kan zich elk moment een ramp voltrekken.» Die ramp overkomt niet Rita maar een paar andere mannen die in een lekke tent slapen en ’s ochtends niet meer wakker worden. Rita hallucineert hun sterven in haar dromen, dankzij de Malarone-pillen tegen malaria. Zij, moeder van twee pleegkinderen die nu elders zijn, bevindt zich bij toeval in Tanzania. «De mensen namen haar altijd stiekem dingen af, altijd vanuit de gedachte dat iedereen beter af was wanneer Rita’s leven overzichtelijk was.»

Eggers is heel goed in dit soort scherpe overpeinzingen. In het Costa Rica-strandverhaal Dat het water nat als olie is, kan maar een ding betekenen merkt de jonge vrouw Pilar dat haar vrijheidsdrang groter is dan haar verlangen naar een vaste relatie met Hand. Haar spinozistische wereldbeeld («mensen zijn niet interessanter dan golven») maakt haar behoedzaam. Hoe moet ze met Hand omgaan en hoe leidt ze haar afwijzing van hem in? «Hoe vaak kunnen we in ons leven beslissingen nemen die belangrijk zijn zonder dat er iemand het slachtoffer van zal zijn?» In elk Eggers-verhaal wordt een dergelijke vraag gesteld en een mogelijk antwoord beproefd, het meest nadrukkelijk in Rust. Niet alleen de wijze waarop Eggers de eenarmige jonge vrouw Erin in het verhaal introduceert is indrukwekkend, ook de verwarrende mengeling van affectie, jaloezie en seksuele opwinding weet Eggers overtuigend in zijn vertelling te verweven. De lezer overkomt hetzelfde als de hoofdfiguur Tom, die zich in Erin verliest: «Bij iedereen gaat de slinger heen en weer, heen en weer, en steeds krijg je een klap van de slinger van een ander. Je concentreert je op jezelf, maar om je heen gaat de slinger van een ander heen en weer, en paf, daar krijg je hem tegen je hoofd.»

Noem die slinger de dood in al zijn gedaanten. Dave Eggers wist die dood (van de moeder) al schrijnend luchtig te verwoorden in A Heartbreaking Work of Staggering Genius. Uit zijn – helaas slordig geredigeerde – verhalenbundel Hoe hongerig wij zijn blijkt dat zijn betrokkenheid bij leven en dood en geluk en ongeluk in de wereld niet geveinsd is. Dat maakt benieuwd naar zijn aangekondigde biografie over Valentino Achak Deng, een Soedanese vluchteling in Atlanta.