De slinkse bootmens

Canberra - Hij blijft slinks onder de radar, maar wordt toch in Canberra overal gezien. Hij is zowel slachtoffer van roekeloze mensensmokkelaars als terrorist. En geen regering krijgt in Australië een meerderheid zonder de belofte hem nóg feller te bestrijden. De bootmens.
Op het totale aantal asielzoekers dat Australië per boot bereikt, zijn de ‘bootmensen’ nooit meer dan enkele procenten per jaar. Toch is geen term in de maatschappelijke discussie meer besmet dan 'boat people’. Het vereist enig retorisch talent om spaarzame vluchtelingen die in afgeladen boten afstevenen op een zeemansgraf of gevangenschap te brandmerken als een massale dreiging. Maar daar ligt in de Australische asieldiscussie de term 'queue’ voor klaar. Dat is de denkbeeldige rij asielaanvragers die volgens de regels met een visum in de hand staan te trappelen om Australië binnen te komen. Bootmensen 'dringen voor’. En dat is ernstig in strijd met een ander kernbegrip uit de Canberra-retoriek: het nationale ideaal van de 'fair go’. Daarmee is de bootmens in een klap asociaal en on-Australisch.
Ook in de verkiezingen van augustus overschreeuwden de kandidaten elkaar over bootmensen. Nieuwbakken premier Julia Gillard ging met een patrouilleboot de zee op, terwijl de oppositieleider aankondigde dat als hij premier was, hij gebeld wilde worden bij elke boot om die persoonlijk terug te sturen. Ook een tweede idée-fixe in de asieldiscussie kwam prominent aan bod in de campagne: de overtuiging dat bootmensen niet op Australisch grondgebied moeten worden 'verwerkt’. Onder de conservatieve regering van John Howard werden asielzoekers naar enkele eilanden in de Stille Oceaan gestuurd en vorig jaar probeerde premier Kevin Rudd ze onder te brengen in Indonesië. Desondanks bewees de Labor-regering altijd lippendienst aan opvang binnen de landsgrenzen. Tot Julia Gillard, die in de verkiezingscampagne plotseling nieuwe centra aankondigde in Oost-Timor.
De verkiezingsuitslag van augustus heeft premier Gillard weinig manoeuvreerruimte gegeven om terug te komen op die belofte. Labor werd even groot als de conservatieve oppositie, maar kreeg drie onafhankelijke parlementariërs mee als coalitiegenoten: twee die naar rechts leunen, een die aan Labors linkerflank trekt.
Gillards belofte over Oost-Timor was een proefballon waar ze nu serieuze diplomatie op moet laten volgen. En de eerst aangewezene voor die onderhandelingen is een oude bekende: de voormalige premier en oud-diplomaat Kevin Rudd, die als goedmakertje voor zijn voortijdse onttroning in juni door opvolger Gillard een belangrijke post in een volgende Labor-regering beloofd was. Als premier negeerde hij vooral de maatschappelijke druk over bootmensen. Als minister van Buitenlandse Zaken is hij gezant van een vijandige kust.