Liverpool wil niet tegen de grond

De sloopkogel van Prescott

Vice-premier John Prescott heeft ingrijpende plannen voor Engeland. Daartoe moeten, vindt hij, honderdduizenden huizen worden gesloopt. In Liverpool denkt men er het zijne van.

LIVERPOOL – Het rijtjeshuis van Tilly Smith is haar kasteel. Al vanaf haar dertigste woont de 83-jarige weduwe van een oorlogsveteraan midden in de Liverpoolse volkswijk Toxteth. Haar arbeiderswoning is, dankzij enthousiast klussen van haar kinderen en man, van alle moderne gemakken voorzien. De hechte familieband blijkt ook uit de foto’s in de huiskamer. In de achtertuin, een ode aan «keen gardening», is de hondenkennel veranderd in een schuilplaats voor de poezen Blacky, Sally, Gerry en Patch. «Is het niet mooi hier?» vraagt de trotse dame terwijl ze de Mr. Kipling-cake voor mij en een van haar vier dochters, Barbara, aansnijdt. Terwijl de gastvrouw, met verontschuldigingen, zich op de pluchen bank voor de televisie installeert om de soap Family Affairs te zien, vertelt Barbara dat de kinderen het huurhuis een tijdje geleden voor hun moeder hebben gekocht, zodat ze daar zo lang mogelijk zelfstandig, zorgeloos en gelukkig kan blijven leven. Echter, vice-premier John Prescott acht dit huis en nog tienduizend andere huizen in het noorden des lands «niet geschikt voor menselijke bewoning».

Oude industriesteden als Manchester, Newcastle en Liverpool zijn in de ban van Prescotts Pathfinder-project. Terwijl het zuiden wordt volgebouwd, is er in het noorden reeds een begin gemaakt met het slopen van tienduizend Victoriaanse en Edwardiaanse «terraced houses», of «back-to-backs», zoals deze rijtjeshuizen langs de veelal licht glooiende straatjes in de volksmond heten. In het Lagerhuis dreef Prescott de spot met het huisvestingsbeleid van de Tories: «Zij beschouwden het vervangen van kozijnen en schilderen van deuren als ‹regeneration›. Dat werd natuurlijk niets. Wij staan voor een fundamentele aanpak.» Wanneer deze fundamentele aanpak een succes wordt, kan het aantal te slopen huizen op lopen tot vierhonderdduizend. Het doel van deze sloopwerkzaamheden, door de regering liever omschreven als «housing market restructuring», is het creëren van «sustainable communities». Uiteindelijk moeten de gemeenten na de nodige inspraakavonden bepalen welke hui zen sneuvelen. Dit gaat niet per huis, maar per straat, wijk of gewoon per heel stadsdeel. Hoe meer huizen er worden gesloopt, hoe meer geld een gemeente incasseert. Om de keuzen tussen renoveren en afbreken te vergemakkelijken, heeft het ministerie van Financiën bepaald dat over laatstgenoemde activiteit geen btw hoeft te worden betaald. De armlastige gemeente Liverpool prees zich dan ook rijk met New Heartlands, zoals het lokale padvinderproject hier heet.

Een bonte coalitie heeft zich inmiddels gekeerd tegen Prescotts padvinderij, en een enkeling vermoedt dat de voormalige working-class hero «Making poverty history» heeft begrepen als «History is poverty». Onder de antisloopbrigade bevinden zich prins Charles, sociaal-politicologe Anne Power van de London School of Economics, Council for the Protection of Rural England, de Victorian Society, Friends of the Earth, English Heritage, top architect Richard Rogers, Lord Alton of Liverpool, de Economical Conservation Organisation, minister voor Cultuur Tessa Jowell, kamerleden uit de getroffen gebieden, de Merseyside Civic Society, de Conservatieve Partij en Ringo Starr, die vanuit zijn landgoed in Surrey de sloop bekritiseerde. Het geboortehuis van de Beatles-drummer ligt aan Madryn Street in Toxteth, een wijk die in 1981 in het nieuws kwam wegens rellen. Inmiddels is de wijk, waar zich in de negende eeuw de Toki-stam van de Vikingen nestelde, teruggekeerd in de beschaafde wereld.

Madryn Street maakt deel uit van de Welsh Streets, halverwege de negentiende eeuw gebouwd voor de uit Wales afkomstige dokwerkers. De straatjes lopen kans te worden genomineerd als nationaal erfgoed of, als dat niet kan, monument voor de oude working-class. Niet alleen Starr, die na zijn ongevraagde commentaar de toorn van John «Two bull dozers» Prescott over zich heen kreeg, maar ook televisiepresentator Trevor McDonald vestigde de aandacht op de sloopplannen in deze wijk, die van oudsher zo rood is als de shirts van Europees voetbalkampioen Liverpool. In zijn Tonight-programma op ITV was te zien hoe een vervallen woning in Powis Street, enkele straten verderop, voor een kwart ton aan ponden werd omgebouwd tot droom woning. Afbreken en opbouwen bleek drie keer zo duur te zijn. Een woordvoerster van Pathfinder zei dit «tabloid-television» te vinden.

Het ITV-programma werd met grote interesse en blijdschap gevolgd door de overbuurvrouw van Tilly Smith aan Kelvin Grove, de 42-jarige Nina Edge. Zij is de drijvende kracht achter de Welsh Streets Home Group. «Please Mike Storey, knock on the door, but don’t knock it down», staat op de voordeur van haar vijfkamerwoning, een invitatie tot een open dialoog met de slooplustige raadsvoorzitter. Terwijl haar zoontje met de spaghetti speelt, gist ze naar de werkelijke beweegredenen van de gemeente: «Eerst zeiden ze dat we groter moesten wonen, maar waarom? Daarna kwamen ze met het verhaal dat de tuin te klein was, maar ik ben dolblij met mijn backyard. En dat van die ‹sustainable communities› is onzin. Er was hier een gemeenschap, maar die is nu juist verdeeld geraakt.»

Ze doelt op het bestaan van een officieel bewonerscomité dat voor de sloop is en tegen Ringo Starr, die geen «kever» zou zijn maar een «kakkerlak». De heers-en-verdeel-tactiek van de gemeente is duidelijk waarneembaar. Zo wel de gemeente als de social landlords, woningbouwverenigingen, hebben er, conform de Verelendung-strategie, alles aan gedaan om de wijk te laten verpauperen. De enige bijdrage van de gemeente aan het welzijn hier zijn de fel paarse vuilnisbakken. Een derde van de huizen is dichtgetimmerd. Van de overgebleven bewoners is de helft huiseigenaar. De koophuizen, zoals die van Nina en Tilly, zijn oases van proper onderhoud en hebben lavendel in plaats van paardebloemen in de achtertuin. De «social landlords» weigeren echter hun huurhuizen te verkopen, hoewel er wel vraag naar is en architecten dol zijn op de flexibiliteit van de «back-to-backs».

Magdalena Maylam weet bijvoorbeeld genoeg mensen die hier willen wonen of hun huis willen uitbreiden. In haar krappe huis aan Madryn Street heeft de 37-jarige christelijke politicologe en echtgenote van een tennisleraar met wie ze twee kinderen heeft, geen goed woord over voor de diverse overheden: «Het slopen van goede koophuizen waar mensen met plezier wonen, is immoreel. Ja, de gemeente zegt dat 72 procent van de bewoners voor is, maar de vraag luidde: ‹Wat heeft u liever: slopen of laten zoals het nu is?› Kijk, en wij, als bewonersgroep, hebben aan iedereen gevraagd: ‹Wat heeft u liever: slopen of renoveren?› En toen was de uitkomst opeens heel anders.» Verderop in de straat moet de 73-jarige mevrouw Jameson, die schuin tegenover «Starrs huis» woont, niet denken aan sloop: «Ik was ‹knocked for six› toen ik over de plannen hoorde.» Haar koophuis, dat ik per se moet bezichtigen, is behangen met schilderijen en foto’s, onder meer van haar dochter en over leden man, een boks- en jazzliefhebber. Diens zichtbare erfenis zijn alle verbouwingen die hebben geleid tot een modern huis, waarvan de keuken vol staat met Delfts blauw.

Weer buiten wijst ze in de richting van de aangrenzende nieuwbouwwijk: «Kijk, daar zie je niemand op straat en die huizen hadden overal in het land kunnen staan. Deze oude straatjes zijn ‹character streets›, met leven op straat, waar iedereen elkaar kent en thee drinkt op de deurdrempel.» Verhuizen zou een drama voor haar zijn. De afkoopsom van de gemeente is mager – in een andere wijk was het onteigeningspotje onverwacht snel op gegaan waar door enkele overgebleven bewoners nu in een soort naoorlogs landschap leven – en de nieuwe, door «snobby professionals» bedachte nieuw bouwwoningen zijn een stuk duurder. Volgens architectuurhistoricus John Harris vormen Prescotts nieuwbouwwoningen «de zwakste interpretatie van het postmoderne bouwen uit de jaren tachtig». Het schrikbeeld van mevrouw Jameson is dat ze in een flat terechtkomt, zonder tuin en zonder huur subsidie omdat ze eerst haar afgebroken huis nog moet «opeten». «It would kill me», zegt ze.

«Gebeurt zoiets in Nederland ook, massaal slopen?» is de vraag die iedereen aan me stelt. Ik antwoord dat er af en toe boerderijen of campings moeten wijken voor nutteloze spoorlijnen, maar dat het platgooien van hele wijken meer iets van de jaren zestig was, een tijd dat zelfs gedacht werd aan het slopen van de Amsterdamse binnenstad. De Liverpudlians weten alles van deze «1960s mentality». Complete wijken, met in totaal 250.000 bewoners, maakten toen plaats voor levenloze woonkazernes à la Le Corbusier waar de ellende welig tierde. De Victoriaanse straten die de vernieuwingsgolf overleefden kregen indertijd dertig, veertig jaar uitstel. Filmmaker Nick Broomfield, ex-inwoner van Liverpool, heeft het uiteenvallen van gemeenschappen in 1970 vastgelegd met Who cares? en vier jaar later met Behind the Rent Strike. Het zijn documentaires met een ongekende «We’ll fight them on the terraces»-sfeer. Voor laatstgenoemde film ging Broomfield terug naar een vrouw die in haar oude buurt de dame van de theekransjes was. «Aanvankelijk wilde ze de deur niet openen. Toen alle sloten uiteindelijk ontgrendeld wa ren, herkende ze me niet eens meer. Ze leek honderd jaar ouder te zijn geworden. In haar oude buurt voelde ze zich beschermd tegen zich misdragende jongeren, maar nu was ze een gevangene in haar eigen huis. Met een ligbad, maar zonder buren die haar konden be schermen en totaal alleen», vertelde Broom field onlangs in een interview. Zijn films werden destijds getoond aan de koninklijke huisvestingscommissies.

Hoewel de geschiedenis zich, ondanks een boek als Cities for a Small Country van Richard Rogers, lijkt te herhalen, is de achtergrond van de sloop iets anders. De «slum clearance» ging destijds gekoppeld aan het visioen van de Nieuwe Mens die gelukkiger zou zijn in een nieuw, betonnen huis met een eigen bad kamer. Deze vooruitgangsretoriek klinkt nog steeds, getuige het werkmotto «Moving Foward: the Northern Way» waar «aspirational homes» met overdekte garages, dubbele beglazing en een voortuin worden beloofd. In de Welsh Streets is iedereen echter overtuigd van een verborgen agenda. Het heeft er op z’n minst de schijn van dat het niet zozeer gaat om de kwaliteit van de huizen, als wel om de ligging van dit stukje Toxteth. De Welsh Streets worden begrensd door het Princess Park van Joseph Paxton (de ontwerper van Crystal Palace), liggen op loopafstand van de gerenoveerde Albert Docks en bieden uitzicht op de op een na grootste anglicaanse kathedraal van Europa, een ontwerp van Giles Gilbert Scott, waar 74 jaar aan gewerkt is. Daar komt bij dat Liverpool over drie jaar cultuurhoofdstad van Europa is. «Vergeet niet dat het een ‹private finance project› is, waarbij particuliere bedrijven wel iets van hun investeringen terug willen zien», sombert Nina Edge.

Bij de commissievergadering waar over het lot van de straten wordt vergaderd, wil de verantwoordelijke ambtenaar Elaine Stewart niets van zulke motieven weten. Na enig wantrouwen («Journalist uit Nederland? Wie heeft u hierheen gehaald?») komt ze met een theoretische verhandeling over de falende marktwerking en de zegeningen van een rechtvaardig woon beleid, waarbij «social landlords» in haar belevingswereld een liefdadige rol vervullen. Tijdens de vergadering maakt raadsvoorzitter Mike Storey bekend dat de commissie het gemeentebestuur zal adviseren om driekwart van de Welsh Streets toch te renoveren, maar dat het geen bindend advies is. Wanneer blijkt dat Kelvin Grove in ieder geval van de kaart zal verdwijnen, snelt Barbara Smith huilend de raadszaal uit. Even later ontmoet ik haar buiten, waar ze trillend de schok staat weg te roken. Terwijl Nina op de lokale BBC bestuursrechtelijke stappen aankondigt, kan Barbara maar één ding denken: «Hoe vertel ik het m’n moeder?»