Armoedevoyeurisme?

De sloppenwijk als Hollywood-decor

Slumdog Millionaire is dit jaar niet alleen bij de Oscars als de succesvolste film uit de bus gekomen, maar zorgde ook voor veel kritiek en commotie, vooral over de verbeelding van de plaats van handeling, India.

EEN INDIAAS JONGETJE zit in een houten hutje zijn behoefte te doen boven een gat in de grond als hij plotseling het geluid van een naderende helikopter verneemt. ‘Amitabh Bachhan komt!’ hoort hij mensen roepen. De komst van de Bollywood-filmheld wil Jamal onder geen omstandigheden missen, maar zijn broer heeft de deur van het hok gebarricadeerd. Er blijft maar één uitweg: het jongetje aarzelt niet lang, knijpt zijn neus dicht en springt door het gat in de vloer in de uitwerpselen van de hele buurt. Compleet bedekt met een bruine laag excrementen slaagt hij erin om een handtekening van zijn held te bemachtigen.
Dit is een van de scènes uit de film Slumdog Millionaire waarover in India veel commotie is ontstaan. Regisseur Danny Boyle, bekend van onder meer Trainspotting (1996), The Beach (2000) en 28 Days Later (2002), laat alleen maar de negatieve, smerige kanten van het leven in India zien, is het verwijt. Critici beweren dat hij de Indiase armoede misbruikt om er geld mee te verdienen. Juist de exploitatie van de armoede als een soort ‘poverty porn’, zoals Alice Miles het in The Times of London voor het eerst benoemde, zou ten grondslag liggen aan het succes van de film. Een voyeuristische, vermakelijke blik vanuit het Westen op de ellende in het Oosten.
‘There is lots of money in poverty today’, stelt ook Arundhati Roy, activiste en schrijfster van onder andere De god van kleine dingen, waarvoor ze in 1997 de Booker Prize kreeg, in The Times of India. Maar Roy differentieert. Ze is niet tegen het laten zien van armoede, maar het mag niet op een onpolitieke manier, zoals in Slumdog Millionaire. In de film neemt een jonge man, Jamal, deel aan het televisieprogramma Who wants to be a millionaire, het Indiase equivalent van Weekendmiljonairs, en wint uiteindelijk twintig miljoen roepies. In flashbacks ziet de kijker hoe de jongen van de straat tijdens zijn leven in de sloppenwijk Dharavi de antwoorden op de vragen van de showmaster tegenkwam. Zijn moeder werd al vroeg tijdens rellen vermoord, zijn broer Salim is het hulpje van een bekende crimineel geworden en Jamal doet alleen mee aan het programma om zijn jeugdliefde Latika uit de handen van dezelfde crimineel te redden. Volgens Roy wordt echter de echte armoede niet getoond omdat die geen aantrekkelijke, mooie beelden oplevert. De ellende staat buiten de politieke context. Geen achtergrondinformatie, geen aanklacht en niemand wordt ter verantwoording geroepen. De armoede verkommert tot een landschap, tot het decor van de film. De politiek is in de film vervangen door een televisieshow, die ook nog eens de valse hoop schept dat alle arme mensen miljonair kunnen worden.
Ashish Chadha, docent antropologie en filmwetenschappen aan Yale University, heeft in de jaren negentig drie jaar doorgebracht in Dharavi en vindt de sloppenwijk juist te negatief afgebeeld. Hij beleefde er geen ellende en marginalisering, maar levenslust en religieuze en sociale tolerantie. Dat ontbreekt volgens hem in het beeld van de wijk in Slumdog Millionaire, vertelt hij in de Canberra Times.
Uit conservatief-rechtse hindoekringen in India klinkt bovendien de kritiek dat Danny Boyle met zijn film religieuze gevoelens kwetst. Hindoegepeupel maakt de twee moslimbroers tot wezen en het zijn hindoeïstische politieagenten die de onschuldige moslimjongen martelen om te achterhalen of hij in het televisieprogramma heeft gefraudeerd. De duivelse presentator die probeert de moslimkandidaat uit te schakelen, is ook nog eens een hindoe. De rolverdeling lijkt duidelijk. Saurav Basu, onafhankelijk onderzoeker en freelance journalist uit New Delhi, bekritiseert het volgens hem duidelijke anti-hindoestandpunt dat Slumdog Millionaire inneemt. De weergave van de hindoegod Rama is voor hem en andere hindoecritici een verontrustend en kwetsend detail. Terwijl de god voor hindoes ‘the best among men’ is, staat hij in Slumdog Millionaire symbool voor de vlucht van de twee moslimbroers voor de relschoppers en voor de dood van hun moeder. Geen grootse goddelijke verschijning, maar een kind, blauw geverfd en verkleed als Rama staat ineens in een ‘dreigende houding’ tegenover de jongens in de sloppenwijk. Basu is verontwaardigd dat de moslims afgeschilderd worden als de slachtoffers per definitie, en dat nog wel door een blanke filmmaker die het over de hele wereld rondbazuint. Bovendien zou Boyle niet verteld hebben dat de gewelddadige opstanden in 1992-93, waarbij honderden mensen in Mumbai om het leven kwamen, geïnitieerd waren door fanatieke moslims.
Ook de naamsverandering in de adaptatie van de roman Q&A waar de film op is gebaseerd raakt in nationalistisch-hindoeïstische kringen een gevoelige snaar. De Indiase schrijver van het boek, en diplomaat, Vikas Swarup noemde zijn protagonist Ram Mohammad Thomas, een naam waar zowel hindoes als moslims en christenen zich mee kunnen identificeren – een universele held die boven de religieuze verschillen en conflicten staat. Bij Danny Boyle daarentegen heet de hoofdpersoon Jamal Malik, wat in India duidelijk herkenbaar is als een islamitische naam. Swarup zelf ziet in die naamsverandering een groot verlies. Hij koos er bewust voor dat zijn hoofdpersonage deel uitmaakt van alledrie de geloofsgemeenschappen, maar hij begrijpt uiteindelijk wel waarom de filmmakers voor de verandering hebben gekozen: het was ze te doen om de dramatische impact van het verhaal. De keuze voor een meer eenduidige naam lag daarom voor de hand.

ALS JE NAAR DE FEITEN KIJKT, blijkt al deze kritiek onvolledig. Over het algemeen wordt tegenwoordig aangenomen dat de rellen in Mumbai, waarbij zowel moslims als hindoes werden vermoord, in twee fases plaatsvonden. De eerste fase werd inderdaad in gang gezet door moslims als reactie op de vernieling van de Babri Moskee, zoals Basu stelt, maar de uitbraak van de tweede fase is te wijten aan radicale hindoes. Deze rellen zijn in de film te zien.
Voor het westerse publiek is bovendien niet op het eerste gezicht te herkennen welk van de personages in welke god gelooft. Aan hun uiterlijk vallen de verschillende religies niet af te lezen en voor de kijker die niet is ingewijd in de problematiek zou de politieagent ook een moslim kunnen zijn. Het is dan ook maar de vraag of Boyle deze religieuze spanningen die in India al lang spelen met zijn film wilde benadrukken. Toen Boyle gevraagd werd naar zijn beweegredenen voor de film antwoordde hij dat hij nog nooit in India was geweest en dat dit project een goede kans was om meer over dit land te leren.
Dit getuigt volgens schrijver Salman Rushdie van een postkoloniale houding waarin nog steeds met twee maten wordt gemeten. Had een Indiase filmmaker hetzelfde in New York gedaan, dan hadden critici hem aan stukken gescheurd, stelt Rushdie in The Guardian. Zo’n uitspraak van een bekende filmmaker over de Derde Wereld is daarentegen loffelijk en als een blijk van betrokkenheid te waarderen.
Veel Indiërs zijn bang dat de film het internationale imago van India zou kunnen beschadigen. Slumdog zou alleen maar westerse clichés over India versterken: callcenters, de Taj Mahal, bergen van excrementen op straat, prostitutie en niet te vergeten sloppenwijken. Verontwaardigd schrijft journalist Priya Rajsekar in The Irish Times dat niet vergeten mag worden dat Vasco da Gama en Christopher Columbus in eerste instantie vertrokken om het El Dorado te vinden dat India toen was, en niet de sloppenwijken.
Wat de critici vaak vergeten is het feit dat Slumdog Millionaire geen documentaire is. Het was niet de bedoeling van de regisseur om een zo authentiek en volledig mogelijk beeld van het leven in de sloppenwijken te scheppen. Het verhaal was Boyle’s uitgangspunt. De Indiase krottenwijk is een setting net als een Franse school in een banlieue in Entre les murs of de Italiaanse achterstandswijken in Gomorra. Evenmin wilde Boyle een evenwichtig beeld schetsen van heel India. De kritiek dat hij met opzet niet het echte India laat zien, de nucleaire supermacht, de groeiende economie, vooruitgang en welvaart brengt wel een gevoelig punt in de Indiase samenleving aan het licht: de worsteling van een vooruitstrevende staat met de al dan niet veranderende relatie met het Westen.
Dat het dan ook nog juist een Engelsman is die met een film over India zo veel succes boekt, terwijl de Bollywood-filmindustrie boomt, valt zwaar te verduren. Bollywood wacht al lang op de volgens eigen zeggen welverdiende Oscar. Maar de kritiek vanuit deze Indiase filmwereld is ambivalent. In de vaak gestelde vraag waarom niet een Indiase filmmaker deze film heeft gemaakt, klinkt afgunst mee, mede ingegeven door de neerbuigende houding die de westerse filmindustrie lange tijd innam tegenover Bollywood-films. Anderzijds proberen Indiase producenten en acteurs mee te liften op het succes van Slumdog door soortgelijke projecten aan te bieden aan internationale productiebedrijven.

AMRESH SINHA, docent film en mediastudies aan New York University, levert een mogelijke verklaring voor de commotie rond de film. Volgens hem zijn het dezelfde politieke groeperingen die in 1992 en 1993 betrokken waren bij de aanslagen en moorden op moslims die nu de landelijke protesten tegen de film aanwakkeren. Sinha legt op het discussieforum van The New York Times uit dat sinds India economisch groeit en daardoor meer mondiale invloeden is gaan ondervinden, het verzet in het land toeneemt tegen alles wat uit het Westen komt. Slumdog Millionaire is hier slechts het meest recente voorbeeld van. Zowel militante hindoenationalisten als hun linkse tegenhangers gebruiken deze antiwesterse sentimenten om stemmen te ronselen. Juist de kiezers in de sloppenwijken zijn namelijk in de afgelopen jaren belangrijke factoren in verkiezingen gebleken.
De demonstraties tegen het woord ‘dog’ in de titel zijn dan ook in deze context te duiden. Velen die de straat op gingen met spandoekleuzen als ‘Don’t call me dog’ en ‘I’m not a Slumdog!’ hebben de film niet gezien. Ze hadden alleen maar gehoord dat mensen uit de sloppenwijken werden bestempeld als honden, een beest dat in de Indiase cultuur absoluut geen lief, aaibaar huisdier is. En niet onbelangrijk: de Britse koloniaalheren vergeleken hun Indiase onderdanen niet zelden met honden. Dat de titel van de film alles behalve negatief is bedoeld en dat de ‘slumdog’ uiteindelijk tot held van de film wordt, doet er dan niet meer toe. Hetzelfde geldt voor de scène waarin de hoofdpersoon in de uitwerpselen springt. De verontwaardigde slumbewoners die niet als smerig en stinkend wilden worden afgeschilderd, konden niet weten dat Boyle in Trainspotting een vergelijkbare scène heeft ingebouwd, waarin de verslaafde protagonist wanhopig probeert zijn drugs uit een nooit schoongemaakte wc te halen.

ER KUNNEN OOK VRAAGTEKENS worden geplaatst bij de rol die de Indiase regering speelt naar aanleiding van het succes van de film bij de Oscars. Volgens de hoofdredacteur van Outlook India, Vinod Mehta, gebruikt de regering de film om aan te tonen dat sloppenwijken helaas een onvermijdelijke consequentie zijn van de urbanisatie en globalisatie. Ook Arundhati Roy bekritiseert de houding van de politici. Ze vraagt zich af wat er te vieren valt als de enige bijdrage van de regering het ‘leveren’ van een achtergrond van armoede, brutaliteit en criminaliteit is.
In een recent verschenen bericht van de Verenigde Naties wordt een kwart van de bevolking van Indiase steden als ‘arm’ ingeschat. 22,6 procent leeft in sloppenwijken. Grote delen van de middenklasse sluiten de ogen voor deze feiten. De toenemende urbanisatie en globalisatie zorgen voor nieuwe rijkdom. Niemand wil daarbij herinnerd worden aan de krottenwijken en armoede voor de deur van de steden. Ze worden tot een blinde vlek in de politiek en economie van het land. Vooral in linkse intellectuele kringen groeit daarom de hoop dat Slumdog als een eye opener kan fungeren voor een verschijnsel dat helemaal niet nieuw is. Fractievoorzitter van de communistische partij (CPI/M) Sitaram Yerechury is het niet eens met het verwijt van armoedevoyeurisme. De film vertelt geen nieuws, maar er moet blijkbaar een internationaal bekende westerse regisseur aan te pas komen om deze realiteit in een bredere kring bekend te maken, denkt hij. Het is makkelijk om negatieve kritiek te uiten en in te spelen op religieverschillen en de verhoudingen tussen het Oosten en het Westen. Moeilijker, maar ook vruchtbaarder is het om de film als aanleiding te nemen om de misstanden aan te pakken.
Ook Soni Razdan, een bekende film- en televisiepersoonlijkheid in India, vindt het tijd om actie te ondernemen. Ze hoopt dat de film bijdraagt aan een verandering van de opvattingen in India. Zoals eerder Dickens’ David Copperfield leidde tot hervormingen in de kinderarbeid in het Victoriaanse Engeland en Sarat Cahndra Chatterjee’s romans een beweging in Bengalen inspireerden die de situatie van weduwen verbeterde, zo kan Slumdog Millionaire een steun in de rug zijn voor de strijd tegen kinderarbeid en armoede in India.