H.J.A. Hofland

De sluimerende escalatie

Dit is gebeurd in een Nederlands open zwembad. Ik heb het zelf gezien. Daar zwom waardig, bijna rechtstandig, haar kapsel droog houdend in het midden van het bassin een dame van ver in de middelbare leeftijd. Aan de kant was een clubje rotjongetjes van een jaar of dertien, veertien bezig badgasten van het plankier in het water te duwen. Plotseling kregen ze deze mevrouw in de gaten. Wie durfde haar onder te duwen? De kleine X durfde alles. Hij nam een duik, naderde de zwemster van achteren, duwde haar onder, ging op haar schouders staan en zwaaide naar zijn makkers. Triomfgeschreeuw. Toen grepen de badmeesters in. De rotjongetjes mochten een week niet in het zwembad komen. Het Kralingse zwembad, zomer 1941.

Vorige week was het Amsterdamse De Mirandabad in het nieuws. Weer lastige rotjochies. Er vielen zelfs klappen. Niets bijzonders. In deze tijd is het eerder nieuws als ergens geen klappen vallen. Het Parool maakte er een berichtje van, zonder te vermelden dat het om Marokkaanse jongens ging. Hierover ontstond een kleine columnistenstrijd. Had Het Parool zich aan de gevreesde politieke correctheid schuldig gemaakt? Moest je tegenwoordig niet altijd de afkomst van iedere lastpost vermelden, sinds dat gezin uit de Diamantbuurt was weggepest? Een week eerder was er in de Volkskrant al een verbaal vechtpartijtje tussen Herman Franke en Martin Bril geweest, ook over de buitenlanders in Nederland. Franke had gelijk, Bril gaf dat toe. Een heer, een uitzondering in de giftigheid van de nationale discussie.

Gelukkig hebben we instituten die alles onderzoeken. Begin deze maand meldden het bureau Motivaction en de Monitor Rassendiscriminatie 2005 dat één op de tien Nederlanders zich als racist beschouwt. Aan discriminatie wordt vooral uitdrukking gegeven op straat en het werk, van grappen en pesterijen tot fysiek geweld. Afkomst, huidskleur, godsdienst van de daders worden niet vermeld. Ziekteverzuim en psychische stoornissen zijn de gevolgen. Slachtoffers weten niet waar ze met hun klacht heen moeten. Als ze dat wel weten, merken ze dat het niet helpt.

Een paar dagen later verscheen het volgende rapport: Strijders van eigen bodem: Radicale en democratische moslims in Nederland van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (imes). Veertig procent van de Marokkaanse jongeren wijst de westerse waarden en de democratie af. Als het gaat om kwetsende uitspraken over de islam zijn ze tegen de vrijheid van meningsuiting. Ze zijn actiebereid als het gaat om de verdediging van hun geloof. Zes tot zeven procent wil wel geweld gebruiken. De democratisch actieven willen graag meedoen met de Nederlanders, maar voelen zich, net als de radicalen, gediscrimineerd. Uit het rapport doemt een beeld van grote verwarring op. Jongeren voelen zich onbegrepen en zoeken de oplossing in radicalisering.

In de Volkskrant (14 juni) staat dit bericht op de voorpagina, naast het nieuws dat minister Dekker «miljarden voor stadswijken» nodig heeft, stedelijke vernieuwingen ten behoeve van de kansarme jeugd. Ik had het gevoel dat ik dit verhaal al eerder had gelezen, een paar jaar geleden. In NRC Handelsblad wordt het rapport van het imes verder uitgediept. «Hier kweken we kinderen vol haat», is de kop boven een artikel over gedwongen verhuizingen van asielzoekers. En, zegt Frank Buijs, politicoloog en onderzoeker, «bij de Marokkaan zit het gevoel van vernedering diep». Hij geeft een onrustbarend beeld van wat er in de radicale hoek wordt gedacht. «Van erkenning van de Nederlandse wetten kan daar geen sprake zijn.» Maar ze zijn een minderheid. Als beste remedie ziet Buijs «het versneld wegwerken van de sociaal-economische achterstand van jonge moslims». «En ook moeten politici ophouden met het bedrijven van ‹symboolpolitiek›, krachtige taal die hun onzekerheid moet verhullen.»

Ten slotte in NRC Handelsblad van afgelopen weekeind een artikel van Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit. «Sluit je ogen niet voor de onderklasse van de 21ste eeuw.» Het is een requisitoir tegen politiek en overheid die grote groepen feitelijk buiten sluit, in het bijzonder de «werkende armen» en de honderdvijftig- tot tweehonderdduizend illegale vreemdelingen van wie ongeveer de helft in de vier grote steden in een beperkt aantal multiculturele wijken woont. Engbersen voorziet geen grootstedelijk oproer. Maar «toevallige incidenten en onhandige uitspraken van hoogwaardigheidsbekleders kunnen kleinschalige rellen in de hand werken». Ik help het hem wensen.

Blank racisme, radicalisering van uitgesloten moslims, grote plannen voor stadsvernieuwing die niet worden uitgevoerd of waarvan we na jaren de resultaten zien, een onderklasse in aanbouw, dat is vandaag de Nederlandse situatie. En dan komt de openbare mening, in ieder geval voor een deel aangevoerd door politici en journalisten die sinds de openbaringen van Pim Fortuyn alleen «de» moslims zien, en «de» Marokkanen. In het komende verkiezingsjaar zullen ze opnieuw hun kans wagen. Iets meer dan een jaar geleden verscheen Gedoemd tot kwetsbaarheid van Geert Mak, een pamflet dat de bedoeling had het publiek weer aan het denken te zetten. Het tegendeel is gebeurd. Aan het multiculturele front gaat de escalatie verder. Zo’n relletje in het zwembad, met de reacties, is geen incident maar een symptoom. Nederland wordt rijp voor de volgende ramp en dat vooruitzicht wordt door de meeste politici met een ongelooflijke nonchalance behandeld.