De smaak van havenbaronnen

Op 3 juli bestaat Museum Boijmans-Van Beuningen 150 jaar. Twaalfhonderd particulieren en instanties hebben in al die jaren hun sporen nagelaten in de collectie. De jubileumtentoonstelling belicht de ontstaansgeschiedenis van het museum en zijn collectie aan de hand van twaalf ‘beeldbepalende’ verzamelaars-donateurs.

De rommelige maar uitgebreide kunstverzameling van de Utrechtse jurist en verzamelaar F.J.O. Boijmans (1767-1847) valt de stad Rotterdam in 1847 gratis in handen. Het speciaal voor de collectie aangekochte Schielandshuis wordt in 1849 opengesteld voor publiek. Door de verkoop van 1193 (!) werken in vier jaar tijd en een desastreuze brand in 1864 verliest het museum snel aan Boijmans-kwantiteit, maar het wint aan kwaliteit door de nieuwe met verzekeringsgeld aangekochte wer ken. Vooralsnog blijft Museum Boijmans echter steken in provinciaal amateurisme.Dat verandert pas definitief in 1921 met de komst van de bevlogen directeur Dirk Hannema (1895-1984), die vastbesloten is het museum op te stoten in de vaart der volkeren. Hannema is charmant, voortvarend en bezeten van kunst. Hij weet hoe hij fondsen moet werven bij kapitaalkrachtige particulieren, adviseert Rotterdamse havenbaronnen bij de uitbreiding van hun verzameling, maakt het grote publiek ontvankelijk voor museumbezoek met zijn vaste column in NRC Handelsblad ‘De directeur schrijft ons’, en organiseert de eerste massale publiekstrekkers in Nederland. De nieuwe behuizing in 1935 maakt van Boijmans het modernste museum van Europa.De miskoop van de Van Meegeren-Vermeer De Emmaüsgangers en het dubieuze gedrag van Hannema tijdens de bezetting maken een eind aan zijn success-story. Maar zijn verdienste als beslissende factor in de ontwikkeling van een provinciaal museum naar een museum met internationale allure blijft. Het verwerven van de belangrijke verzamelingen Van Beuningen, Koenigs, Van der Vorm en Bierens de Haan is voor een groot deel op zijn conto te schrijven. In de tentoonstelling 150 jaar Museum Boijmans-Van Beuningen maakt het publiek in twaalf kabinetten kennis met de gekozen verzamelaars, die - de een met wat meer onderscheidingsvermogen dan de ander - door hun passie voor kunst en cultuur de kwaliteit of de financiële draagkracht van het museum versterkten. Zo komt met Johan Bierens de Haan het prentenkabinet het museum in, en met Jaap Bastert de afdeling kunstnijverheid.De gedrevenheid van de verzamelaars is aandoenlijk. In een vitrine ligt een onooglijk schriftje waarin H.J. van Beuningen regel na regel zijn aankopen noteert, bijvoorbeeld: 'Rogier van der Weyden, Moeder met kind, 90.000.’ De veelvraat Willem van Rede, die zijn kapitaal naliet aan het museum om aankopen van moderne kunst te financieren, verzamelde naast kunst ook torren, vlinders, postzegels, archeologische vondsten (vaak zelf opgegraven), et cetera. Na zijn dood kregen vier musea de schatten van zijn ongebreidelde verzamelwoede te verwerken.In de aansluitende zalen kun je inzoomen op je eigen favorieten uit hun verzamelingen. De toren van Babel van Pieter Breugel in de Van Beuningen-zaal, de vele zelden tentoongestelde tekeningen van oude meesters uit de Koenigs-collectie. Tijdelijk losgeweekt uit de systematische ordening en context van de museumcollecties vertellen de schilderijen, tekeningen en talloze voorwerpen een kleurrijk en persoonlijk verhaal over verzameldrift en liefde voor de kunsten. Maar ook een verhaal over toeval, diplomatie, visie, geld en ambities. Alles wat nodig was en is om het instituut museum een toekomst te garanderen.