De politie in beeld

De smartphone op je hielen

De politie lijkt op door omstanders gemaakte filmpjes vaak onnodig hard te handelen. Maar wat daaraan voorafging wordt meestal niet getoond. Anderzijds schaadt de politie zélf ook haar reputatie.

Medium screen 20shot 202015 07 21 20at 202.01.59 20pm

YouTube bulkt van de smartphonefilmpjes die tonen hoe politieagenten met fysieke overmacht iemand in de boeien proberen te slaan. Het is bijna een genre op zich, en Peter Verdegem, hoogleraar nieuwe media en ict aan de Universiteit van Gent, denkt te weten waarom burgers die filmpjes maken. We zouden in een surveillancestaat leven, stelde hij vorig jaar augustus in de Belgische krant Het Laatste Nieuws. Overal waar we gaan worden we door de overheid gefilmd. Dat is de burger zat. Hij wil de surveillancestaat met gelijke munt terugbetalen. Hoe? Door de camera van zijn smartphone op de politie te richten.

Verdegem zou gelijk kunnen hebben. Maar aangezien dit onontgonnen onderzoeksterrein is kun je er net zo goed andere hypotheses op loslaten. Misschien worden die agenten gefilmd omdat zowat alles wordt gefilmd dat van het gewone afwijkt. Misschien worden ze wel gefilmd omdat we ons nooit helemaal verzoend hebben met het monopolie dat de politie op geweld heeft. We schrikken van stompende en nekklem zettende agenten. ‘Jullie gaan te ver!’ krijgen agenten op zulke filmpjes toegeschreeuwd. Die schrik en dat ongeloof zijn terug te zien in de titels die veel van zulke filmpjes meekrijgen en woorden bevatten als ‘zinloos’, ‘buitensporig’, ‘onnodig’.

Je kunt dus alle kanten op met verklaringen waarom agenten in actie worden vastgelegd. Wat je wel met enige zekerheid kunt zeggen is dat de filmpjes zelden het hele verhaal van de getoonde arrestatie vertellen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de filmpjes die op 27 juni in Den Haag werden gemaakt van de arrestatie van de Arubaan Mitch Henriquez. Henriquez had die dag een muziekfestival in het Zuiderpark bezocht. Bij het verlaten van het park probeerden agenten hem te arresteren. De filmpjes die daarvan geschoten zijn openen met Henriquez op de grond en agenten die hem in bedwang proberen te krijgen. Een agent houdt hem vast in de nekklem. Andere agenten proberen zijn handen achter zijn rug te vouwen. Het is bruut machtsvertoon dat waarschijnlijk tot de verstikkingsdood van Henriquez leidde. Het filmpje vertelt alleen niks over de aanleiding van de arrestatie. Getuigen meldden later dat Henriquez bij het verlaten van het park een korte woordenwisseling met de agenten had. Hij zou enkele keren gezegd hebben dat hij een pistool op zak had. Dat was reden voor de agenten om op hem te duiken en hem zo snel mogelijk te boeien. Maar Henriquez werkte niet mee. In dat geval is de nekklem een geoorloofd middel voor de politie om iemand in bedwang te krijgen. Of de aanleiding het optreden rechtvaardigt, is weer een andere vraag. Evengoed, de relatie tussen actie en gevolg is complexer dan op het oog uit de filmpjes blijkt.

In een ander filmpje (‘Marokkaanse politie breekt bijna de arm van een Arubaan in Amsterdam’) waarin een agent een nekklem uitvoert lijkt ook sprake van buitensporig politiegeweld. De arrestatie vond eind juni plaats in de Jan Pieter Heijestraat in Amsterdam. Twee jongens worden door twee politieagenten tegen de grond gedrukt. ‘Wat doe je? Ik doe niks’, zegt een van de jongens, die snel daarna wordt geboeid. De andere jongen wordt door een agent in de nekklem gehouden. De jongen lijkt in ademnood te komen en spartelt met zijn voeten. Omstanders roepen dat de agent de jongen aan het verstikken is. Je denkt: is dit echt nodig? Maar wat het filmpje niet laat zien is hoe de jongens met hinderlijk gedrag het de politie onmogelijk maakten om naar een spoedmelding van huiselijk geweld te rijden. Dit was grond voor een arrestatie. Daar verzette een van de jongens zich dusdanig tegen dat hij met de nekklem tot bedaren gebracht moest worden.

‘Ze hebben die jongen de tering geslagen’, hoor je iemand zeggen in een filmpje (‘Kanaleneiland vs politie gewelddadige aanhouding’) van een arrestatie die eind juni plaatsvond in Utrecht. Je ziet een geboeide jongen die door een politieagent van de grond wordt getild. Zijn gezicht zit onder het bloed. Omstanders schreeuwen verwensingen naar de politie. ‘Jullie hebben die jongen helemaal de tering geslagen.’ Het beeld van de bebloede jongen en de opmerkingen van de omstanders wekken de indruk dat de agenten de jongen mishandeld hebben. Maar het volgende ging aan de opname vooraf: surveillerende agenten zagen een auto met hoge snelheid door Kanaleneiland rijden. Nadat het kenteken gecontroleerd was, bleek de auto niet gekeurd te zijn en moest hij in beslag worden genomen. De agenten brachten de auto tot stoppen en spraken de automobilist, de jongen uit het filmpje, aan. Volgens de politie zou hij hen uitgescholden en bedreigd hebben. Daarna verzette hij zich tegen arrestatie en kwam hij met zijn hoofd tegen een auto. Deze lezing van de politie lijkt grotendeels overeen te komen met een ander, vollediger filmpje van de arrestatie (‘Buitensporig politie geweld video 2’).

‘Agenten zijn toch al niet de meest geliefde gasten. Dat ze dan gefilmd worden, nemen ze op de koop toe’

Het grootste deel van de arrestatiefilmpjes volgt hetzelfde patroon als bovengenoemde filmpjes. De camera gaat aan op het moment dat de arrestatie al in gang is. De context van het gedrag van de politie wordt niet meegegeven. Titel en beelden moeten suggereren dat de agenten onnodig veel geweld hebben toegepast. Maar achteraf blijkt vaak dat ze wel degelijk aanleiding hadden om conform bepaalde geweldsinstructies te handelen.

Bijvoorbeeld in het YouTube-filmpje ‘Motoragent richt zijn wapen op een jongetje van pas elf jaar!’ dat begin deze maand opdook. Daarop is te zien hoe een jongetje onder schot wordt gehouden door twee motoragenten. De zus van het jongetje, tevens de maakster van het filmpje, beweerde dat haar broertje slechts elf jaar oud was en niks misdaan had. Het filmpje leidde op sociale media tot veel commotie. Totdat de aanleiding voor het politieoptreden duidelijk werd: de jongen – niet elf maar veertien jaar oud – werd samen met zijn broer (26) ervan verdacht een beroving met een vuurwapen te hebben gepleegd. De melding dat de broers een vuurwapen in hun bezit hadden, rechtvaardigde een arrestatie met een getrokken pistool.

In de media duikt geregeld het bericht op dat agenten enorm in hun maag zitten met al die arrestatiefilmpjes die een onvolledig verhaal vertellen. Afgelopen vrijdag werd dat sentiment in NRC Handelsblad herhaald door Geert Priem, voorzitter van de politiebond anpv. Volgens hem worden agenten terughoudender op straat omdat ze bang zijn om na een gefilmde actie op non-actief gezet te worden. Het is echter nog maar de vraag of politieagenten zich echt zo veel aantrekken van filmende burgers. Uit de masterscriptie van bestuurskundestudent Rick van Dee (Vrije Universiteit), die een kwantitatief onderzoek deed onder 21 agenten, bleek dat zij zich weinig aantrekken van filmende burgers. In NRC Handelsblad van vorige week donderdag zei Van Dee daarover: ‘Agenten vinden het vervelend, maar als ze ergens staan zijn ze toch al niet de meest geliefde gasten. Dat ze dan gefilmd worden, nemen ze op de koop toe.’

Dit ontslaat het publiek er overigens niet van om kritischer te kijken naar de vele arrestatiefilmpjes. Het gros daarvan heeft de schijn van gewelddadig machtsmisbruik, maar in de meeste gevallen is het een gerechtvaardigde reactie op iets wat eraan vooraf ging, iets wat net gemist werd door de burger die bezig was zijn smartphone te trekken.

In juni 2012 was er bijvoorbeeld veel te doen over een filmpje waarop te zien is hoe een Rotterdamse agente een alcoholistische dakloze een paar trappen geeft. De maker van het filmpje, de Dordrechtse Jovanny Dambruck, was ervan overtuigd dat hij zinloos en buitensporig geweld tegen een weerloze man opnam. Op het filmpje ziet het er ook zo uit. Maar uit onderzoek van het Openbaar Ministerie, en uit de getuigenis van andere ooggetuigen, waaronder Dambrucks vriendin Nancy Pardo, komt een ander verhaal naar voren. Voordat Dambruck begon te filmen gedroeg de dakloze zich agressief tegen de agente door om zich heen te slaan en te schoppen. Toen de agente hem samen met een collega handboeien om probeerde te doen, wist hij zich los te rukken. Een handboei zat vast om een van zijn polsen. De agente probeerde hem uit te schakelen met pepperspray, maar dat had geen effect op de man. Ongeveer op dat moment begon Dambruck te filmen. Hij nam dus niet mee dat de dakloze zich al agressief gedroeg en vervaarlijk met de handboeien begon te zwaaien. De trappen die de agente de dakloze vervolgens verkoopt, en die volgens het Openbaar Ministerie in die context proportioneel zijn, lijken op het filmpje daarom uit het niets te komen.

Maar ook op de politie moet een appèl worden gedaan op zelfkritisch vermogen. Mokken over contextloze arrestatiefilmpjes is een beetje gratuit als het eigen recente optreden net zo goed de vertrouwensband met burgers ondermijnt. Voorbeelden voor dat ondermijnende politieoptreden zijn er te over: vorige week dook een filmpje op van een Almeerse politieagent die een dertienjarig Surinaams jongetje aan zijn motor vastboeide en liet meerennen; in de nasleep van Mitch Henriquez’ dood verstuurde het OM een persbericht waarin het stelde dat Henriquez op weg naar het politiebureau onwel werd, terwijl op de filmpjes van de arrestatie duidelijk was dat Henriquez lang daarvoor het bewustzijn verloor. Probeerden politie en het OM het Haagse politiegeweld onder het tapijt te vegen?

Ook maakte de politie geen goede beurt door op sociale media nadrukkelijk medeleven te betonen met de agenten die bij Henriquez’ arrestatie betrokken waren; tegen de nabestaanden van Henriquez hadden ze niets troostends te zeggen.

Bij al die flaters moeten ook de recente onderzoeken opgeteld worden die wijzen op toenemende discriminatie door de politie en de uitspraken van korpschef van de Nationale Politie Gerard Bouman, die dit jaar zijn zorgen uitte over ‘het gif van de uitsluiting’ dat de politieorganisatie binnensluipt. En nog iets wat te denken geeft: vorig jaar beschuldigde interim-Nationale Ombudsman Frank van Dooren leidinggevenden binnen de politie ervan dat ze het vaak te snel opnemen voor agenten die van buitensporig politiegeweld worden verdacht, daarmee de indruk wekkend dat agenten elkaar koste wat het kost dekken. De schade die hiermee aan de vertrouwensband tussen politie en burgers wordt aangericht is misschien wel groter dan de schade die arrestatiefilmpjes kunnen aanrichten.